Wat een verhaal van een oud sprinter
Jan Ykema: Vatbaar voor cocaïne
Door RENZE LOLKEMA (AD)
Jan Ykema (42) won Olympisch zilver in 1988. Hij biecht voor het eerst in het openbaar zijn jarenlange verslaving aan cocaïne op.
Jan Ykema zou niet zo diep zijn gevallen als hij in een achterstandswijk was geboren. Daar, in zo’n kansloze buurt, had hij dagelijks moeten knokken om te overleven. Maar Jan hoefde niet te overleven. Aan geld en geluk geen gebrek - Jan had de wind mee. Altijd, eigenlijk.
Ik kon alleen nog maar vallen, zegt hij nu, als hij terugkijkt. ,,Ik heb het in mijn jeugd allemaal cadeau gekregen. Het ging vanzelf. Alles kon, alles was mogelijk. Had ik maar moeten knokken. Dan was het me niet gebeurd.’’
Van onderstaand verhaal had Jan Ykema nooit gedroomd. Hij had het ook niet gewild. Toch is het hem overkomen. Vijftien jaar verslaafd aan cocaïne, vijftien jaar leven op het randje. Nu is hij clean. Alweer anderhalf jaar, zegt hij voorzichtig. ,,Ik heb vijftien jaar lang, 52 weken per jaar, 365 dagen per jaar gedacht om te stoppen. Dat lukt me wel, dacht ik steeds. Maar ik kon het niet. Het heeft lang geduurd, maar nu kan ik zonder. Toch blijf ik vatbaar, het gevoel blijft aanwezig.’’
Hij is wel eens eerder afgekickt. Kon hij er zomaar een halfjaar van afblijven. Maar in die zes maanden was hij niet te genieten, weet hij nog. Want als hij niet snoof, dacht hij 24 uur aan zo’n verleidelijk lijntje. ,,Ik zit nu in een fase dat ik er nog maar een uurtje per dag aan denk. Maar hier in Pingjum is dat spul niet te krijgen. Dus als ik het zou doen, zou ik bij elke afslag die ik op de weg met de auto neem, diep nadenken. Er zijn momenten dat ik er naar verlang, maar mijn wil is nu sterker geworden. Ik ben tegenwoordig sterk genoeg om die verleiding te kunnen weerstaan.’’
Pingjum doemt op vlak onder Harlingen, gemeente Wûnseradiel. Nostalgisch Nederland, Friesland op z’n mooist. Een karakteristieke kerktoren die boven het landschap uitstijgt, stijl- en sfeervolle huizen, een weids uitzicht. Wie rust zoekt, wordt hier gelukkig. Het dorpje herbergt onder meer prachtig zilver. Olympisch zilver, om precies te zijn. Gewonnen op 14 februari 1988, aan de andere kant van de wereld tijdens de Winterspelen in Calgary, opgeborgen op de eerste etage van een monumentaal pand aan de stille Kerkstraat.
Maar Jan Ykema staat nauwelijks stil bij het eremetaal dat van hem op slag een beroemde Nederlander maakte. Daarvoor is er veel te veel gebeurd. In 1989 stopte hij met schaatsen. Het was de inleiding tot een donkere periode. Vandaag reconstrueert hij voor het eerst in het openbaar zijn val. Maar ook zijn wederopstanding. Want hij kan het navertellen en dat is niet voor iedere drugsverslaafde weggelegd. Hij hoopt op deze manier wie dan ook te behoeden voor de sensatiezucht naar cocaïne.
De schaatsbond had hem eind jaren 80 niet meer nodig, er was geen ruimte meer in de kernploeg. Ykema, hij was toen 26 jaar, vindt nog steeds dat hij toen schofterig is behandeld. ,,In die tien jaar dat ik geschaatst heb, had ik twee doctoraalstudies kunnen halen, ik had tot m’n tachtigste een secretariaat kunnen vullen, ik had in de bestuursraad van Ahold kunnen zitten, weet ik veel. Maar ik zette m’n fysiek om in schaatsen omdat Nederland een schaatsland was. Daar ben ik aan het einde van de rit hard voor gestraft.’’
Niet dat Ykema veel verdiende, naar eigen zeggen hield hij eens 50 duizend gulden over aan een seizoen. Maar na zijn loopbaan wist hij simpel aan geld te komen. Hij stond dan weer eens acht dagen voor een bedrijf op een beurs à raison van 70 gulden per uur, deed wat pr-zaken voor de nieuwe lichting topschaatsers als Falko Zandstra en Rintje Ritsma en stormde zelfs de top-40 binnen met de hit ‘Wij zijn de allrounders’.
,,Ik trad zelfs op in boerendisco’s. Je hoefde maar een scheet te laten of de mensen klapten.’’
Die toer had nog lang kunnen duren. Maar de gangmaker kwam tot het besef dat hij niet eeuwig betaald kon krijgen voor het boeren in een microfoon.
Via een kennis die institutioneel belegger was, leerde hij hoe je van veel geld nog meer geld kon maken. Alleen, zoveel geld had Ykema ook weer niet. Dus besloot hij zeer gemotiveerd een makelaarscursus te gaan doen. Binnen een jaar was de cursus afgerond, nog geen zes maanden later was hij beëdigd makelaar. Huizen verkopen zat hem in het bloed, zo bleek. Zijn aanpak was bovendien soms rebels. ,,Ik moest op een gegeven moment een huis zien te verkopen aan twee homo’s. Ben ik die ochtend in m’n zwembroekje naar ze toegegaan. Ik was nog niet binnen of de deal was rond.’’
In die tijd poederde Ykema zijn neus al met cocaïne. ,,Ik verdiende veel geld. Heel veel geld. Als ik nu een workshop zou moeten houden over cocaïneverslaving, ligt daar de oorzaak. Cocaïne is voor de rijken. En ik ontmoette mensen met veel geld. Ik was nieuwsgierig, tuurlijk. Maar niet naar een blowtje of een biertje met een glaasje jenever ernaast. In mijn tijd als schaatser dronk ik er al flink op los, dat had ik dus al eens meegemaakt. Had ik een baanrecord in Davos gereden, won ik 300 dollar. Kreeg ik in totaal 600 dollar omdat ik de wereldbekerwedstrijd ook nog eens won. Dat was maar goed ook, ’s avonds in die dure Zwitserse kroeg liep de rekening weer op tot 700 dollar. Maar goed, in de wereld van de makelaardij kwam ik mensen tegen van niveau, van hoog niveau. Als je daar dan thuis was, werd er vaak gezegd: ‘Jan, er ligt voor jou ook een lijntje op de wc’.’’
,,Weet je, het is als vis. Stel je bent dol op vis. Altijd vis, lekkere vis. Tot ze je op een gegeven moment tongfilet in roomboter voorhouden. Ik had geld zat, wilde dus die vis niet meer, maar die tong. Ik voelde me al geweldig, maar door die cocaïne voelde ik me nog beter. Die kick van de eerste keer, ik vergeet het nooit meer. Het was fantastisch. Ik leek de hele wereld aan te kunnen, ik viel zelfs af. Was ik zomaar zes kilo kwijt, keken de vrouwen ook weer anders naar me. Als ik moe was, nam ik een snuifje. En ik verkocht huizen aan de lopende band.’’
,,Op een gegeven moment vroeg ik zo’n dealer, als ik een halve kilo koop in plaats van 100 gram, ben ik dan goedkoper uit? Ja, zei hij. Hoe duur dat spul is? Van 100 gram koop je een mooie tweedehands auto. Je belandt in een wereld waar je niet bekend bent. Het wereldje werd wel steeds kleiner. Maar ik kon het me permitteren, ik had geld zat. Ik stoomde maar door. En voor die cocaïne hoef je echt niet naar Amsterdam. Het is echt dichterbij dan je denkt.’’
Langzaam takelde hij af. ,,Tuurlijk wil je er vanaf. Altijd. Die kick, dat heerlijke gevoel van de eerste keer, heb ik niet meer gevonden. Ook niet toen ik er af was en weer opnieuw begon. Ik heb altijd geweten dat het niet goed voor me was. Ik dacht ook dat ik sterk genoeg was om er zo maar mee te kappen. Ik wilde weer vis eten, zeg maar. Maar om er van af te komen, is toch moeilijker dan ik toe wilde geven. Want je voelt je beroerd en je wilt je juist goed voelen. Dus neem je maar weer. Zo ging dat altijd, dag in dag uit.’’
In 1994 werd Jesper geboren. Jan woonde samen met vriendin Jeltina in Pingjum. Hun zoon was meer dan welkom, maar - zegt papa nu - hij was niet voorbereid op de verantwoording voor een kind. Hij leefde turbulent, was ondertussen zijn eigen makelaardij begonnen en begon zijn zoon vooral te verwennen. ,,Ik wist niet dat dat zo slecht kon zijn. Ik had hem liefde moeten geven.’’
Hij was niet gelukkig, merkte hij. Ykema kwam er achter dat makelaar ‘een geweldig kloteberoep was’.
,,Ik was te sociaal, ik deed altijd wel iemand tekort. Sommige huizen heb ik veel te duur verkocht, anderen voor veel te weinig. Een keer hoorde ik dat een vent incest had gepleegd met zijn dochter. Daar was ik geweldig kwaad over. Hij zat inmiddels achter de tralies, toen heb ik het huis zo laag getaxeerd dat zijn vrouw die woning kon kopen. Hij moet gewoon met z’n klauwen van z’n kind afblijven. Ach, ik was te veel een Robin Hood. Vaak wist ik eerder dan de man des huizes wanneer zijn vrouw van hem af wilde, of andersom.’’
Zijn eigen relatie kantelde. Toen hij en Jeltina uit elkaar gingen, verhuisde Ykema naar Odoorn, in Drenthe, waar z’n nieuwe vriendin woonde. ,,Ging ik elke dag op en neer naar Harlingen, waar ik mijn zaak had. Ik kon de hele wereld aan, maar was ook behoorlijk verslaafd.’’
Twee jaar later scheidde hij opnieuw waarna hij terugverhuisde naar zijn geboortestad Harlingen. Van de cocaïne kon Ykema nooit meer afblijven. Zijn eigen zaak ging failliet waarna hij in dienst trad van de Alfia-groep, een financiële dienstverlener. Maar ook dat bleek geen garantie voor geluk. Hij werd nauwelijks betaald. En als hij salaris kreeg, leek het slechts een voorschot. ,,Ik was te goedgelovig. Dat kwam ook omdat ik altijd aan dat spul zat.’’
Het was inmiddels 1998 en in die tijd leerde hij Geertje kennen, zijn huidige vriendin met wie hij samenwoont in het prachtige Pingjum. Die hielp hem langzaam maar zeker van zijn verslaving af, hoewel dat met vallen en opstaan ging. Op momenten dat zij het niet wist, snoof Ykema toch zijn behoeftes weer op. Geertje toonde begrip, maar vooral geduld. Ze praatten soms hele nachten door. ,,Praten helpt echt’’, zegt Ykema nu.
Jan Ykema zit tegenwoordig zonder werk. Geen Versace-pakken meer, geen glimmende puntschoenen ook. Zijn baard houdt hij af en toe bij en dat overgewicht interesseert hem eigenlijk ook niet meer. Hij is persoonlijk bankroet verklaard en de nasleep van zo’n faillissement heeft verregaande consequenties. Hoewel hij fit en fris is en die guitige kop van vroeger nog altijd bezit, mag hij de komende jaren geen betaalde arbeid verrichten. Maar, zegt hij, hij heeft zijn leven weer onder controle.
En bovenal, Ykema is clean. Dankzij de mensen om hem heen, dankzij zijn psychiater uit Sneek die hij zeer regelmatig bezoekt. ,,Ook als het goed gaat, moet je elkaar wat te vertellen hebben.’’
Bovenstaand verhaal is hem overkomen. Maar anders dan bijvoorbeeld Marco Pantani - de Italiaanse wielrenner snoof zich in 2004 dood - kan hij het opbiechten, in de hoop dat anderen er iets aan hebben. Ykema heeft er een heel leven opzitten, beseft hij, en dat is allerminst saai geweest. ,,Gelukkig maar’’, zegt hij. ,,Je moet straks aan de hemelpoort wel wat te vertellen hebben.’’
Mart Smeets :"In alle drukte heb ik rust."