quote:
NRC Weekend Zaterdag 23 februari & Zondag 24 februari 2013
Doping Oostenrijkse ex-dealer Matschiner regelde Dopingdealer Stefan Matschiner wil voor het eerst vertellen over zijn jarenlange relatie met de voormalige wielerploeg Rabobank. Renners en managers moeten
eindelijk eens naar buiten treden, zegt hun dealer.
Amper vijftien minuten.Zo lang duurde een bloedtransfusie in de Tour de France, vertelt Stefan Matschiner. Snel de hotelkamer op. Schilderijtje van de muur, bloedzak ophangen, naald in de arm van de renner. Na de eerste milliliter bloed even wachten. Dan het infuus helemaal open draaien. Tien minuten later al drukt de wielrenner zijn vinger op de wonde en staat zijn dealer de bloedzak op het toilet in stukjes te knippen. Hup door de plee, zegt Stefan Matschiner. „Fix und fertig.” We zitten in hotel Wirt am Bach, in het Oostenrijkse dorp waar hij geboren en getogen is. In Laakirchen is hij nog altijd der Stefan. „Alles is geregeld”, zegt de waardin. „Stefan heeft laten weten dat u zou komen.” In de rest van Oostenrijk is hij beroemd en berucht. Stefan Matschiner was spil in het grootste dopingschandaal in de Oostenrijkse geschiedenis. De gewezen atleet en sportmanager leverde de klanten voor de Weense bloedbank Humanplasma, waar sporters uit binnen- en buitenland illegale bloedtransfusies ondergingen. Matschiner bezorgde de bloedzakken voor de wedstrijden. Hij verkocht epo, groeihormonen en testosteron. Toen de bloedbank zijn deuren sloot, ging hij op eigen houtje verder met de bloeddoping – met geavanceerde medische apparatuur die was betaald door zijn klanten. De Oostenrijker Bernhard Kohl was één van die klanten. Oud-Raborenner Michael Rasmussen was een andere, bevestigt Matschiner nu. Na de bekentenissen van de Deen en de Nederlander Thomas Dekker voelt hij zich vrij om te praten over zijn jarenlange relatie met de Raboploeg.
Hij doet een oproep: „Iedereen die daar gewerkt heeft, moet eindelijk
eens vertellen dat er bij Rabobank georganiseerd doping werd gebruikt.”
U werkte met ingewikkelde apparatuur. Zelf bloed centrifugeren. Invriezen. Ontdooien. Was u niet bang dat iemand dood neer zou vallen? „Nee, dat kon niet gebeuren. Dat wist ik hónderd procent zeker. Ik zorgde ervoor dat ik met één bloedzak tegelijk werkte, zodat ik ze niet zou verwisselen. Voordat ik het toediende, controleerde ik de bloedgroep. En ik begon met één milliliter. Als dat niet van de sporter was, zou direct een reactie volgen. De sporter gaat rillen, krijgt koorts, wordt ziek. Dat is shit, maar niet dodelijk. En trouwens, het ís nooit fout gegaan.”
Was u dan niet bang om betrapt te worden? „Eigenlijk helemaal niet. Zoveel mensen wisten er van. In het circuit waarin ik mij bewoog, was het helemaal geen geheim.”
U zegt: iedereen wist ervan? „Iemand moet het vuile werk opknappen.
Ze hadden mij allemaal nodig. De sporters, de trainers, hun managers.
De sponsoren, die wilden dat hun atleten presteerden. En de politici, zodat zij weer een sporter op de schouder konden kloppen. Iedereen vond het prima zo. Tot iemand werd gepakt. Toen had de sporter het gedaan. En mensen zoals dokter Fuentes en ik. Wij waren de slechteriken.”
U heeft al verteld dat u met Rasmussen werkte in zijn Rabotijd.Zaten andere Raborenners bij u? „Er zullen er nog wel een paar geweest zijn, ja.”
Wie dan? „Een is er al uit de kast gekomen: Thomas Dekker. Nu hij openlijk gezegd heeft dat hij doping heeft gebruikt,kan ik hem geen pijn meer doen. Thomas was ook bij mij. Maar ik wil geen sporters verraden. Ik doe alleen een oproep aan de Raborenners die klant bij mij waren. Ze moeten nu eindelijk eens zeggen: ik heb ook gedoped. Ze moeten eerlijk zijn tegenover zichzelf.”
U bedoelt Michael Boogerd? „Dat is úw interpretatie. Ik zeg geen ja of nee.”
Er was ook nog een Rus. „Heb ik ook gehoord, maar dat was voor mijn tijd. Dus is het niet aan mij te zeggen dat [oud-Raborenner] Denis Mensjov klant was van Humanplasma. Ik heb het alleen gehoord.”
En hoe zit het met de leidinggevenden van Rabobank? „In de Tour van 2005 heb ik de ploegarts van Rabobank, Geert Leinders,een bloedzak gebracht. Mijn eerste Tour, een groot avontuur. Het was in de buurt van Grenoble, in de bergen. Aan het begin van de avond moest ik naar het hotel van Rabobank. Ik heb Leinders gebeld, en toen kwam hij naar buiten. Ik had twee bloedzakken bij me, hij wilde er maar één hebben. De andere renner was ziek, zei Leinders. Hij heeft me het volle bedrag betaald: 1.000 euro. Leinders wist toen nog niet wie ik was. Voor hem was ik een kleine koerier.”
Was het spannend? „Natuurlijk! Het gaf een kick. Ik ben zelf sporter geweest, ik weet hoe het voelt om een grote wedstrijd te winnen. Maar dat was op nationaal niveau. En dan wint een van jouw sporters een Touretappe, en jij bent er bij. Je weet hoe het zal gaan: donderdag bloedzak. Vrijdag, vlakke etappe. Zaterdag: koninginnerit in de bergen. En jij weet wie gaat winnen.”
U heeft rekeningen verstuurd aan de sporters die u doping verkocht.
Belangrijk bewijs voor de politie. Waarom deed u dat? „Ik woon in een land waar eerlijke burgers belasting betalen. Als ik geld verdien, schrijf ik facturen en betaal ik belasting. Om een pensioen te hebben, verzekerd te zijn. En m’n bijdrage te leveren aan de maatschappij.”
Boogerd heeft toegegeven rekeningen van u te hebben ontvangen en die te hebben betaald. Hij zegt dat het om vitaminen ging. „Misschien moet u het Michael nog eens vragen. Erwaren waarschijnlijk veel rekeningen. En ik denk dat je daar héél veel vitaminen voor kunt kopen.”
Er wordt vaak gezegd dat het wielrennen inmiddels veel schoner is. Gelooft u dat ook? „Ik weet zeker dat het niet zo is. Ik heb nog contacten in de wielerwereld. Een voormalig teamarts vertelde mij laatst dat er tegenwoordig al in de jeugd zwaar wordt gedoped. Met nieuwe middelen: Aicar, GW-1516. Gelukkig ben ik daar niet meer
bij betrokken. Voor die rotzooi zou ik niet verantwoordelijk willen zijn.”
Kijkt u nog wel naar sport? „Ja, natuurlijk. Niet zo vaak, maar ik
ben een grote voetbalfan. En ik vraag me echt niet af wat voor middelen er worden gebruikt. Als ik naar een film kijk, en ik zie een zeventig jaar oude Harrison Ford met dikke aderen op zijn biceps, vraag ik me ook niet af of dat natuurlijk is. Film is entertainment. Net als topsport.”
Moet doping dan maar helemaal worden vrijgegeven? „Zeker niet. Welk voorbeeld geven we onze kinderen dan? Maar profsport is wat anders dan amateursport.Bij een atleet die heel zwaar traint, daalt de testosteronspiegel tot onder zijn normale niveau. De sporter wordt veel sneller ziek. Dat is ook niet gezond. Waarom zouden sporters niet een klein beetje testosteron mogen nemen, alsof ze ziek zijn? Aan de andere kant: als je testosteron mag aanvullen, begeef je je op een hellend vlak. Er zijn altijd mensen die wat meer nemen om zichzelf een voordeel te verschaffen. Moeilijk.”
Sommige sporters beschikken over middelen waarvan anderen wellicht nooit hebben gehoord. „Een mythe. De topsportwereld is als een huis. Buiten staan de journalisten, en het publiek. Zij weten niet wat in het huis gebeurt. Binnen zitten insiders: sporters, managers, trainers. Iedereen praat met elkaar: roeiers met hardlopers, worstelaars met boksers. Zomer- met wintersporters. Voortdurende technologieoverdracht, op grote schaal.” Dus grote dopingverschillen bestaan niet. „Er zijn altijd verschuivingen, maar zo’n voordeel verdwijnt snel. Het is vooral oneerlijk voor de volgende generatie, de jonge sporters. Die worden gedwongen hetzelfde te doen. Anders halen ze het niveau niet.”
Volgens het Amerikaanse antidopingbureau Usada runde Lance Armstrong het ‘meest geavanceerde dopingprogramma ooit’. „Onzin. Alle andere wielerteams hebben precies zo gewerkt. Armstrong had dezelfde doping als de rest. En hij had ook gewonnen als niemand doping had gebruikt.”
Veelers zijn gister ook, net als Matschiner hier, dat er in het huidige peloton nog volop wordt gebruikt.