Crosspost:
De mening van Wim Jansen zoals verschenen in de telegraaf, absoluut het lezen waard.
quote:
Plan KNVB vermorzeld
Visie van Wim Jansen staat haaks op die van KNVB en ’Winnaars van morgen’
door Valentijn Driessen & Marcel van der Kraan
Het Nederlandse voetbal wil terug naar de top, maar dreigt onder leiding van de KNVB de verkeerde afslag te nemen, zegt Wim Jansen. De man die twee WK-finales speelde, het totaalvoetbal in de jaren ’70 hielp ontwikkelen en bij de jeugdopleiding van Feyenoord coach van jeugdtrainers is, legt zijn visie op de werkelijke verbetering van het topvoetbal neer. „Ik doe dit niet voor mijzelf, maar voor de talenten die in Nederland de beste ontwikkeling verdienen.”
Het rapport ’Winnaars van Morgen’ hoeft hij niet meer in te zien. Wim Jansen kent het uit zijn hoofd. De aanbevelingen bevallen hem allerminst. De doelstelling van de KNVB is om in 2026 weer aan de top van het internationale voetbal te staan. Dan moet je daar ook naar handelen, vindt hij. Maar het accent ligt op fysieke en mentale ontwikkeling. Hogere eisen stellen aan verdedigen. En nog veel meer plannen die in zijn ogen ver buiten de realiteit van opleiden voor de absolute top staan.
„Onze voetbalcultuur en stijl worden al bijna een halve eeuw gekopieerd door alle andere landen. Ze zijn allemaal bij ons geweest om het over te nemen. En wij stappen er nu op aandrang van de KNVB vanaf. De bond wil het anders gaan doen zonder een enkele garantie op verbetering”, zegt Jansen in hartje Rotterdam. Hij vindt de lancering van diverse KNVB-projecten en het beleid onverantwoord.
„Fysiek en mentaal zijn factoren die altijd ondergeschikt zijn aan voetbal. Als je niet kan voetballen, houdt alles op. Techniek, tactiek en samenspelen zijn de ingrediënten die leidend zijn voor topvoetbal.”
Zijn kennis en inzichten verbetert hij nog dagelijks. Jansen is nooit uitgeleerd, is het hele jaar door bij de jeugdopleiding van Feyenoord te vinden, heeft sinds een paar jaar nauw overleg met ’s lands beste professoren in neuropsychologie (Scherder) en bewegingswetenschappen (Savelsbergh), en houdt zich dag en nacht bezig met de ontwikkeling van toptalent.
Op dat vlak zit ook zijn grootste ergernis. De KNVB maakt maar geen onderscheid tussen topvoetbal en breedtevoetbal. Hij is het al jaren hartgrondig eens met Johan Cruijff, die tijdens hun urenlange, gezamenlijke discussie over de toekomst van het Nederlandse voetbal een paar jaar terug riep dat de profclubs er zijn voor het opleiden en de KNVB voor het breedtevoetbal.
Jansen en Cruijff zaten bijna veertig jaar op dezelfde lijn. Cruijff luisterde met bewondering naar zijn vroegere teamgenoot, omdat die nog elke dag op de velden betrokken is bij de jeugd. Jansen: „De centrale vraag die steeds terugkeert is deze: wil je terug naar de top?” Dat is wel de slogan geweest van de bond. De inmiddels opgestapte KNVB-directeur Bert van Oostveen riep het, de nieuwe technisch directeur Hans van Breukelen roept het ook.
STRAATVOETBAL
Het veranderen van de onderbouw naar de Twin Games (gesplitste teams op kleinere velden of kwart veldjes) noemt Jansen ’bijna onaanvaardbaar’. „Onze cultuur van de onderbouw veranderen ze nu naar de Twin Games op kleinere veldjes. We veranderen de basis van onze talenten. Waarom? Het huidige systeem van 7 tegen 7 (half veld), 9 tegen 9 (van 16 meter tot 16 meter-lijn) en vervolgens 11 tegen 11 (heel veld) is het allerbeste.”
„De KNVB wil het straatvoetbal kopiëren”, verzucht Jansen. „Maar ze begrijpen niet wat de essentie is van straatvoetbal. Straatvoetbal is vooral uren maken. Ik voetbalde ook op straat, maar van mijn vriendjes werd ik uiteindelijk niet beter. Pas toen ik bij Feyenoord in de jeugd met Jan Boskamp en Joop van Daele ging samenspelen op een echt veld en in echte wedstrijden ging ik pas werkelijk vooruit. Daarom moet je talentvolle spelers zo snel en zo jong mogelijk met de allerbesten laten spelen en trainen.”
„Straatvoetbal geeft je belangrijke basiskwaliteiten, maar op een groot veld begint het doorontwikkelingsproces pas echt. De meeste talenten vallen immers door de mand op een echt veld. Dan hebben ze problemen met de ruimte.”
Hij reikt het voorbeeld aan van al die ’geweldige’ zaalvoetballers. John de Bever en Arie Riedijk waren virtuozen in de zaal, maar bleken ongeschikt voor het grote voetbalveld.”
„Voetbal op een groot veld is een andere dimensie. Het grote veld is de scherprechter voor de toekomst van toptalenten. In training kun je werken aan techniek en handelingssnelheid in kleine ruimtes. Maar topvoetbal speelt zich uiteindelijk af op een ruimte van 7250 vierkante meter. Ga daar dan via de snelst mogelijke weg naar toe.”
„Als je wil gaan aanvallen, is het eerste wat je als coach leert is dat je spelers de ruimte zoeken. Maak het veld breed, beweeg in vrije ruimte. Ga je verdedigen, dan maak je het juist kleiner.”
RUIMTE EN INZICHT
„De KNVB zegt dat we beter moeten leren verdedigen.” Jansen schudt het hoofd. Hij denkt exact andersom. „Meer dan 80 procent van de aanvallen gaan verloren, dus is er aanvallend nog heel veel te verbeteren.” En hoe eerder daarmee wordt begonnen, hoe beter.
De overdreven aandacht bij de bond voor fysieke en defensieve kwaliteiten in het Nederlandse topvoetbal is in de ogen van Jansen misplaatst. „Bij de laatste Klassieker staat Ajax vijf minuten voor tijd met 1-0 voor. De grootste en sterkste verdediger van Ajax, Mitchell Dijks, staat verkeerd te dekken. Hij komt een halve meter te kort en ziet Kuyt scoren. Een kleine fout met grote gevolgen. Maar met fysiek had het niets te maken. Uitgangspositie, overzicht, inzicht, gevoel voor ruimte. Daar ging het op dat moment meer om.”
Zelf was hij 35 jaar toen hij in het hart van de defensie van Ajax stond, naast Frank Rijkaard. In de herfst van zijn carrière was Jansen niet de grootste of de sterkste, wel een van de slimsten. Zoals hij dat ook was op het middenveld van Oranje, achter Johan Cruijff.
Op Varkenoord bekijkt hij deze week de clinics van nieuwe toptalentjes. „Jongetjes komen bij Feyenoord voor het eerst trainen. Ze beginnen met dribbelen. Het eerste wat opvalt is dat ze niet met hun hoofd over de bal heen kijken. Het is daarom het allereerste wat kinderen in de opleiding leren: hoofd omhoog, kijken waar je de bal kan spelen, wie staat er vrij en waar loopt iedereen heen? De volgende fase is vrij spel, handelingsvrijheid, een spelertje moet zelf keuzes maken. Hij kan passeren of afgeven. Je moet hem niet vertellen hoe te denken, maar dát hij (zelf) moet denken. Als hij maar leert te kijken en ruimte te zien.”
Het staat haaks op de visie van de KNVB, die wil dat kinderen op jonge leeftijd zo lang mogelijk op kleine veldjes actief zijn. „Als je veel balcontacten wil, geef je ze op de training allemaal een bal. Dat is deeltraining. Doen we in de opleiding ook. Maar de wedstrijd is leidend. Of je nu 7 jaar of 10 jaar bent, de wedstrijd bepaalt hoe goed je bent. De dingen die je in een wedstrijd niet beheerst, daar ga je op trainen. Niet de training bepaalt de wedstrijd, maar andersom. En wat is de werkelijkheid? Op het grote veld heeft er slechts één de bal, en 21 man niet. Het spel zonder bal, het bewegen en het invullen van ruimte is zó belangrijk.”
quote:
’Eredivisie met tien beste clubs’
’Vier keer per jaar Ajax-Feyenoord, Ajax-PSV en Feyenoord-PSV, dan heb je een topcompetitie’
Wim Jansen kreeg van de KNVB een uitnodiging om in een massaal gezelschap mee te praten over een nieuw model voor de Eredivisie-competitie. Maar het gegeven dat aan het aantal van 18 clubs niet valt te tornen, maakt deelname voor hem aan die gesprekken zinloos.
door Valentijn Driessen & Marcel van der Kraan
Het Nederlandse voetbal wil terug naar de top, maar dreigt onder leiding van de KNVB de verkeerde afslag te nemen, zegt Wim Jansen. De man die twee WK-finales speelde, het totaalvoetbal in de jaren 70 hielp ontwikkelen en bij de jeugdopleiding van Feyenoord coach van jeugdtrainers is, legt zijn visie op de werkelijke verbetering van het topvoetbal neer. Vandaag deel 2
De oud-international doet geen concessies en denkt alleen aan wat het beste is voor het Nederlandse voetbal. „Als ik mijn ideeën in dat grote gezelschap loslaat, is iedereen in rep en roer. Want als je echt wil verbeteren, als je werkelijk een kwaliteitsslag wil maken, kies je voor een competitie met de tien beste clubs met echt gras in hun stadion”, zegt Jansen.
Een competitie waarin Feyenoord en Ajax elkaar geen twee keer maar vier keer bestrijden. „Vier keer Ajax tegen PSV, vier keer per jaar Feyenoord tegen PSV, vier keer AZ tegen Ajax en ga zo maar door. Dán heb je een topcompetitie, waarin spelers werkelijk elke week het beste uit zichzelf moeten halen.”
Hij weet dat zijn plan een bom onder de vergadering betaald voetbal - bij de afvallende clubs in dit geval - zou leggen. Jansen, nuchter: „Maar we willen toch terug naar de top? Alle andere oplossingen zijn dan halfbakken oplossingen, waarmee je zoveel partijen als mogelijk tevreden wil stellen. Dat heeft niets met een topcompetitie te maken.”
Mede met het oog op de nieuwe topcompetities die de Europese topclubs gaan lanceren, zou juist Nederland tijdig klaar moeten zijn met zijn competitie voor de toekomst, vindt Jansen.
Om dezelfde reden is het alarmerend en fout dat de beste jeugd van Nederland onder 13 en onder 16 jaar jaar niet eens bij elkaar in de competitie zit. De D-pupillen en B-junioren (1e jaars) van Ajax en Feyenoord ontmoeten elkaar niet, die van PSV en Ajax ook niet, tenzij de trainers van beide clubs zelf iets arrangeren op een woensdagmiddag. De KNVB heeft Ajax en Feyenoord, alsmede PSV in aparte competities ingedeeld. Terwijl de grootste talenten zoveel mogelijk tegenover elkaar zouden moeten staan om elkaar beter te maken en weerstand te kweken.
En helpt de bekercompetitie de beste voetballers in de Eredivisie zolang daar amateurclubs aan deelnemen? Jansen: „De winnaar van de KNVB-beker vertegenwoordigt Nederland tegenwoordig direct in de Europa League-poulefase. Denk je dat de spelers beter worden van drie ronden tegen amateurclubs?”
Hij weet nu het verweer al vanuit het amateurvoetbal. De KNVB zal blijven toegeven aan de wensen van de amateurs. Maar die brengen het Nederlandse voetbal niet terug naar de top, is de simpele conclusie van Jansen.
quote:
’Directie KNVB spoort bijster. Groot aantal mensen bij voetbalbond niet geschikt voor topsport’
In de gouden jaren zeventig van het Nederlandse profvoetbal bestond de Prestatie Innovatie Manager, die KNVB-directeur Hans van Breukelen wil aanstellen, niet. Het Nederlands elftal haalde in ’74 en ’78 de WK-finale, werd in ’88 Europees kampioen, werd in 2010 tweede en 2014 derde van de wereld.
door Valentijn Driessen & Marcel van der Kraan
Het Nederlandse voetbal wil terug naar de top, maar dreigt onder leiding van de KNVB de verkeerde afslag te nemen, zegt Wim Jansen. De man die twee WK-finales speelde, het totaalvoetbal in de jaren ’70 hielp ontwikkelen en bij de jeugdopleiding van Feyenoord coach van jeugdtrainers is, geeft in een drieluik een vernietigend oordeel over de top van de KNVB. VANDAAG DEEL 3 (SLOT)
Zonder PIM, zonder doorgeslagen innovatiemanagers. In Zeist, waar de de beleidsbepalers van de KNVB zetelen, is onder leiding van de inmiddels opgestapte directeur Bert van Oostveen de afgelopen jaren fout op fout gestapeld met aanstellingen. Van Breukelen maakte het in en rond de staf bij het Nederlands elftal nog chaotischer. De voetbalwereld vraagt zich nu af waarom de komst van een Prestatie Innovatie Manager – zijn zogeheten PIM – moet worden doorgedrukt.
In de ogen van Wim Jansen moet de KNVB eerst de eigen zaken in de top van de organisatie, waar bijna de complete raad van commissarissen is verdwenen, op orde brengen. Maar in plaats van structuur en continuïteit in eigen huis, heeft Van Breukelen samen met directeur amateurvoetbal Jan Dirk van der Zee de ogen op voetbalinhoudelijke zaken gericht.
Het Nederlandse voetbal wordt overvoerd met psychologen-taal vanuit Zeist, constateert Jansen. Het gaat over omdenken (’bij een gelijkspel heb je allebei gewonnen’, aldus Van der Zee), over het creëren van een winning mindset bij jonge voetballers en over het vermogen om je succesvolle eindresultaat te visualiseren… De zogenaamde PIM, de innovator, moet daarbij alle specialisten managen.
Jansen blijft liever dichter bij het voetbal. „De beste manier om te innoveren in het topvoetbal is door het verbeteren van voetballers. Weet je wie de allerbeste innovator was? Johan Cruijff. Hij was het verlengstuk van de trainer die meehielp om spelers daadwerkelijk beter te maken. Johan kwam op zijn 34e terug uit Amerika, werd twee keer kampioen en won de beker met Ajax. Een jaar later won hij de dubbel met Feyenoord. Hij werd ook nog Voetballer van het Jaar. Ben Wijnstekers vertelde pas dat hij in dat jaar met Cruijff meer heeft geleerd dan in alle andere jaren van zijn carrière. Het beste bewijs dat Johan een betere innovator was dan alle andere mensen met bijzondere ideeën over voetbal.”
Cruijff werd ook een groot trainer, bleef hameren op het inzicht van zijn spelers en het benutten van ruimte in het veld. Voetbal is simpel, maar simpel voetbal is moeilijk, was zijn credo. Jansen denkt vaak terug aan het bijna zes uur durende gesprek dat Cruijff en hij hadden in Amsterdam een paar jaar terug. Samen concludeerden ze dat nergens anders dan bij de opleidingen van de profclubs aan talenten moet worden gewerkt. Cruijff destijds: „Je zorgt dat heel jonge spelers de allerbeste voorbeelden krijgen bij clubs als Ajax en Feyenoord.”
Jansen nu: „Van Breukelen bemoeit zich inhoudelijk met het jeugdvoetbal, gaat precies zeggen hoe spelers mentaal dingen moeten veranderen. Laten we eerst gaan voetballen, en dan pas andere dingen gaan doen. Als keeper had Van Breukelen een geweldige mentaliteit, maar hij was geen aanvaller of middenvelder. Hij heeft twee boeken geschreven, ’Winnen’ en ’Topposities’. Vol met een soort psychologen-taal. Maar papier is geduldig, als trainer en als speler heb ik op papier nog nooit één wedstrijd verloren. Maar in de praktijk is alles anders. Op het veld wordt alles beslist.”
Er wordt plotseling gepropageerd dat je topvoetballer kunt worden als je een winning mindset hebt. Jansen: „Daar willen ze bij de KNVB een heel nieuwe afdeling voor opzetten. Alsof je winnaarsmentaliteit en doorzettingsvermogen kunt kopen. Het is het speerpunt van ’Winnaars van Morgen’. Maar het is de omgekeerde wereld. Het voetbaltalent staat voorop en dát moet worden verbeterd als we terug willen naar de top.”
De kern is, legt de oud-Feyenoorder uit, hoe talenten in Nederland de details krijgen aangereikt en hoe de trainers die met die talenten bezig zijn, óók beter worden gemaakt. Daar hoort de nadruk op te liggen, maar Van Breukelen en Van der Zee ontfermen zich plotseling over 300.000 pupillen in het amateurvoetbal.
Jansen: „De bond gaat 41.000 trainers opleiden voor het breedtevoetbal… Maar voor het Nederlands elftal komen hooguit 50 spelers in aanmerking. Als je wil terugkeren in de top moet het accent op de toptalenten liggen. Het enige wat de heren nu doen is het breedtevoetbal kietelen.”
Dat is ook gebeurd met de creatie van de nieuwe voetbalpiramide. Onder de Eredivisie en Eerste Divisie hangt een Tweede en Derde divisie. „Gaan de Tweede en Derde divisie de kwaliteit van het Nederlands elftal verbeteren? Natuurlijk niet; het is het verschuiven van de dozen in plaats van een kwaliteitsimpuls voor het opleiden.”
Zijn oog is inmiddels ook gevallen op een grote reclamecampagne van KNVB-sponsor ING. De sponsor gaat de clubs af met een karavaan en wil samen met de afdeling voetbaltechnische zaken van de KNVB meedenken hoe voetballers fysiek sterker kunnen worden. Opdrukken na een training (,,daar ga je niet beter van voetballen”), meer lopen? Die vragen worden door het ING-team besproken met amateurs.
Jansen plaatst er zijn vraagtekens bij. Net zoals bij de haast die de KNVB maakt om het plan met kleine veldjes en nieuwe wedstrijdvormen door te drukken in het hele Nederlandse jeugdvoetbal. „Er is iets belangrijker dan dit. Er zit een campagne van een sponsor achter…”
De oud-prof wil vooropstellen dat hij het amateurvoetbal en de honderdduizenden recreatievoetballers en jeugdspelertjes niets misgunt. Ze mogen van hem in alle vormen tegen elkaar voetballen en mogen nieuwe gediplomeerde trainers krijgen.
De al jaren noodzakelijke scheiding tussen breedtesport en topsport wordt echter niet door Van Breukelen en Jan Dirk van der Zee (directeur amateurvoetbal, red.) aangebracht. Het bevestigt Jansens gedachte dat een groot aantal mensen bij de KNVB niet geschikt is voor topsport. De naam van Van der Zee, die meende dat Jansen weinig van jeugdvoetbal wist, zit Jansen niet extra dwars. Al bepaalt die ironisch genoeg in januari wel of er een voorstel uitgaat om het totale jeugdvoetbal te veranderen.
Ooit noemde Jansen de FIFA, de UEFA en het KNVB-bolwerk ’visieloze regentenclubs die maar blijven zitten’ en dat neemt hij nog niet terug. De juiste visie ontbreekt in de top. „De bobo’s zijn meer met zichzelf bezig dan met topvoetbal.”
Van Breukelen en Jelle Goes roepen dat ze winnaarsmentaliteit willen kweken. „Maar de KNVB heeft een president (Michael van Praag, red.) die twee jaar lang alles heeft verloren wat hij kon verliezen. Die deed alles om te worden gekozen bij de FIFA en UEFA. Nu dat is mislukt gaat hij zich weer om de KNVB bekommeren.” In de tussenliggende periode is zo ongeveer alles misgegaan bij diezelfde bond. „In zijn campagne bekommerde Van Praag zich niet om het verbeteren van het voetbal aan de top. Hij was voor uitbreiding van het WK naar 40 landen, geen verbetering voor de kwaliteit.”
De liefde voor het voetbalvak zit in Jansen. Hij is elke dag bezig met topvoetbal en talentontwikkeling. Als voormalig basketbalcoach Ton Boot een dag met hem meekijkt naar Feyenoord-talenten op Varkenoord, constateert deze dat ze allebei hun hele leven obsessief bezig zijn met topsport.
Jansen knikt. „Ik denk dat er op een heel andere manier dan de KNVB nu wil zoveel winst valt te behalen bij het verbeteren van onze voetballers. De KNVB moet zorgen voor de allerbeste trainerscursussen. We hebben toptrainers bij de jeugd nodig. Waarom de KNVB dat moet doen? Dat is het enige opleidingsinstituut in Nederland waar een trainer zijn diploma kan halen. Nergens anders mag iemand een diploma aan een trainer uitreiken. Je kunt zelfs nergens anders terecht. Dus moet de bond vooral die goede trainers opleiden en niet gaan denken dat ze zelf de spelers kunnen opleiden.”
„Een van de onderdelen in ’Winnaars van Morgen’ is dat de KNVB spelers van onder 15 tot onder 19 vaker naar Zeist gaat halen voor trainingen. Dat is dus in plaats van trainen bij de club. Maar de training moet plaatsvinden bij de clubs. De bond krijgt de spelers al voor de nationale team-wedstrijden. De clubs hebben de spelers altijd opgeleid in het verleden. De KNVB moet faciliteren. De voetbalbond is er voor de clubs en niet andersom. Net zoals men moet zorgen voor de best mogelijke competities, waarbij de besten tegen elkaar spelen.”
„Als ze per se willen trainen, moet de KNVB de talenten van de amateurs selecteren en die beter gaan trainen. Daar zitten altijd nog laatbloeiers bij.”
quote:
Jeugdopleiding verplichten
’Waar blijft de licentiecommissie?’
Elke profclub in het Nederlandse voetbal hoort een volledige jeugdopleiding te hebben, vindt Wim Jansen. In de Jupiler League opereren nu BVO’s zonder jeugdopleiding. „Waar blijft de licentiecommissie? Als je topvoetbal propageert te brengen, moet je harde eisen stellen aan je clubs”, zegt Jansen.
Dat een aantal profclubs in de Eredivisie geen F- en E-pupillenopleiding (de zogeheten onderbouw) bezitten is een andere gemiste kans. „Waarom is Max Verstappen zo goed nu? Omdat hij met vier jaar al in een kart zat en leerde sturen. Hij is niet na het halen van zijn rijbewijs begonnen met oefenen in een snelle auto. Max rijdt als toptalent in een Formule 1-auto, omdat hij op de vroegst mogelijke leeftijd begon. Tussen zes en achttien jaar zitten voor een groot voetbaltalent twaalf jaren waarin hij zich kan ontwikkelen. Topvoetbal is een vak, dat moet je leren. Elke dag dat hij niks leert, is voor een talent een verloren dag. In die periode van twaalf jaar moet een kind zoveel mogelijk trainingsuren maken. Bovendien is wetenschappelijk bewezen dat een kind van 6 tot 12 jaar het meeste leert. Zorg dat een talent al heel vroeg automatismen kweekt. Jong geleerd, oud gedaan, is niet voor niks het spreekwoord.”
En hoe hoger de kwaliteit van de spelers met wie je traint, hoe meer je leert. „Een talent steekt het meeste op van de beste voorbeelden om hem heen. Ik stak meer op van Coen Moulijn, Wim van Hanegem, Rinus Israel, Guus Haak, Hans Kraay sr. en Johan Cruijff dan van alle anderen. Maar je blijft altijd verantwoordelijk voor je eigen ontwikkeling.”
„Als de pupillen van Feyenoord, Ajax of PSV op een toernooi tegen buitenlandse topclubs spelen en verliezen, leren ze die dag waarschijnlijk meer dan van al die partijtjes tegen amateurclubs.”
Zijn conclusie is hard. „Er blijven steeds minder talenten voor de toekomst. In Europa is Ajax gekozen tot de beste opleidingsclub. Maar in de laatste twee duels van Ajax telde ik nog maar vier in Nederland opgeleide spelers.”
„Men onderschat het vak van topvoetballer. Ontelbare details die je moet bezitten en kunnen uitvoeren. Als het makkelijk was, hadden we duizenden Arjen Robbens, en daar is er toch maar één van. Zo moeilijk is topvoetballer zijn.”