Leuke dingen die niet mogen
Geplaatst: 04 juli 2009 06:30, laatste wijziging: 03 juli 2009 19:55
door Maarten Vermeulen
| foto Rufus de Vries
Er zijn mensen die hem niet kunnen uitstaan. Mart Smeets weet het. Als je erover begint, valt hij je in de rede: ,,Ik heb altijd iets opgeroepen bij mensen. Of ze vinden mij een aardige vent of ze vinden mij een hopeloze vent. Klaar.''
Hoe komt het dat hij altijd een reactie oproept? Geen idee, zegt hij al even snel. Hij raakt blijkbaar een snaar. ,,En als die een valse toon voortbrengt, gaat het mis. Ik weet dat ik bij de helft van de bevolking persona non grata ben. En daar kan ik heel makkelijk mee leven.''
Mart Smeets (62) lijkt ineens een beetje oud en kwetsbaar, als hij verschijnt boven het bolle wegdek van de witte ophaalbrug over de Binnen Spaarne. Hij is niet de gevulde verschijning van tv, steevast in colbert met pochet en omhooggerichte kraag, maar hij sloft een beetje op zijn schoenen, zonder sokken (,,Draag ik nooit in de zomer''). Het cafeetje waar hij afgesproken had, blijkt juist die dag gesloten. ,,Misschien is ze ziek'', mompelt hij, wat verraadt dat hij er vaker komt. Misschien is het wel zijn plek voor interviews, want thuis spreekt hij nooit af met collega-journalisten. Nu zit er niets anders op, besluit hij kort en krachtig. Dat lijkt een eigenschap die snel komt bovendrijven: lang nadenken doet hij niet. Alsof hij weet wat goed is. En wat is daar mis mee? ,,Ik ben wie ik ben, ik schrijf wat ik schrijf en ik denk niet wat anderen denken. Waarom zou ik het anders doen? Dan moet ik dus niet mezelf zijn.''
Wielrennen is een katholieke sport, ik sta daar als zure calvinist. Zo omschreef Smeets zijn positie in de gekte die Tourkaravaan heet. Vandaag gaat de Ronde van Frankrijk, zoals hij de wedstrijd nadrukkelijk aanduidt, van start. En hij is erbij, als presentator van het praatprogramma De Avondetappe . Het wordt zijn 37e keer. ,,Het liefst zit ik 's middags tijdens de etappe over fietsen te kletsen, zoals vroeger. Maar mijn bazen hebben anders besloten. Daar heb ik wel eens iets over gezegd, waarom zou ik dat nu weer doen? Dan kom ik weer op het vlak van collega's...''
Het was niet de bedoeling het daarover te hebben.
,,Nee, daar wil ík het niet over hebben.''
'De Avondetappe' is toch een groot succes?
,,Het is walgelijk succesvol! Het is ook het enige programma dat echt gemaakt wordt rond die tijd, de rest is allemaal ingeblikte onzin. Ik speel een lieve, oude oom die 's avonds nog een beetje over wielrennen komt vertellen. Maar het middagcommentaar, tijdens de wedstrijd, daar gaat het over in de Tour.''
In andere interviews die u gegeven hebt, spreekt een zekere verongelijktheid uit uw opmerkingen over collega's, chefs en 'bazen'. Waar komt die vandaan?
,,Als die er is, komt het door non-communicatie. Er worden in mijn vak te weinig dingen uitgesproken. Ik constateer dat, ik zeg het niet als kritiek. Ik heb ermee leren leven, het is zoals het is. Maar als ik mij ergens tegen afzet, is het daartegen. Je moet zeggen wat je vindt. Zeg het, open het! Ik werk in een communicatiefabriek, maar daar zijn we zelf heel slecht in.''
Doet u daar zelf aan mee?
,,Je kunt het toch niet in je eentje oplossen.''
Je zou zeggen: gooi de boel zelf een keer open.
,,Dat heb ik een paar keer gedaan, op buitengewoon stomme wijze. Vijfentwintig jaar geleden werd ik ontslagen omdat ik in een interview met Ischa Meijer kritiek uitte op de bazen van de NOS. Dat was stom, dat had ik nooit zo moeten doen. Hoewel ik weet dat ik gelijk had. Maar wat heb je aan dat gelijk? Ik ga niet meer schoppen, daar heb ik geen zin in. Ik ben tevreden. Binnen die tevredenheid zit natuurlijk een tikkende onvrede en soms komt daar wel eens wat uit voort.''
Hou je een beetje aan de regels, dan kom je er wel
Smeets' moeder stamt uit een 'fel rood nest', dat teruggaat tot de Oostenrijkse dokter-schrijver Arthur Schnitzler. S-c-h-n-i-t-z-l-e-r, spelt Smeets hardop, iets wat hij het hele interview stug blijft volhouden als hij een naam noemt. Zijn vader was nakomeling van een Limburgs schoenmakersgezin - ooit katholiek - dat naar Scheveningen verhuisde omdat de markt daar beter was. Geloof speelde bij Smeets thuis geen enkele rol. Hij is de uitkomst van een liberale vader en een rode moeder, zegt hij. Twee bloedgroepen die af en toe haaks op elkaar staan, ook in zijn eigen leven. ,,Maar ik ben wel opgevoed met het idee dat mensen van elk geloof altijd welkom zijn. En dat houden wij hoog, ook hier in huis. Als er gasten zijn, houden we stilte aan tafel. Uit respect voor de overtuiging. Ik heb ook respect voor hardcore moslims. Met wat moeite, maar ik heb er respect voor. Bij christenen is het makkelijker, daar zijn de scherpe randjes eraf na al die eeuwen strijd. Ik houd niet van een geloofsovertuiging die je met de dood van een ander betaalt.''
Smeets is geen open boek. Vriendelijk, voorkomend, altijd bereid om vragen te beantwoorden, maar momenten dat er iets schittert dat niet door de wol is geverfd, zijn schaars. Het is zoals hij zijn huis beschermt: daar mogen geen buitenstaanders komen. Hij vertelt over periodes in zijn leven dat 'het glas halfleeg' was, maar glipt snel weer naar het nu, op de bank. ,,Welke periodes dat waren... eh... toen zat ik niet goed in mijn vel. Laat ik het maar zeggen zoals ik er nu tegenover sta: je moet het zelf maken. Je krijgt in dit land alle mogelijkheden om dat te doen. Hou je een beetje aan de regels, dan kom je er wel.''
Dan zegt hij iets geks. ,,Sporten alleen is niet zaligmakend.''
Waarom niet?
,,Mijn zoon is honkbalprof. Ik twijfel of het goed is wat hij doet, want hij zet alles in op sport. Dat proces heb ik gezien, dat heb ik goed gevonden tot de Olympische Spelen in Peking, waar hij op eigen kracht een plek veroverde. Maar sindsdien heeft hij nog geen baan. Zijn vrouw is professioneel hockeyspeler. Ik zit met die twee aan tafel en het is niks anders dan sport, sport, sport. Dan zeg ik: jongens, let op, de maatschappij is hard, rot en meedogenloos. Die heeft helemaal geen boodschap aan mensen die hun fysieke hoogtijdagen aan de sport hebben gegeven.''
Is dat uw belangrijkste boodschap in de opvoeding, dat de wereld een slechte plaats is?
,,Ja, naast wat andere dingen. De wereld is zo, ik heb het meegemaakt. Ik sta met mijn platte poten in de werkelijkheid en ik zie wat er gebeurt, ik zie wat je moet doen om goed te kunnen leven. Ik wil ze behoeden voor valkuilen. Na tien jaar topsport - en niets dan lof daarvoor, dat hebben ze fantastisch gedaan - komt er een wereld die vol zit met rottigheid.''
Hoe ging het bij u, toen u nog basketbalde?
,,Ik stierf van de interesses. Ik las me helemaal gek, ik luisterde altijd naar muziek. Er was zoveel meer dan basketbal! Ik was geboeid door wat er om mij heen gebeurde. Als ik volledig voor de sport was gegaan, was ik wel beter geweest. En als mijn lichaam heel was gebleven natuurlijk.''
Hebt u genoeg tijd gestoken in uw kinderen?
,,Ik heb in mijn hele leven mijn werk voor laten gaan. Dat is nu anders. Ik wil een goede vader zijn.''
Ik doe heel gewone dingen, dat is prettig
Dat lichaam. Als hij in de lage, brede plofbank neerzijgt, komt hij moeilijk weer overeind. Niet omdat hij zo nu en dan bijna aanligt, maar vanwege slechte heupen. Wat je ziet, dat is het, zegt hij, alsof het een geuzenkreet is. Maar hij is keihard. ,,Ik ben te groot, te zwaar, te grijs, te kaal, noem het allemaal maar op. Het is vreselijk wat je ziet. Ik ben het levende bewijs dat een mens lelijk oud wordt.''
Is dat valse bescheidenheid?
,,Nee. Ik pas niet in het schoonheidsideaal. Ineens vielen mijn haren uit, toen kwam er een bedrijf dat doet in laserbehandelingen tegen kaalheid: 'Meneer Smeets, als wij u behandelen, dan mogen we uw naam vast wel gebruiken en krijgt u korting'. Niet dus. Ik word kaal zoals ik kaal word. Begrijp me goed, ik ben echt niet gek op mijn lijf. Daar zou ik een heleboel aan kunnen doen, maar dan moet ik een heleboel dingen niet doen. Ik moet denken aan een uitspraak van iemand die jij niet kent, Tommy Lasorda, l-a-s-o-r-d-a, een beroemde honkbalcoach in Amerika. 'Als ik overlijd, wil ik ook echt ziek zijn', zei hij. Daar zit wel wat in. Stel je voor dat je jezelf alles onthoudt - een lekker glas wijn, een goede maaltijd, een reis naar weet ik veel waar, een chocolaatje bij de koffie - omdat iemand heeft geroepen dat het niet gezond is. Dan is het leven toch niet leuk? Het leven is toch leuk omdat we allemaal van die heel kleine dingetjes doen die eigenlijk niet mogen? Tenminste, voor mij wel. Dat is mijn manier van genieten.''
Dat zijn wel heel kortstondige momenten van geluk. Is er iets dat langer duurt?
,,Zag je net die vrouw die hier als een soort patrones door het huis liep? Dat ik met haar leef, daar ben ik heel blij mee. En dat ik het met mijn kinderen heel goed kan vinden, dat we vrienden hebben met wie we leuke dingen doen. Uit eten, naar het theater, een concert, de nieuwe cd van Leonard Cohen kopen, een mooi boek. Ik doe heel gewone dingen, dat is prettig.''
Daar komen geen grote gedachten aan te pas?
,,Er zit bij mij niets verhevens in het leven. Je wordt rijper als je ouder wordt. Rijp. Dat is een gek woord. Bij een rijpe vrucht denk ik altijd: die is net niet lekker meer. Maar een rijpe, oude man, daar hoor ik altijd meisjes over praten, dat ze dat graag willen. Ik weet niet wat dat is.''
Het lijkt in uw geval vooral gericht op persoonlijk comfort, op genieten...
,,Ik begrijp wat je wilt zeggen: met de kans dat je uitglijdt en alleen maar een volger van het consumptiebestaan wordt. De vraag is of er geen geestelijke waarden zijn. Nou... dat staat boven 'gewoon' geloof, ik denk het liberale gedachtegoed. Dat je kunt doen wat je wilt, kunt zeggen wat je wilt, zonder dat je anderen krenkt of kwetst. Als je binnen die vrijheid kunt leven, is dat een soort geloof. Maar als ik zou moeten bidden, weet ik niet hoe dat gaat. Tot wie moet ik mij richten? Ik weet niet waar dat zit.''
Hebt u het wel eens geprobeerd?
,,Toen mijn zoon nog heel jong was, moest hij met spoed geopereerd worden. Ik had contact met een Amerikaanse kennis, een gelovige katholiek. Hij vroeg: zal ik voor hem bidden? Als hij denkt dat het helpt, moet hij dat doen. Maar ik heb zelf nooit gebeden. Als mensen in nood zijn, roepen ze om hun moeder of om God. Mijn moeder heb ik gekend, van God weet ik niet eens of Hij bestaat.''
Als ze echt gaan schelden, scheld ik terug
Smeets werkt hard. Maar dat mag je niet zeggen, want dan wordt hij quasiboos. Een keer laat hij zich ontglippen dat hij zich 'de tandjes' werkt, daarna volgen alleen nog ontkenningen. ,,Het lijkt veel omdat het allemaal in de publiciteit komt.''
Dat is zo. Smeets is niet alleen presentator bij Studio Sport, samen met vriend en muziekkenner Leo Blokhuis maakt hij ook het radioprogramma For the Record. Hij schrijft vier tot vijf columns per week in allerhande kranten en tijdschriften en doet wat in het schnabbelcircuit. In de tijd die over is, schreef hij tot nu toe 43 boeken. Zijn vader kreeg zeven dagen na zijn pensionering zijn eerste hartaanval, maar dat schrikt hem niet af. ,,Daar hebben we hem ernstig mee gecomplimenteerd. Ik zei: goed gedaan, pa, je weet in elk geval waarvan het komt.''
Ook in zijn zo beschermde woonkamer sijpelt werk door. Op een dressoir liggen tientallen cd's, een laptopscherm licht op van een met papieren overladen bureau. Boven op een enorme kast in de keuken staat de complete verzameling delftsblauwe grachtenhuisjes die KLM aanbiedt aan business-classpassagiers. ,,Van mijn vrouw.''
Heel hard werken kan een manier zijn om iets te ontvluchten.
,,Dat is zo. Ik heb een heel vervelende scheiding achter de rug. Dat is het scharniermoment in mijn leven geweest. In die tijd ben ik extreem hard gaan werken, als reactie. De scheiding zag ik lang van tevoren aankomen en de nasleep was lang en vervelend. Het was verschrikkelijk om mee te maken. Ik durf nu tegen mensen te zeggen: als het kan, moet je niet uit elkaar gaan. Bij mij werd het onvermijdelijk omdat ik de problemen niet bespreekbaar maakte. Daarin heb ik gefaald.''
Nooit gedacht: ik schrijf niet vijf stukjes, maar werk net zo lang aan een verhaal totdat het precies is wat het moet zijn?
,,Maar dat is nu ook al zo! Niet altijd natuurlijk, maar ik heb de gave om heel snel dingen te doen. In mijn hoofd is het nooit stil. Zodra ik 's ochtends wakker word, begin ik te denken. Het is een soort film aan de binnenkant van mijn hersens, dan hoef ik alleen maar te gaan zitten en ik tik het er zo uit. Ik schrijf gemiddeld, maar dat is goed genoeg voor mensen om mij te blijven lezen. Of zich te ergeren, dat vind ik prima. Maar mensen moeten het mij niet kwalijk nemen dat ik een mening heb. En ze moeten niet gaan schelden.''
Wordt u uitgescholden?
,,Schelden is het makkelijkste dat er is. Ik krijg belachelijke haatbrieven, maar ze zijn fantastisch om te lezen: 22 taalfouten en zeventien stijlfouten. Op straat praat ook iedereen tegen me. Dat maakt me niks uit, ik blijf aardig. Maar als ze echt gaan schelden - vuile Jood, homo, je krijgt van alles naar je hoofd - scheld ik terug. Knoerthard, daarmee verbaas je ze en is het moment weg.''
Het is niet uw mening waarover mensen vallen, maar meer de manier waarop die gebracht wordt, uw persoon.
,,Ik ben groot, zwaar, ijdel, zeg de dingen met enig aplomb, noem het allemaal maar op. En ik ben beter gekleed dan de gemiddelde Nederlander, hoewel daar niets voor nodig is. Dus ja, dat is wel zo.''
Schept u daarin ook niet enig behagen?
,,Jaaa. Plagen is enig! Of nee, het is pesten. Hoe moet ik het uitleggen? Prikken, dat is nog beter. Ik zeg wel eens dingen, ook voor televisie, waarvan ik voel dat ik te ver ga. Dan voel ik het hier in mijn nek. Ik weet dan dat veel kijkers naar voren schuiven in hun stoel en denken: wat zegt hij nu weer?''
Waarom doet u dat?
,,Omdat ik een verbeteraar ben. Ik geef graag mijn mening. Als je lang op een bepaalde positie zit, word je beschouwd als iemand die de dingen helder uiteen kan zetten. Daar voel ik me niet onprettig bij. Ik wil mijzelf niet op de borst slaan, maar mijn mening is over het algemeen een gefundeerde, niet ver van de waarheid afstaande gedachtevorming. Ik kan vrij nuchter nadenken.''
Er is nog een rekening te vereffenen
Smeets behoort tot het nationale erfgoed van de publieke omroep en daar geniet hij van. ,,Er zijn mensen die mij al dertig jaar meemaken.'' Omdat hij bij iedereen in de huiskamer komt, mogen mensen in de zomer best bij hem naar het toilet, beneden in de hal, als ze met hun boot voor de deur liggen aangemeerd. ,,Plassen mag, poepen niet!'', roept Smeets dan. En in de zomer, als hij de ramen open heeft, kan hij de gids in de rondvaartboot horen zeggen 'hier woont de bekende presentator Mart Smeets'. Hij lacht erom. ,,Ik zal je een fantastisch verhaal vertellen. Fántástísch! Ik zit in Vancouver in een Ierse pub, stapt er een vent op mij af die zegt: 'Ik ben twintig jaar geleden hiernaartoe verhuisd, maar ik weet nog dat ik elke zondag naar jou moest kijken. Stil, zeiden mijn ouders, nu komt Mart Smeets. En nu sta jij hier in mijn kroeg!' En toen hebben we elkaar staan huggen. Het stelt niks voor, ik weet het, maar ik had zo'n prettig gevoel! En dat heb ik overal op de wereld. Dat heb je dus voor mensen betekend.''
Over iets betekenen voor mensen gesproken: op de dag dat de Tour de France begint, verwacht uw dochter haar eerste kind. Gaat u er meteen naartoe als het geboren is?
,,Ze heeft gezegd dat ze het mij niet kwalijk neemt als ik niet kom. 'Je neemt hoe dan ook geen privévliegtuig', zei ze. En wat maakt het uit? Of ik het kind nou zie na vijf dagen of vijftien. Dat weet zij ook. Maar voor haar lijkt het me prettig dat ik even langskom in het ziekenhuis en zeg dat ze een mooi kind heeft gekregen. Er is een puur morele achtergrond, in die zin dat er nog een rekening te vereffenen is. Ik kan natuurlijk bellen, maar dat kan iedereen. Die extra inspanning is wel zo leuk. De ouderlijke taken die ik nog heb, wil ik zo goed mogelijk uitvoeren. Zes uur weg uit Frankrijk, halfnegen op Schiphol, tien uur in het ziekenhuis en halfelf terug naar Schiphol, dan kun je om vier uur weer in Frankrijk zijn, toch?''
De Tour de France belooft dit jaar een soort dopingjacht te worden. Hebt u er zin in?
,,Ik erger mij enorm aan berichtgeving over al dan niet positief geteste wielrenners. Wij journalisten weten het gewoon niet. Denk je dat een wielrenner tegen mij zegt: ik heb een geweldig middel, daarmee vlieg ik de bergen over? Nee, natuurlijk niet! Dat zegt hij niet eens tegen zijn eigen vrouw. We moeten leren accepteren dat er in topsport - dus niet alleen bij het wielrennen - gebruikt wordt. Verwerp het, maar accepteer dat de mens zwak is. Wij belazeren de boel. Niet alleen in de sport, kijk maar wat er is gebeurd in de bankwereld. C'est la vie.''
Ridder
Jan Martinus Smeets werd geboren in Arnhem op 11 januari 1947. Sinds 1973 werkt hij voor Studio Sport en in 2004 werd hij Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Hij is getrouwd met Karen Mulder (niet het fotomodel, zoals de gids op de rondvaartboot af en toe zegt) en heeft een zoon en dochter uit een eerder huwelijk. Momenteel woont hij in Haarlem. Vorige maand verscheen zijn jongste boek Het laatste geel , over de Tour de France van 1989.
Mart Smeets :"In alle drukte heb ik rust."