Dit is denk ik de hoofdreden waarom zoveel, om het maar eens oneerbiedig te noemen, in-de-kast-atheisten, type Gott ist tot, toch Christen blijven.
De redenatie is simpel. Naast de existentiele vraag die TS stelt, kun je het nog veel groter zien: Je hebt een leven met god, en je hebt een leven zonder god. Ergo, een leven met god is altijd te prefereren boven het leven zonder god, aangezien je dus iets extras hebt. Zo kan het zijn dat je eigenlijk niet echt meer in god gelooft, maar toch vasthoudt aan de idee, omdat het je zingeving geeft, of comfort, of omdat je gewoon graag de rituelen bekijkt of uitoefent. Een atheistisch leven is altijd bleker in vergelijking.
Er zijn twee belangrijke punten hierop aan te merken (nog wel veel meer denk ik, maar ik houd het even simpel). De eerste slaat terug op de existentiele nutsvraag van de TS: namelijk dat je in een atheistisch leven geen doel hebt, geen gevoel van purpose, en in het Christendom wel. Het probleem dat je moet inzien is dat het doel in het Christendom ook slechts een schijndoel is. Volgens Nietzsche was niet voor niets een van de grootste vervloekingen van het Christendom dat ze nooit een sterk filosofisch onderbouwd existentieel antwoord hebben gegeven, en dat nu god wegvalt, we ineens in het ravijn storten (dat is wat dramatisch, maar ala, in de stijl van Nietzsche). De Christelijke leer zegt ons dat wat we doen onderdeel is van het Grote Plan van god, en dat ons leven daarom nut heeft. Maar is het grote plan van god wel nuttig? Je kunt zeggen: mijn leven heeft nut, want ik dien mijn naaste mens, en dan zal jij terecht(?) opmerken 'wat heeft dat voor nut als die naaste mens geen nut heeft?'. Nut is een exogeen proces. Een ding heeft geen nut tenzij het door iets van buitenaf nut wordt gegeven. De wereld had in z'n totaliteit geen nut, dus heeft men god bedacht om het nut te verlenen. Maar het enige dat gebeurt is dat je wereld geherdefinieerd wordt door: de wereld = [de wereld + god]. Waardoor de nieuwe totale wereld ook weer geen nut heeft. Het enige dat het Christendom dus doet is een extra nutteloze laag toevoegen (en dan hopen dat niemand het ziet).
Het tweede punt is dat een atheistische wereld hetzelfde is als een gelovige wereld, maar dan zonder god. Dit kan theoretisch waar zijn, maar is dat in de regel niet. Naast dat het een theistisch wereldbeeld afsluit, opent het ook een heel scala aan nieuwe wereldbeelden die niet (goed) konden in een theistisch model. Epistemologisch kun je ineens alle kanten op, logisch positivisme, empirisme, postmodernisme, existentialisme, fenomenologie, zelfs iets helemaal zelf bedenken. Zelfde natuurlijk voor de ethiek, wordt je fervent seculier humanist, praktisch ethist, etc. Daar moet je natuurlijk van houden, maar ook op een wat minder theoretisch niveau kan de wereld wonderlijk worden. Richard Dawkins kan het mooi verwoorden (lees bijvoorbeeld A Devil's Chaplain), dat de wereld, de atomen, de dieren die leven, de oerknal tot en met het universum, allemaal ontzettend veel wonderlijker in elkaar zitten dan een priester in de late bronstijd ooit heeft kunnen dromen. Je moet god afsluiten dan ook niet als het einde van je met nostalgie omhangen jeugd zien, maar het begin van een compleet nieuwe ontdekkingsreis.
They told me all of my cages were mental, so I got wasted like all my potential.