quote:
Ja, een grote club kán degraderen
Door SJOERD MOSSOU
ROTTERDAM - In Engeland is het een klassieke quizvraag. Welke legendarische voetballer bezegelde de degradatie van zijn oude club Manchester United met een hakbal, in zijn allerlaatste competitiewedstrijd ooit?
afbeelding vergroten Dennis Law wordt belaagd door fans van Manchester United, dat door zijn treffer is gedegradeerd. FOTO GETTY IMAGES
Het antwoord kan iedere liefhebber dromen: Denis Law, op 27 april 1974 in het shirt van Manchester City. The Denis Law back-heel is voor eeuwig verbonden aan de degradatie van één van de grootste clubs ter wereld. De anekdote illustreert de stelling dat elke club kan degraderen, hoe roemrucht of hoe groot ook het verleden.
Zes jaar vóór de memorabele 0-1 van Law op Old Trafford had Manchester United de Europa Cup 1 gewonnen. Nota bene met de Schotse aanvaller, die geblesseerd was in de finale tegen Benfica, in de selectie. Law wilde in 1974 na die treffer ook niet juichen, hij rouwde met zijn oude club mee.
Feyenoord staat in het heden twaalfde, vier punten boven nummer zestien De Graafschap. In punten is het linkerrijtje verder weg dan de degradatiestreep: het gat met FC Volendam is kleiner dan de kloof met nummer zeven FC Groningen. Cynische fans filosoferen al fluisterend over uitwedstrijden naar Veendam en Helmond, maar hoe reëel is degradatie voor één van de grootste clubs van Nederland?
Dat status niets zegt, bewees niet alleen Manchester United in 1974. AC Milan, Olympique Marseille, Leeds United, Schalke 04, Chelsea; allemaal degradeerden ze ooit en niet eens zo extreem lang geleden.
Topverdediger en clubicoon Franco Baresi vloog in het seizoen 1981/82 met AC Milan uit de serie A, zeven jaar voordat hij met de Europa Cup I in zijn handen stond. Waarom zouden Roy Makaay en Giovanni van Bronckhorst worden vrijgesteld van eenzelfde lot?
Wat duidelijk voor Feyenoord pleit, is de staat van de eredivisie. Het onderlinge krachtsverschil is in Nederland aanmerkelijk groter dan in landen als Engeland, Italië of Duitsland.
Met het zwakke FC Volendam lijkt de nummer laatst bovendien wel zo’n beetje vast te staan. Op de twee posities daarboven is er altijd nog de reddingsboei van de play-offs. Omdat ook de kwaliteitskloof tussen eredivisie en eerste divisie groter is dan in veel andere landen lijken de nummers zestien en zeventien wel zo’n beetje veilig.
Toch zou het ongepast zijn het hoofd zomaar af te wenden. In de eredivisie werden FC Twente (1983) en NAC (1999) ooit veel te goed geacht voor degradatie.
De Enschedese club daalde echter roemloos af met Billy Ashcroft, Jan Sörensen en de tijdelijk teruggekeerde Epy Drost in de gelederen. NAC degradeerde tien seizoenen geleden met een elftal dat sterk genoeg werd geacht voor de subtop, met spelers zoals Earnest Stewart, Archil Arveladze, Peter Bosz en Alfred Schreuder.
Complicerende factor voor Feyenoord is de status van de club. Wedstrijden tegen de klassieke topdrie-clubs hebben op voorhand extra lading bij voetballers en publiek, ook in dit tijdperk van verschoven verhoudingen.
In duels met clubs zoals Roda JC of ADO Den Haag leeft dat sentiment veel minder. Van Feyenoord wil, hoe vanzelfsprekend dat ook klinkt, iedereen winnen. Komende zondag geldt dat zeker voor het NEC van Mario Been.
De kunst van degradatievoetbal is een ander semi-psychologisch element. Clubs zoals De Graafschap of Heracles Almelo kennen de druk van het achterom kijken. Spits Geert den Ouden van de Doetinchemmers knokte eerder al met ADO Den Haag, Willem II en Excelsior tegen degradatie.
,,Je moet anders gaan denken als je tegen degradatie speelt,’’ zegt Den Ouden. ,,De kunst is om jezelf niet gek te maken. In de top denken clubs: we móeten drie punten halen en alles wat minder is, is verloren. Maar sta je onderin, dan moet je zorgen dat het psychologisch gezien andersom werkt. Zo van: We hebben niks, dus ieder punt dat we halen is meegenomen.’’
Feyenoord moet zichzelf nu geen buitengewone doelen opleggen, vindt Den Ouden. ,,Om straks nog mee te doen om Europees voetbal, moeten ze pak ’m beet zes keer winnen in de komende acht wedstrijden. Volgens mij is dat op basis van de huidige situatie gewoon niet erg reëel. Op die manier leg je jezelf alleen maar nóg meer druk op. Bij het spelen van degradatievoetbal moet je slim zijn. Soms moet je tevreden zijn met een puntje, hoe graag je er ook drie zou willen.’’
Clubs die onverwachts degradeerden, kenden vrijwel altijd een voorgeschiedenis van bestuurlijke onrust en veel trainerswisselingen. Sprekend voorbeeld is Leeds United, dat in 2004 degradeerde uit de Premier League, drie jaar nadat het de halve finale van de Champions League had bereikt.
Opvallende parallel: manager Peter Reid werd dat seizoen vroegtijdig ontslagen, assistent Eddie Gray maakte het seizoen af. Een beslissing die onder meer voortkwam uit de beroerde financiële positie van Leeds United.
Interim-coach Leon Vlemmings van Feyenoord weigert te filosoferen over een mogelijke degradatiestrijd. ,,Dat heeft geen enkele zin,’’ zegt de Brabander, die morgen met zijn club op bezoek gaat bij NEC. ,,Deze ploeg staat te laag en we willen vóóruit. Zo denken we ook. Nee, het woord degradatie is nog geen enkele keer gevallen. Het gat met NEC is zondag terug te brengen tot vier punten, wat betekent dat Europees voetbal nog altijd haalbaar is. Achterom kijken werkt niet, je moet in kansen denken.’’