quote:
Op maandag 7 februari 2005 17:41 schreef Stuart het volgende:Eigenlijk vind ik dit helemaal geen gezonde ontwikkeling. Het zgn. positieve discrimineren moet maar eens afgelopen zijn. Dit dwangmatige gedrag zal naar mijn idee niet de gewenste effecten opleveren
De hoofdcommissaris doet hier juist een unieke en verstandige aanzet tot een vreedzamere en meer verlichte maatschappij, en laat ons zien dat Cohen met hem niet alleen een bekwame politiemanager maar ook een diepe denker over onze samenleving naar Amsterdam heeft gehaald. Een politiekorps is veel meer dan een organisatie die misdaadbestrijding en hulpverlening als bestaansgrond heeft, maar voor alles een afspiegeling is, een groot spiegeloppervlak waar de samenleving zichzelf op wonderbaarlijke wijze weerspiegeld ziet. Deze weerspiegeling van maatschappij in politieorganisatie, in Amsterdam tot stand komend door een toestroom van moslimdienders, heeft een kalmerende, onrust bezwerende werking waaraan het gewone politiewerk niet kan tippen. Sterker nog: strak politiewerk kan onrust doen toenemen, en onrust moet ten koste van alles voorkomen worden. Veel bekeuren kan tot onrust leiden; de burger kan van teveel strafbare feiten kennis nemen en daardoor onrust ondervinden (de Amsterdamse voorlichting voorziet hierin gelukkig ook door de burger tegen zichzelf te beschermen en hem gedoseerd van nieuwsfeiten te voorzien). Beter is het hem of haar te attenderen op de verrukkingen die de heerlijk reflecterende politieorganisatie hem of haar kan bereiden; verrukkingen die goed vergelijkbaar zijn met de zonsondergangen van Monet of het unieke camerawerk van Bert Haanstra (jammer dat zij zijn werk niet meer mogen meemaken) en ons doen beseffen dat in het Amsterdamse hoofdbureau een groot kunstenaar zetelt die met zijn spiegelende diendermozaïek wellicht het belangrijkste hoofdstuk in de grote geschiedenis van dit korps schrijft.
Ongekend zijn de voordelen die de moslimagent in de dagelijkse politiepraktijk het korps te bieden heeft. Niet alleen is hij de heldhaftige voorhoedestrijder in de strijd tegen het internationale terrorisme (met een moed die niet onderdoet voor die van zijn Irakese collega’s) ook kan hij met diplomatie boefjes die met straatroof, scooteracrobatiek en samenscholing burgers onheus behandelen, meer bereiken dan de autochtone collega met proces-verbaal en handboei. Zo leert deze laatste hoeveel er met een vreemde taal en een langdurige knipoog op dit gebied bereikt kan worden met een effectiviteit die gegarandeerd is tot het moment waarop zij de straat verlaten.
Daarnaast kan de omstandigheid dat hij de vreemde taal spreekt en verstaat, en zijn Hollandse medediender niet, bijdragen aan een intiemer contact met de burger in kwestie doordat de moslimagent zich niet teveel op de vingers gekeken voelt, zich ontspannen kan gedragen, en zo de relatie burger-agent minder door “streepjesjagerij” en controledrift onder druk komt te staan wat natuurlijk ook weer bijdraagt aan het voorkomen van onrustgevoelens. In het bewustzijn van zijn afkomst, door zijn taal en warme inborst heeft de moslimagent ook een groter inlevingsvermogen in de speciale problematiek van de mensen die vaak zonder eigen toedoen over niet alle vereiste papieren beschikken, en leert hij ons dat er met begrip, hulp en mededogen meer bereikt kan worden dan met overdreven en onmenselijke strakheid, kortom: dat het belangrijker is ons op echte criminaliteit te richten.
Niet vergeten mag worden dat zijn taalkennis ook een handreiking is naar die groepen die zuchten onder de grote integratiedruk (nu zij meer dan vier nieuwe woorden per jaar moeten leren) en met elk nieuwsbericht (dat zij weliswaar nog niet verstaan kunnen) de daardoor ontstane onrust voelen toenemen.
In schietincidenten kan de grotere bukvaardigheid van de moslimagent van levensbelang zijn.
Een enkeling zal mij voor de voeten werpen dat het ziekteverzuim onder de moslimagenten hoger is dan gemiddeld. Dit zie ik absoluut niet als bezwaar. Het leidt juist tot versterking van de politieaanwezigheid in de huiselijke sfeer, een absolute must als wij de naleving van onze topprioriteit, de bestrijding van huiselijk geweld, serieus nemen.
Zoals wij in 1944/1945 mede door de Marokkanen zijn bevrijd, zoals de ineenstorting van onze economie in de jaren zestig, zeventig en tachtig door het onbaatzuchtig toesnellen van onze Turkse, Marokkaanse en Surinaamse vrienden voorkomen werd, zo zal achteraf blijken dat de meerderheid van moslimagenten in het Amsterdamse korps onmisbaar zal zijn geweest.
Ik dank u voor uw aandacht.