Nu ben jij aan de beurt ok?
Geplukt van de SP site
Spreiding allochtonen noodzakelijk
De politieke aardverschuiving van 15 mei weerspiegelt de geweldige onvrede in de samenleving. De les: het móet anders en beter. Een van de belangrijkste testcases: hoe keren we de segregatie in de samenleving en trekken we het stokkende integratieproces vlot? Ons idee: maak een Deltaplan voor een geïntegreerde samenleving, met centraal daarin: een veel evenwichtiger spreiding van allochtonen over wijken, scholen en banen.
Door Ali Lazrak, Tweede-Kamerlid voor de SP
Op dit moment is het aandeel van niet-Westerse allochtonen in onze bevolking 8 procent. De meeste allochtonen wonen in de vier grootste steden waar bijna eenderde van de bevolking van een niet-westerse allochtone afkomst is. In de rest van Nederland gaat het om 10 procent. De 23 postcodegebieden met een allochtone meerderheid liggen op één na allemaal in Rotterdam, Amsterdam, Utrecht of Den Haag. Ook in de overige steden zien we concentratiewijken met niet-westerse allochtone bewoners
Deze wijken kenmerken zich door een oververtegen-woordiging aan kansarme, weinig op de Nederlandse samenleving georiënteerde allochtone bewoners en relatief weinig autochtonen. De werkloosheid in deze wijken is bovengemiddeld, het voorzieningenniveau benéden het gemiddelde en de kans om slachtoffer te worden van criminaliteit weer bóvengemiddeld - net als de kans om als dader bij crimineel handelen betrokken te raken.
Tengevolge van de geografische concentratie van allochtonen neemt ook het aantal scholen met een meerderheid aan allochtone leerlingen toe. In 2000 waren er circa 500 'zwarte' scholen in 82 gemeenten van ons land. De 'zwarte' school is het gevolg van een ruimtelijke concentratie van allochtonen. Desgevraagd zeggen de meeste allochtone ouders dat ze het liefst zien dat hun kinderen naar een gemengde school gaan. Allicht: volgens de onderwijsinspectie blijken allochtone leerlingen duidelijk beter te presteren op scholen met relatief veel kansrijke leerlingen dan op scholen met relatief veel kansarme leerlingen.
De inkomenspositie van allochtonen is ongunstiger dan die van autochtonen. Hun netto-uurloon blijft in de praktijk ver achter. Ook de kans om werkloos te worden is oneerlijk verdeeld. Armoede komt onder allochtone bewoners van Nederland drie maal zo vaak voor dan bij autochtone Nederlanders. allochtonen zitten minder in de WW en vaker in de bijstand, wat duidt op harde werkloosheid; in de WAO zijn Marokkaanse en Turkse werknemers oververtegen-woordigd. Eén op de vijf oudere allochtonen leeft onder het sociaal minimum.
Kortom: we moeten de werkelijkheid onder ogen zien. We moeten ophouden met het creëren van wensbeelden; we moeten beslissen waarnaar toe we willen als samenleving; we moeten zorgen dat wij, en voorál onze kinderen, samen kunnen leren, samen kunnen wonen, samen kunnen léven. Op basis van die uitgangspunten willen wij de volgende voorstellen doen:
Er moet een parlementaire enquête komen naar de effecten van het tot nu toe gevoerde beleid. De procedure tot het verkrijgen van het staatsburgerschap moet worden vereenvoudigd, worden gestandaardiseerd en gratis zijn. Het kiesrecht voor de gemeenteraad (en ook Provinciale Staten) moet voortaan niet eerst na vijf jaar maar al na drie jaar worden verleend. Remigranten moeten beter geholpen worden. Bestaande belemmeringen moeten weg en de remigratieregeling verruimd en ondersteund door bureaus voor advies en informatie in Turkije en Marokko.
Er moeten gemeentelijke scholierenspreidingsplannen komen om te zorgen voor een meer evenwichtige verdeling van allochtone en autochtone scholieren over de scholen van een gemeente. Te 'witte' of te 'zwarte' scholen dienen bij de aanname van leerlingen rekening te houden met de gewenste 'menging'. Waar nodig dient een dergelijke spreiding ondersteund te worden met goed en gratis scholierenvervoer, zodat iedere leerling snel en veilig op school en weer thuis kan komen. Ouders moeten goede uitleg krijgen over de redenen achter de scholierenspreiding. Beïnvloeding en financiering van het onderwijs door organisaties uit het buitenland is onaanvaardbaar. Verenigingen en stichtingen in het onderwijs die toch geld ontvangen, verliezen hun recht op subsidie.
Er moet een meer evenwichtige spreiding van allochtone en autochtone bewoners over de wijken van de gemeente komen. Witte wijken moeten van het slot voor allochtonen, door aanpassing van de plafonds in de huursubsidie. Daardoor worden duurdere huurwoningen in witte wijken bereikbaar voor allochtonen met lagere inkomens. Lokale overheden en woningcorporaties moeten gedwongen worden om te zorgen voor meer betaalbare huur- en koopwoningen in witte wijken. Daarvoor dient de bruteringsoperatie uit de negentiger jaren in ieder geval deels ongedaan gemaakt te worden. In zwarte wijken dient de grootschalige sloop van betaalbare woningen te stoppen; het woning- en wijkonderhoud moet drastisch worden verbeterd. Allochtone woningzoekenden dienen extra kansen te krijgen op huisvesting in witte wijken; autochtone bewoners moeten ondersteuning krijgen bij het houden of vinden van een woning in 'zwarte' wijken. 'Zwarte' wijken moeten aantrekkelijker worden voor íedereen. Overal dienen dezelfde regels te gelden en gehandhaafd te worden, ook voor het vestigingsbeleid van winkels en andere ondernemingen.
Ook in het werk dient een meer evenwichtige spreiding van allochtone en autochtone werknemers over bedrijven en functies het doel te zijn. Ondernemingen die in hun personeelsbestand duidelijk achterblijven bij het in dienst nemen van allochtonen dienen daartoe aangezet te worden,. Subsidies voor langdurig werklozen moeten ingezet worden voor verbetering van de arbeidsmarktpositie, opleiding en bijscholing. Doorstroming naar 'gewoon' werk moet extra aandacht krijgen, evenals de begeleiding van werknemers die uit het arbeidsproces zijn geweest of er voor het eerst aan deelnemen. Gesubsidieerde banen (waarin veel allochtonen werken) moeten normaal betaalde banen worden.
Het bestrijden van criminaliteit en overlast door jongeren moet praktischer en meer resultaatgericht worden, met behulp van profielen van daders, het ontleden van de harde kern van recidivisten en het begeleiden van jongeren die dreigen te ontsporen. De betrokkenheid van de ouders dient drastisch vergroot te worden. Er moeten experimenten komen met jongeren die meehelpen bij het toezicht op de leefbaarheid in de wijk. Een landelijke adviesraad van en voor jongeren uit de minderheidsgroeperingen dient deze experimenten te begeleiden.
Dit is onze aanzet voor het publieke debat. Wie volgt?
Dit artikel verscheen op 30mei 2002 in Trouw
quote:
--------------------------------------------------------------------------------
Opstelten: Afkomst straatrovers belangrijk
Burgemeester Opstelten vindt het goed dat de etnische achtergrond van straatrovers in Rotterdam is bekend gemaakt. Opstelten zei donderdag in de raadscommissie dat je de afkomst van de daders wel moet benoemen omdat ze dan gericht kunnen worden aangepakt.
Enkele Rotterdamse raadsleden hadden duidelijk moeite met de bekendmaking, niet alleen vanwege de etnische achtergrond. Uit de cijfers bleek namelijk ook dat 85 procent van de daders uit gebroken gezinnen komt. Veel raadsleden pleitten dan ook voor acties in de richting van de ouders, die volgens de raadsleden in hun opvoeding hebben gefaald. In het geval van de Antilliaanse verdachten wordt dat nog moeilijk, want die komen vaak uit 'geen-oudergezinnen', zo was een raadslid bij een bezoek aan Hoogvliet gebleken. In de deelgemeente Hoogvliet wonen veel Antillianen.
Uit de cijfers blijkt dat ruim 45 procent van de 223 verdachten Antilliaans is; 38 procent heeft een Marokkaanse achtergrond; 16 procent komt uit Turkije of Oost-Europa en 1 procent is van Nederlandse origine. Ook maakte Rotterdam bekend nader onderzoek te doen naar de achtergronden van de daders.
De raadsleden wilden weten waarom de jongeren niet al eerder ergens anders in beeld waren gekomen, bijvoorbeeld bij de jeugdhulpverlening. Hoofdofficier van Justitie Van Brummen bevestigde dat dat juist bij de Antilliaanse jongeren lastig is. Die zijn hier vaak nog niet zo lang en zitten nog niet in de systemen.
--------------------------------------------------------------------------------
Bron:
http://www.veelkleurigestad.nl/cgi-bin/vks/news/archives.cgi?category=1&view=1-02 quote:
--------------------------------------------------------------------------------
Zaterdag 30 november 2002 - Dé Marokkaan bestaat niet. Wie zich verdiept in leven en werk van de Marokkaanse Nederlanders stuit op drugsrunners, potenrammers, scooterpiraten, fundamentalistische baardachtigen, analfabete Riffijnen en op een grote groep blijmoedige, met flair en humor gezegende mensen. Grap uit de Marokkaanse wereld: 'Als je een Marokkaan door je deur binnenlaat, ga jij er door het raam weer uit'. Een verhaal over grote problemen en een vleugje hoop.
Zeg de Marokkanen in Nederland dat te veel Marokkaanse jochies in Nederland tot volleerde potenrammers en straatrovers zijn uitgegroeid. Dat te veel mannen een boterham én dikke Mercedes verdienen aan de drugshandel. Dat hun vrouwen niets te vertellen hebben. Dat hun imam een homohatende onbenul is. Dat te veel Nederlandse Marokkanen het hebben opgenomen voor Bin Laden en de zijnen. En dat ze slecht integreren.
Dan zul je merken dat je gesprekspartner vaak een slachtofferrol gaat spelen. Dan zegt hij of zij dat je het op de Marokkanen hebt voorzien. En zeg jij dan dat zij lijden aan een chronisch gebrek aan zelfkritiek, dan roepen ze: "Niet waar!"
Maar 't is wel zo, zegt Herman Meijer, voormalig wethouder namens GroenLinks in Rotterdam en Marokkanen-kenner bij uitstek. "Marokkanen zien kritiek als een persoonlijke aanval. Zelfkritisch vermogen is sowieso in de Arabische wereld matig ontwikkeld." Maar dat is één kant van het verhaal, zegt Meijer. "Onderling zijn ze keihard."
Klopt, zegt Mohammed Benzakour. Volgens de Marokkaanse Nederlander, opgegroeid in Zwijndrecht en nationaal furore makend als publicist en columnist van de Volkskrant en Contrast, houden Marokkanen hun zelfkritiek bij voorkeur uit de openbaarheid. "De kritiek wordt bewaard voor huiskamer en moskee."
Verraad
Benzakour verwijst naar de joodse gemeenschap, die 'ook in een kramp schiet' als Sharon wordt aangevallen. 'Spreek me niet aan alsof ik jood ben, maar vergeet niet dat ik 't ben', zei een joodse opiniemaker eens. Dus zegt Benzakour: "Spreek me niet aan alsof ik Marokkaan ben, maar vergeet niet dat ik 't ben."
"Wij hebben wel kritiek op onszelf, maar niet zoals de Nederlanders, die graag alle misstanden op het bordje van de allochtonen leggen, het willen. Wij pissen niet in het openbaar over onze groep. Dat wordt als verraad gezien."
Het is het verwijt dat Oussama Cherribi, gewezen kamerlid van de VVD, over zich heen kreeg. Toen hij al te nadrukkelijk mopperde over wantoestanden in de Marokkaanse gemeenschap, werd hij in huiskamers en moskeeën als verrader afgeschilderd. Zelfs een verlichte geest als de Maassluisse Rabiaa Bouhalhoul, ambtenaar bij de gemeente Rotterdam, kan slechts schamperen over de goede man.
"Ach, Cherribi. Die hield zichzelf voor de gek. We zeiden tegen elkaar: 'Die komt zich nog wel tegen'. Is gebeurd ook. Nu hij door de VVD op een zijspoor is gezet, likt hij zijn wonden en heeft hij zijn toevlucht weer in de eigen groep gezocht. Nu deugen volgens hem de Nederlanders niet meer."
Bitter
Veel Marokkaanse Nederlanders voelen zich uitgekotst door het Fortuynisme en de sentimenten over 11 september. Bitter constateren zij dat op hun aanwezigheid geen prijs wordt gesteld. Alsof zij niet óók hebben meegeholpen aan de wederopbouw van dit land. Sommigen hebben al uitgeroepen dat ze dit Marokkanenonvriendelijke landje willen ontvluchten.
Herman Meijer heeft de verongelijktheid geproefd. "Marokkanen hebben de neiging zich meer aan te trekken van negatieve dan van positieve of neutrale berichtgeving. Maar alleen zij die hier maar matig geworteld zijn, kampen met waanvoorstellingen en vrezen dat ze op een dag het land worden uitgezet. Dan denk ik: kennen die mensen de samenleving eigenlijk wel?"
Er is ook een groep die 't allemaal ontgaat, zegt Benzakour. "Heel veel Marokkanen weten niet wat voor gal wordt gespuwd. Die gaan iedere dag naar hun werk. Pikken een gebedje mee, doen boodschappen bij de slager. Hebben een doodgewoon leven."
Kinderen
Niemand kan om de feiten heen. Dat 62 procent van de oudere Marokkanen een uitkering heeft. Dat, zoals Bouhalhoul zegt, dertig procent van de jongeren vroeg of laat met justitie in aanraking komt. Dat veel drugsdealers en drugsrunners van Marokkaanse huize zijn. Dat veel moskeebesturen dondersgoed weten dat sommige giften uit de drugshandel afkomstig zijn.
Tegelijk wordt op andere terreinen vooruitgang geboekt. Nog steeds haalt ongeveer driekwart van de Nederlandse Marokkanen hun bruiden en bruidegommen in het thuisland. Maar het aantal kinderen per gezin loopt al flink terug. In 1980 telde het Marokkaanse gezin in Nederland nog gemiddeld zeven kinderen. In 1990 waren dat er nog maar vier en tegenwoordig telt het gezin - heel Nederlands - meestal maar twee kinderen.
Het Sociaal Cultureel Planbureau constateerde in 2001 bovendien dat Marokkanen beter integreren dat Turken. Dat meer dan driekwart van de jongeren in plaats van de ingewikkelde Berberdialecten liever Nederlands met elkaar spreekt. Dat de Marokkaanse jongeren op weg zijn moderne, nieuwe Nederlanders te worden.
Benzakour in een column: 'Marokkanen schrijven romans, Turken bouwen moskeeën; Marokkanen zijn voor Kok, Turken voor Öcalan, Demirel of Erbakan. Marokkanen zijn voor Ajax of Feyenoord, Turken voor Galatasaray.'
In Marokkaanse kringen wordt trots gewezen op de jongens en meisjes op de universiteiten. Hun ouders waren nog analfabeet. Als dat geen emancipatie is! "Die jongeren hebben een waanzinnige sprong gemaakt," zegt Meijer. "In een migratiesamenleving als de Verenigde Staten zie je 't wel vaker. Maar in onze verzorgingsstaat is dat heel bijzonder. Een verzorgingsstaat is immers niet erg prikkelend voor de carrièrejacht."
Ongeletterd
In 1960 woonden er drie Marokkanen in Rotterdam. Drie. In de volgende decennia stroomden er duizenden toe. Kwamen de Belgische en Franse Marokkanen, onder wie veel studenten en ander intellectueel kader, vooral uit meer wereldse steden als Tanger, Agadir en Casablanca, de Nederlandse Marokkanen waren vooral ongeletterde arbeiders uit de achtergebleven regio rond het Rifgebergte. Later volgden hun vrouwen en kinderen, schoonzonen en schoondochters. Inmiddels wonen er dertigduizend Marokkanen in Rotterdam.
Marokko was hen in die dagen liever kwijt dan rijk. De Riffijnen staan in Marokko als eigengereide overlevingskunstenaars bekend, die nooit veel op hadden met de ook niet erg in hen geïnteresseerde machthebbers in Rabat. Zo veroverden de Riffijnen stukjes Rotterdam. Het Oude Noorden werd een verzameling dorpen uit de Rif.
Rabiaa Bouhalhoul schetste in het boek Vechten tegen de witte wind (2000) de vele familiecrises in het Oude Noorden. Het gemiddelde beeld: Een werkloze vader, een almaar sussende moeder en rotzooi trappende zonen. Bouhalhoul stuitte bij een onderzoek in het Oude Noorden op liefst 135 probleemgezinnen waar de zonen steevast de verkeerde vrienden hadden gekregen en op straat - ver weg van de sociale controle - hun opvoeding genoten.
Prinsjes
Deel van het probleem is de van oudsher bevoorrechte positie van de zonen, die in vele gezinnen als prinsjes worden behandeld. Ze mogen alles en doen alles. Ze ontsporen. De ouders schamen zich. Ze zien de drugshandelaren opereren. Ze zien hun kroost het verkeerde pad opgaan. Maar ze zwijgen. De eigen codes - de trots en taboes - staan niet toe dat het probleem van het gezin in het openbaar aan de kaak wordt gesteld.
De dochters? Dat is een ander verhaal. Ze mogen kiezen: het huishouden doen of huiswerk maken. De meesten kiezen voor het laatste. 't Is een van de verklaringen voor de goede onderwijsprestaties van de moslima's, die zo al jarenlang hun ontsporende broertjes overvleugelen.
Bouhalhoul: "Binnen het gezin werden de moslima's niet als bedreigend gezien. Als ze langs de Nederlandse emancipatietrajecten waren gegaan, waren ze stukgelopen."
Praktisch
De op velerlei manieren te interpreteren koran is een vrij machteloos wapen tegen de zonde. Meijer: "De meeste Marokkanen zijn moslim zoals Italianen katholiek zijn. Je bent 't, het hoort erbij. Maar til er niet te zwaar aan. Het is een praktische religie. Ook bijvoorbeeld wat betreft de seksuele moraal. 'Als anderen het maar niet weten', zo is het motto."
Hoe innig gelovig de Marokkaanse Nederlander ook heet te zijn, het geestelijk leven is een gemakkelijk doelwit voor moppentappers. Graag grappen Marokkanen in kleine kring over imams en andere betuttelende baardachtigen.
'Ik word strontziek van die hypocriete Marokkanen die plotseling hun baard laten groeien en dan denken dat ze de wijsheid in pacht hebben. Bij elke zin halen ze weer een heilige tekst aan als bewijs dat ze gelijk hebben. Ze zeuren de hele dag. Het is zo slecht in Nederland', schrijft een jonge Marokkaan op een internetsite.
Ergernis
Meijer: "De Marokkaanse gemeenschap is veel minder hecht dan de hindoestaanse en de Turkse. De individualisering is groot. Dat brengt nu veel ergernis. Zie die jochies hier in het Oude Noorden eens kloten. Die kunnen die vrijheid niet hanteren. Maar op termijn zal die ruimte voor het individu vruchtbare gevolgen hebben."
Bouhalhoul: "Soms, als ik genoeg heb van alle verwijten, van alle debatten, bouw ik een evaluatiemoment in. Zeg ik: Is dit mijn plek? Maar altijd komt er hetzelfde antwoord. Natuurlijk!"
En dat eten dan. Die flauw gekruide troep. De gekookte aardappelen, de spruitjeslucht? "Steeds meer Marokkanen eten gekookte aardappelen," zegt Benzakour. "Spruitjes? Ha! Mijn vader is er dol op."
--------------------------------------------------------------------------------
quote:
--------------------------------------------------------------------------------
CRIMINALITEIT ONDER ALLOCHTONEN
Criminaliteit onder allochtonen
Ik wil hieronder een artikel voor u schrijven over de relatie tussen allochtonen en criminaliteit.
Er heeft altijd een zwaar taboe gelegen op deze problematiek. Altijd hebben overheid en (sociale) wetenschappers de criminaliteit onder allochtonen gebagatelliseerd of zelfs ontkend. Tegenwoordig is dit taboe minder. Met name door de parlementaire enquête commissie Van Traa van enige jaren geleden, waarbij mensen onder ede verhoord werden en de zaak dus niet meer gebagatelliseerd kón worden, kwamen schokkende cijfers aan het licht. Zo bleek uit het verhoor van professor Bovenkerk in eerste instantie dat 30% (!) van de Turken in Amsterdam direct of zijdelings bij de handel in verdovende middelen betrokken zou zijn. Een onthutsend percentage, dat hij onder politieke druk later terug nam en omschreef als ‘een aanzienlijk deel’.(Vrijheid van meningsuiting jaja Commentaar Paul) En kan de commissaris van Utrecht openlijk in de media verkondigen dat 80% van de criminaliteit in Utrecht veroorzaakt wordt door Marokkaanse jongeren.
Hoewel het ergste taboe eraf is (enige jaren geleden zou dit artikel mij waarschijnlijk nog een strafrechtelijke veroordeling opleveren!), is het toch erg moeilijk om de cijfers boven water te krijgen. Iedereen die vaak in wijken met veel allochtonen komt, voelt op zijn klompen aan dat de criminaliteit veel en veel hoger is dan onder autochtonen. Daar zijn geen wetenschappelijke rapporten voor nodig. Maar hoe veel hoger is de criminaliteit nu werkelijk? Daarover gaat dit artikel.
Laten we eens kijken naar de cijfers:
In Nederland werden vorig jaar 200.495 vonnissen uitgesproken. Van de veroordeelden waren 138.146 autochtoon en de rest, 62.349 allochtoon. Verdeeld over de groepen: Marokkanen 12.243, Turken 8.052, Antillianen 7.981, Surinamers 14.824 en de overige groepen allochtonen samen 19.339. Volgens deze cijfers zou ruim 31% van de veroordeelden een allochtone achtergrond hebben. En dat komt overeen met een rapport van het ministerie van Binnenlandse Zaken uit 1998. Men was toentertijd huiverig dit rapport te publiceren omdat men de percentages wel erg hoog vond. Gaat men deze cijfers doorrekenen naar de groepsgrootte dan blijkt dat Marokkanen 4,9, turken 2,7, Antillianen 9,4, Surinamers 5,6 en de overige allochtonen 1.9 maal zo vaak veroordeeld worden als autochtone Nederlanders.
Maar deze cijfers zijn een absolute ondergrens. Uit dit rapport blijkt namelijk dat een groot percentage van de daders ten onrechte als autochtoon wordt beschouwd. Het politieherkenningssysteem registreert slechts het geboorteland en de nationaliteit van de verdachte. Dus een genaturaliseerde allochtoon van de tweede generatie geldt als autochtoon!! Hier is dus een enorme vertekening, die per groep sterk zal verschillen (Surinamers en Antillianen hebben bijvoorbeeld vrijwel allemaal de Nederlandse nationaliteit, daar zal de vertekening het grootst zijn), maar over alle groepen heen laat zich een vertekening van gemiddeld 40% zien. Slechts 60% van de allochtone daders wordt als zodanig, als allochtoon, geregistreerd.
Als we de cijfers voor deze omissie – overigens naar etnische groep niet verder gedifferentieerd, dus veralgemeend – corrigeren, krijgen we het volgende beeld:
Van de veroordeelden worden dan Marokkanen 20.405 maal veroordeeld, Turken 13.420, Antillianen 13.152, Surinamers 24.707 en de overige allochtonen 32.232 keer. Autochtonen plegen dan in totaal 96.580 misdrijven en alle allochtonen 103.915. Dus de allochtonen plegen, afgaande op de veroordelingen, in absolute zin meer delicten dan de autochtonen, hoewel ze maar 12% van de bevolking uitmaken! Opzich al een behoorlijk onthutsend cijfer, wat aansluit op een bericht in de Elsevier dat allochtonen in de gevangenissen al een meerderheid vormen.
Als we deze cijfers weer relateren aan de bevolkingsaantallen van de verschillende etnische groepen krijgen we de volgende cijfers:
Marokkanen worden dan (veralgemeend) 11,6, Turken 6,5, Antillianen 22,3, Surinamers 13,4 en de overige allochtonen 4,4 maal zo vaak veroordeeld als autochtone Nederlanders.
Zelfs deze cijfers geven waarschijnlijk niet de werkelijkheid weer. Want voornamelijk de eerste generatie allochtonen wordt in de criminaliteitsstatistieken als allochtonen aangemerkt, maar de hoofdmoot aan criminele delicten zit met name bij de tweede generatie. Deze blijft in de statistieken het meest buiten beeld. En je hoeft niet gestudeerd te hebben om te zien dat juist de tweede generatie zich het meest misdraagt. Met name Marokkaanse en Antilliaanse jongelui zijn berucht. Maar ook kleinere groepen als bijvoorbeeld Somaliërs vallen op in negatieve zin.
Laten we eens van de veronderstelling uitgaan dat 40% die niet in de officiële politiestatistieken voorkomt – wat voornamelijk jeugd is – 50% crimineler is dan de eerste generatie. Als we deze cijfers verwerken komen we op de volgende getallen: Marokkanen plegen dan 24.486 misdrijven (17 maal zo vaak als autochtonen), Turken 16.104 (10 maal zoveel) Antillianen 15.782 (34 maal zoveel !!), Surinamers 29.648 (20,5 maal zo vaak) en de overige allochtonen 38.678 (6,8 maal zo vaak). In deze opstelling plegen de allochtonen 124.698 misdrijven tegen de autochtonen 75.797.
Dit laatste rekenvoorbeeld is natuurlijk maar veronderstellenderwijs. Daar valt natuurlijk wel op af te dingen!
Toch geloof ik dat het een realistisch beeld geeft. Sterker nog misschien is zelfs deze laatste berekening nog te mild. Laatst stond er in de krant dat Marokkanen voor 80% van de criminaliteit in de stad Utrecht zorgden. Als je dat afzet tegen hun aandeel in de bevolking van 8,5% en het aandeel van de autochtonen in de bevolking, kun je zo uitrekenen dat de Utrechtse Marokkanen zich minstens 65 keer zo vaak crimineel gedragen als de autochtonen aldaar.
U merkt het wel, het uitzoeken van allochtone criminaliteitscijfers is als lopen over drijfzand. Nergens vindt je houvast. De cijfers die je onder ogen krijgt zijn vaak gemanipuleerd omdat de werkelijke cijfers te schokkend zouden zijn. Stelselmatig wordt het Nederlandse publiek zand in de ogen gestrooid. Ik heb aan de hand van vele artikelen uit kranten en tijdschriften bovenstaande cijfers berekend. Maar waarschijnlijk weet niemand, ook de politie niet, hoe hoog de werkelijke criminaliteit is. Bovenstaande cijfers zouden, hoewel al veel hoger dan u normaliter uit de media verneemt, in de praktijk nog hoger kunnen zijn. In het dagelijks leven zijn daarvoor aanwijzingen genoeg. Zo verzekerde een kennis mij enige jaren geleden na een excursie naar een gevangenis in Den Haag dat "de enige Nederlanders die hij daar was tegengekomen de bewakers waren!!" Een veelzeggende opmerking. Daarnaast is het een verontrustend verschijnsel dat de tweede generatie crimineler is dan de eerste: van jeugdige Marokkanen behoort bijvoorbeeld 18,6% tot de zogenoemde harde kern. Een verontrustend percentage.
Een andere verontrustende ontwikkeling is de houding van de overige allochtonen van dezelfde groep. Ik denk, dat ‘e’en van de redenen waarom de criminaliteit zo uit de hand kan lopen, het gebrek aan sociale afkeuring uit de eigen groep is.
Stel het hypothetische geval: Ik woon bijvoorbeeld in Australië, en daar wonen op driehonderdduizend oud-landgenoten twintigduizend Nederlanders die zich schandelijk gedragen; Ze zitten in hasjhandel, vallen Australiërs lastig, plegen op grote schaal criminaliteit, jagen door hun gedrag Australiërs uit hun eigen wijken en ga zo maar door. Als ik daarover dan zou worden aangesproken door Australiërs, dan zou mijn eerste reactie toch iets zijn van een excuus. Van een afkeuring over het gedrag van mijn eigen oud-landgenoten.
In het geval van de Marokkanen (en andere allochtonen) is daar werkelijk niets van te merken. Naar aanleiding van de vele incidenten met Marokkaanse jongeren van de afgelopen weken heb ik de reacties van de Marokkanen hierop in de media met extra interesse gevolgd. En eigenlijk zijn die reacties beschamend. Over het algemeen worden de problemen gebagatelliseerd ("Het gaat maar om een klein aantal jongeren. Je mag ze niet over één kam scheren", vergoelijkt, ontkend, zelfs ronduit goedgepraat ("Als jullie Nederlanders niet zo zouden discrimineren, als ze van jullie nou eens een goede baan kregen, dan hoefden ze helemaal niet te stelen", of wordt de schuld zelfs bij ons gelegd ("Jullie hebben altijd alleen maar negatieve berichten over ons, logisch dat ze uiteindelijk gaan stelen". Een erge reactie hoorde ik laatst op de televisie. Daar kwam een Marokkaan uitgebreid aan het woord die stelde dat het moment was gekomen dat de Nederlanders zich moesten aanpassen aan de Marokkanen!! maar direct erna in de uitzending kreeg hij bijval van een sociologe uit Amsterdam die stelde dat Nederlanders maar één van de etnische groepen in Nederland zijn en zich moeten aanpassen in dit multi-etnische land. Dit soort reacties sluit naadloos aan bij mijn eigen ervaringen. In discussies met Marokkanen (of andere allochtonen) wordt de hand eigenlijk nooit in eigen boezem gestoken. Altijd hebben wij, Nederlanders, het gedaan. En dit totale gebrek aan zelfkritiek doet het ergste vrezen voor de toekomst. Ik heb wel eens de indruk dat er zoveel frustratie en soms regelrechte Nederlanderhaat heerst dat de criminaliteit (heimelijk) zelfs wordt goedgekeurd. Ook de Nederlandse moslim Jan Beerenhout beaamt dit in een groot artikel in het dagblad Trouw. Het zou aardig zijn als dat eens onderzocht wordt. Tevens zou het ook interessant zijn om te kijken welke rol de Islam daarbij speelt. Want als er elke vrijdag in de moskee gepreekt wordt dat wij westerlingen "decadent" zijn en "erger dan varkens en honden" (zie El-Moumni) dan lijkt het me logisch dat aan een misdrijf tegen een "ongelovige" in deze kringen niet zwaar getild wordt.
Slotwoord aan minister Van Boxtel; D66, de partij voor openheid?
Tot slot wil ik nog onze minister van Integratie van Boxtel aan het woord laten. Allochtonen worden onvindbaar in de criminaliteitsstatistieken, omdat de tweede generatie allochtonen als autochtoon in de statistieken vermeld staat. de politie is bezorgd dat daardoor hele generaties allochtonen onvindbaar worden in de politiestatistieken. Van Boxtel vindt dat geen probleem want: "Dat allochtonen uit de statistieken verdwijnen, tekent de meer volwassen situatie waar we naar toe groeien. Dan (namelijk na de 2de generatie EdH) zijn het gewone Nederlanders, of ze nu een hoofddoek dragen of zwart zijn".
De minister kondigt dus al aan dat de toekomstige criminaliteitsstatistieken in de toekomst een onjuist beeld zullen geven. Verder zegt hij ook tegenstander te zijn van een onderzoek naar criminaliteit onder asielzoekers (dit naar aanleiding van het Groningse rapport; zie vorige Heemland). De Minister: "Je moet je altijd afvragen welk doel zo’n onderzoek dient. Ja, asielzoekers zijn een fractie crimineler. Wat kun je daarmee? We voeren daar al beleid op. Maar als je dan ziet wat dat toch weinig onderbouwde Groningse rapport doet in de beeldvorming. NOVA had een reportage over de vestiging van een asielzoekerscentrum in Lisserbroek. De tegenstanders gingen meteen met dat rapport aan de haal".
Een ongelooflijk verhaal van deze minister. We mogen voortaan wel alle cijfers die hij naar buiten brengt met wantrouwen tegemoet treden. Want cijfers die hem niet van pas komen zal hij, zo blijkt hier wel uit, gewoon achterhouden. Toch triest voor een minister van D’66. Want eens, nog geen eens zo lang geleden, is D’66 opgericht met als motto onder andere meer openheid en meer inspraak voor de burgers. Daar is wat minister Van Boxtel betreft niets, maar dan ook helemaal niets meer van over.
Eduard den Hollander
Naschrift van de auteur: In de Sp!ts van 19 juni 2001 stond een artikeltje over jeugdcriminaliteit. Onderzoeker E. Rood waarschuwt daar: "Vooral de verharding van de vormen van jeugdcriminaliteit is een ernstige ontwikkeling. Nu is het allemaal nog in de hand te houden en te overzien. Als geen actie ondernomen wordt, zal de criminaliteit over enkele jaren onbeheersbaar zijn", aldus deze docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Dit is opmerkelijk; want juist in universitaire kringen werd altijd bagatelliserend over criminaliteit gesproken. Was het niet hoogleraar Bianchi die zei dat je, als je de criminaliteit te hoog vond, dat "je dan maar een ander ochtendblad moest lezen", in casu: niet de Telegraaf. Nu wordt in ieder geval ook in deze kringen erkend dat de situatie heel dreigend is. Maar het taboe van allochtone criminaliteit moeten onze wetenschappers nog nemen. Want als oorzaak van de toenemende jeugdcriminaliteit geeft het betreffende onderzoeksrapport "gebrek aan sturing en correctie in de opvoeding, maar ook de individualisering van de samenleving".
Geen woord bij deskundigen over de belangrijkste oorzaak: immigratie. Dit taboe moet in universitaire kringen nog genomen worden. Over het algemeen kan man zeggen dat de sociale wetenschappen waaronder ook het strafrecht valt, veel te weinig distantie hebben getoond ten aanzien van het overheidsbeleid op het gebied van immigratie. Juist wetenschappers die eigenlijk van nature ontwikkelingen beschouwend en objectief moeten bekijken, hebben zich in de praktijk meer als supporters van het immigratiebeleid van de overheid gedragen. Het gevolg was dat onaangename feiten werden verzwegen of verdraaid. En deze E. Rood is daar weer een fraai voorbeeld van. De toename van de criminaliteit neemt volgens mijn inschatting zelfs iets af. Maar deze wetenschapper slaagt er weer in dat niet te noemen als oorzaak, en blijft hangen bij vrijblijvende algemeenheden als individualisering.
--------------------------------------------------------------------------------
Bron:
http://www.heemland.nl/hl21-Criminaliteit_onder_allochtonen.htm quote:
--------------------------------------------------------------------------------
Criminele allochtonen baren Korthals zorgen
Van onze parlementaire redactie
(8 juni 2001) DEN HAAG - Minister Korthals (Justitie) maakt zich grote zorgen over de criminaliteit onder allochtonen en vreest dat die de komende jaren opnieuw verder zal toenemen. Dit omdat veel immigranten in de samenleving behoren tot de minder kansrijke groepen, zo schrijft de VVD-bewindsman in een nog vertrouwelijke conceptnota.
"Waar in 1980 nog slechts twintig procent van de gevangenispopulatie van allochtone herkomst was, blijkt dat aandeel in 1999 opgelopen te zijn tot de helft", aldus Korthals. Hij wijst erop dat het probleem onder criminele jongeren nog groter is. Liefst tweederde van de minderjarigen in jeugdinrichtingen is allochtoon.
Korthals wil fors investeren in de bestrijding van de toenemende criminaliteit en gevoelens van onveiligheid onder burgers. Zo is hij van plan enkele duizenden nieuwe veiligheidsfunctionarissen aan te stellen, die op straat burgers die in overtreding zijn direct kunnen verbaliseren.
Aan de hand van het rapport of proces-verbaal dat dit nieuwe type opsporingsambtenaar opstelt, kan vervolgens een boete of sanctie worden opgelegd voor bijvoorbeeld het vernielen van een bushokje of het spuiten van graffiti. De veiligheidsfunctionarissen krijgen meer bevoegdheden dan de huidige stads- en parkwachten, die alleen burgers op hun gedrag kunnen aanspreken.
Onthutsend
In zijn nota, die Korthals de komende weken verder gaat uitwerken, schetst de VVD-bewindsman een onthutsend beeld van de aanpak van criminaliteit.
Zo blijkt dat de politie, veelal door een gebrek aan capaciteit, per aangifte vaak maar één verdachte verhoort. Het openbaar ministerie behandelt omgerekend nog geen twee procent van de totale criminaliteit in Nederland. De zaken die worden behandeld leiden in een op de twintig gevallen tot een celstraf.
Ondanks grote inspanningen, blijken de enorme wachttijden voor behandeling van strafzaken nog steeds op te lopen, constateert Korthals.
Verder baart het zeer hoge percentage criminelen dat na een veroordeling opnieuw in de fout gaat, ernstig zorgen. Van alle geregistreerde misdrijven wordt niet minder dan tweederde gepleegd door recidivisten. Liefst de helft van de criminelen die in een TBS-kliniek zijn opgenomen, blijkt na een vijf jaar durende behandelperiode binnen een half jaar opnieuw een misdrijf te hebben gepleegd.
Volgens de minister is harder straffen niet het eerste middel om de hoge recidivecijfers terug te dringen. Wel vraagt hij zich af of er niet te weinig gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden om een crimineel te straffen. De capaciteit bij politie en justitie moet dan ook flink worden uitgebreid, aldus Korthals, die ook meer wil investeren in de bestrijding van nieuwe vormen van criminaliteit, zoals internetfraude.
--------------------------------------------------------------------------------
Bron:
http://krant.telegraaf.nl(...)s.criminaliteit.html quote:
--------------------------------------------------------------------------------
zaterdag, 29 juni 2002, Dossier
Allochtoon en crimineel
Veiligheid was een van de belangrijkste thema’s tijdens de laatste |verkiezingscampagne. Ook in de kabinetsformatie die gaande is, staat veiligheid hoog op de agenda. Vandaag de vierde aflevering van een serie in het Friesch Dagblad: over migratie en criminaliteit.
PIETER ANKO DE VRIES
Zijn Antilianen dieven, Marokkanen drugsdealers en Turken gewelddadige afpersers? Tijdens de laatste verkiezingscampagne werd duidelijk een link gelegd tussen het migratieprobleem waarmee Nederland worstelt en het vraagstuk van de onveiligheid. Jaren lang was het niet politiek correct om te praten over de relatie tussen crimineel en allochtoon zijn. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) publiceert jaarlijks de Rapportage Minderheden, maar hierin wordt met geen woord gerept over criminaliteitscijfers onder allochtonen. Vorig jaar nog brak een hevige rel uit nadat een rapport van de politie in Groningen uitlekte waarin
werd gesteld dat allochtonen veel vaker misdrijven plegen dan autochtonen. Niet alleen politieke correctheid speelde trouwens een rol in de kritiek op het rapport. Het bleek dat er op de methodiek van het onderzoek heel wat viel af te dingen.
Na de opkomst van Pim Fortuyn en de laatste verkiezingscampagne lijkt de situatie omgedraaid. Heel wat generalisaties worden zonder gêne naar buiten gebracht. Marokkaanse jongens dealen en breken auto’s open. Antilliaanse jongens stelen en steken. Turken persen af, handelen in drugs en zijn gewelddadig. Gemakshalve wordt in de ‘nieuwe duidelijkheid’ een groep vergeten: de blanke Nederlandse criminelen, die – op dezelfde manier generaliserend – in de politiestatistieken vooral voorkomen als inbrekers en vanwege het dronken en zonder reden in elkaar meppen van medemensen.
Zijn allochtonen crimineler dan autochtonen? De schaarse onderzoeken die zijn gedaan en de cijfers die zijn verzameld, lijken te bevestigen dat er een kern van waarheid zit in de beweringen die doorgaans worden geuit aan de borreltafel. Zo kwam uit een Rotterdams onderzoek in 1997 naar voren dat Antilianen vier keer zo vaak ‘levensdelicten’ plegen als autochtonen. Een onderzoek in Deventer meldt dat Turkse jongeren twee keer zo vaak met de politie in aanraking komen als autochtonen en in Amsterdam-Oost wordt het merendeel van de delicten gepleegd door allochtonen.
Haken en ogen
Het nadeel van al deze onderzoeken en de gepresenteerde cijfers is echter dat ze lokaal zijn en dat ze moeilijk met elkaar zijn te vergelijken, omdat ze uit gaan van andere definities. Wat reken je wel mee en wat niet? Het Rotterdamse onderzoek meldt eerlijkheidshalve bovendien dat 90 procent van de Antilianen niet in aanraking komt met de politie. En wat betreft Amsterdam-Oost: het merendeel van de bevolking van dit stadsdeel is allochtoon. Het is dan ook niet verrassend dat zij ook het merendeel van de delicten voor hun rekening nemen.
Ook kleven er andere haken en ogen aan de onderzoeken. Zo zijn de cijfers vaak gebaseerd op processen-verbaal. En die zeggen weer niets over de vraag of iemand ook echt is veroordeeld. NRC Handelsblad kwam na onderzoek van de bovengenoemde rapporten dan ook tot de conclusie dat de relatie tussen criminaliteit en etnische afkomst moeilijk objectief te maken valt.
Ondanks alle kritiek die mogelijk is op de schaarse onderzoeken, lijkt toch naar voren te komen dat de criminaliteitscijfers onder allochtonen hoog zijn en dat zij vaker dan autochtonen in aanraking komen met politie en justitie. De bevolkingssamenstelling in gevangenissen ondersteunt deze intuïtie. In verschillende studies wordt een waslijst aan oorzaken genoemd: laag opleidingsniveau van de ouders, slechte schoolprestaties, leven tussen twee culturen, gebroken gezinnen (de vader ging eerst naar Nederland, later volgden de kinderen), gebrek aan rolmodellen.
Uit studies van antropologen kwam verder naar voren dat ook allochtone normen en waarden een rol kunnen spelen.Zij tekenden uit de monden van Antilianen op dat ze vinden dat iemand die niets heeft en van anderen steelt geen crimineel kan worden genoemd. Drugsdealen is prima, want dat is niet stelen. Iemand die drugs koopt, die kiest er toch zelf voor?
Goedpraten
Ook bij Turken wordt crimineel gedrag zo nu en dan goedgepraat. Bijvoorbeeld als de familie-eer in geding is. De onkuisheid van vrouw of dochter kun je niet zomaar over je kant laten gaan.
Daarnaast spelen gebrek aan contacten met autochtonen en de invloed van niet-geïntegreerde ouders een rol. Door Turkse jongeren worden ook andere achtergronden van criminaliteit genoemd, die niet zoveel met de eigen cultuur hebben te maken en die ook gelden voor autochtone criminelen: verkeerde vrienden en familieleden, problemen in het gezin. Marokkaanse criminele jongeren geven aan dat ze in bendes op straat steun en erkenning vinden. En een kraakje zetten of een scooter stelen zorgt voor zelfrespect en zelfvertrouwen.
Gebrek aan perspectief, of het gevoel geen perspectief te hebben in de ‘gewone wereld’, is de gezamenlijke noemer waarop veel van de achtergronden zijn terug te voeren. De sociaal-economische positie van veel allochtonen is slecht en de kwaliteit van de sociaal-economische positie is vaak mede bepalend voor criminaliteit.
Deze maand verscheen het rapport Zekere banden, sociale cohesie, leefbaarheid en veiligheid van het SCP. In de studie kwamen ook de sociaal-economische positie van allochtonen en het verband tussen etnische afkomst en onveiligheid aan de orde. De conclusies van de onderzoekers komen overeen met de schaarse en verspreide eerdere onderzoeken naar het verband tussen etnische afkomst en criminaliteit. Voor de vier grootste steden in Nederland geldt dat een hoger aandeel buitenlanders samengaat met een hoger slachtofferrisico. Anders gezegd, in wijken waar veel allochtonen wonen is de kans om slachtoffer te worden van criminaliteit groter dan in buurten waar het aandeel buitenlanders kleiner is.
Het SCP maakt zich grote zorgen over de toekomst van allochtonen die er niet in slagen te integreren en daardoor een betere sociaal-economische positie te krijgen. Verbetering van de sociaal-economische positie is mogelijk als allochtonen de Nederlandse taal goed beheersen en een opleiding afmaken. Dat geeft perspectief. Als dit niet lukt, is de kans dat allochtone jongeren verzeild raken in criminaliteit erg groot. Om bendelid te zijn heb je geen diploma nodig en toch verdien je scheppen geld en heb je op straat veel prestige.
Integreren
We mogen er in Nederland niet vanuit gaan dat het na een aantal generaties ‘vanzelf’ wel goed komt met de integratie van minderheden, zeggen de onderzoekers van het SCP. Er bestaan grote verschillen tussen de verschillende groepen buitenlanders. Surinamers en Antilianen gaan vaker met autochtonen om dan Turken en Marokkanen. Het opleidingsniveau of de mate waarin iemand Nederlands spreekt maakt hier geen verschil. Bij Turken en Marokkanen spelen andere factoren een rol die maken dat ze zich kennelijk minder dan Surinamers en Antilianen oriënteren op de Nederlandse samenleving. Over de vraag wat deze factoren dan zijn, laat het SCP-rapport zich niet uit.
Het is beslist niet een wetmatigheid dat de tweede generatie allochtonen gemakkelijk zal integreren in de Nederlandse samenleving. Allochtonen komen in toenemende mate bij elkaar in de slechte woonwijken terecht waar wonen relatief goedkoop is. De woonomgeving van allochtonen in Nederland telt daardoor steeds meer leden van de eigen groep en dat leidt er toe dat de contacten met autochtonen steeds kleiner worden. De groep die alleen maar omgaat met leden uit de eigen kring is de laatste jaren steeds groter geworden, meldt het SCP.
Jonge allochtone criminelen hebben aangegeven dat het gebrek aan contacten met autochtonen een belangrijke achtergrond is voor hun doen en laten. Als er niets aan de concentratie van allochtonen wordt gedaan, is de kans groot dat de integratie - ook over verschillende generaties - niet lukt, waardoor er grote problemen ontstaan, waarschuwen de onderzoekers. Geen wenkend toekomstperspectief.
--------------------------------------------------------------------------------
Bron:
http://www.frieschdagblad.nl/artikel.asp?artID=6037 quote:
--------------------------------------------------------------------------------
Misdaad in Nederland
Het aantal misdrijven dat de politie in 2001 registreerde, bedroeg 1.357.617 (bron: CBS). In verhouding tot de bevolkingsgrootte is dat bijna twee keer zoveel als bijvoorbeeld in Oostenrijk (bron: AD, 10 juli 2002). Rotterdam is met acht moorden per 100.000 inwoners per jaar veruit de meest moorddadige stad van West-Europa (bron: Het Parool, 22 juli 2002). Aangezien van lang niet alle misdrijven aangifte wordt gedaan, is de werkelijke criminaliteit een stuk hoger.
Volgens de International Crime Victim Survey werd in Nederland in 2000 maar liefst 25,2% van de bevolking (instellingen en bedrijven niet meegerekend) slachtoffer van ten minste één misdrijf. Dat is na Engeland en Wales het hoogste percentage van de dertien Europese landen die gemeten werden. Nederland is de Verenigde Staten (score: 21,1%) qua misdaad inmiddels ruim voorbijgestreefd. Een in het oog springend verschil tussen beide landen is dat jaarlijks 0,8% van de Nederlandse vrouwen slachtoffer wordt van aanranding of verkrachting - een twee keer zo hoog percentage als in de VS.
Het jaarlijks aantal geregistreerde misdrijven per 10.000 inwoners steeg de afgelopen decennia achtereenvolgens van 115 (1960) naar 205 (1970) naar 501 (1980) naar 761 (1990) naar 817 (2000) (bron: CBS). Dat is sinds 1960 een toename met een factor 7. Men vermoedt dat het percentage misdrijven waarvan aangifte wordt gedaan, nu kleiner is dan in 1960, zodat de werkelijke toename nog hoger is.
--------------------------------------------------------------------------------
Bron:
http://www.meervrijheid.nl/index.html?hs-zwaarderstraffen1.htm quote:
--------------------------------------------------------------------------------
Gros allochtonen heeft uitkering
Tweederde van alle Turkse en Marokkaanse mannen van boven de 40 jaar zit thuis en krijgt bijstand, een wao-uitkering of loopt in de ww.
--------------------------------------------------------------------------------
Bron:
http://krant.telegraaf.nl/krant/archief/20001124/index.html Kijk vooral op de link waar je een tabel vind die het volgende aantoont.
64,1% van de Turkse mannen van 40 tot 64 heeft een uitkering
61,7% van de Marokaanse mannen van 40 tot 64 heeft een uitkering
33,7% Surinamse mannen van 40 tot 64 heeft een uitkering
24,6% van de Antiliaanse mannen van 40 tot 64 heeft een uitkering
21,9% van de Nederlandse mannen van 40 tot 64 heeft een uitkering
FC Den Bosch | Standard Liege | Atletico Madrid | Lazio Roma | Alianza Lima | Chelsea | Dinamo Kiev
Corazón Alianza Lima Corazón para ganar a La Victoria volveremos para verte campeonar.