abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
pi_55494642
Hooi!
nog een vraagje over vernieuwingsprocessen:
{N(t) t >=0} is een vernieuwingsproces waarvan de tussentijden Poisson-verdeeld zijn met parameter L.
wat is de verdelingsfunctie van Sn? Wat is P[N(t)=n]???????
Bij de eerste vraag: had ik een Poisson verdeling met parameter nL. Als dit antwoord waar is, dan is mijn uitwerking waar ( ik weet dat dit onlogisch klinkt)..

Maar bij de 2e.. ik snap het niet helemaal. want ik moet uitrekenen:
P[ Sn <= t]-P[ Sn+1 <= t], maar ik weet niet welke sommatie ik moet hebben ?
enige hulp kan goed zijn!
verlegen :)
  zondag 23 december 2007 @ 18:06:35 #102
75592 GlowMouse
l'état, c'est moi
pi_55495194
Noem de poisson-stochasten even X1,X2,... voor het gemak.
Uit de definitie van je proces volgt dat (via ongeveer dezelfde logica die de relatie tussen de binomiale en de negatief-binomiale verdeling vastlegt - ik zou dit nog wel even zelf controleren want met indices ga je snel de mist in):
P[N(t) <= n] = P[X1 +...+ X(n+1) > t]
Die som is natuurlijk weer poisson verdeeld, dus dan werkt het weer makkelijk verder.
eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
pi_55551482
Heb nu de volgende breuken:

(2sqrt(3)/sqrt(2))3
(sqrt(2)/3)3
(-sqrt(7)/2sqrt(2))4

Maar heb werkelijk geen idee hoe deze in de standaardvorm te zetten.
Kan iemand mij dit beetje uitleggen?
Gezocht: KAMER in UTRECHT
  woensdag 26 december 2007 @ 14:58:27 #104
123869 Merkie
Surprisingly contagious
pi_55552116
1. Schrijf:
23*(sqrt(3)/sqrt(2))³ = 8 * (30,5/20,5)³ = 8*(3/2)1,5 = 12*sqrt(3/2).

2 en 3 zijn niet erg anders. Gebruik de volgende rekenregels:
  • (ab)c = ac*bc
  • ac/bc = (a/b)c
  • sqrt(a) = a0,5
  • (ab)c = ab*c
  • 2000 light years from home
      woensdag 26 december 2007 @ 15:04:09 #105
    75592 GlowMouse
    l'état, c'est moi
    pi_55552292
    Het is herhaald toepassen van de trucjes (ab)c = ab*c en sqrt(a²*b) = a*sqrt(b) waarbij je gebruikt dat asqrt(b) = b1/a en 1/a = a-1.
    Bv: [ 2 * sqrt(3) / sqrt(2) ]³ = [ 2 * sqrt(3/2) ]³ = [ 2 * sqrt(6/4) ]³ = [ 2 * 1/2 * sqrt(6) ]³ = 63/2 = sqrt(216) =* sqrt(2*2*2*3*3*3) = sqrt( (2*3)² * 2*3) = 6 * sqrt(6)

    *Hier heb ik 216 ontbonden in priemfactoren, om makkelijk te zien welk deel je naar voren kunt halen.


    Merkie
    eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
    pi_55564991
    Hmm... ik ben nog maar een dummie, dus het spijt me als ik nu wat sullig overkom.
    Ik heb ook de antwoorden bij de opgave.

    (sqrt[2]/3)3 geeft 2/27*sqrt[2]
    ((2*sqrt[3])/sqrt[2])3 geeft 6*sqrt[6]

    Snap alleen niet echt hoe ze daar bij komen.
    http://staff.science.uva.nl/~craats/basiswiskunde.pdf ben ik aan het doorwerken. opgaven 3.24, a b en c lukken, d en e alleen niet. snap er niks van.
    Gezocht: KAMER in UTRECHT
      donderdag 27 december 2007 @ 10:22:18 #107
    147503 Iblis
    aequat omnis cinis
    pi_55567403
    quote:
    Op donderdag 27 december 2007 01:43 schreef tankertuig het volgende:
    Hmm... ik ben nog maar een dummie, dus het spijt me als ik nu wat sullig overkom.
    Ik heb ook de antwoorden bij de opgave.

    (sqrt[2]/3)3 geeft 2/27*sqrt[2]
    ((2*sqrt[3])/sqrt[2])3 geeft 6*sqrt[6]

    Snap alleen niet echt hoe ze daar bij komen.
    http://staff.science.uva.nl/~craats/basiswiskunde.pdf ben ik aan het doorwerken. opgaven 3.24, a b en c lukken, d en e alleen niet. snap er niks van.
    Hier een stap voor stap uitleg, met veel uitschrijven. Uiteindelijk hoeft dat natuurlijk niet zo expliciet gedaan te worden, maar dat maakt het hopelijk duidelijk. De notatie is niet ideaal op zo'n forum, maar vooruit.

    (sqrt(2)/3)3 is redelijk rechttoe rechtaan, hier hoef je geen slimmigheidsjes te doen. Als je een breuk machtsverheft, is dan kun je de macht naar zowel teller als noemer verplaatsen, b.v. (2/3)2 = 2/3*2/3 = 4/9; of wel (22/32).

    Zo ook bij jouw vraag. (sqrt(2)/3)3 = sqrt(2)3/33; dat kun je gewoon uitschrijven , sqrt(2)*sqrt(2)*sqrt(2) komt in de teller, dat is natuurlijk 2*sqrt(2); en in de noemer komt 3*3*3=27. Dus (2*sqrt(2))/27 ofwel 2/27*sqrt(2).

    Die tweede is ietsje lastiger, maar we beginnen hetzelfde. Eerst de teller uitschrijven: 2*2*2*sqrt(3)*sqrt(3)*sqrt(3) = 8*3*sqrt(3) = 24*sqrt(3). Dan de noemer: sqrt(2)*sqrt(2)*sqrt(2) = 2*sqrt(2).

    We kunnen die 2 uit teller en noemer wegstrepen, dus hebben we 12*sqrt(3)/sqrt(2). Wiskundigen vinden het echter niet ‘mooi’ om in een breuk in de noemer te hebben staan. De truc is dus om die weg te krijgen. Als je teller en noemer met hetzelfde vermenigvuldigt, verandert de breuk niet. B.v. 3/4 = 6/8 = 12/16, et cetera. Dat kunnen we ook hier doen. Wat ‘handig’ is, is om met sqrt(2) te vermenigvuldigen, want sqrt(2)*sqrt(2) = 2; dus dan verdwijnt de breuk uit de noemer. We hebben dan:

    (12*sqrt(3)*sqrt(2))/2; in de teller kunnen we nu de twee breuken samennemen. sqrt(3)*sqrt(2) = sqrt(6) (Die regel heeft Glowmouse ook gegeven); dan hebben we 12*sqrt(6)/2. Nu delen we 2 weg uit teller en noemer, en krijgen we 6*sqrt(6).
    Daher iſt die Aufgabe nicht ſowohl, zu ſehn was noch Keiner geſehn hat, als, bei Dem, was Jeder ſieht, zu denken was noch Keiner gedacht hat.
    pi_55570690
    Hmm... ik begin me hier een beetje dom te voelen. Zoals het hier boven staat snap ik het.

    Maar dan wil ik het vervolgens gaan proberen bij (sqrt(3)/sqrt(6))3 of (2sqrt(3)/3sqrt(2))3 en dan loop ik weer net zo vast.

    sqrt(3)/sqrt(6) is toch het zelfde als sqrt(3/6)? beetje raar. zolang er een 2 staat lukt het, maar met 3 en hoger snap ik het pas met een halve kist bier in mijn rug
    Gezocht: KAMER in UTRECHT
      donderdag 27 december 2007 @ 13:55:08 #109
    75592 GlowMouse
    l'état, c'est moi
    pi_55571583
    Zolang iedereen alles voordoet dat kan je het zelf ook nog niet. Probeer zo'n (sqrt(3)/sqrt(6))³ eens zelf om te schrijven naar (3*sqrt(3)) / (6*sqrt(6) en daarna naar 1/2*sqrt(1/2) en daarna naar c * sqrt(2).
    eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
    pi_55572161
    ow wacht. ik zag dus even niet dat 6sqrt(6) het zelfde is als sqrt(63)

    Maar wat word dit dan als de macht hoger word?
    Gezocht: KAMER in UTRECHT
      donderdag 27 december 2007 @ 15:01:30 #111
    75592 GlowMouse
    l'état, c'est moi
    pi_55573234
    quote:
    Op donderdag 27 december 2007 14:18 schreef tankertuig het volgende:
    ow wacht. ik zag dus even niet dat 6sqrt(6) het zelfde is als sqrt(63)
    Zie je ook waarom?
    eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
      donderdag 27 december 2007 @ 15:14:58 #112
    53267 TC03
    Catch you on the flipside
    pi_55573545
    Als je het echt naar vindt, schrijf dan gewoon sqrt(a) als a0,5. Dan kan er eigenlijk niks fout gaan.

    Als je dan (sqrt(3)/sqrt(6))3 hebt, zie je meteen dat dat gelijk is aan 31,5 / 61,5 = (1/2)1,5 = (1/2)0,5 * 1/21.
    Ten percent faster with a sturdier frame
      donderdag 27 december 2007 @ 17:29:51 #113
    123869 Merkie
    Surprisingly contagious
    pi_55576820
    quote:
    Op donderdag 27 december 2007 14:18 schreef tankertuig het volgende:
    ow wacht. ik zag dus even niet dat 6sqrt(6) het zelfde is als sqrt(63)

    Maar wat word dit dan als de macht hoger word?
    Uitleg waarom:
    SPOILER
    Om spoilers te kunnen lezen moet je zijn ingelogd. Je moet je daarvoor eerst gratis Registreren. Ook kun je spoilers niet lezen als je een ban hebt.
    sqrt(64)
    SPOILER
    Om spoilers te kunnen lezen moet je zijn ingelogd. Je moet je daarvoor eerst gratis Registreren. Ook kun je spoilers niet lezen als je een ban hebt.
    sqrt(65)
    SPOILER
    Om spoilers te kunnen lezen moet je zijn ingelogd. Je moet je daarvoor eerst gratis Registreren. Ook kun je spoilers niet lezen als je een ban hebt.
    Ik heb het tussen spoilers gezet omdat je er eerst zelf over moet nadenken. Doe dit ook, dat wij het kunnen heb je niks aan .
    2000 light years from home
    pi_55581144
    sqrt(66) = sqrt(63*63) = sqrt(63)*sqrt(63) = 6 * 6 * sqrt(64) = 36*sqrt(6²*6²) = 36*sqrt(6²)*sqrt(6²) = 36*6*6 = 36² = 1296

    Klopt het nu dat ik sqrt(64) heb omdat sqrt(63) sqrt(62) word. en die 2x maakt sqrt(64)
    Gezocht: KAMER in UTRECHT
    pi_55581367
    Nee, helaasch helemaal fout beredeneerd; de vierkantswortel (square root) nemen van iets tot de macht zoveel deelt de exponent zoveel door 2. Logisch als je bedenkt dat sqrt(ab) * sqrt(ab) = ab/2 * ab/2 = ab/2 + b/2 = ab (precies (sqrt(a^b)2) ).

    sqrt(66) = 66/2 = 63

    Wat jij wilt doen is kwadraatfactoren buiten het wortelteken halen:

    1.) sqrt(a8) =
    2.) sqrt(a2 * a2 * a2 * a2 ) =
    3.) a * sqrt(a2 * a2 * a2) =
    4.) a * a * sqrt(a2 * a2) =
    5.) a * a * a * sqrt(a2) =
    6.) a * a * a * a =
    7.) a4

    oftewel:

    1.) sqrt(a8) =
    2.) a * sqrt(a6) =
    3.) a * a * sqrt(a4) =
    4.) a * a * a * sqrt(a2) =
    5.) a * a * a * a =
    6.) a4

    Omgekeerd gaat ook; als je een factor onder een wortelteken wilt schuiven moet je deze tevens kwadrateren:
    a * sqrt(b) = sqrt(b * a2)

    [ Bericht 5% gewijzigd door harrypiel op 27-12-2007 21:08:44 ]
    pi_55586383
    dus sqrt(a7) is
    a3*sqrt(a)

    geloof dat ik het dan snap.
    Gezocht: KAMER in UTRECHT
      vrijdag 28 december 2007 @ 01:16:08 #117
    53267 TC03
    Catch you on the flipside
    pi_55592235
    Ik snap niet waarom je 'gelooft' het te snappen, en het niet zeker weet.

    sqrt(a7) = (a7)0,5 = a3,5 = a3*a0,5
    Ten percent faster with a sturdier frame
    pi_55628157
    ksnap deze limiet niet:

    lim
    x-> oneindig

    2x sqrt x / (sqrt x^3 +7x) + (sqrt x^2+4)

    normaal doe ik ze altijd met lhopital maar kheb geen idee hoe je deze moet differenteren of hoe je het met een andere methode moet doen
      zaterdag 29 december 2007 @ 17:54:41 #119
    120139 freiss
    Hertog Jan :9~
    pi_55628242
    edit: oh, je was nog niet klaar
    HJ 14-punt-gift.
    Lijst met rukmateriaal!
      zaterdag 29 december 2007 @ 17:54:53 #120
    75592 GlowMouse
    l'état, c'est moi
    pi_55628249
    hee gauw de vraag wijzigen Kun je nog wat haakjes zetten, want zoals hij er nu staat is hij helemaal zo lastig niet.
    eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
      zaterdag 29 december 2007 @ 18:02:58 #122
    30719 keesjeislief
    NextGenerationHippie
    pi_55628446
    quote:
    Op zaterdag 29 december 2007 17:51 schreef ekain2 het volgende:
    ksnap deze limiet niet:

    lim
    x-> oneindig

    2x sqrt x / (sqrt x^3 +7x) + (sqrt x^2+4)

    normaal doe ik ze altijd met lhopital maar kheb geen idee hoe je deze moet differenteren of hoe je het met een andere methode moet doen
    Zoals het er nu staat is de limiet oneindig, door de laatste term. Maar je zult wel 2x sqrt x / (sqrt(x^3 +7x) + sqrt(x^2+4)) bedoelen? In dat geval is de limiet gelijk aan 2, omdat teller zich gedraagt als 2 x1,5 en de noemer als x1,5 voor grote x.
    heeft de hoop dat het allemaal stiekum toch nog goed komt...
    Fotoboek
    pi_55628642
    jah dat klopt en het antwoord is ook juist maar kweet nog steeds niet hoe je er aan komt
    pi_55629651
    *mompelt iets over de 2x in de teller onder het wortelteken brengen (kwadrateren niet vergeten), teller en noemer door de hoogste macht in de noemer delen (in dit geval sqrt(x3)), en van elke term de limiet naar oneindig evalueren.
      zaterdag 29 december 2007 @ 19:07:50 #125
    30719 keesjeislief
    NextGenerationHippie
    pi_55629827
    quote:
    Op zaterdag 29 december 2007 18:12 schreef ekain2 het volgende:
    jah dat klopt en het antwoord is ook juist maar kweet nog steeds niet hoe je er aan komt
    Zoals ik zei, gewoon in teller en noemer de termen bekijken die het gedrag voor grote x bepalen (d.w.z., de grootste macht hebben) en die met elkaar vergelijken. Om dit wiskundig te verantwoorden, kun je die hoogste termen eruit halen, zodat de rest in de limiet naar 0 gaat:

    2 x √ x / (√(x3+7 x) + √(x2 + 4)) =
    2 x √ x / (√(x3(1+7 x-2)) + √(x3(x-1 + 4 x-3))) =
    2 x √ x / (x √ x √(1+7 x-2) + x √ x √(x-1 + 4 x-3)) =
    2 / (√(1+7 x-2) + √(x-1 + 4 x-3)),

    en dan zie je dat √(1+7 x-2) naar 1 en √(x-1 + 4 x-3) naar 0 gaat als x → ∞, zodat de uitkomst van de limiet 2/1 = 2 is.
    heeft de hoop dat het allemaal stiekum toch nog goed komt...
    Fotoboek
    pi_55659598
    In een zeker land bedroegen in een bepaald jaar de totale investeringen in vast kapitaal ¤440 miljard.
    De voorraadmutaties bedroegen ¤60 miljard.
    De afschrijvingen bedragen 10% van de bruto-investeringen.
    Bereken de netto-investeringen

    Euh HELP?
    * Toppunt van automatisering.
    - De stewardess die verkracht wordt door de automatische piloot.
    pi_55661149
    quote:
    Op zondag 30 december 2007 18:50 schreef -isolde het volgende:
    In een zeker land bedroegen in een bepaald jaar de totale investeringen in vast kapitaal ¤440 miljard.
    De voorraadmutaties bedroegen ¤60 miljard.
    De afschrijvingen bedragen 10% van de bruto-investeringen.
    Bereken de netto-investeringen

    Euh HELP?
    Zulke vragen horen niet hier thuis, maar in het gammatopic.
    pi_55705705
    Ik heb volgende week tentamen toetsende statistiek voor de opleiding Psychologie en ik probeer me nu voor te bereiden, maar ik heb een regelrechte ramp met alles wat met wiskunde te maken heeft.
    Het gaat om een voorbeeldopgave waar ik niets van snap, namelijk de volgende:

    Men wil weten of de man/vrouw verhouding onder studenten van Faculteit A en B van elkaar verschilt. Op steekproefbasis stelt men vast dat de proportie man in faculteit A 0,40 en in B 0,52 bedraagt. In beide gevallen zijn 100 studenten onderzocht.

    Vraag 1.
    Als je hier de nulhypothese toetst met behulp van de proportietoets voor verschillen, tot welke conclusie kom je dan?

    Vraag 2.
    De nulhypothese is ook te onderzoeken met behulp van de Chi-kwadraadtoets. Als je deze toets zou uitvoeren, welke waarde heeft de toetsstatistiek dan?


    Zou iemand mij kunnen uitleggen hoe ik deze twee vragen aan moet pakken, want ik snap er niks meer van
      dinsdag 1 januari 2008 @ 20:15:36 #129
    75592 GlowMouse
    l'état, c'est moi
    pi_55708422
    De proportietoets heb ik niet van gehoord, als je zegt op welke verdeling hij gebaseerd is, kan ik er waarschijnlijk wel wat mee. Merk op dat je de conclusie niet kunt trekken zonder vantevoren een significantieniveau te bepalen.

    Voor de Pearson chikwadraattoets moet je de dubbele sommatie over de observaties en de groepen doen van het (o-e)²/e met o de observatie en e de verwachte observatie. Wat je verwacht wanneer ze gelijk zijn weet je niet, dus schat je dat met (100*40 + 100*52)/200 = 46. Daarna maak je er nog een plaatje van, en het kan niet meer fout gaan:

    De teststatistic heeft nu waarde (40 - 46)² /46 + (52-46)² / 46 + (60 - 54)² / 54 + (48 - 54)² / 54.

    [ Bericht 52% gewijzigd door GlowMouse op 01-01-2008 20:27:02 ]
    eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
    pi_55710918
    Ik geloof dat ik het nu snap, geweldig bedankt
    pi_55726672
    Ik begrijp niet zo goed hoe de volgende vraag opgelost moet worden:

    De rondgang van een reuzenrad met een diameter van 135 meter duurt 30 minuten. Frits zit in een capsule in het hoogste punt van het rad op t=0.

    Geef de bewegingsvergelijkingen van de capsule van Frits.

    Vind het hoofdstuk sowieso vrij lastig, dus misschien dat het inde basiskennis al fout gaat.
      woensdag 2 januari 2008 @ 17:41:47 #132
    75592 GlowMouse
    l'état, c'est moi
    pi_55726932
    Weet je hoe de (in dit geval toepasselijke) bewegingsvergelijkingen eruit zien, en wat de daarin gebruikte constantes voorstellen?
    eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
    pi_55732649
    Iets met

    x-coordinaat = 67,5 meter * cos ((2*pi*tijd in seconden/ 30minuten*60seconden) + 1/2*pi) en
    y-coordinaat = 67,5 + 67,5 meter *sin ((2*pi*tijd in seconden/ 30minuten*60seconden) + 1/2*pi)

    waarschijnlijk
      donderdag 3 januari 2008 @ 14:20:02 #134
    112372 alyel
    love is just an illusion
    pi_55745351
    Herleid:

    2sin(t-π). sin(t-0,5π) -0,5sin(2t)

    Volgens deze regels "sin(t-u)= sin(t)cos(u)-cos(t)sin(u)" kom ik dan hierop:

    2sin(t-π). sin(t-0,5π) -0,5sin(2t)=
    2(sin(t)cos(π)-cos(t)sin(π)). (sin(t)cos(0,5π)-cos(0,5π)-cos(t)sin(0,5π)) - 0,5sin(2t)
    Ik kom niet verder dan dit. De uitwerkingen staan op deze link:
    http://leerling.getalenru(...)-dl4-d-test-hs16.pdf

    Kan iemand mij vanaf de derde regel (of vanaf wat hierboven staat) uitleggen hoe ik het verder moet herleiden?
    my future seems like one big past...
      donderdag 3 januari 2008 @ 14:43:30 #135
    75592 GlowMouse
    l'état, c'est moi
    pi_55745882
    Tipje: een uitdrukking als sin(π) hangt niet van t af, x*0=0 en x*1=x voor iedere x.
    eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
    pi_55754942
    quote:
    Op woensdag 2 januari 2008 17:41 schreef GlowMouse het volgende:
    Weet je hoe de (in dit geval toepasselijke) bewegingsvergelijkingen eruit zien, en wat de daarin gebruikte constantes voorstellen?
    Ik weet hoe ze er in het algemeen uitzien ja. De gebruikte constantes weet ik, maar het antwoord waar ik op uitkwam was niet goed en toen ik in de uitwerkingen keek snapte ik nog niet hoe ze op een bepaald iets kwamen. Dus daarom stel ik mijn vraag hier; misschien kan iemand hier de uitwerking geven die het kwartje bij mij wel doet vallen
      donderdag 3 januari 2008 @ 21:20:31 #137
    75592 GlowMouse
    l'état, c'est moi
    pi_55755218
    Het is dan makkelijker om te zeggen waar je op uitkwam, want dan zien we wat er fout ging.
    Een cirkelbeweging staat vrijwel altijd in de volgende vorm, met omega, b en c in beide vergelijkingen gelijk.
    x = a+b*cos(omega*t + c)
    y = e+b*sin(omega*t + c)
    (a,e) is het middelpunt van het reuzenrad, dus a=0 en e=135/2 (als hij op de grond staat).
    b is de straal: 135/2.
    c geeft het startpunt aan; op t=0 staat er namelijk gewoon cos(c) en sin(c). Kies je c=0 zit je dus rechts, maar hier zit je boven dus kies je c=pi/2.
    omega is de hoeksnelheid. Kiezen we ervoor om t in seconden te nemen (SI eenheid ), moet de hoeksnelheid in radialen per seconde. Omdat gegeven is dat 2*pi radialen in 1800 seconden doorlopen worden, geldt omega = pi/900.
    En dan heb je wat harrypiel ook al had en in je antwoordenboek stond
    eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
    pi_55759312
    Ik snap nu hoe het in zijn werk gaat (waarom het meeste rechtse punt als referentiepunt werd genomen snapte ik niet, maar daar geldt natuurlijk t=0). Dit was mijn oplossing:

    x = 67,5 cos (2pi/1800 × t)
    y = 135 + 67,5 cos(2pi/1800 × t)

    2pi/1800 komt natuurlijk op hetzelfde neer als pi/900, dus dat klopt wel (in het boek zeggen ze 1/15pi, maar ze gebruiken daar minuten (:{). Ik zat dus alleen bij die 135 fout, en dat heeft dan weer te maken met dat het middelpunt niet op 135 meter maar op 67,5 meter ligt. Ik snap hem, bedankt!

    edit: 1 ding snap ik nu ik er nog eens naar kijk toch nog niet: hoe je die c berekent. Kun je dat nog iets ophelderen ?

    [ Bericht 10% gewijzigd door MeScott op 04-01-2008 00:14:26 ]
    pi_55792942
    quote:
    Op donderdag 27 december 2007 01:43 schreef tankertuig het volgende:
    Hmm... ik ben nog maar een dummie, dus het spijt me als ik nu wat sullig overkom.
    Ik heb ook de antwoorden bij de opgave.

    (sqrt[2]/3)3 geeft 2/27*sqrt[2]
    ((2*sqrt[3])/sqrt[2])3 geeft 6*sqrt[6]

    Snap alleen niet echt hoe ze daar bij komen.
    http://staff.science.uva.nl/~craats/basiswiskunde.pdf ben ik aan het doorwerken. opgaven 3.24, a b en c lukken, d en e alleen niet. snap er niks van.
    leuke ebook maar even gedownload kan vast nog wel eens handig zijn later
    pi_55794639
    quote:
    Op donderdag 3 januari 2008 23:39 schreef MeScott het volgende:
    Ik snap nu hoe het in zijn werk gaat (waarom het meeste rechtse punt als referentiepunt werd genomen snapte ik niet, maar daar geldt natuurlijk t=0). Dit was mijn oplossing:

    x = 67,5 cos (2pi/1800 × t)
    y = 135 + 67,5 cos(2pi/1800 × t)

    2pi/1800 komt natuurlijk op hetzelfde neer als pi/900, dus dat klopt wel (in het boek zeggen ze 1/15pi, maar ze gebruiken daar minuten (:{). Ik zat dus alleen bij die 135 fout, en dat heeft dan weer te maken met dat het middelpunt niet op 135 meter maar op 67,5 meter ligt. Ik snap hem, bedankt!

    edit: 1 ding snap ik nu ik er nog eens naar kijk toch nog niet: hoe je die c berekent. Kun je dat nog iets ophelderen ?
    Die c duidt je beginpositie aan. Als ik bijvoorbeeld een simpele 1-dimensionale golfbeweging heb, dan kan deze beschreven worden door

    x(t) = A*sin(f*t+c)

    Voor t=0 geldt x(0) = A*sin(c). Als bijvoorbeeld gegeven is dat de beginpositie x(0) = B, dan moet je de vergelijking A*sin(c)=B oplossen om c te vinden ( ervan uitgaande dat A en B gegeven zijn ). Als ik in de oorsprong x=0 begin op t=0, dan is c=0 ( sin(0) = 0 ). Als ik in het punt A begin op t=0 dan geldt c=pi/2 ( sin(pi\2) = 1).

    Jouw geval is ietsje ingewikkelder; je hebt een cirkelbeweging, en dus een x(t) en een y(t). Nu moet je dus 2 beginvergelijkingen oplossen. Je hebt je vergelijking voor y als een cosinus opgeschreven, maar je had natuurlijk net zo goed kunnen schrijven y = 135 + 67,5*sin(2*pi/1800 + pi/2 ), omdat

    cos(t) = sin(t + pi/2 ).

    Een cosinus is immers niks anders dan een sinus die op 1 begint in plaats van 0. Teken de cosinus en de sinusfunctie maar es onder mekaar, en je ziet dat het enige verschil een opschuiving van je argument is
    pi_55794859
    Ik snap het, hartelijk bedankt voor de uitleg beiden
    pi_55795611
    Ik heb een natuurkunde vraag:)
    Wat gebeurd er als ik de kracht f uit dit topic nou 1 meter naar rechts verschuif?Natuurkunde bruggen
    Als de brug/tafel tussen de steunpilaren in 10 meter lang is.?
      zaterdag 5 januari 2008 @ 15:43:06 #143
    75592 GlowMouse
    l'état, c'est moi
    pi_55795886
    In een statische situatie kun je zelf het draaipunt kiezen, en zoals TC03 al zei moeten alle momenten om dit punt 0 zijn.
    Kies je eerst r1 als draaipunt, dan weet je direct wat de kracht is op r2 en omgekeerd.
    En vergeet niet dat je naast de kracht die je getekend hebt ook nog de normaalkracht werkt.
    eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
    pi_55797359

    Moment 1 = 50*3= 150N?
    Moment T= 50*10 =500N
    En dan is moment 2 500-150N = 350N?
    Betekend dit dan dat de kracht op R2 150N is en op R1 350N?
      zaterdag 5 januari 2008 @ 17:07:05 #145
    75592 GlowMouse
    l'état, c'est moi
    pi_55798261
    quote:
    Op zaterdag 5 januari 2008 16:35 schreef Rammstino het volgende:
    Moment 1 = 50*3= 150N?
    Moment T= 50*10 =500N
    En dan is moment 2 500-150N = 350N?
    Betekendt dit dan dat de kracht op R2 150N is en op R1 350N?
    Om het moment te berekenen vermenigvuldig je een kracht met een afstand, dus de eenheid van moment is Nm en geen N. Daarnaast heb je de kracht nu 2 ipv 1 meter verplaatst. Je berekening is verder niet navolgbaar omdat je 'T' en 'moment 2' nergens specificeert en is ook onjuist. Met een totale kracht van 50N (de zwaartekracht op de plank verwaarloos je nu) kan het natuurlijk niet zo zijn dat er op beide poten 500N drukt en het is ook opmerkelijk dat in je antwoord de grootste kracht op R1 werkt terwijl je dichter bij R2 drukt.
    Met r1 als draaipunt:
    0 = ΣM = (F*d)linksom - (F*d)rechtsom = Fr2*10 - 50*7, dus Fr2 = 35 N.

    TCO3
    eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
      zaterdag 5 januari 2008 @ 17:08:38 #146
    53267 TC03
    Catch you on the flipside
    pi_55798306
    Nee, werk zorgvuldiger.

    Moment om R1: 7*F - R2*10 = 0 --> 7F = 10R2
    Moment om R2: 3*F - R1*10 = 0 --> 3F = 10R1
    Dus: R2 = 0,7*F = 35 N en R1 = 0,3*F = 15 N.

    Krachtenevenwicht (om te controleren): F = R1 + R2 = 35 + 15 = 50.

    Als je een "inputkracht" hebt van 50 N kan je natuurlijk nooit reactiekrachten groter hebben dan de "input".
    Ten percent faster with a sturdier frame
    pi_55801652
    Ooh ik snap het!
    Bedankt allebei!
    pi_55858356
    hele domme vraag van me maar is X2 .
  • X nou X3 of blijft het X2
  •   maandag 7 januari 2008 @ 21:44:43 #149
    75592 GlowMouse
    l'état, c'est moi
    pi_55859238
    X² is X*X.
    X²*X is dus X*X*X en dat is X³.
    eee7a201261dfdad9fdfe74277d27e68890cf0a220f41425870f2ca26e0521b0
    pi_55871501
    Kan iemand mij helpen met de volgende integraal:

    f(t) = 3/(1-2t) + 5/(1-2t)2

    Het eerste stukje weet ik al, dat is -(3/2) ln (1-2t) maar dat tweede stukje lukt me niet.
    abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
    Forum Opties
    Forumhop:
    Hop naar:
    (afkorting, bv 'KLB')