Er zijn twee manieren om een oorlog te winnen.
De eerste is de vijand de mogelijkheid om verder te vechten te ontnemen. Doordat hij dusdanige verliezen heeft geleden, zoveel territorium heeft verloren dat het onmogelijk voor hem is om nog door te gaan met vechten. Oorlogen die op deze manier verlopen zijn meestal zeer bloederig. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld de beide wereldoorlogen.
De tweede manier is de vijand de wil om verder te vechten te ontnemen. Hierbij wordt de vijand niet vernietigd, maar verliest hij de (politieke) wil om het conflict nog verder voort te zetten. In principe heeft hij nog wel de capaciteit om verder te vechten, maar is niet bereid de tol te betalen om de overwinning te behalen.
De oorlog in Irak is een duidelijk geval van de 2e manier.
De opstandelingen hebben natuurlijk niet de capaciteit om werkelijk afbreuk te doen aan de Amerikaanse gevechtskracht. Hoewel ze wel een behoorlijk aantal soldaten, tanks, helicopters e.d. uitgeschakeld hebben, in verhouding tot de Amerikaanse bevolkingsgrootte en industriële capaciteit is dit natuurlijk nagenoeg niets.
Evenmin kunnen de Amerikanen de opstandelingen vernietigen. Hoewel de Amerikanen over een enorme vuurkracht beschikken kunnen ze deze niet inzetten omdat ze niet weten wie de opstandelingen zijn of waar ze zitten. In een conventionele oorlog geeft zo een dergelijke vuurkracht altijd de overwinning. In een guerilla-oorlog is hij nagenoeg nutteloos.
Het is dus voor beide partijen noodzakelijk om de wil van de ander tot vechten te breken. En juist hierin slagen de opstandelingen beter als de Amerikanen. De voortdurende reeks van aanslagen, die tot nu toe aan 2193 Amerikanen het leven hebben gekost, hebben welliswaar nauwelijks invloed gehad op de gevechtskracht van het leger, maar wél op de politieke wil om verder te vechten. Op dit moment vind een meerderheid van de Amerikaanse bevolking dat ze beter niet hadden kunnen beginnen aan de oorlog. Ook in de politiek zijn er veel politici die in eerste instantie voor de oorlog waren nu naar het andere kamp overgegaan. Ook republikeinen.
De Amerikanen daarintegen hebben veel minder succes de wil tot vechten bij de tegenstander te breken. Hoewel zij voor iedere gedode Amerikaan ongetwijfeld een veelvoud aan opstandelingen doden, leidt dit niet tot verminderde vechtlust bij dezen. Integendeel, eerder is het tegenovergestelde het geval. Het totale aantal actieve guerillastrijders blijft langzaam groeien, ondanks dat er ondertussen al heel wat uitgeschakeld zijn. De bron waaruit er door de opstandelingen gerekruteert kan worden is welhaast oneindig groot. Er worden iedere maand honderd keer jonge moslims volwassen als dat de Amerikanen er doden. Bovendien is het in het belang van de buurlanden Syrië en Iran dat dit conflict zo slepend mogelijk wordt. Hierdoor zal het aan wapens en overige steun ook niet ontbreken.
Het is dus niet de vraag óf de Amerikanen gaan verliezen, maar veel eerder wannéér zij dat gaan doen. En uitstel van terugtrekken brengt alleen maar meer doden en kosten met zich mee.
The End Times are wild