Omdat ik helaas kamp met een zware lichamelijke handicap, ben ik niet in staat om zelfstandig een vervoersmiddel te besturen, waardoor ik genoodzaakt ben om mezelf te verplaatsen door middel van het openbaar vervoer. Daarnaast heb ik zeer regelmatig last van spasmen en epileptische aanvallen. Dit zorgt er voor dat ik me voornamelijk opsluit in mijn eigen huis, uit angst dat een aanval me treft op een plek waar veel mensen zijn. Hierdoor is het dus ook eng als ik in de trein moet zitten, omdat ik zomaar een aanval kan krijgen en kan stikken in mijn eigen uitwerpselen.
Vandaag zat ik in de trein naar mijn woonplaats. Ik had een heerlijk ontspannen dag gehad en me geen moment druk gemaakt over mijn beperkingen, waardoor de schok van een naderende aanval des te harder aankomt. Je voelt het naderen, als een soort sluipmoordenaar komt het langzaam dichterbij. En je wéét dat deze sluipmoordenaar het op je gemunt heeft, maar je bent niet in staat om er ook maar iets tegen te doen. Normaal gesproken laat ik het over me heen komen, wetende dat ik mezelf in een veilige omgeving bevind, ik keek in paniek om me heen, maar de enige persoon die ik zag was een jongeman die languit uit het raam zat te kijken.
En op dat moment sloeg het noodlot toe. De huid op mijn buik begon te branden, helse pijnen schoten door mijn lichaam, de sluipmoordenaar die epilepsie heet kneep zijn handen om mijn keel en kneep deze dichter, dichter, alsmaar dichter tot de knipperende lichtjes voor mijn ogen begonnen te doven en langzaam plaats maakten voor de totale duisternis. Uit pure wanhoop probeerde ik de vriendelijk uitziende jongeman om hulp te smeken maar ik kon geen enkel geluid produceren.
Maar neen, ik zag enkel de benen van de jongeman verkrampen en hij deed geen enkele poging om zich om mijn lot te bekommeren, hij bleef star naar buiten staren zonder ook maar mijn kant op te kijken, ik wist niet meer waar ik het moest zoeken, waardoor ik maar een uiterste poging ondernam om naar de WC te kruipen en zo een verfrissende slok water te bemachtigen
Een uur later werd ik wakker. Liggend op de ranzige vloer van de trein, in mijn eigen kwijl en uitwerpselen.
En dit alles omdat ik geen hulp kreeg.
Was het mijn stoppelbaardje?
Ik zal het nooit weten.