quote:
“Wie mij te oud vindt, mag eens een dag mee komen werken in den hof”: José De Cauwer viert 77ste verjaardag op het WK
Feest in de commentaarcabine: José De Cauwer viert vandaag op het WK in Montréal zijn 77ste verjaardag. Het mooiste cadeau blijft erbij mogen zijn op de koers. “Ik kijk vaak genoeg in de spiegel: ben ik nog relevant? Op dit moment ben ik nog goed mee in het peloton.”
Vanavond gaat hij eten in Montréal Vieux-Port met vrienden Karl Vannieuwkerke en Peter Van Den Abeele, maar het grootste deel van zijn verjaardag brengt José De Cauwer door in een benepen, grijs hok pal aan de finish van het WK-parcours. Van buitenaf lijkt het op een oude telefooncel, met nadruk op de laatste drie letters.
Nergens voelt De Cauwer zich meer in zijn sas dan in de commentaarcabine, of het zou thuis in de Brandstraat in Sint-Niklaas moeten zijn. We spreken hem een week voor zijn afreis naar Canada, in de piekfijn onderhouden tuin tussen de vogels en de kippen. De Cauwer wijst naar zijn gazon: “Ik heb mij net nog een nieuwe verticuteermachine gekocht. Dat is onnozel, hé. Maar ik vraag mij soms af: ‘Moet ik mij dat op mijn leeftijd nog kopen? Moeten wij hier in huis nog een nieuwe keuken zetten?’ Ik sta daarbij stil, maar uiteindelijk is het antwoord toch: godverdomme, ja natuurlijk (lacht).”
Het leven begint op 77?
“Dat is veel gezegd. Ik vind dat toch cijfer tamelijk crazy. Echt, het doet mij zeer als ik dat op mijn paspoort zie staan. Ik voel mij helemaal zo oud niet. Hoe oud dan wel, dat weet ik niet, maar lang geen 75. Gezond zijn is een voorrecht op mijn leeftijd, maar soms denk ik ‘mocht ik nu van alles voor hebben, zou dat cijfer misschien makkelijker te aanvaarden zijn.’”
Jij mankeert niks?
“Wacht, Ik zal eens iets tonen. Een whatsapp-conversatie met mijn dokter over mijn bloeduitslagen. Lees eens voor.”
José, als je niet oplet, word je 120 jaar.
“Voilà. ’t Is de dokter die het zegt. Hij heeft me wel aangeraden om krachttraining te beginnen doen. (toont filmpjes van oefeningen) Die dingen ga ik doen, samen met mijn vrouw Sylvana. Het matje hebben we al, maar we zijn nog niet officieel begonnen (lacht). Sylvana en ik leven gezond: weinig brood en aardappelen, veel groenten. Als ik een fles wijn opentrek, verplicht ik mezelf om ze gespreid over vijf dagen leeg te drinken. Ik vermijd de recepties, de sportavonden en wat weet ik allemaal. Ik ken mezelf: ik ben een sociale, feestelijke mens. Als het over alcohol gaat, is het voor mij beter om niet in verleiding te komen dan aan de verleiding te moeten weerstaan.”
Zondag moet je vijf uur vol praten. Je stembanden verteren dat?
“Totaal geen last van.”
Echtgenote Sylvana: “Het geheim is dat hij thuis bijna niks zegt (lacht). Als hij ’s avonds gaat slapen is het: ‘Ik ga naar boven’, bijna in gebarentaal. Hij spaart zich voor de koers. ”
De Cauwer: (lacht) “En toch al 42 jaar samen. Je kan thuis natuurlijk nog te veel zeggen ook. Het straffe is: mensen zeggen soms dat ik een goeie stem heb, maar zelf vind ik dat totaal niet. Ik vind het net raar om mezelf bezig te horen.”
De gedachte bij de verticuteermachine – moet ik dat nog doen? – heb je dat soms bij je werk als commentator? Vraag je jezelf af: moet ik op mijn leeftijd nog naar Canada vliegen om een week over koers te babbelen?
“Ah neen, ik heb daar net vollenbak goesting in. Acht uurkes vliegen, wat is dat? Het is Canada, niet Australië. Natuurlijk, ik weet dat er mensen zijn die zich afvragen: ‘Moet diene De Cauwer daar echt nog blijven zitten?’ Maar wat is het probleem? Aan mijn enthousiasme zal het niet liggen. Wie mij te oud vindt, mag eens een dag mee komen werken in den hof. Ze gaan gewoon niet meedoen. Niet op de foto (lacht).”
Hoor je vaker kritiek dan vroeger?
“Ik lees weinig, minder dan veel van mijn collega’s bij de televisie. Maar ja, op sociale media passeert er natuurlijk van alles. Ik ben niet tegen sociale media, maar wel tegen anonieme accounts. Die zouden verboden moeten worden. Ken je Mariska Parewyck?”
Een Belgische achthonderdmeterloopster.
“Op het EK had ze het over de ‘toetsenbordhelden’ die schreven dat ze als mama van drie niks te zoeken had op het EK. ‘Toetsenbordhelden’, ik vind dat een mooi woord. Ik heb al eens gedacht: ik ga eens een avond organiseren hier in Hotel Serwir in Sint-Niklaas en dan nodig ik al die toetsenbordhelden uit: ‘Zeg het een keer rechtstreeks tegen mij, wat zijn uw precieze klachten (lacht)?’”
Wat zou je op zo’n avond het vaakst horen?
“Dat weet ik niet. Misschien dat ik niet genoeg over wattages spreek. Maar ik zal je eens iets zeggen: wattage is de koers niet. Tim Declercq – trainer bij Soudal Quick-Step – had het in Vive le Vélo over het zakje van een gelletje dat bij een renner uit de broekzak stak: ‘Dat moet eigenlijk helemaal in de broek zitten, want dat kost één of twee watt.’ Ik denk dan: waar zijn we mee bezig? Weet je wat er watts kost? Dom koersen. Niet wakker zijn. Niet mee zijn als je moet mee zijn. Jordi Meeus wint geen rit in de Vuelta. Niet omdat hij niet genoeg vermogen kan trappen, maar omdat hij nooit in een positie zat waar het ertoe deed hoeveel watt hij trapte.”
Zou het op je avond met de toetsenbordhelden ook over de Vuelta van vorig jaar gaan? Jij veroordeelde de protesten tegen Israël–Premier Tech nogal fel. Heb je daar niet met een te enge of te oude bril naar de wereld gekeken?
“Neen, ik vind dat niet. Ik heb geen politieke uitspraken gedaan. Mijn punt was: blijf van de renners. Dat is geen uitspraak pro-Israël. Door die protesten is een coureur ten val gekomen en voor mij kan dat niet. Basta. Je moet je afvragen: zou je op die gevaarlijke manier protesteren als je eigen zoon meerijdt? Voor mij zijn de renners in het peloton mijn jongens. Ik voel dat zo aan.”
“De VRT heeft me er wel op aangesproken: ‘Je moet niet zo fanatiek zijn in je verdediging van de koers, José.’ Mensen kunnen denken dat ik het grotere plaatje niet zie, maar voor mij klopt dat niet. Ik lees elke krant van achter naar voor. Vandaag over de Chinese bedrijfsspionage bij Belgan. Ongelofelijk verhaal.”
“Net daarom had ik het ook moeilijk met die protesten in de Vuelta: Spanje was in 2024 één van de eerste landen om de onafhankelijk staat Palestina te erkennen. Omdat ik dat weet, vraag ik mij af: wat valt er dan nog te protesteren?”
Heb je voor jezelf een einddatum in gedachten? Of is er daarover een afspraak met de VRT?
“Neen, op dit moment niet. Ik doe sowieso al minder dan vroeger en dat begrijp ik ook wel. Maar als het alleen aan mij lag, deed ik nog alles (lacht). De Tour de France of de Baloise Belgium Tour, ik zie daar geen verschil in. In elke koers heb je een coureur die zijn leven kan veranderen. Of net de kans mist om dat te doen. Dat fascineert mij.”
“Ik kan in elke koers nog bewondering voelen. Of ergernis (lacht). Ploegen die er niet alles aan doen om te winnen. Ze sturen nummer drie mee in de ontsnapping, maar uiteindelijk moet hij lossen, want ja, hij is natuurlijk maar nummer drie. En dan beginnen te rijden in het peloton met nummer één, maar natuurlijk tekortkomen. Ik zie dat zo vaak. En ik blijf me erin opwinden.”
“Tegelijk stel ik me zeker wel de vraag hoelang ik dit nog wil blijven doen. Op dit moment is het antwoord: zo lang als ik het nog op een goed niveau kan doen. Ik kijk zeker voldoende in de spiegel. Ben ik nog mee? Blijf ik voldoende relevant? Als ik naar mezelf en mijn collega’s kijk, heb ik het gevoel dat ik nog goed meezit in het peloton. Als dat niet meer zo is, ga ik het weten van mezelf. En als ik het toch niet weet, gaan ze het mij op de VRT zeker zeggen.”
Om het over de koers zelf te hebben: we gaan met Remco Evenepoel én Wout van Aert. Hoe moeten we koersen om hen allebei een eerlijke kans op de wereldtitel te geven?
“Dat is dé vraag. Leg het eens voor aan de lezer: welke koers moeten we rijden om het meest kans te hebben om te winnen? Van Aert en Evenepoel hebben een ander soort koers nodig. Voor Evenepoel moet het vooral een zware wedstrijd zijn, voor hem moeten we vol rijden op elke helling. Terwijl Van Aert de beste kans heeft als de actie zich pas in volle finale voordoet. De logische koers is Evenepoel tegen Seixas en Del Toro, Van Aert moet hopen dat het een onlogische koers wordt. Dat kan, maar zet als bondscoach maar een keer vooraf een plan op papier. Als één van de twee wereldkampioen wordt, kan je achteraf misschien nog uitleggen hoe alles perfect is gelopen zoals je het in gedachten had, maar vooraf een goed plan opstellen? Dat is echt een moeilijke. Zeker in een koers als het WK waar het om de nationale truien gaat, maar ook om de helmen en de fietsen. Del Toro heeft geen sterke ploeg, maar over de landsgrenzen heen misschien wel wat trouwe UAE-soldaten.”
“Mag ik jou eens een vraag stellen over de selectie: hoeveel veldrijders gaan er mee?”
Wout van Aert, Thibau Nys, Gianni Vermeersch en Quinten Hermans. Vier in totaal.
“Bijna de helft van de Belgische WK-selectie voor de weg komt uit het veldrijden. Dat is toch crazy?”
En wat zegt het precies?
“Daar ben ik ook nog niet helemaal uit, maar zeker dat je met de fiets leert rijden in het veld. Hoe Gianni Vermeersch de valpartij van de Oscar Onley ontwijkt in de Vuelta, dat is stuurvaardigheid.”
“Veldrijden is ook een veel individuelere discipline en voor mij hebben crossers meer de mentaliteit van de zelfstandige. ‘Dit is wat ik heb, hoe kan ik dat maximaal verzilveren’. Opnieuw Gianni Vermeersch is daarin toch wereldklasse? Ik bedoel: hij is geen wereldklasse, maar hij haalt alles eruit wat erin zit. Gianni is een les voor elke jonge renner: hoe ga ik aan de slag met wat ik heb? Op de weg zie ik zoveel renners die zich dat te weinig afvragen. Waarom moet je per se sprinter willen blijven als je eigenlijk niet snel genoeg bent om sprinter te zijn? Kies dan voor een vak: word een goeie knecht.”
Heeft ons land genoeg goeie knechten mee op het WK? Bondscoach Serge Pauwels heeft de selectie na het forfait van Pogacar niet meer aangepast.
“Wat ik ook wel begrijp. Je kan een extra controleur meenemen, maar renners als Thibau Nys en Maxim Van Gils zijn net waardevoller in een koers zonder Pogacar dan mét. Je moet er de recente koersen eens op nakijken. Hoeveel wedstrijden hebben we de voorbije jaren niet gezien waar de luitenanten nooit in koers kwamen. Net omdat Pogacar dan al ging.”
“Ik heb via via gehoord dat Tim Wellens toch nog wilde toezeggen na het forfait van Pogacar, maar ik snap ook dat de bondscoach vasthoudt aan de renners aan wie hij drie weken geleden al beloofd heeft dat ze meegaan. Toen ik nog bondscoach was, moest ik daar soms om lachen. Renners vroegen mij: ‘José, mag ik mee naar het WK? Dan ga ik wat extra trainen?’ Ik dacht dan ah bon en anders niet? Tegenwoordig is die periodisering natuurlijk wel vaste kost en dus legt een bondscoach zijn selectie langer op voorhand vast.”
“Weet je wat mij opvalt? De controverse rond selecties is weg. Wat heb ik niet over mij gekregen toen ik in 2005 geen Quick-Steppers meenam? Patrick Lefevere stond in alle kranten. Ik bedoel: waar zit Lefevere nu? Want er zijn ook geen Quick Steppers mee. Hij zal toch ook niet te oud zijn zeker? (lacht)”