'Een moeilijkheid die me nog steeds dwarszit'
door Jordi Vermeulen
Hij verloor zijn moeder doordat hij als 21-jarige jongen actief was in het verzet. De inmiddels 82-jarige Bob Wolf stal tijdens de Tweede Wereldoorlog munitie van de Duitsers, bracht munitiedepots in kaart, legde mijnen onder spoorbruggen en vernietigde radioapparatuur van de bezetter.Een maand voor de bevrijding werd zijn moeder gearresteerd. Het 'Jagdkommando Steinbach', opgezet om de verzetsbewegingen in Brummen en 't Gooi te bestrijden, martelde haar dagenlang. Een dag voor de bevrijding zag Wolf haar terug: ,,Er was geen plekje op haar lichaam dat niet blauw was.''
Bob Wolf komt aan het begin van de oorlog via een groepje vrienden in zijn woonplaats Hilversum in contact met leden van het verzet. Ze vragen hem lid te worden van de honderdvijftig man tellende zogenaamde 'Verbindingsdienst'. Wolf weet nog goed hoe de leider van deze verzetsgroep is afgestapt op de Ortskommandant in Hilversum: ,,Onze leider overtuigde de Ortskommandant dat het nodig was snel een mobiele groep van jonge sterke kerels paraat te hebben. Die zouden de Duitsers kunnen helpen bij luchtaanvallen van de geallieerden, als alle verbindingen uitvielen. Prachtig vond de Ortskommandant dat. Met zijn goedkeuren hebben wij die dienst opgezet.''
In werkelijkheid dient de Verbindingsdienst ter assistentie van de geallieerden zodra zij Nederland zouden binnenvallen. Wolfs taak is het met zijn groep ,,de moffen de telefooncentrale in Hilversum uit schieten'', zodat de telefooncentrale in handen van het verzet komt.
,,Op de verjaardag van Hitler heeft onze Verbindingsdienst nog geparadeerd met Duitse troepen. We kregen allemaal een armband waardoor wij na acht uur 's avonds nog de straat op mochten. Ook ontvingen we een pasje met een stempel erop van de gemeente en banden voor de fietsen. Als er luchtaanvallen waren en de sirenes loeiden, konden wij de straat op en moesten we helpen. We kregen zelfs de beschikking over het stadion in Hilversum. Elke woensdag mochten we daar van de Duitsers hordenlopen en kogelstoten om in vorm te blijven! In het ons toebedeelde hoofdkwartier midden in Hilversum - door ons 'clubhuis' genoemd - kwamen we samen. Daar gingen we de kelders in en monteerden en demonteerden we in het donker door de Engelsen gedropte stenguns.''
Vrijen
Naast zijn activiteiten voor de als Verbindingsdienst verkapte verzetsgroep steelt Wolf - codenaam BEE - munitie uit het depot in het bosrijkegebied de Lage Vuurse, gelegen tussen Hilversum en Baarn. ,,We sprokkelden dan zogenaamd hout. De gestolen munitie stopten we onder het hout in de karretjes achter onze fiets.'' Tegen het einde van de oorlog gaan de Duitsers hun munitiedepots afschermen met mijnen. Wolf brengt voor de Inlichtingendienst van het verzet de locatie van de mijnen in kaart. ,,Met een vriendin ging ik naar het gebied toe om te kijken waar die mijnen lagen. We konden ze niet vinden. Totdat we op een klein toegangspaadje achterover gingen liggen. Ik voelde ik iets in mijn rug omvallen. Daar zat een gepeld stokje. Ik heb dat stokje eruit getrokken en eronder gekeken: daar zat een mijn.''
,,Gelukkig stond 'ie nog niet op scherp. Ik heb toen kaartjes gemaakt van waar die stokjes stonden. Ik had wel door dat het ging om die toegangspaadjes. Ze gingen natuurlijk geen terrein van twee bij drie kilometer vol mijnen stoppen. Zodra er moffen in de buurt waren, deden die vriendin en ik net alsof we aan het vrijen waren. De kaartjes die ik tekende verstopte ik dan in haar BH.''
,,Op een ochtend toen wij bij de Lage Vuursche bezig waren, viel drie man Feldgendarmerie ons huis binnen. Ik geloof dat het te maken had met fietsen stelen, of met het vernietigen en stelen van radioapparatuur. Dat was verraden. De Feldgendarmerie kwam huiszoeking doen. Mijn broer was thuis maar wist te ontkomen. Bang als hij was dat ik nietsvermoedend naar huis zou komen trachtte hij mij te vinden. Gelukkig bracht ik die dag eerst mijn vriendin naar haar huis. Daar wachtte mijn broer me op. Op het moment dat de Duitsers ons huis doorzochten, belde een koerierster van het verzet aan met een kaart in haar hand. Dat was een kopie van een door mij gemaakte kaart, in het Engels opgesteld. De Duitsers zagen die kaart en dachten eindelijk een van de centra van de ondergrondse inlichtingendienst te pakken te hebben.''
,,Mijn moeder en de koerierster zijn opgepakt en vastgezet in het Raadhuis in Hilversum, toentertijd een SS-vesting. Het verzet was in rep en roer over de arrestatie van de koerierster, die veel adressen van het verzet kende. Ze hebben de koerierster toen tijdens het luchten losgeschoten.''
Gebrandmerkt
Wolfs' moeder, Mies Bosch-Wolf, wordt spoedig vrijgelaten. Door haar te volgen hopen de Duitsers haar zoons in handen te krijgen. Uiteindelijk wordt ze toch weer opgepakt, nu door het commando-Steinbach onder leiding van de Nederlandse SS-er Andries Pieters, alias Steinbach. Steinbachs commando jaagt in Brummen en later in Loosdrecht op hardvochtige wijze op verzetslieden. Ze zetten Wolfs moeder en een aantal andere gevangenen vast in landhuis het Witte Huis in Loosdrecht. Een krantenartikel doet in 1949 verslag van de rechtszaak tegen de leden van het commando. ,,De gevangenen werden met gummiknuppels, zwepen, revolverkolven en ploertendoders op het blote lichaam geslagen, maar de beulen hebben hen ook met sigaretten en gloeiende poken gebrandmerkt. Met kaarsvlammen roosterden zij handpalmen en voetzolen. Ze hebben lichaamsdelen van hun slachtoffers met stokken omgedraaid; zij hebben hen aan zolderbalken opgehangen met het hoofd omlaag en tot bloedens toe geslagen; zij hebben een der gevangenen spijkers tussen de nagels geslagen. En dit alles opdat die gevangenen verklaringen zouden afleggen (over het verzet, red).''
Wolf herinnert zich de poging van de ondergrondse om de gevangenen te bevrijden. ,,Er zou een honderdtal flessen jenever met slaapmiddel erin verborgen worden in het huisje van mijn oom, vlakbij het Witte Huis. Een mevrouw die Duits sprak zou de Duitsers in het Witte Huis op de partij jenever opmerkzaam maken. Zodra Pieters' commando stomdronken in slaap zou vallen zou een aanval plaatsvinden. Uiteindelijk werd dat plan afgeblazen.''
,,Ik was natuurlijk enorm gefrustreerd. Maar ik had strenge instructies van de ondergrondse om op mijn onderduikplek te blijven zitten en me niet te laten zien. Want de SS had mijn gegevens en foto's uit mijn ouderlijk huis meegenomen en zochten me overal.''
,,Onder de ruimtes waar de gevangenen vast zitten heeft Pieters' commando dynamiet geplaatst met een lijntje naar de slaapkamer van de commandant. Die kon de gevangenen de lucht in laten vliegen zodra de Amerikanen en de Engelsen zouden komen. De gevangenen zouden dan niet meer kunnen vertellen wat er allemaal gebeurd was. Wolf: ,,God zij gedankt dat er dus geen aanval is geweest op het Witte Huis.''
,,De leiding van de ondergrondse ontving een week voor de capitulatie de Ortskommandant van Hilversum op ons hoofdkwartier. De baas wist dat ook bij de Wehrmacht het besef doordrong dat de oorlog min of meer verloren was. Temidden van kerels van het verzet met stenguns zei onze baas: 'Het moet afgelopen zijn daar in Loosdrecht. Het kan helemaal niet, vooral niet in de huidige omstandigheden. De Wehrmacht zal door ons niet aangevallen worden, als ze zich behoorlijk gedraagt, maar dan moet u in uw plaats de gevangenen bevrijden'.''
Volgens Wolf is dat de reden dat Pieters op 3 mei 1945 door de Wehrmacht, wordt gearresteerd. Maar er zijn ook aanwijzingen dat de behandeling van de gevangenen zelfs de Duitsers te gortig werd en dat Pieters bevelen van hogerhand heeft genegeerd.
Schuld
Een dag voor de capitulatie ziet Wolf zijn moeder terug. Een dag die hij zich scherp herinnert: ,,Het was afschuwelijk; Mijn moeder heeft weken vastgezeten in een kelder die half onder water stond. Er zijn vreselijke dingen gebeurd. Ze was echt tot aan haar tenen blauwgeslagen. Er was geen plekje op haar lichaam dat niet blauw was. Hoe dat gebeurd is weet ik niet. Je leefde in een tijd dat je daar niet over sprak. Ik heb altijd willen vragen of ze haar hebben verkracht. Maar nee, dat vroeg je niet. Je wilde dat feit niet naar boven halen.''
Op 16 januari 1946 overlijdt Wolfs moeder aan haar verwondingen. ,,Het is mijn schuld dat ze is overleden, zonder mijn verzetswerk was ze niet gearresteerd. Het is een moeilijkheid die nog steeds bij me dwars zit.''
Zou hij opnieuw in het verzet gaan als er nu een oorlog zou uitbreken? Na een lange stilte volgt Wolfs antwoord: ,,Ja. Ik vrees van wel.''
Bij de totstandkoming van dit artikel is gebruik gemaakt van research voor de aflevering 'Doodstraf' van het televisieprogramma Andere Tijden (NPS/VPRO). De aflevering kunt u terugzien op
http://geschiedenis.vpro.nl