De was1. Zoek vuile was. Het meeste zit waarschijnlijk in een mand/zak/doos/ ander verzamelmedium, maar denk ook aan rondslingerend ondergoed/sokken of een stoel waar gedragen kleren opgedrapeerd zijn. Ook handdoeken in de badkamer oid kunnen als 'vuil' worden gedefinieerd.
2. Scheidt de donkere was van de lichte (wit, lichtblauw, roze, lichtgeel). Bedlakens (kun je trouwens ook afhalen en wassen) en handdoeken moeten eigenlijk ook apart. Zorg er wel voor dat je een beetje een hoeveelheid hebt van elke soort (minstens een plastic Albert Heijn zak volgepropt)
Let op met truien/vesten/t-shirts en lingerie. Kijk op het labeltje dat links onder in de kledingstukken zit of ze misschien op 30 graden gewassen moeten worden (als je een getalletje 30 ziet staan is dat zo). Maak hier ook een apart stapeltje van. Lingerie moet in een speciaal zakje, zeker bh's, daarover later meer.
3. Vind de wasmachine. Een vierkant, meestal wit ding met een vaak ronde opening. Vaak aan de voorkant maar soms ook bovenop. Wanneer er twee machines staan moet je zoeken naar degene waar knoppen opzitten met graden (30/40/60).
4. Zoek wasmiddel en wasverzachter. Wanneer er twee machines staan (de andere is de droger) hoef je niet per sé wasverzachter te hebben. Wasmiddel zit in een doos of een fles, vaak in de buurt van de wasmachine.
Wanneer het wasmiddel in een fles zit kan er ook een bolletje zijn. Zet het wasmiddel en eventueel de wasverzachter vast klaar. Let op het verschil in wasmiddel voor donkere en lichte was en pas op dat je geen afwasmiddel hebt.
Zoek ook naar een gaaszakje. Wanneer je dit niet kunt vinden, geen ramp, laat dan de lingerie en bh's gewoon liggen, dat doet zij later dan.
5. Pak als eerste de gewone donkere was en neem het mee naar de wasmachine. Dit gaat het makkelijkst als je het ergens indoet (tas, wasmand) Stop het in de trommel (het ding achter het deurtje van de wasmachine). De trommel moet ongeveer tussen de helft en drie kwart volzitten. Heb je het gaaszakje voor de lingerie mag dat ook in deze was. Als je een bolletje en vloeibaar wasmiddel hebt gevonden doe je de wasmiddel tot tussen het onderste en één na onderste streepje in het bolletje en stopt dat ergens tussen de was. Zoek dan naar een klein laatje met meerdere vakjes (meestal twee). Kijk goed naar de symbooltjes. Vaak staat er bij het kleinste vakje een soort sneeuwvlokjessymbool, daar mag de wasverzachter in (als je die hebt). Giet (voorzichtig) tot je de hoeveelheid van twee flinke eetlepels hebt. In het andere vakje mag dan het wasmiddel (mits dat niet in het bolletje zit). Hiervan ongeveer drie eetlepels. Check even of alle laatjes goed dicht zitten en kijk ook of het deurtje/alle deurtjes goed dicht is/zijn.
6. Nu wordt het lastig maar veel kerels zijn goed met knopjes. Wasmachine knopjes kunnen heel erg verschillen. Wat je moet hebben is in ieder geval de volgende dingen: aan (nodig) 40 graden (absoluut noodzakelijk), gewone was (dus niet voorwas/spoelen/weken), centrifugeren, start. (alles wat je verder van toepassing lijkt kan je proberen)
7. Als het ding nu begint te rommelen heb je het goed gedaan! Knapperd! Je moet nu een uur tot twee uur wachten tot ie weer stil is (en stil blijft). Als er een andere machine is (droger) kan het nu daar in. Ik heb geen verstand van drogers dus ik ga er even van uit dat die er niet is. Dan kon je tijdens het wassen op zoek kunnen gaan naar iets waar je de was aan op kunt hangen. Er bestaan rekjes die je aan een deur hangt en ook torens met rekken of waslijnen.
Je stopt de was weer in hetgeen waarmee je het naar de wasmachine hebt gebracht. Als het nog doorweekt (dus met druppels) is, moet het nog gecentrifugeerd. Zoek dat zelf maar even uit

Dan stop je het weer in het ding en neemt het mee naar de plek waar je het droogding hebt. Daar hang je alles op. Zorg dat er niks op de grond hangt en probeer het zo recht mogelijk, zonder rimpels, dan hoeft er niet gestreken te worden. Probeer het dicht op elkaar te hangen als je nog meer wassen gaat draaien.
8. Voor de lichte was begin je opnieuw bij stap 5. Als er speciale wasmiddel is voor lichte was gebruik je dat. Ook weer veertig graden (als vijftig kan mag dat ook voor lichte was) enzovoort.
9. Handdoeken en beddengoed mag op 60 graden. Ik doe altijd een extra beetje wasverzachter want dan ruikt het beddengoed zo lekker

Goed centrifugeren, als er een droger is zeker indoen want het duurt best lang voordat het droog is.
10.. Als er een 30-graden was is moet die op dertig graden. Er zijn dingen die niet gecentrifugeerd mogen worden of niet in de droger. Dat kun je proberen uit de labeltjes te halen maar als je het niet durft kun je het beter niet doen.
11. Als alles droog is kun je ervoor kiezen om het te gaan strijken. Daarover in de volgende cursus meer
12. Als je niet strijkt of hetgeen je niet wil strijken kun je het gaan opvouwen. Probeer je te herinneren hoe het eruit zag toen je moeder het vroeger in je kast legde en doe dat na

Succes!