abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
pi_55710918
Ik geloof dat ik het nu snap, geweldig bedankt
pi_55726672
Ik begrijp niet zo goed hoe de volgende vraag opgelost moet worden:

De rondgang van een reuzenrad met een diameter van 135 meter duurt 30 minuten. Frits zit in een capsule in het hoogste punt van het rad op t=0.

Geef de bewegingsvergelijkingen van de capsule van Frits.

Vind het hoofdstuk sowieso vrij lastig, dus misschien dat het inde basiskennis al fout gaat.
  woensdag 2 januari 2008 @ 17:41:47 #132
75592 GlowMouse
l'état, c'est moi
pi_55726932
Weet je hoe de (in dit geval toepasselijke) bewegingsvergelijkingen eruit zien, en wat de daarin gebruikte constantes voorstellen?
eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
pi_55732649
Iets met

x-coordinaat = 67,5 meter * cos ((2*pi*tijd in seconden/ 30minuten*60seconden) + 1/2*pi) en
y-coordinaat = 67,5 + 67,5 meter *sin ((2*pi*tijd in seconden/ 30minuten*60seconden) + 1/2*pi)

waarschijnlijk
  donderdag 3 januari 2008 @ 14:20:02 #134
112372 alyel
love is just an illusion
pi_55745351
Herleid:

2sin(t-π). sin(t-0,5π) -0,5sin(2t)

Volgens deze regels "sin(t-u)= sin(t)cos(u)-cos(t)sin(u)" kom ik dan hierop:

2sin(t-π). sin(t-0,5π) -0,5sin(2t)=
2(sin(t)cos(π)-cos(t)sin(π)). (sin(t)cos(0,5π)-cos(0,5π)-cos(t)sin(0,5π)) - 0,5sin(2t)
Ik kom niet verder dan dit. De uitwerkingen staan op deze link:
http://leerling.getalenru(...)-dl4-d-test-hs16.pdf

Kan iemand mij vanaf de derde regel (of vanaf wat hierboven staat) uitleggen hoe ik het verder moet herleiden?
my future seems like one big past...
  donderdag 3 januari 2008 @ 14:43:30 #135
75592 GlowMouse
l'état, c'est moi
pi_55745882
Tipje: een uitdrukking als sin(π) hangt niet van t af, x*0=0 en x*1=x voor iedere x.
eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
pi_55754942
quote:
Op woensdag 2 januari 2008 17:41 schreef GlowMouse het volgende:
Weet je hoe de (in dit geval toepasselijke) bewegingsvergelijkingen eruit zien, en wat de daarin gebruikte constantes voorstellen?
Ik weet hoe ze er in het algemeen uitzien ja. De gebruikte constantes weet ik, maar het antwoord waar ik op uitkwam was niet goed en toen ik in de uitwerkingen keek snapte ik nog niet hoe ze op een bepaald iets kwamen. Dus daarom stel ik mijn vraag hier; misschien kan iemand hier de uitwerking geven die het kwartje bij mij wel doet vallen
  donderdag 3 januari 2008 @ 21:20:31 #137
75592 GlowMouse
l'état, c'est moi
pi_55755218
Het is dan makkelijker om te zeggen waar je op uitkwam, want dan zien we wat er fout ging.
Een cirkelbeweging staat vrijwel altijd in de volgende vorm, met omega, b en c in beide vergelijkingen gelijk.
x = a+b*cos(omega*t + c)
y = e+b*sin(omega*t + c)
(a,e) is het middelpunt van het reuzenrad, dus a=0 en e=135/2 (als hij op de grond staat).
b is de straal: 135/2.
c geeft het startpunt aan; op t=0 staat er namelijk gewoon cos(c) en sin(c). Kies je c=0 zit je dus rechts, maar hier zit je boven dus kies je c=pi/2.
omega is de hoeksnelheid. Kiezen we ervoor om t in seconden te nemen (SI eenheid ), moet de hoeksnelheid in radialen per seconde. Omdat gegeven is dat 2*pi radialen in 1800 seconden doorlopen worden, geldt omega = pi/900.
En dan heb je wat harrypiel ook al had en in je antwoordenboek stond
eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
pi_55759312
Ik snap nu hoe het in zijn werk gaat (waarom het meeste rechtse punt als referentiepunt werd genomen snapte ik niet, maar daar geldt natuurlijk t=0). Dit was mijn oplossing:

x = 67,5 cos (2pi/1800 × t)
y = 135 + 67,5 cos(2pi/1800 × t)

2pi/1800 komt natuurlijk op hetzelfde neer als pi/900, dus dat klopt wel (in het boek zeggen ze 1/15pi, maar ze gebruiken daar minuten (:{). Ik zat dus alleen bij die 135 fout, en dat heeft dan weer te maken met dat het middelpunt niet op 135 meter maar op 67,5 meter ligt. Ik snap hem, bedankt!

edit: 1 ding snap ik nu ik er nog eens naar kijk toch nog niet: hoe je die c berekent. Kun je dat nog iets ophelderen ?

[ Bericht 10% gewijzigd door MeScott op 04-01-2008 00:14:26 ]
pi_55792942
quote:
Op donderdag 27 december 2007 01:43 schreef tankertuig het volgende:
Hmm... ik ben nog maar een dummie, dus het spijt me als ik nu wat sullig overkom.
Ik heb ook de antwoorden bij de opgave.

(sqrt[2]/3)3 geeft 2/27*sqrt[2]
((2*sqrt[3])/sqrt[2])3 geeft 6*sqrt[6]

Snap alleen niet echt hoe ze daar bij komen.
http://staff.science.uva.nl/~craats/basiswiskunde.pdf ben ik aan het doorwerken. opgaven 3.24, a b en c lukken, d en e alleen niet. snap er niks van.
leuke ebook maar even gedownload kan vast nog wel eens handig zijn later
pi_55794639
quote:
Op donderdag 3 januari 2008 23:39 schreef MeScott het volgende:
Ik snap nu hoe het in zijn werk gaat (waarom het meeste rechtse punt als referentiepunt werd genomen snapte ik niet, maar daar geldt natuurlijk t=0). Dit was mijn oplossing:

x = 67,5 cos (2pi/1800 × t)
y = 135 + 67,5 cos(2pi/1800 × t)

2pi/1800 komt natuurlijk op hetzelfde neer als pi/900, dus dat klopt wel (in het boek zeggen ze 1/15pi, maar ze gebruiken daar minuten (:{). Ik zat dus alleen bij die 135 fout, en dat heeft dan weer te maken met dat het middelpunt niet op 135 meter maar op 67,5 meter ligt. Ik snap hem, bedankt!

edit: 1 ding snap ik nu ik er nog eens naar kijk toch nog niet: hoe je die c berekent. Kun je dat nog iets ophelderen ?
Die c duidt je beginpositie aan. Als ik bijvoorbeeld een simpele 1-dimensionale golfbeweging heb, dan kan deze beschreven worden door

x(t) = A*sin(f*t+c)

Voor t=0 geldt x(0) = A*sin(c). Als bijvoorbeeld gegeven is dat de beginpositie x(0) = B, dan moet je de vergelijking A*sin(c)=B oplossen om c te vinden ( ervan uitgaande dat A en B gegeven zijn ). Als ik in de oorsprong x=0 begin op t=0, dan is c=0 ( sin(0) = 0 ). Als ik in het punt A begin op t=0 dan geldt c=pi/2 ( sin(pi\2) = 1).

Jouw geval is ietsje ingewikkelder; je hebt een cirkelbeweging, en dus een x(t) en een y(t). Nu moet je dus 2 beginvergelijkingen oplossen. Je hebt je vergelijking voor y als een cosinus opgeschreven, maar je had natuurlijk net zo goed kunnen schrijven y = 135 + 67,5*sin(2*pi/1800 + pi/2 ), omdat

cos(t) = sin(t + pi/2 ).

Een cosinus is immers niks anders dan een sinus die op 1 begint in plaats van 0. Teken de cosinus en de sinusfunctie maar es onder mekaar, en je ziet dat het enige verschil een opschuiving van je argument is
pi_55794859
Ik snap het, hartelijk bedankt voor de uitleg beiden
pi_55795611
Ik heb een natuurkunde vraag:)
Wat gebeurd er als ik de kracht f uit dit topic nou 1 meter naar rechts verschuif?Natuurkunde bruggen
Als de brug/tafel tussen de steunpilaren in 10 meter lang is.?
  zaterdag 5 januari 2008 @ 15:43:06 #143
75592 GlowMouse
l'état, c'est moi
pi_55795886
In een statische situatie kun je zelf het draaipunt kiezen, en zoals TC03 al zei moeten alle momenten om dit punt 0 zijn.
Kies je eerst r1 als draaipunt, dan weet je direct wat de kracht is op r2 en omgekeerd.
En vergeet niet dat je naast de kracht die je getekend hebt ook nog de normaalkracht werkt.
eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
pi_55797359

Moment 1 = 50*3= 150N?
Moment T= 50*10 =500N
En dan is moment 2 500-150N = 350N?
Betekend dit dan dat de kracht op R2 150N is en op R1 350N?
  zaterdag 5 januari 2008 @ 17:07:05 #145
75592 GlowMouse
l'état, c'est moi
pi_55798261
quote:
Op zaterdag 5 januari 2008 16:35 schreef Rammstino het volgende:
Moment 1 = 50*3= 150N?
Moment T= 50*10 =500N
En dan is moment 2 500-150N = 350N?
Betekendt dit dan dat de kracht op R2 150N is en op R1 350N?
Om het moment te berekenen vermenigvuldig je een kracht met een afstand, dus de eenheid van moment is Nm en geen N. Daarnaast heb je de kracht nu 2 ipv 1 meter verplaatst. Je berekening is verder niet navolgbaar omdat je 'T' en 'moment 2' nergens specificeert en is ook onjuist. Met een totale kracht van 50N (de zwaartekracht op de plank verwaarloos je nu) kan het natuurlijk niet zo zijn dat er op beide poten 500N drukt en het is ook opmerkelijk dat in je antwoord de grootste kracht op R1 werkt terwijl je dichter bij R2 drukt.
Met r1 als draaipunt:
0 = ΣM = (F*d)linksom - (F*d)rechtsom = Fr2*10 - 50*7, dus Fr2 = 35 N.

TCO3
eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
  zaterdag 5 januari 2008 @ 17:08:38 #146
53267 TC03
Catch you on the flipside
pi_55798306
Nee, werk zorgvuldiger.

Moment om R1: 7*F - R2*10 = 0 --> 7F = 10R2
Moment om R2: 3*F - R1*10 = 0 --> 3F = 10R1
Dus: R2 = 0,7*F = 35 N en R1 = 0,3*F = 15 N.

Krachtenevenwicht (om te controleren): F = R1 + R2 = 35 + 15 = 50.

Als je een "inputkracht" hebt van 50 N kan je natuurlijk nooit reactiekrachten groter hebben dan de "input".
Ten percent faster with a sturdier frame
pi_55801652
Ooh ik snap het!
Bedankt allebei!
pi_55858356
hele domme vraag van me maar is X2 .
  • X nou X3 of blijft het X2
  •   maandag 7 januari 2008 @ 21:44:43 #149
    75592 GlowMouse
    l'état, c'est moi
    pi_55859238
    X˛ is X*X.
    X˛*X is dus X*X*X en dat is Xł.
    eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
    pi_55871501
    Kan iemand mij helpen met de volgende integraal:

    f(t) = 3/(1-2t) + 5/(1-2t)2

    Het eerste stukje weet ik al, dat is -(3/2) ln (1-2t) maar dat tweede stukje lukt me niet.
      dinsdag 8 januari 2008 @ 14:02:54 #151
    123869 Merkie
    Surprisingly contagious
    pi_55872507
    5*(1-2t)-2.

    Wordt dus -5*(1-2t)-1. Als je hem afgeleid krijg je een extra factor -2 (kettingregel), dus om dat te compenseren doe je ook nog maal -1/2.

    Wordt dus 5/2*(1-2t)-1 = 2,5/(1-2t). = 5/(2-4t).
    2000 light years from home
    pi_55886369
    mijn uitleg voor degenen die van formeel en structureel houden

    INT 5/(1-2t)2 d(t) =
    We halen de noemer 1-2t voor de d, zodat we een standaardintegraal krijgen. Dan moeten we wel compenseren voor de factor -2, en dit doen we door de integrand te vermenigvuldigen met -1/2

    INT -1/2 * 5/(1-2t)2 d(1-2t) =
    doordat er nu zowel in de integrand als voor de d die (1-2t) staat kunnen we deze behandelen als een gewone variabele x en de integratie rechtstreeks uitvoeren. Daarbij moeten we wel voor het minteken compenseren; remember, (1/x) ' = -1 * (1/x2 )

    -1* -1/2 * 5/(1-2t) =
    even vereenvoudigen

    5/(2-4t) . Precies wat Merkie ook vond.
      dinsdag 8 januari 2008 @ 23:44:43 #153
    75592 GlowMouse
    l'état, c'est moi
    pi_55887797
    * GlowMouse denkt dat scholier niet blij wordt van een Stieltjesintegraal
    eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
      woensdag 9 januari 2008 @ 12:37:59 #154
    75592 GlowMouse
    l'état, c'est moi
    pi_55895268
    In tex (met de WYSIWYG editor SWP) heb ik een mooie formule getypt, maar in de PDF-output valt hij rechts een deel buiten de pagina. Kan ik dit automatisch voorkomen?
    Bovenaan het document staat oa dit:
    1
    2
    3
    4
    5
    \documentclass[12pt,onecolumn]{article}
    \usepackage{amsfonts}
    \usepackage{sw20dft2}
    \usepackage[singlespacing]{setspace}
    \input{tcilatex}
    eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
      woensdag 9 januari 2008 @ 13:00:26 #155
    147503 Iblis
    aequat omnis cinis
    pi_55895838
    quote:
    Op woensdag 9 januari 2008 12:37 schreef GlowMouse het volgende:
    In tex (met de WYSIWYG editor SWP) heb ik een mooie formule getypt, maar in de PDF-output valt hij rechts een deel buiten de pagina. Kan ik dit automatisch voorkomen?
    Bovenaan het document staat oa dit:
    [ code verwijderd ]
    Zie ook LaTeX , maar in het algemeen breekt LaTeX formules niet automatisch af, omdat het te lastig is om dit automatisch te doen. Je wilt zelf op een logische plaats afbreken, liefst tussen twee grote termen of zo.

    Ik gebruik zelf geen SWP, maar volgens mij kent het AMSMath wel, die package heeft verschillende omgevingen zoals multiline en split die je voor vergelijkingen kunt gebruiken. Zie ook de user guide. Ik weet niet precies hoe je die in SWP benadert.
    Daher iſt die Aufgabe nicht ſowohl, zu ſehn was noch Keiner geſehn hat, als, bei Dem, was Jeder ſieht, zu denken was noch Keiner gedacht hat.
      woensdag 9 januari 2008 @ 13:22:03 #156
    75592 GlowMouse
    l'état, c'est moi
    pi_55896382
    quote:
    Op woensdag 9 januari 2008 13:00 schreef Iblis het volgende:
    in het algemeen breekt LaTeX formules niet automatisch af, omdat het te lastig is om dit automatisch te doen. Je wilt zelf op een logische plaats afbreken, liefst tussen twee grote termen of zo.

    Ik gebruik zelf geen SWP, maar volgens mij kent het AMSMath wel, die package heeft verschillende omgevingen zoals multiline en split die je voor vergelijkingen kunt gebruiken. Zie ook de user guide. Ik weet niet precies hoe je die in SWP benadert.
    Ik had gehoopt dat grote termen ontdekken automatisch kan, maar als het handmatig moet dan lukt het wel. Heel mooi uitlijnen met AMSMath zit er helaas niet in, een breuk neemt een hele regel in beslag
    quote:
    Op woensdag 9 januari 2008 13:27 schreef Iblis het volgende:
    Subtermen door een fijn symbool vervangen. Liefst een symbool met een accentje!
    Altijd leuk Ik houd er niet zo van, maar hiervoor leent het zich prima.

    [ Bericht 20% gewijzigd door GlowMouse op 09-01-2008 13:51:31 ]
    eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
      woensdag 9 januari 2008 @ 13:27:56 #157
    147503 Iblis
    aequat omnis cinis
    pi_55896542
    quote:
    Op woensdag 9 januari 2008 13:22 schreef GlowMouse het volgende:

    [..]

    Ik had gehoopt dat grote termen ontdekken automatisch kan, maar als het handmatig moet dan lukt het wel. Heel mooi uitlijnen met AMSMath zit er helaas niet in, een breuk neemt een hele regel in beslag
    Subtermen door een fijn symbool vervangen. Liefst een symbool met een accentje!
    Daher iſt die Aufgabe nicht ſowohl, zu ſehn was noch Keiner geſehn hat, als, bei Dem, was Jeder ſieht, zu denken was noch Keiner gedacht hat.
    pi_55922237
    Goedenavond, heb een probleempje met het oplossen van een steekproefgrootte. Ik kom er niet uit wie of wie kan me helpen met de som oplossen!

    Vraagstelling:

    In Nederland zijn 1742 hoogleraren. Via een steekproef wil men te weten komen hoeveel procent van deze populatie voorstander is van het wijzigen van een regeling. Hoe groot moet deze steekproef zijn om de fractie 'voorstanders van wijziging' te leren kennen met een nauwkeurigheid van 0,03 (dus 3%), gebaseerd op een 95% betrouwbaarheidsinterval?

    Nu weet ik het antwoord al, dat is 612

    Ik dacht dus dat ik hier te maken heb met een steekproefomvang voor fracties, omdat het volgnes mij zo is dat we volslagen onbekend zijn met de populatiefractie. Dat is dus deze formule?:

    steekproefgrootte = 0.25x z^2/{a^2

    ik dacht:
    z (z-waarde) = 1.96^2 (1.96 omdat de steekproef zo groot is)
    a (afwijking) = 0.03^2 (3% afwijking dus 0.03?)

    Dan is het antwoord dus 1067 ipv 612. Ik heb veel geprobeerd (misschien is de Z waarde niet correct? Door terug te rekenen is de Z = 1,545 als A = 0,03 is. Dan is ntwoord 612. Maar hoe kom ik aan die waarde dan?

    AUB help

    [ Bericht 2% gewijzigd door dvl op 10-01-2008 13:48:00 ]
    pi_55928036
    Even een vraag voor ANW.

    Ik kan nergens cijfers vinden over de verkeersdoden in 2007. Zijn die er al wel? Zonee, heeft iemand de cijfers uit 2006? En dan misschien ook met het percentage waarbij alcohol in het spel was? Ik kan het nergens vinden .

    Bvd .
      donderdag 10 januari 2008 @ 17:28:01 #160
    75592 GlowMouse
    l'état, c'est moi
    pi_55928339
    Je gebruikt de normale verdeling ter benadering. Alvast kijkend naar het grote antwoord is dat geoorloofd. Gezien de verhouding respondenten/hoogleraren zou een benadering met de hypergeometrische verdeling meer voor de hand liggen. Ik vermoed dat je fout daar zit, want onder deze aannames kom ik op hetzelfde antwoord uit:

    We nemen aan Xi~BERN(p) verdeeld is (kans p dat een hoogleraar voor is, Xi=1 als die hoogleraar voorstander is). Dan geldt ΣXi~BIN(n,p) (hierbij onafhankelijkheid aannemend). Het 95%-CI wordt hiermee (m - sqrt(m*(1-m)/n)*1.96, m + sqrt(n*m*(1-m)/n)*1.96) (met m = ΣX/n, en gebruikmakend van de normael benadering en Slutsky).

    De definitie van nauwkeurigheid ken ik niet, maar ergens las ik dat de dubbele nauwkeurigheid moet gelden voor het geval m=1/2. Het BI wordt dan (1/2 - sqrt(0.25/n)*1.96, 1/2 + sqrt(0.25/n)*1.96). Er zou dus moeten gelden dat sqrt(0.25/n)*1.96 = 0,03. Oplossen levert n=1067.
    quote:
    Op donderdag 10 januari 2008 17:17 schreef hello_moto1992 het volgende:
    Ik kan nergens cijfers vinden over de verkeersdoden in 2007. Zijn die er al wel? Zonee, heeft iemand de cijfers uit 2006? En dan misschien ook met het percentage waarbij alcohol in het spel was? Ik kan het nergens vinden .
    In CBS statline kan ik cijfers van verkeersdoden t/m 2006 vinden.
    eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
    pi_55928706
    Ja, maar in hoeveel gevallen was er van alcoholgebruik sprake?
    pi_55928744
    Overigens geldt hetzelfde voor geweldsdelicten.
    pi_55951196
    een vraag met betrekking tot mechanica (3)



    Dit is opzich geen moeilijke opgave echter komt mijn uitkomst niet overeen met de uitkomst van die uit het dictaat en mijn vraag is waarom.
    Het gaat om b

    Ik stel dat
    Fcs = aTL EA 2^(0,5) trek
    Fas = Fbs = aTL EA druk

    Het dictaat echter zegt:
    Fcs = (aTL EA 2^(0,5))/2 druk
    Fas = Fbs = (aTL EA)/2 trek

    met beide
    S.O. kracht is Rc = x
    en vorm veranderingsvoorwaarde:
    (delta)Lcs = Ws (diagonaal).

    Wie zit er fout
    want ik weet echt niet waar die /2 vandaan komt en hoe het komt dat trek en druk omgewisseld is.
    1/10 Van de rappers dankt zijn bestaan in Amerika aan de Nederlanders die zijn voorouders met een cruiseschip uit hun hongerige landen ophaalde om te werken op prachtige plantages.
    "Oorlog is de overtreffende trap van concurrentie."
    pi_55963657
    quote:
    Op dinsdag 8 januari 2008 22:58 schreef harrypiel het volgende:
    mijn uitleg voor degenen die van formeel en structureel houden

    INT 5/(1-2t)2 d(t) =
    We halen de noemer 1-2t voor de d, zodat we een standaardintegraal krijgen. Dan moeten we wel compenseren voor de factor -2, en dit doen we door de integrand te vermenigvuldigen met -1/2

    INT -1/2 * 5/(1-2t)2 d(1-2t) =
    doordat er nu zowel in de integrand als voor de d die (1-2t) staat kunnen we deze behandelen als een gewone variabele x en de integratie rechtstreeks uitvoeren. Daarbij moeten we wel voor het minteken compenseren; remember, (1/x) ' = -1 * (1/x2 )

    -1* -1/2 * 5/(1-2t) =
    even vereenvoudigen

    5/(2-4t) . Precies wat Merkie ook vond.
    Misschien een beetje laat maar kan je deze niet beter oplossen met substitutie.

    u = (1-2t)

    INT a / u2 = (-a * 1/u') / u = (-5 * 1/-2) / u = 5 / 2(1-2t)
      vrijdag 11 januari 2008 @ 23:53:53 #165
    75592 GlowMouse
    l'état, c'est moi
    pi_55963772
    quote:
    Op vrijdag 11 januari 2008 23:48 schreef McGilles het volgende:

    [..]

    Misschien een beetje laat maar kan je deze niet beter oplossen met substitutie.
    Wat harrypiel doet in zijn eerste stap, komt op precies hetzelfde neer
    eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
    pi_55967784
    quote:
    Op vrijdag 11 januari 2008 23:53 schreef GlowMouse het volgende:

    [..]

    Wat harrypiel doet in zijn eerste stap, komt op precies hetzelfde neer
    Zijn methode is meer een zogenaamde 'Jans boeren fluitje' methode als ik het zo lees. Via substitutie hoef je niet zelf na te denken over compensatie of wat dan ook. Puur uitgeschreven is het:

    f(x) = 5 / (1-2t)2

    INT 5 / (1-2t)2

    u = 1-2t || du = -2 dt || dt = du / -2

    INT 5 / u2 du/-2 =

    -1/2 [ -5 / u ] =

    -1/2 [ -5 / (1-2t) ] =

    5 / 2(1-2t)

    ------------------------------

    Zelf proberen is natuurlijk niks verkeerds mee, maar als je lastige functies krijgt dan is het niet meer te doen. Dit voorbeeld is natuurlijk gewoon een standaardintegraal.
      zaterdag 12 januari 2008 @ 12:10:39 #167
    75592 GlowMouse
    l'état, c'est moi
    pi_55969984
    quote:
    Op zaterdag 12 januari 2008 08:46 schreef McGilles het volgende:

    [..]

    Zijn methode is meer een zogenaamde 'Jans boeren fluitje' methode als ik het zo lees. Via substitutie hoef je niet zelf na te denken over compensatie of wat dan ook.
    In dat geval snap je zijn uitleg niet goed. Ook hij wil u = 1-2t substitueren, en daarbij realiseert hij zich dat d(1-2t)/dt = -2, zodat dt = -1/2 d(1-2t). Je moet dus even hard nadenken over compensatie als bij jouw substitutie. Dat hij daarna niet u noteert, scheelt later weer een keer terugsubstitueren maar je kunt natuurlijk ook u neerzetten.
    eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
    pi_55970173
    quote:
    Op zaterdag 12 januari 2008 12:10 schreef GlowMouse het volgende:

    [..]

    In dat geval snap je zijn uitleg niet goed. Ook hij wil u = 1-2t substitueren, en daarbij realiseert hij zich dat d(1-2t)/dt = -2, zodat dt = -1/2 d(1-2t). Je moet dus even hard nadenken over compensatie als bij jouw substitutie. Dat hij daarna niet u noteert, scheelt later weer een keer terugsubstitueren maar je kunt natuurlijk ook u neerzetten.
    Ok, dan snapte ik zijn uitleg niet goed.

    Met substitutie zijn toch wel zeer veel integralen op te lossen. Integraalrekenen blijft toch een leuk onderdeel van de wiskunde
    pi_55993176
    Een vraagje:
    -------------------------------
    Je hebt driehoek A B C

    Je hebt een lijn 'l' die niet evenwijdig is aan 1 van de zijden van de driehoek. AB snijdt de lijn in P, BC snijdt de lijn in Q en AC snijdt de lijn in R.

    Je hebt op ribbe AB punt 'D', op ribbe BC punt 'E' en op ribbe AC punt 'F' zo, dat de viertallen ABPD, BCQE en CARF harmonisch zijn.

    Bewijs dat de lijnen AE BF en CD concurrent zijn.
    pi_55993993
    quote:
    Op zondag 13 januari 2008 11:27 schreef McGilles het volgende:
    Een vraagje:
    -------------------------------
    Je hebt driehoek A B C

    Je hebt een lijn 'l' die niet evenwijdig is aan 1 van de zijden van de driehoek. AB snijdt de lijn in P, BC snijdt de lijn in Q en AC snijdt de lijn in R.

    Je hebt op ribbe AB punt 'D', op ribbe BC punt 'E' en op ribbe AC punt 'F' zo, dat de viertallen ABPD, BCQE en CARF harmonisch zijn.

    Bewijs dat de lijnen AE BF en CD concurrent zijn.
    Ken je de stelling van Menelaos en de stelling van Ceva?
    pi_55994453
    quote:
    Op zondag 13 januari 2008 12:09 schreef thabit het volgende:

    [..]

    Ken je de stelling van Menelaos en de stelling van Ceva?
    Het moet kunnen zonder, want dat behoort nog niet tot de stof die ik moet kennen. De stelling van Pappos is mij bekend en ik denk dat het daarmee op te lossen valt.
    pi_55994622
    quote:
    Op vrijdag 11 januari 2008 14:38 schreef icecreamfarmer_NL het volgende:
    een vraag met betrekking tot mechanica (3)

    ...
    Voor dit soort vragen kun je beter bij het wetenschapsforum zijn. Verwacht niet dat je een antwoord krijgt ze zullen enkel tips geven hoe je het kunt oplossen. En die wortel 2 geeft de verhouding aan m.b.t. de lengte.
    abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
    Forum Opties
    Forumhop:
    Hop naar:
    (afkorting, bv 'KLB')