Ach ja ik heb wel heuglijker tijden gekend, terwijl ik hier nu het nummer never back down van Novastar beluister, laten we het zo stellen.
Ik denk soms wel eens: wat is het leven? Het lijkt wel pompen om niet te verzuipen. Mensen zitten allemaal gevangen in hun eigen wereldje, ik heb althans het gevoel in een andere wereld te vertoeven dan anderen. Ik lach om hun alledaagse strijd om te overleven hun status en hun plaats in de maatschappij veilig te stellen. Maar wat stelt het eigenlijk voor? Alles vergaat en bovendien zijn we in vergelijking me de ruimte nog niet eens het oog van een dode mier of zo.
Ik heb soms wilde plannen om uit de maatschappij te stappen, mijn haar en baard te laten groeien en door de wereld te trekken, en te leven van wat de wereld mij biedt. Gewoon op me af laten komen wat komt, goed of slecht. Gewoon alles overboord gooien wat me beperkt in het opdoen van levenservaring.
Je bent hier een tijdje, bouwt wat op, en het vergaat. Normaal, als je al het werk van de voorouders, alle centen die ze verdienden en alles wat ze verwezenlijkten bekijkt, dan zou de huidige generatie niet eens zo hard meer moeten zwoegen. Je zou eens alle energie van al onze voorouders moeten optellen waarmee ze gezwoegd hebben in het zweet des aanschijns, al het bloed, zweet en tranen die ze gelaten hebben. Waar gaat al die energie naartoe, al dat werk en kracht dat ze er hebben ingestoken? Heeft het dan echt niks uitgehaald? Waarom doen wij al die moeite, waarom al die stress en frustraties?
Op dit moment voel ik me als in een reuzenrad. Ik heb me een tijd helemaal aan de top terug gevoeld, en nu zak ik weer helemaal terug naar de grond en ik weet niet hoe lang ik er zal vertoeven.
Ondertussen weet ik niet eens of het nou aan of uit is met mn vriendin (ik zou het haar eens moeten vragen), en word ik helemaal tureluut van die blokperiode en raak ik niet klaar met mn examens. Op straat zie ik de grootste achterlijke lullos met een vriendengroep en met leuke meiden lopen, terwijl ikzelf overal buiten lijk te staan. Veel mensen zeggen van, wat ben jij een lieve jongen. Nou waarom heb ik dan nauwelijks vrienden vraag ik me dan af. Dan word ik kwaad op anderen die me ooit uitgespuwd hebben.
Soms denk ik wel eens: op een dag knal ik eens iedereen af die me stokken in de wielen probeerde te steken. Maar ach, wie ben ik om te oordelen of te veroordelen?
Vaak droom ik over de liefde. Om met het schip der liefde de oceaan van menselijke beperkingen en ellende te overstijgen, en aan te meren aan een paradijs op aarde.
Maar verder dan een gebroken hart ben ik nog niet gekomen.