Leuk stukje over iemand die daadwerkelijk aan het gewone leven ontsnapt is.
quote:
Ontsnappen aan het leven van het land
Bijdrage van Catrien Spijkerman
Friday, 3 October 2008
Van Afrika tot Azië, van Europa tot Australië, Clive Hamman vaart de hele wereld over in zijn schip. Een echte zeeman en avonturier die nooit heeft kunnen settelen. 'Als de feesten gezien zijn, de water-, drank- en voedselvoorrraad weer aangevuld, is het tijd te vertrekken.'
De dagen zijn hetzelfde. Je studeert of werkt. Je doet wat aan sport, of niet. Je gaat zo nu en dan een avond uit met vrienden. Soms ga je op vakantie, kort of lang. Je betaalt je huur of hypotheek, gas, water, licht.
En dan kom je Clive Hamman tegen. Hij ziet er uit als een zwerver, met zijn lange dreadachtige slierthaar en rubberen kaplaarzen, maar hij zegt gewoon: ‘Hey, ik heb een prachtige Chinese zeilboot. Ga je mee, dan we steken oceaan over.’ Je laat alles uit handen vallen, of zet het op z’n minst een periode op non-actief. Je volgt hem, de man met zijn twinkelende groenbruine ogen en z’n grote handen. Maanden op zee, door weer en wind. Je leert de zeilen hijsen en ziet de meest spectaculaire zonsop- en ondergangen, je komt haaien en piraten tegen en poept in een emmer in de openlucht op het dek.
Leven ten volle uit, vindt kapitein Clive Hamman (61). Al zeventien jaar vaart hij met zijn schip Nuthin Wong de wereldzeeën over. Zijn eerste wereldreis duurde negen jaar. De in Zuid-Afrika geboren Canadees vertrok vanuit zijn ‘woonplaats’ in Vancouver naar Australië, Indonesië en Thailand, en vaarde verder naar Afrika: Madagaskar, Kenia, Zuid-Afrika, Namibië. Hij stak de Zuid-Atlantische Oceaan over naar Brazilië, de Caribische eilanden en zeilde uiteindelijk noordwaarts, terug naar Canada. Inmiddels is hij bezig aan zijn tweede wereldreis, van Canada naar Ierland, Frankrijk, en Portugal. En nu ligt zijn boot in een kanaaltje in het Florapark. In Amsterdam.
Bemanning gezocht
‘M’n whiskey is op’, zegt hij verontschuldigend. Hij haalt de verroeste ketel van één van de twee pitten van zijn minifornuis en serveert mierzoete chocolademelk in mokken die niet stuk kunnen. De kajuit is klein en rommelig. Dat hier zeventien jaar lang met soms wel negen mensen op een paar vierkante meter is geleefd, is te zien en te ruiken. Kapitein Hamman zit nu nog alleen aan de kleine houten eettafel. Hij moet de boot wat opknappen, en legt de laatste hand aan zijn boek, No Fixed Adress. Binnen een paar weken zal het weer dringen zijn aan het eettafeltje. Dan zit zijn boot weer vol zijn met nog onbekende avonturiers, zijn nieuwe bemanning.
Kapitein Hamman vindt zijn crew door briefjes op te hangen in hostels, advertenties te zetten in plaatselijke kranten, en de mensen gewoon aan te spreken. Hij heeft plaats voor maximaal acht bemanningsleden, die allemaal bij elkaar in de punt van de boot slapen. ‘Als ze bij elkaar in bed willen, kunnen er acht mee. Meestal gaan er zes mee.’ Hij leert zijn bemanning zeilen, navigeren en overleven op zee. Een mooie missie, maar hij heeft zijn bemanning ook nodig. Zonder hen kan hij zijn reizen niet maken. ‘Ze betalen mee aan benzine, olie, en onderhoudskosten. Ieder geeft wat hij kan missen.’ Per week leggen alle bemanningsleden bovendien vijftien euro in om te kunnen eten. ‘Met een beetje ‘liddlelizen’ halen we het prima.’
Ontsnappen
In al die jaren heeft hij honderden bemanningsleden gehad, mensen van ‘all walks of life’. ‘Mijn oudste crewlid was een vrouw van zeventig, ze had twee weeshuizen in Mexico. De jongste was een jongen van zeventien uit Canada. Hij had problemen op school en zijn moeder klopte bij mij aan. Ze zei: ‘Neem mijn zoon alsjeblieft een paar maanden mee, misschien wordt hij dan groot’.’ En dat werd hij. ‘Die jongen kreeg het varen te pakken, haalde later zijn zeemansdiploma’s en werkt nu op een groot schip.’
De bemanning van kapitein Hamman bestaat vaak uit studenten, of net afgestudeerden. ‘Ze zitten tussen hun studie en de ‘echte wereld’ in. Maar altijd zijn het avonturiers, mensen die iets anders willen. Ze willen ontsnappen. Aan het normale leven, of aan nare dingen.’ Zo waren er de jongen en het meisje die probeerden af te kicken van de heroïne. ‘Dat lukte heel goed, totdat we aan land gingen. Toen gingen ze toch weer aan de drugs.’
‘Het land geeft een bepaalde energie, je draait vanzelf mee in de molen van het alledaagse leven, zonder erbij stil te staan. Als mensen bij mij aan boord komen, slapen ze vaak de eerste dagen. Daarna komen ze tot zichzelf. Tijdens het nachtwaken vertellen mensen mij hun diepste geheimen.’ Bij de tochten op openzee moet de bemanning per toerbeurt achter het roer: zes uur op, twaalf uur af. Het turen in de verte, terwijl de anderen slapen, heeft een bijzonder effect op mensen, vertelt Hamman glimlachend. ‘Achter het roer, met de pikzwarte zee onder zich, en al die sterren boven zich, hebben mensen de tijd om te reflecteren op zichzelf, op het leven. De taxichauffeur wiens rijbewijs was afgepakt wegens dronken rijden zag ineens in: ik kan een veel betere vader zijn.’
Leren te vertrekken
Soms gaan de bemanningsleden twee weken met hem mee, langs de kusten van een paradijselijk oord. Soms blijven ze maanden bij hem aan boord, op weg naar de andere kant van de wereld. Maar het is altijd tijdelijk. ‘Soms is dat moeilijk. Dan meren we aan en springt iedereen van boord, op weg naar de vlieghavens, op weg naar hun geliefden, terug naar hun leven. Ik blijf achter.’
Learning how to leave, noemden twee crewleden de film die zij maakten tijdens hun tochten met Nuthin Wong. ‘Veel mensen leren dat nooit’, zegt Hamman.‘Uiteindelijk willen ze een vaste plaats, een vast leven. Ik zou juist moeten leren not to leave. Ik heb wel eens gedacht: hier is het mooi, hier zou ik kunnen blijven. Dan meerden we aan bij een prachtige plek: veel groen, - ik hou van bomen -, fijne mensen. Maar na een week verandert het, altijd. Dan wil ik weg. Als de feesten gezien zijn, de water-, drank- en voedselvoorrraad weer aangevuld, is het tijd te vertrekken.’
Zo is het ook met Amsterdam. De stad heeft weliswaar een speciale plek in zijn hart, dertig jaar geleden heeft hij er een paar maanden gewoond. Op een woonboot aan de Zwanenburgwal. ‘Hoe kon ik een reis om de wereld maken en niet stoppen in Amsterdam? Al was het alleen maar om herinneringen op te halen. Amsterdam is bovendien prachtig met al haar waterwegen, en heel erg bootgeoriënteerd. Iedereen zwaait naar elkaar op het water, en mensen stoppen met hun fiets om te vragen wat voor boot dit is.’ Een prima plek om zijn boot op te knappen (‘er zijn hier zeldzaam goede plaatsen voor tweedehands bootonderdelen’), maar dan moet hij weer verder. ‘Hoe kan ik hier zijn zonder meer van Noord-Europa te zien?’
‘Simpel’ leven
Maar als je altijd onderweg bent, wat is dan je bestemming, wat is het doel? Hamman glimlacht, het antwoord is simpel. ‘Niet gevangen te raken in het systeem, kopje onder te gaan in het ‘normale leven’. Het hoeft allemaal niet moeilijk te zijn, vindt hij. ‘Ik heb heel weinig nodig. Ik zorg voor de boot, zodat de boot op zee voor mij zorgt. Simpele genoegens zijn genoeg. Stampen op de golven, een vis vangen of een zonsondergang bekijken. Ik heb nog nooit een creditcard gehad, zelfs geen bankrekening.’
Zelfs de liefde kon zijn drang om te vertrekken niet temperen. Twee echtgenotes heeft hij gehad. Met de eerste was hij tien jaar getrouwd. Ze wist wel dat hij nergens kon blijven, en reisde altijd met hem mee. Toen nog over land. ‘Negentig dagen, is de langste periode dat we ergens zijn gebleven. Nooit maakten we het te comfortabel, dan vergeet je waar je naar op weg was. Maar uiteindelijk wilde ze zich vestigen, en dat kan ik niet. Zo ging het ook met mijn tweede vrouw. I have loved them and left them. Nu settelen ze met iemand anders.’
Origamiboot
Toen hij op het punt stond zich met zijn eerste vrouw ergens te vestigen, ongeveer vijfentwintig jaar geleden, kocht hij C’est la Vie, zijn eerste grote zeilboot. Met dat schip begonnen de overzeese tochten. De boot liep echter op een koraalrif bij de Malediven, en zonk. Kapitein Hamman en zijn bemanning wisten te overleven. ‘In de reddingsboot onderweg naar het vasteland heb ik een tekening gemaakt, het ontwerp van mijn volgende boot. Die zou van staal zijn, veel steviger.’
Op het dek van Nuthin Wong staat een vlag met een Chinees teken, het staat voor ‘een nieuw begin’, vertelt Hamman. In de bedompte kajuit haalt Hamman een groot zwart fotoboek te voorschijn. Trots wijst hij op een vergeelde foto: stalen platen op een kale grond. ‘Dat is het begin.’ In negentien maanden bouwde hij samen met zijn vriend de boot die hij in het reddingssloepje getekend had. ‘Mijn vriend Brent had een boek, ‘Origami voor boten’, zoiets. Dat leek ons dé perfecte constructie. We hebben deze boot dus letterlijk met vouwtechniek in elkaar gezet. We sneden de platen in rare vormen en schoven ze in elkaar.’
Nieuwe verhalen
Hij bladert door de foto’s. Onder het blauwige schijnsel van de batterijlamp licht het montuur van zijn leesbril op, het is met witte tape aan elkaar geplakt. Iedere foto toont een andere plaats, een ander bemanningslid, een ander verhaal. ‘Dit is in de buurt van Bali, en dat is Jan, een Nederlander die in het leger had gezeten. Die heeft nog molotovcocktails gemaakt, toen de piraten te dichtbij kwamen. We hebben de bommen gelukkig niet hoeven gebruiken, maar spannend was het wel.’ Foto’s van vrouwen komen voorbij, allemaal jong en mooi. ‘Ik vind altijd vrouwen die een beetje voor me zorgen.’ Sommige liefdes pakt hij na jaren weer op, als hij in de buurt is. Soms zijn ze allang getrouwd. ‘Met een zakenman ofzo. Dat is niet erg, dan leer ik hem kennen en drinken we samen.’
‘Het mooie is, je bent altijd dicht bij een andere plaats.’ Kapitein Hamman maakt geen uitgebreide plannen, hij kijkt slechts ‘één zee vooruit’. In Portugal was hij dichtbij Frankrijk, en zijn riviertrip van Zuid-Frankrijk naar het noorden, bracht hem dicht bij Maastricht. Komende maanden vaart hij wat over de Nederlandse wateren, voor hij naar Denemarken, Zweden, Noorwegen vertrekt. En dan ziet hij wel weer. Of hij naar Engeland, en daarna richting Cuba trekt, of naar IJsland en Groenland. Eerst maar eens bemanning zoeken. Nieuwe avonturiers, die voor even willen ontsnappen.
Indrukwekkend maar soms vind ik de insteek wat negatief. De man leidt een supergaaf leven maar kennelijk reist hij vooral omdat hij weg wil. Ik zou reizen omdat ik naar plekken toe wil