Etappe 2: Jesolo - Triest (156km)De eerste rit in lijn brengt het peloton van de badplaats Jesolo naar Trieste. De 156 kilometer lange rit biedt de sprinters een zeldzame kans om voor de dagzege te strijden, al zou de Giro de Giro niet zijn als er geen addertje onder het sprintgras zat: een heuveltje in de laatste kilometers zou de sprint kunnen ontregelen. Desondanks is roze trui drager Mark Cavendish de gedoodverfde favoriet om deze etappe te winnen.
De etappe start in Jesolo, een stadje met ongeveer 24.000 inwoners in de provincie Venezia. Het ligt 30km ten oosten van Venezia aan de rand van de lagune waar de Piave en Sile rivieren de Adriatische zee instromen. De stad is vooral bekend vanwege haar populaire badplaats Jesolo Lido.
Jesolo ontstond in de 15e eeuw als het weinigzeggende plaatsje Cavazuccherina en het zou tot 1928 duren voordat er iets noemenswaardig gebeurde. Venezia had geen ruimte meer om te groeien, terwijl er wel grote behoefte was aan groei van alle sectoren. Mestre en Marghera werden aangewezen voor huisvesting en industrie, het iets verder weg gelegen Cavazuccherina werd volledig onder de schop genomen om een moderne badplaats uit de grond te stampen. De naam werd veranderd naar Jesolo, een oude door de zee verzwolgen stad uit de gloriedagen van de Venetiaanse republiek. In een rap tempo groeide Jesolo uit tot één van de belangrijkste badplaatsen aan de Adriatische noordkust.
De stad trekt momenteel ongeveer zes miljoen bezoekers per jaar en op een topdag kunnen er zo'n 500.000 mensen verblijven op het 15km lange strand, niet alleen buitenlanders, maar ook gewoon veel renners uit de streek zoeken het strand graag op voor verkoeling. De plannen voor de nabije toekomst zijn eveneens zeer ambitieus, er worden een aantal hoge hoteltorens gebouwd terwijl in het achterland ruim opgezette villawijken en diverse faciliteiten worden aangelegd.
Het uitgerekte Jesolo LidoEr komen geen al te bekende Italianen uit Jesolo of het moet Alessio Scarpi zijn, reservedoelman van de voetbalclub Genoa in de Serie A. De wielrenners uit de streek moeten we in het ruim 10km noordelijker gelegen San Donā di Piave zoeken, hét wielerbolwerk van de provincie Venezia, zo heeft de Liquigas ploeg hier haar zetel en komen onder andere Dario Mariuzzo (ploegleider bij Liquigas) en bovenal Moreno Argentin hier vandaan. Argentin was in de jaren '80 en begin jaren '90 een absolute wereldtopper in eendagskoersen, op zijn rijk gevulde erelijst staan o.a. het WK van 1986, 4x Luik-Bastenaken-Luik (enkel Merckx deed beter), 3x de Waalse Pijl (gedeeld record), 2x het Italiaans kampioenschap, de Ronde van Vlaanderen en de Giro di Lombardia. Daarnaast won hij twee Tour-etappes en dertien ritten in de Giro die hij in 1984 als derde eindigde.
Moreno Argentin wint LBL in 1987, na een hectische slotfase, voor Stephen Roche en Claude CriquielionTrieste (Sloveens: Trst, Duits: Triest, Nederlands: Triëst) is de hoofdstad van de gelijknamige provincie (met 212km˛ de kleinste van Italië) en de regio Friuli-Venezia Giulia in het uiterste noordoosten van Italië. De stad heeft 208.000 inwoners, de provincie 236.000 en de regio telt 1.2 miljoen zielen. De drie andere provincies van de regio behoren tot de streek Friuli, met als hoofdsteden Udine (99.000 inw.), Pordenone (51.000 inw.) en Gorizia (36.000 inw.), de meerderheid van de regio spreekt Friulisch wat een sterk van het Italiaans afwijkende taal is, het is dan ook één van de vijf autonome regio's van Italië. De bekendste wielrenners uit de regio, die nog nooit een Girowinnaar voortbracht, zijn Franco Pellizotti en Enrico Gasparotto, zij zijn ook de enige twee in deze Giro.
Trieste heeft een geschiedenis gekenmerkt door haar ligging op het kruispunt van de Romaanse, Germaanse en Slavische wereld. De stad ligt ten noorden van het Sloveens/Kroatische schiereiland Istrië en wordt vrijwel volledig ingeklemd door de Adriatische zee en het Karst Plateau. Enkel een smalle landbrug van amper 2km breed verbind de stad met de rest van Italië.
Trieste werd in 51 voor Christus gesticht door Julius Ceasar onder de naam Tergeste (marktplaats). In 476 werd het opgenomen in het Byzantijnse Rijk en in 788 annexeerde keizer Karel de Grote het in zijn Frankische rijk, later Heilige Roomse Rijk. De stad werd in 1081 onafhankelijk, maar had moeite zich te handhaven door de zware concurrentie van de grote buur Venezia, na een verloren oorlog zocht het in 1382 bescherming bij het Hertogdom Oostenrijk. De stad was eeuwenlang de enige Oostenrijkse havenstad van betekenis en begon met name vanaf het begin van de 18e eeuw (Venezia was op haar retour) spectaculair te groeien, Oostenrijk bouwde talloze statige gebouwen en legde straten aan in de Weense stijl, aan deze periode dankt de stad dan ook haar bijnaam "Wenen aan Zee". In 1813 verloor het wel de autonome status, na drie keer veroverd te zijn geweest door Napoleon, werd het de hoofdstad van de Oostenrijkse provincie Küstenland. Het groeide uit tot de derde stad van Oostenrijk-Hongarije, achter Wenen en Budapest, ondanks de Oostenrijkse macht bleven de Italiaanse taal en verwante dialecten altijd dominant, ook was er een grote Slavische (Slovenen en Kroaten) minderheid terwijl de Oostenrijkse (Duitstalige) elite een veel kleinere groep vormde. In 1910 had Trieste bijna 230.000 inwoners, uit een volkstelling bleek dat 51.8% hiervan Italiaans sprak als eerste taal, 24.8% Sloveens en 5.2% Duits.
Castello di Miramare, kasteel uit 1860 van de Oostenrijkse aartshertog Maximiliaan van HabsburgIn 1915, tijdens de Eerste Wereldoorlog, werd bij het Pact van Londen bepald dat Italië zich zou aansluiten bij de geallieerden in ruil voor Trieste (en Trentino). Italië, dat al sinds haar onafhankelijkheid oorlogen voerde met Oostenrijk(-Hongarije) vanwege de irredentisme gedachte ("alle Italiaans sprekende gebieden naar Italië") ging er graag op in en veroverde de stad in 1918, de formele annexatie volgde in 1920 bij het verdrag van Rapollo. Door de opkomst van het fascisme radicaliseerde de Italiaanse bevolking, het kwam dan ook regelmatig tot geweld tussen Italianen en de andere etnische groeperingen, het dieptepunt werd in 1920 bereikt toen twee Italianen in Spalato werden doodgeschoten door Slavische politieagenten, een woedende Italiaanse menigte trok naar de Narodni Dom, het symbool van de Sloveense bevolking, en steken het in brand. De anti-Slavische sentimenten werden steeds sterker en als tegenreactie richtten Slovenen en Kroaten in 1924 de verzetsorganisatie/terreurgroep TIGR op die in de jaren '20 en '30 veel aanslagen pleegden in Trieste en omgeving. Andere Slaven emigreerden naar Joegoslavië.
In de tweede wereldoorlog capituleerde Italië in 1943, Trieste werd hierop door de voormalige bondgenoot Duitsland bezet. De Duitsers bouwden er het enige concentratiekamp op Italiaans grondgebied (Risiera di San Saba) waar 4.000 tot 5.000 mensen zijn vermoord, grotendeels Partizanen. Op 30 april 1945 verloren de Duitsers de controle, het volk kwam in opstand en een dag later trokken Partizanen vanuit Joegoslavië de stad binnen, een dag later volgden de Nieuw Zeelanders aan wie de Duitse troepen zich overgaven.
De communistische leider Tito van Joegoslavië eiste, gesteund door de Sovjet-Unie, grote Italiaanse gebiedsdelen op waaronder het schiereiland Istrië en Trieste. De stad bestond toen voor driekwart uit Italianen, het platteland was 90% Sloveens. In 1947 kwamen de geallieerden met een voorlopige oplossing in deze gevoelige kwestie, de Neutrale Vrije Zone Triëst (Territorio Libero di Trieste) werd gecreëerd, deze was weer verdeeld in een zone A (stad Trieste, onder bestuur van het Britse en Amerikaanse leger) en zone B (het westen van Istrië, onder bestuur van het Joegoslavische leger). Ruim 40.000 Italianen vluchtten van Zone B via Zone A naar Trieste of de rest van Italië terwijl ongeveer 14.000 Italianen achterbleven in Zone B. In 1954 kwamen Zone A en B definitief onder Italiaans en Joegoslavisch bestuur, waarmee de Vrije Zone feitelijk ophield te bestaan al werd deze formeel pas in 1977 opgeheven.
De havenstad heeft afgelopen eeuw veel van haar belang verloren, het achterland is immers Sloveens en wordt hoofdzakelijk door de Sloveense haven in Koper bediend. De stad bevolking had in de jaren '70 nog 270.00 inwoners, tot nog maar 208.000. Het waren voornamelijk Slovenen die emigreerden naar eigen land (nog maar 6% van de bevolking heeft een Sloveense achtergrond) en arme Italianen die hun heil elders in Europa zochten. De belangrijkste industrie in de stad zijn de scheepswerven, vooral marineschepen en cruiseschepen worden hier gebouwd, er wordt ook aardgas gewonnen en er ligt een marinebasis. De universiteit van de stad is in 1924 gesticht en heeft zo'n 23.000 studenten. De San Giusto kathedraal stamt uit 1320 en is samen met vele Oostenrijkse gebouwen de blikvanger in de stad, het belangrijkste plein is het Piazza Unitā d'Italia, grenzend aan de Adriatische Zee en het traditionele decor van de aankomsten in de Giro.
Piazza Unitā d'ItaliaBekende Triestini zijn componist Ferruccio Busoni, de beruchte Oostenrijkse nazileider Odilo Globocnik, voetballers Nereo Rocco (2x EC1 winnaar met AC Milan als trainer), Cesare Maldini (speler onder Rocco, zelf ook trainer van Milan, Italië en vader van Paolo) en Ferruccio Valcareggi (winnaar EK68 als bondscoach). De actieve speler Max Tonetto (linksback van AS Roma) komt ook uit Trieste.
De stad heeft twee voetbalclubs die ooit op hoog nivo speelden, bijzonder is dat zij dit in twee verschillende landen deden. US Triestina speelde 28 seizoenen in de Serie A, ze spelen in het Stadio Nereo Rocco, een modern stadion met een capaciteit van 32.000 man. De club speelt momenteel in de Serie B, waar het nog een theoretische kans op promotie maakt. De club degradeerde in 1947, maar mocht in de Serie A blijven omdat de regering het te belangrijk vond voor de Italianen in Trieste om een eigen club te behouden. Het seizoen hierop werd het tweede, het beste resultaat in de clubgeschiedenis. De kleinere club Ponziana speelde drie jaar in de hoogste afdeling van de Joegoslavische competitie, tegenwoordig speelt het in de onderste regionen van het Italiaanse voetbal. komt ook uit Trieste. Een ander belangrijk sportevenement in Trieste is de Barcolana, één van de grootste open zeilwedstrijden.
Trieste mocht al 20 keer de Giro verwelkomen, de eerste winnaar in Trieste was de legendarische Costante Girardengo in 1919, Sergey Gonchar won hier als laatste in 2004 in een tijdrit. De meest legendarische etappe naar Trieste werd in 1946 verreden, deze etappe werd geplaagd door incidenten met als dieptepunt een jongetje dat één of andere naar de renners gooide waardoor enkelen gewond raakten. Het peloton stapte bijna voltallig af en de rit werd gewonnen door Giordano Cottur, zelf afkomstig uit Trieste. De organisatie annuleerde de rit echter en alle afstappers die nog wilden/konden mochten de volgende dag weer verder gaan. Cottur zou toch vijf ritten winnen in de Giro en drie keer als derde eindigen in het eindklassement, een knappe prestatie in de tijd van Coppi, Bartali en Magni, hij is dan ook met afstand de beste wielrenner die Trieste ooit voortbracht.
De bekendste actieve renner uit de streek is de 27-jarige Sloveen Kristjan Fajt uit Koper. Hij werd vorig jaar nog knap zestiende op het WK in Varese en was in 2006 Sloveens kampioen tijdrijden, hij komt uit voor de Adria Mobil ploeg uit zijn eigen land.
![]()
![]()
De etappe wordt om 13:35 van start geschoten in Jesolo, na 44.8km passeert men de grens van Veneto en Friuli-Venezia Giulia bij het stadje Latisana (de geboorteplaats van Franco Pellizotti) en zo'n 50 kilometer later wordt de provincie Trieste binnengereden.
De finale wordt op een lokaal circuit in de stad verreden, deze is 11.1 kilometer lang en wordt drie keer afgelegd. In dit circuit is één heuveltje opgenomen, de Montebello (95m hoog, 2.1km aan 3.9% gem. en 7% max.) waarvan de tweede passage zal bepalen wie de derde etappe in de groene trui mag beginnen. De klim is niet zo heel zwaar, maar ligt op slechts 4.4km van de streep wat aanvallers toch nog enige kans van slagen geeft om een "zekere" massasprint op de Piazza Unitā d'Italia te voorkomen.