Nee het is geen 0,5t, het is officieel t1/2, het is een waarde, het is de halveringstijd van een bepaald isotoop.quote:Op donderdag 5 november 2009 12:31 schreef Iblis het volgende:
Het toverwoord is logartime, maar voordat ik het voor je uitwerk moet ik eerst even weten hoe die exponent in elkaar zit, bij de eerste heb je (t/t0,5) wat denk ik is: (t/(0,5t)), maar ja, dat is weer gewoon gelijk aan 2. En bij die tweede komt er opeens 20 te staan? Dat snap ik ook niet helemaal.
Ik volg het wel, heel duidelijk, maar dit is niet precies wat ik zoek. De vraag is namelijk niet namens mij zelf maar namens iemand die weinig van logaritme snapt. Voor mij is het weer opgeheldert maar als ik log helemaal moet gaan uitleggen ben ik weer 2 maanden verder ofzo. Ik meen me te herinneren dat de formule zo om te zetten was dat logaritme niet nodig was, kan dat? Anders ga ik wel even in mn archieven kijken.quote:Op donderdag 5 november 2009 12:54 schreef Iblis het volgende:
Ik snap ’m, nou, in dit dit laatste geval wil je dus uitrekenen wat t1/2 is. Ik zal het eerst gewoon uitrekenen:
[ afbeelding ]
Dit is gelijk aan:
[ afbeelding ]
Neem links en rechts een logaritme:
[ afbeelding ]
Die log2 en de 2-macht heffen elkaar op in feite:
[ afbeelding ]
Wat links staat kun je numeriek uitrekenen, het is hetzelfde als log(1/100)/log(2) (immers: loga x = logb x / logb a), en dat is ≈ -6,643, dus dat vullen we in:
[ afbeelding ]
En daar komt uit:
t1/2 = -20/-6,643 ≈ 3,01.
Kun je het ook ‘handiger’ doen, ja en nee. Je kunt een inschatting maken, namelijk (1/2)2 = 1/4, (1/2)3 = 1/8, (1/2)6 = 1/64, (1/2)7 = 1/128, dus die exponent zal wel ergens tussen 6 en 7 moeten liggen, maar dat is weinig precies.
Ik hoop dat je het een beetje volgt.
Als je twee maanden nodig hebt om iemand het principe van logaritmen uit te leggen dan word je nooit een goede docent ... Niet dat ik wil suggereren dat dat daar je ambities zouden liggen, maar mijn ervaring is dat je dingen beter uit kunt leggen naarmate je er zelf meer inzicht in hebt, dus dat voorspelt niet veel goeds voor wat betreft je eigen inzicht. Ik denk - net als Iblis - dat je je vergist wat dat 'trucje' betreft. Alleen in eenvoudige gevallen kun je je vergelijking omwerken zodanig dat je links en rechts exponenten krijgt van eenzelfde grondtal, waarna je de exponenten aan elkaar gelijk kunt stellen. Maar als je dat vermeende trucje nog boven water kunt krijgen, laat het hier dan maar eens zien. Ik ben benieuwd ...quote:Op donderdag 5 november 2009 13:04 schreef appelsjap het volgende:
[..]
Ik volg het wel, heel duidelijk, maar dit is niet precies wat ik zoek. De vraag is namelijk niet namens mij zelf maar namens iemand die weinig van logaritmen snapt. Voor mij is het weer opgehelderd maar als ik log helemaal moet gaan uitleggen ben ik weer 2 maanden verder ofzo. Ik meen me te herinneren dat de formule zo om te zetten was dat logaritme niet nodig was, kan dat? Anders ga ik wel even in m'n archieven kijken.
We zoeken 30 + 31 + 32 + ... + 49. Dit is 20*(30+49)/2 = 790.quote:Op vrijdag 6 november 2009 16:18 schreef EmileVanDoorne het volgende:
Ik heb een vraagje in verband met wiskunde :
In een bioscoopzaal zijn er 20 rijen stoelen. Op de eerste rij zijn er 30 zitjes en elke rij heeft één zijde
meer dan de rij ervoor. Hoeveel stoelen zijn er in deze zaal?
A. 790 B. 800 C. 810 D. 820 E. 830
ik heb dit ook al berekend en ik kom altijd 790 uit ...
toch blijkt dit volgens mijn leerkracht niet de juiste oplossing te zijn ...
!!! HELP !!!
wie kan beter ????????????
thanks
Emile
Je redenering is juist inderdaad. Je kunt ze formeel maken, en dan moet je bewijzen: A ⊆ B, dit betekent a ∈ A ⇒ a ∈ B. Dan kijk je ‘wat betekent a ∈ A’, en ‘wat betekent b ∈ B’. Je zegt het zelf al, voor het eerste geldt dat als een getal een 21-voud is, dat het dan in A zit, voor het tweede geldt dat een het een 3-voud moet zijn. Omdat elk 21-voud ook een 3-voud is, zal gelden dat a ∈ A ⇒ a ∈ B.quote:Op zaterdag 7 november 2009 10:06 schreef Dzy het volgende:
Horen hier ook Logica vragen? We zijn net begonnen met Verzamelingenleer en Logica maar ik vind het best wel lastig. Dingen als verzamelingenalgebra lukken wel maar het bewijzen van dingen vind ik erg lastig. Bijvoorbeeld de volgende opgave:
Laat zien dat A in B zit. A heeft alle 21-vouden, B alle 3-vouden. Omdat natuurlijk alle 21-vouden ook 3-vouden zijn klopt dit wel maar hoe ik dit echt moet bewijzen snap ik niet goed, hoe moet je zoiets aanpakken? Uit ons dictaat wordt ik ook niet echt wijzer.
Kan het niet goed opschrijven aangezien ik nog geen LaTeX kan, sorry!
Bij 3 elementen is dit de mooiste methode. Bij meer is het probleem ook anders en kun je een andere methode gebruiken.quote:Op zaterdag 7 november 2009 15:01 schreef Dzy het volgende:
Maar dit moet ook mooier kunnen, nu zijn het toevallig maar drie elementen in A met meer of oneindig kan dit niet zo natuurlijk..
Van a en b weet je dat ze reëel zijn (toch?).quote:Op zondag 8 november 2009 15:46 schreef Hanneke12345 het volgende:
Vanaf hier kom ik niet echt meer verder. c12+c22 is natuurlijk reëel, maar kan ik dan gelijk concluderen dat l ook reëel moet zijn?
Wat GlowMouse zegt klopt in feite, maar om nog iets meer te zeggen: bedenk dat je hier een derdegraads polynoom te pakken hebt, die heeft simpelweg hooguit drie (reële) oplossingen.quote:Op zaterdag 7 november 2009 15:01 schreef Dzy het volgende:
Ik moet het dus inderdaad formaliseren, maar ik vind dit al behoorlijk lastig te volgen, laat staan hier zelf op te komen. Ik ga nog even met deze som stoeien. De volgende som heb ik zelf opgelost maar ik denk dat het wel mooier kan:
A:= {1,2,3}
B := ( x ∈ |R : x3 - 6x2 + 11x - 6 = 0}
Bewijs of weerleg de inclusie A ⊆ B.
Ik ben nu gewoon de drie mogelijkheden langsgegaan, op de volgende manier:
1 ∈ B want (1-6+1-6=0)
2 ∈ B want (8-24+22-6=0)
3 ∈ B want (27-54+33-6=0)
Dus ∀x : x ∈ A ⇒ x∈ B
Maar dit moet ook mooier kunnen, nu zijn het toevallig maar drie elementen in A met meer of oneindig kan dit niet zo natuurlijk..
Schrijf om: l² - (a+b)l +ab - c'c' = 0 (jij had 2ab)quote:Op zondag 8 november 2009 15:46 schreef Hanneke12345 het volgende:
De matrix [ afbeelding ] moet ik van bewijzen dat 'ie alleen reële eigenwaardes heeft.
c is een complex getal 'c' (de c met streepje erop wat me teveel werk is ;p) de complex geconjugeerde van c.
Voor eigenwaarde l moet (a-l)(b-l) gelijk zijn aan c'c'
Als c = c1+c2i dan c'c'=c12+c22
(a-l)(b-l)=c'c'
Ok ja dat was een beetje een domme opmerking in dit geval. Ik vind het in ieder geval erg lastig die bewijzen te formaliseren. Ik zal hier binnenkort nog wel vaker komen met vragen. Hartstikke bedankt in ieder geval!quote:Op zondag 8 november 2009 17:14 schreef Iblis het volgende:
[..]
Wat GlowMouse zegt klopt in feite, maar om nog iets meer te zeggen: bedenk dat je hier een derdegraads polynoom te pakken hebt, die heeft simpelweg hooguit drie (reële) oplossingen.
Bij een verzameling met vier of meer elementen weet je dus sowieso dat deze geen deelverzameling kan zijn. Dus dat probleem ‘met oneindig veel elementen’ bestaat niet voor zo’n polynoom.
En nu is wat jij doet het simpelst.
Nee, daar doelde ik niet op. Conjugatie is het uitvoeren van een operatie A -> SAS-1.quote:Op zondag 8 november 2009 23:00 schreef GlowMouse het volgende:
a+bi is de geconjugeerde van a-bi en vice versa
voor een vector of matrix is de geconjugeerde elementsgewijs gedefinieerd
kijk naar log(Y)quote:Op maandag 9 november 2009 00:54 schreef sitting_elfling het volgende:
Kan iemand me hier helpen met een opstapje? Heb een vaag idee waar ik ong. moet uitkomen in de stappen die ik moet doen, maar weet absoluut niet hoe ik moet beginnen. Hoe turn ik het zo om dat het berekend kan worden door de LSR?
[ afbeelding ]
Nee, zo werkt dat niet. Het idee is dat je u(x) en v(x) kan schrijven als lineaire combinatie van f(x) en g(x).quote:Op maandag 9 november 2009 00:17 schreef Hanneke12345 het volgende:
Ah, shit, ja. Maar meot ik wel werken met het karakteristieke polynoom van V (= -(5+i)l+l^2, dus V-1=l-(5+i))? Dus dan is v(t)=g(t)-5-i?
(ik twijfel overigens over m'n - bij 5+i, maar dat is bijzaak)
Ah bedankt. Ik wilde alleen die eerste stap hier weten, voor de rest lukt het me wel.quote:Op maandag 9 november 2009 14:42 schreef Iblis het volgende:
Kritieke punten bepaal je aan de hand van de afgeleide. En jouw functie definitie is gelijk aan:
[ afbeelding ]
Kortom, het gaat alleen om die term tussen absoluutstrepen. Maar dan moet je volgens mij nog de afgeleide bepalen…
| Forum Opties | |
|---|---|
| Forumhop: | |
| Hop naar: | |