Minister v. Justitie:
Dank voor de betogen, waarin, ik zeg het maar, meer erkenning vond dan sommigen die het woord voerden verwachtten. Ik hoorde niet veel in V/d Hams betoog waar k het niet mee eens was.
Grenzen van de wet, daar zijn we het over eens, geen 10 koppig arrestatieteam, daar ben ik het mee eens. Maar om toch systematisch te zijn. Om te beginnen: ik begrijp dat de berichten vragen oproepen, zowel over de verhouding van het strafrechtelijk onderzoek als de manier van optreden. Zoals van het binnentreden, dat niet ter aanhouding maar voor doorzoeking was.
Het OM moest zich met de zaak bezighouden omdat er aangifte was gedaan. Het OM moet dat beoordelen. Ten aanzien van een aantal was het OM van mening dat het binnen het bereik van art. 137 viel. Dat was al bekend. Daar was al over gesproken want daar was met Hirsch-Ballin over gesproken. Met de gebeurtenis van dinsdag is het in een stroomversnelling gekomen.
We staan pal voor de vrijheid van meningsuiting. Vrijheid en verantwoordelijkheid, die twee woorden, daar heeft ons kabinet het al vaak over gehad. Er zijn echter grenzen. Als er feiten zijn die die grenzen overtreden moet het OM in actie komen.
Daarom nogmaals: wij staan voor de grenzen van vrijheid van meningsuiting. Wij gaan er niet over of zulke zaken strafwaardig zijn. Als het OM tot vervolging overgaat moet de rechter erover oordelen. Zo hoort het in onze rechtstaat.
Ruim baan voor de vrijheid van meningsuiting en hard tegen discriminatie dat sluit elkaar niet uit, dat versterkt elkaar. Vanuit die geest wil HB er graag over spreken.
---
Jan de Wit:
Als hij zegt, er is niets veranderd. Het gaat hier wel om een cartoonist, om iemand die satire gebruikt. Om iemand die het vaak over moslims heeft. Is het niet toch zo dat u als kabinet vindt dat iemand die zulke zaken behandelt dat die anders moet worden aangepakt. Is dat een meningsverandering binnen die kabinet? Ik verwijs naar de discussie over godslastering.
Hirsch-Ballin:
Godslastering heeft er hoegenaamd niets mee te maken. Er zijn cartoons van dezelfde tekenaar, die liggen in de sfeer van de Islam-godsdienst, maar daar gaat deze zaak niet over. Ik zeg niet over het strafbaar is, daar zal ik niets over zeggen, over de kunstzinnigheid, dat is voor het OM. Het ligt binnen artikel 137. De bepalingen onderscheiden over uitingen in woord en beeld. Er is geen aparte categorie voor artiesten, dat zou ook onwerkbaar zijn.
De rest van de discussie van De Wit wordt wellicht ook in de rechtszaal gevoerd, maar daar zeg ik niets over.
Artikel 147 over het wetboek van strafrecht is niet aan de orde. Het gaat om mensen die als moslim of als zwart worden afgebeeld. Godslastering is niet aan de orde. Die conceptbrief is een conceptbrief en niet meer dan dat. Daar moet je in het kabinet verder over spreken en heeft hier niets mee te maken. Laat staan dat het een soort proefballon is, of dat deze strafzaak iets te maken zou hebben met op een andere manier opvangen van. Als je kijkt naar het onderwerp van de tekeningen zie je dat 147 hier NIETS mee te maken kan hebben en dat HEEFT het ook niet.
Jan de Wit:
Ik ben het ermee eens dat art. 147 hier niets direct mee te maken heeft. Maar wel met de achterliggende gedachte of je niet gemakkelijker van dit artikel gebruik zou kunnen maken, voglens Donner. Of er niet eerder en makkelijke ingegrepen zou moeten worden. Volgens mij ligt die link er wel degelijk.
Hirsch-Ballin:
U legt die link, die ligt er niet. U hebt het over mijn voorganger. In de brief die ik heb gestuurd heb ik aangegeven dat ik niet tot verandering van art. 147 overgegaan. Ik heb aangekondigd dat ik daar verder over wil denken. B.v. of we godsdienst of levensoveruiting gelijk moteen behandelen. Daar zijn we mee bezig. Maar dat heeft niets te maken met deze zaak.
Hirsch-Ballin gaat verder met het algemene gedeelte.
Hij wil nog dit zeggen, omdat er terecht veel strepen onder gezet zijn. Het gaat er niet om om mensen die op een artistieke manier bezig zijn aan te pakken. En er is geen wijziging van het beleid. Er zijn aangiften gedaan, het OM houdt zich daarmee bezig, heeft daar in verschillende fasen contact over, maar is niet op Hirsch-Ballins toezicht gedaan. Het OM heeft een eigen taak maar werkt onder verantwoordelijkheid, wat tot contact leidt. HB wil het OM in staat stellen zijn taak professioneel te doen. En wil niet via een politieke aanwijzing het OM beïnvloeden. Er kunnen situaties zijn waarin het OM gevraagd wordt iets te vervolgen, de zgn. aanwijzingsbevoegdheid, maar daar is hier geen sprake van geweest. Het OM heeft dit zelf besloten na zorgvuldig onderzoek. Dat is wat het OM heeft gedaan.
Wat het OM in dit stadium doet zijn opsporingshandelingen. En in de kamer is ook telkens gezegd dat de kamer dat belangrijk vindt.
V/d Ham:
Min. Jus downgradet het probleem wat. Hij vindt dat we er niet zo zwaar aan moeten tillen. Is de minister niet van te voren wat meer op de hoogte geweest. En weet hij niet dat het debat heel gevoelig is, niet alleen nationaal maar ook internationaal.
De minister:
Het OM is er zorgvuldig mee omgegaan, vanaf het beginstadium heeft het OM in wat de gewone werkwijze is, in het contact met mij, mij geïnformeerd. In april 2005 was de aangifte, in dec. 2006 kreeg ik een ambtsbericht dat ze tot vervolging wilden overgaan. En ook dat in sommige cartoons dit niet gedaan werd. Er was al geruime tijd een werkgroep die zich bezighield met de Deense cartoonproblematiek, om te anticiperen op zulke situaties. Die groep was interdepartementair en was al vroeg op de hoogte gesteld. Hij heeft niet aangegeven niet tot vervolging over te gaan, dat zou geen goede rol zijn.
Het OM heeft tot op het moment van de doorzoeking geen kennis gehad van de identiteit van de artiest. Tot aan het begin van het jaar was de indruk dat het om twee mensen ging. Hij wil nog even zeggen dat het niet aan het ontbreken van de kennis van de identiteit lag dat het drie jaar heeft geduurd, het lag aan de opsporingsomstandigheden.
V/d Ham:
Maar in drie jaar is veel veranderd. Niet alleen moslims werden keihard aangepakt, ook hippies, D66ers. Het debat is verder gegaan. Het OM heeft verantwoordelijkheid, en als zo'n arrestatie plaatsvindt, dan is dat in een context. Hebt u dan op geen enkel moment gezegd, ‘houd mij goed op de hoogte?’
Hirsch-Ballin:
Ik heb die motie van Bos voor me liggen van 2005.
V/d Ham:
2006.
Hirsch-Ballin:
IN 2005 was er ook zo'n motie. Dit werd door dhr. Haersma-Buma nog in herinnring geroepen: We moeten wel optreden tegen discriminatie. En in de motie 9 feb. 2005 wordt overwogen dat het van groot belang is dat gezien alle processen van radicalisering die gaande zijn en de politieke islam is het van belang dat de regering het OM verzoekt de vervolging van haatzaaiing en discriminatie te intensiveren. Een motie die kamerbreed gedragen werd.
De vvmu heet zijn grenzen bij haatzaaien, discriminatie, etc. Is het gedrag van het OM consistent met wat er in de kamer is uitgedragen. Ja zeg ik, waarbij ik niet wil zeggen of het strafbaar is.
V/d Ham:
Ik wil niet zeggen of het terecht is of niet van ht OM. Het gaat om die manier waarop. Of dit proportioneel is.
Voorzitter: Daar komt de minister nog op. <HB bevestigt>
Daher iſt die Aufgabe nicht ſowohl, zu ſehn was noch Keiner geſehn hat, als, bei Dem, was Jeder ſieht, zu denken was noch Keiner gedacht hat.