Dit verhaal is dan wel langer dan 350 woorden, maar wil ik hier toch graag plaatsen, voor de geïnteresseerden
Zonder tijdMinstens vijf minuten zat hij daar, doodstil. De blik in zijn ogen sprak wanhoop uit en een gevoel van leegte en troosteloosheid kwam over mij heen. Ik kreeg het gevoel dat hij wilde schreeuwen, schreeuwen over alles wat de wereld hem aangedaan had, over alles wat die dag hem aangedaan had, over alles wat dat meisje hem aangedaan had. Toch bleef de jongen stil zitten, bijna als een wassenbeeld zo stil. Met een losse beweging schoof hij de sluier haar die een deel van zijn gezicht bedekte aan de kant, en gunde hij me een kijkje in de diepte van zijn ogen. De kleur van zijn ogen was marineblauw, maar leken door de grimmige sfeer die om heen hing meer op grijs dan op de kleur van de zee.
Zijn ogen werden roder en roder, en langzaam maar zeker vormde de eerste traan zich onder zijn rechteroog. De traan gleed haast lieflijk zijn wang af, en kwam het terecht op het stukje papier dat hij in z’n handen had. Een grote doorweekte stip vormde zich op het briefje. Er was iets op het briefje geschreven, maar wat dat kon ik niet zien. De persoon die het geschreven had moest ook bedroefd geweest zijn; de letters waren groot en zwart, en met een beverige hand op het papier neergezet. De jongen wreef met zijn duim over de letters heen, het leek alsof hij probeerde te voelen wat letters moesten betekenen.
De droevige, haast cinematische stilte werd plots verbroken; in een flitsende beweging stond de jongen op en liep hij mijn richting uit. Mijn hart sloeg een keer over en ik bedacht me dat ik al ongeveer tien minuten naar de jongen aan het staren was. Ik verstijfde en probeerde te bedenken wat ik het best kon doen. Nog voordat ik ook maar iets had kunnen bedenken, stond de jongen al voor me. “Je wilt het lezen hè?”, zei hij met een ijzige stem. Ik keek hem aan en zag dat zijn ogen nog steeds de kleur van een vuurrood hart hadden. Uit beleefdheid zou ik het aanbod van de jongen geweigerd kunnen hebben - wat heb ik immers te maken met zijn privé leven, ik ken de jongen niet eens -, maar een brandend verlangen in mij schakelde de rationele kant van mijn lichaam uit en in een impuls reikte ik met mijn handen richting de brief. De jongen hield het flodderige nootje voor zich en trakteerde mij op de korte tekst:
Lieve Reinard,
Seconden worden minuten en minuten worden uren. Uren worden dagen en dagen worden jaren. Wanneer wij samen zijn, voelt tijd als iets aparts, iets dat los van alles staat, iets zonder enig doel. Ik zal altijd van je blijven houden, iedere seconde, iedere minuut, ieder uur, iedere dag, ieder jaar, hoe weinig deze aanduidingen ook betekenen.
Liefs,
FlorindaEen raar gevoel kwam over me heen. Ik snapte het niet, waarom keek de jongen zo treurig en was er die leegte in zijn ogen? Dit was een brief van vreugde, opwelling en tederheid, tederheid zo zacht als een frisse lentebries. Ik gaf de jongen de brief terug en keek hem vragend aan, wachtend op een mogelijke verklaring. De verklaring bleef uit. Mijn opgewerkte gezicht leek de jongen alleen nog maar droeviger te maken. Maar was het wel droevigheid. Bijna een minuut lang zocht ik naar de juiste woorden om de vraag ‘waarom ben je zo droevig’ te stellen, maar de woorden vonden mijn tong niet. De spanning tussen ons liep op en nog voordat ik er erg in had schoot de zin ‘wat een mooie brief’ mijn mond uit. Direct nadat de laatste letters van mijn tong gerold waren, schoot mijn hoofd richting de grond en kregen mijn wangen een rozige gloed van schaamte over zich heen. Die jongen heeft verdriet en jij haalt het in je hoofd zoiets tegen hem te zeggen, idioot! Maar in plaats van weg te lopen, keek de jongen mijn begripvol aan en vormde er zelfs iets wat op een glimlach leek op zijn gezicht. Hij wreef met zijn handen in zijn ogen, haalde een hand door z’n haar en draaide zich om. Zonder ook maar iets te zeggen liep de jongen weg, de brief bungelend in zijn rechterhand.
Nadat de mysterieuze jongen vertrokken was ben ik nog ik weet niet hoe lang op het plaats delict blijven zitten, denkend aan het zojuist gebeurde. Rationeel kwam ik in de kwestie niet ver; iemand huilt immers niet als hij of zij vrolijk is, dat gebeurt als er een gevoel van droevigheid of teleurstelling is. En juist op het moment dat ik deze tabel in mijn hersenen invoerde wist ik wat de jongen bedoelde. Liefde is niet iets dat rationeel te verklaren is, het is iets dat een willekeurige emotie oplevert en niet gebonden is aan een vastliggende natuurkundige wet. De jongen had de brief zo mooi gevonden, dat hij zelf ook het besef van tijd was kwijtgeraakt, en totale astrologische leegte voelde, omdat hij aan haar dacht. Dit beseffende kwam ik tot de conclusie dat ik zelf ook al twee uur op de bank naast het fonteintje op het plein zat, terwijl het als een minuut gevoeld had. Wat kon rationaliteit toch mooi zijn.