quote:
http://studiegids.uva.nl/web/sgs/nl/p/482_80329.htmlquote:
In de opleiding Europese studies komen allerlei aspecten van de politieke en de cultuur- en ideeëngeschiedenis van Europa aan de orde. Daarbij kan een student zich in één of twee taalgebieden specialiseren en/of onderdelen Europees recht of Europese economie volgen. De opleiding koppelt praktische gerichtheid aan een wetenschappelijke instelling. Naast praktijkgerichte vakken als taalbeheersing, economie, rechten en (cultuur)geschiedenis nemen algemene, wetenschappelijke vaardigheden, analytisch vermogen en probleemoplossend denken dan ook een belangrijke plaats in.
De bachelor Europese studies beslaat, net als alle bachelors van de Faculteit der Geesteswetenschappen, drie studiejaren (180 EC). Het eerste jaar is een propedeutisch jaar (60 EC) dat wordt afgesloten met een propedeutisch examen. De postpropedeutische fase bestaat uit twee studiejaren die worden afgesloten met een bachelorexamen. Het is mogelijk om in de postpropedeutische fase van de bachelor Europese studies in te stromen op basis van een andere propedeuse dan de propedeuse Europese studies. Dit kan een propedeuse zijn in een moderne (vreemde) taal, in Geschiedenis, Economie of Rechten. Dit zijn dezelfde vakgebieden die door Europese-studiesstudenten in de propedeutische fase gekozen kunnen worden als variant. De consequenties die deze postpropedeutische manier van instromen heeft voor het te volgen programma, worden uiteengezet in Minor en keuzeruimte.
Eenheid en diversiteit: de varianten
Net als Europa kenmerkt de opleiding Europese studies zich door eenheid en diversiteit. De eenheid binnen de opleiding wordt gevormd door de Europese vakken. In deze vakken komen de ideeëngeschiedenis van Europa, de politiek-historische structuren en de verbanden tussen deze structuren en ideeën aan de orde. De diversiteit ontstaat doordat de student een studievariant kiest. Deze variant loopt als een rode draad door de opleiding.