De meest opmerkelijke stukjes waren wel dit:
- Bernhard organiseerde zijn eigen begrafenis:
De prins: 'Ik bepaalde dat mijn familie in de stoet op olifanten moest. Dat heb ik later toch maar laten schrappen.'
- Bernhard over Evita:
'Ik heb niets gehad met Evita. Ik vond haar geen charmante vrouw, helemaal niet. Ze was ambitieus, wilskrachtig, allesbehalve vrouwelijk.
-Bernhard over zonen en weddenschap:
Zes dochters hebt u, geen enkele zoon. Had u nooit een zoon willen hebben?
'Nee. Het is nooit bij me opgekomen. Ik ben dankbaar voor wat ons gegeven wordt. Basta. Ik moet denken aan de geboorte van Margriet. Toen heb ik vijftig dollar gewonnen van mijn vrouw.
'We hebben in '42 samen New York bezocht. Er was daar een waarzegster die zei: u krijgt een zoon. Mijn vrouw vond het geweldig. Ik zei: ik wed om vijftig dollar dat mijn voorgevoel klopt. Het wordt weer een dochter. Vijftig dollar. En bedenk wel: het wordt eerder groen op de maan dan dat je mijn vrouw tot een weddenschap krijgt. En al helemaal niet tot betalen. Maar ze ging erop in.
'Ik heb tegen Van Tets, haar secretaris, gezegd: terwijl ze nog in de kliniek ligt, geef jij mij die vijftig dollar. Anders krijg ik ze niet. En zo is het gegaan. Van Tets betaalde. Dat heb ik haar later verteld. Kreeg ik zo'n zuur lachje. 'Mijn vrouw wilde graag een zoon. Die wilde echt een zoon hebben. Net zoals Margriet per se een dochter wilde.'
- Bernhard over Juliana en zijn vriendinnen
Ze moet veel van u gehouden hebben.
'Precies, dat is het. Het is de hoofdreden waarom ze het heeft kunnen accepteren. Dat is het. 'Neem de relatie die ik in Londen had tijdens de oorlog. Het eerste jaar, ze vroeg: heb je een vriendin? Ik zei ja. Tweede jaar. Heb je nog dezelfde? Ik zei ja. Derde jaar. Nog steeds? Ja, zei ik. Is ze echt zo aardig dat je haar na drie jaar nog steeds hebt? Ik zei ja. Ze zei: dan wil ik haar graag ontmoeten. Uit die ontmoeting is voortgekomen dat mijn vriendin elk jaar met ons is gaan skieën, tot '52, toen ze vertrok naar de Bahama's.
- Bernhard over de hofhouding
'Ik heb al heel gauw een enorme hekel gekregen aan de hofhouding. Omdat het jaknikkers waren.
- Bernhard over vliegen en sjoemelen
Je kunt nog het beste zeggen: ik heb gewoon niet stilgestaan bij de beperkingen. Ik heb 52 jaar als piloot gevlogen. Willem-Alexander heeft alle brevetten van de beroepspiloot. Ik heb die nooit gehad. Ik heb altijd gesjoemeld. Ik zei dat ik de brevetten had, ik hoefde ze nooit te tonen. Maar ik heb streng verboden ontelbare keren passagiers vervoerd. Is absoluut verboden.
'Ik had een DC-6 vol passagiers naar Amerika. Mijn dochters waren op Long Island, ik wist waar. Ik zeg tegen de captain: vind je het goed dat ik even van twintigduizend voet naar tweeduizend voet ga om de kinderen te laten merken dat ik eraan kom. Hij vindt het goed. Dus ik neem gas weg en duik. We waren even vergeten dat in de kist onder meer veertien rabbi's zaten. Als die denken dat ze dood gaan, moeten ze naar een deur. Er ontstond een stormloop op de cockpit van de piloot. Het boordpersoneel was in rep en roer. Maar goed, ik heb de kinderen gegroet. Vandaag zou zoiets onmogelijk zijn. In de jaren vijftig kraaide er geen haan naar. Totaal illegaal. Maar wel leuk.
- Bernhard over zijn relatie met Wilhelmina
'Ik heb nooit niet kunnen doen wat ik wilde doen. Behalve een paar keer met de oude koningin. In mei 1940 moest ik mijn vrouw wegbrengen naar Engeland. Ik wilde niet. Toen heeft de oude koningin meneer Beelaerts erbij geroepen, de vice-voorzitter van de Raad van State. Ze zei: meneer Beelaerts, ik wens dat u het hoort, ik heb mijn schoonzoon verzocht mijn dochter naar Engeland te brengen. Als hij niet gaat, schiet ik me dood. Toen heb ik gezegd: het is goed moeder, ik ga.
Wat moest ik anders? 'Ik heb jullie toch verteld van die ruzie met de oude koningin over het paleis. Heb ik dat niet verteld? Ik vertrok uit Engeland, keerde terug naar Nederland, september '44. Ik zei: moeder, wat moet ik met de paleizen doen? Ze zei: verbrand ze. Ik ga niet meer wonen in een paleis waarin de moffen hebben gezeten. Nou, zei ik, dat is goed. Ik kwam in Apeldoorn, de Canadezen stonden op het punt bezit te nemen van het Loo. Ik riep: hop, d'r uit, ik ga erin, met mijn staf.
'Later kwam de oude koningin over uit Engeland. Ik had mij niet aan de toezegging gehouden het Loo in brand te steken. Ze wilde niet meer met mij spreken totdat ik excuses had gemaakt voor het feit dat ik in het paleis was getrokken, zonder het aan haar voor te leggen. Ik zei: daar pieker ik niet over. U hebt gezegd: verbranden. Ik heb het niet verbrand, ik ben er ingetrokken, ik begrijp niet waarom ik excuus zou moeten aanbieden.
'Dat heeft geduurd van april tot oktober. Niet meer met elkaar praten. Een half jaar. En mijn vrouw was het met mij eens. Die heeft na zoveel maanden gezegd: moeder, vergeet het nu maar, hij doet het toch niet. Plotseling begon ze weer met me te praten. Ik ben er nooit op teruggekomen.
'Ik las pas onlangs in de biografie van Fasseur dat de oude koningin sympathie voor mij had. Dat heb ik nooit gemerkt in Londen. Er was een moment van uitzondering. Ze vroeg me een keer: mis je je moeder? Ik zei ja. Toen zei ze: ik zal proberen haar plaats voor je in te nemen. Dat vond ik lief. Maar het was de enige keer dat ik haar affectie merkte.'
- Bernhard over Nederlanders en Duitsers:
'Ik vond de stemming in Nederland niet anti-Duits toen ik hier arriveerde. Het klimaat bij het huwelijk van Beatrix en Claus in 1966 was wat dat betreft voor mij een verrassing. Ik dacht: verdomme, jullie hebben mij toch ook geaccepteerd. Ik heb me voor Claus sterk ingezet bij de mensen van het oude verzet.
'Ik was verbaasd over de heftigheid van het debat. Ga eens na: hoeveel Nederlanders zullen er in het verzet hebben gezeten en hoeveel mensen hebben gewoon meegedaan, zijn met de Duitsers uitgegaan, made the best of it? Het zal wel een eigenaardige gedachte zijn, maar volgens mij zijn de anti-Duitse gevoelens van na de oorlog voor een deel schuldgevoelens.
'Het zijn de gevoelens van mensen die vooral willen tonen dat ze goed waren, of dat hun ouders goed waren. Toen deden ze niets, nu willen ze kunnen zeggen: die rotmoffen.
- Bernhard over het Oranje-vermogen:
'Het cadeau voor het jonge paar Alexander en Máxima, het huwelijkscadeau, werd een zilveren tafelgoed, vorken en messen tot en met de zoutpotjes, voor 24 mensen. Dat is goed, heb ik gezegd, lijkt me leuk. Ja, had Trix opgemerkt, maar het kost minstens vijftigduizend gulden.
'So what? Nou ja, had zij gezegd, ik weet niet hoe we dat moeten doen. Toen heb ik aangeboden de kosten voor mijn rekening te nemen; de rest van de familie moest dan maar iets anders verzinnen.
'Dat zo'n vent, zo'n Kikkert, dan maar wat roept: de koningin heeft miljarden. Überhaupt, mensen die dat beweren, denken niet na voordat ze schrijven. Trix en haar zusters krijgen, als mijn vrouw en ik dood zijn, miljoenen. Maar intussen heeft ze niks en moet ze leven van de rijksinkomsten. Ik geloof dat Trix haar vermogen minder is dan één miljoen.
'Al die verhalen over rijkdom zijn allemaal volslagen onzin. Ze betaalt forse huur aan de regering voor het gebruik van het oude Loo. Aan paleizen heeft Trix Drakesteyn en dan heeft ze Tavernelle in Italië en verder heeft ze niks.
'Dan de aandelen. In aandelen heeft ze minder dan één miljoen aan vermogen. Ik ben met de thesaurier naar aanleiding van die verhalen over ons beweerde grootaandeelhouderschap in Shell nagegaan wat we nu feitelijk hebben. Voor de Shell komt ons aandelenpakket uitgedrukt in percentages neer op nul komma nul nul nul iets. Drie nullen na de komma. Zo weinig hebben wij van de Shell, helaas.