quote:
MARCO'S MANCO - LEKKERE KOP IS DAT
Deze week in de REVU (voorheen Nieuwe Revu) een verhaal over Marco van Basten. 'Spelers en kenners over het opereren van de Ajax-trainer' staat er op de cover. Ik ben blijkbaar 'kenner' want als Ajaxcolumnist voor Het Parool is ook om mijn mening gevraagd.
Zoals bekend: ik ga elke dag, met uitzondering van het weekend, naar de training van Ajax kijken. Als ze twee keer trainen op een dag, ga ik meestal maar één training bekijken. "Van alle buitentrainingen ziet hij zo'n tachtig procent, rekent Rijsman voor," staat er in het artikel. Dat lijkt me een redelijke inschatting. Ik durf wel te beweren dat ik van alle journalisten, met uitzondering van de huisjournalisten bij Ajax, de meeste trainingen zie. Dan mag je, dunkt mij, wel iets zeggen over Marco van Basten. Althans, over hoe hij op mij, op afstand – want er zit altijd nog een hek tussen ons – over komt.
Zo zeg ik ook in het artikel: "Van Basten praat wel degelijk met zijn spelers." Ik geef een voorbeeld over zijn gesprekken met Evander Sno. In het begin van het seizoen zag ik beiden regelmatig met elkaar praten op het trainingsveld. Ik wilde het maar gezegd hebben omdat de journalist in kwestie werkte met de aanname dat Van Basten een communicatief probleem heeft. Noem het een hypothese. Niks mis mee. Maar als geïnterviewde moet je dan wel oppassen dat je quotes niet in dat malletje worden gegoten. Je zou zomaar verkeerd begrepen kunnen worden. Door de lezer.
Ik zal je eerlijk zeggen: Ik heb geen idee of Van Basten een communicatief probleem heeft. Ik kan alleen zeggen wat ik zie. En dat is nooit de hele waarheid. Bovendien: behalve dat mijn waarheid selectief is, is ze bovendien gekleurd. Of zoals Stephen R. Covey in zijn boek '7 habits of highly effective people' schrijft:
"We see the world, not as is it is, but as we are – or we are conditioned to see. When we open our mouths to describe what we see, we in effect describe ourselves, our perceptions, our paradigms."
Zo zeg ik ook over Van Basten: "Soms staart hij naar zijn spelers als een leraar die over je schouder meekijkt tijdens een proefwerk. Dat lijkt mij geen prettig gevoel, omdat je niet weet wat er iemands hoofd omgaat. Doe je het nu goed of niet? Je weet het niet. Dat geeft een unheimisch gevoel." Moge duidelijk zijn dat dit een persoonlijke interpretatie is van een observatie. Misschien vinden de spelers van Ajax de methode Van Basten wel erg prettig. Dat geven enkele spelers later in het artikel ook aan. Ook Kees Jansma en de communicatie-afdeling van Ajax krijgen de kans om de persoonlijkheid van Van Basten te duiden. Wat dat betreft is het artikel mooi in balans.
Ook ik probeerde duidelijk aan te geven dat mijn blik niet verder reikt dan het trainingsveld. "Hoe Van Basten zich in de kleedkamer manifesteert weet ik niet. Misschien is hij daar wel een groot tacticus of spreker. Op het veld vind ik hem niet charismatig overkomen," staat er uit mijn mond opgetekend. Net als: "Tot die ontnuchterende conclusie moet ik komen." Die laatste opmerking laat duidelijk zien dat ik met een bepaald verwachtingspatroon naar Van Basten kijk. Ik ben ook ooit begonnen als voetballiefhebber, voordat ik er in de media over ging schrijven. Urby Emanuelson slaat wat dat betreft de spijker op zijn kop in het artikel. "Mensen denken dat Marco, omdat hij zo'n groot voetballer is geweest, als mens ook heel bijzonder is. Daardoor zien ze hem wellicht op een andere manier. Als afstandelijk misschien. Maar hij is juist heel benaderbaar." Zo is het misschien ook: het is even wennen iemand als uitermate kalm en bedachtzaam gade te slaan – dag in, dag uit – terwijl hij vroeger een van de meeste elegante spelers ter wereld was.
Van Basten is wel gewend dat er wat over hem geschreven of gezegd wordt. Uiteindelijk moet je hem alleen beoordelen op het resultaat. Wordt Ajax wel of geen kampioen? Dat is zo fijn aan sport: er is altijd een winnaar en verliezer aan het einde. En de winnaar heeft altijd gelijk. Pas als er verloren wordt, gaan we zoeken naar een oorzaak. Wellicht dat we dan alsnog eens met elkaar moeten praten over die nieuwe hoofdtrainer die telkens met één hand in de broekzak op het trainingsveld staat.
,,Je wist dat je bij hem niet kon verzaken. Eigenlijk wilde je als speler liever niet geblesseerd raken, want je wist dat je dan bij Bob terecht kwam. Bob had Ajax in het bloed. Er telde maar een ding en dat was deze club."