abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
  Moderator zondag 23 augustus 2026 @ 06:54:51 #1
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221633420
Etapa 2: Monaco - Manosque, 202,1 km

Kunnen jullie je de editie van vorig jaar nog herinneren? De editie waarin menig rit geannuleerd werd? Er deed een bepaalde ploeg mee, met een bepaalde naam, en dat kon niet op goedkeuring rekenen van de mensen in Catalonië, de mensen in het Baskenland, de mensen in Galicië en de mensen in Madrid. De rit naar Bilbao kende geen winnaar, de rit naar Castro de Hervile kende een aangepaste aankomst, er werd ineens een lijn getrokken in het midden van het niets en de lokale rondjes van het circuit in Madrid haalden we niet eens. Dat was een bijzondere Vuelta, eentje voor de eeuwigheid. Gezien de ploeg met de controversiële naam inmiddels een andere naam heeft hoeven we dat soort protesten dit jaar niet meer te verwachten, maar ik ben eigenlijk wel toe aan nieuwe protesten. De vlag van Palestina kan tijdelijk in de kast, laten we er nu de vlag van Soedan uithalen. Laten we met z'n allen massaal gaan protesteren tegen de aanwezigheid van UAE. Laten we iedere kans aangrijpen om iedere rit te saboteren. Ik heb dit nodig, want anders ga ik deze drie weken niet volhouden. De 81e editie van de Vuelta is pas net begonnen, we zijn pas negen kilometer onderweg en er is nu al grandioos met onze kloten gespeeld. Wielerterrorist Pogacar heeft meteen toegeslagen, uiteraard heeft hij meteen weer toegeslagen. Een vlakke en technische tijdrit? Dat kan hij ook gewoon. En dat zonder risico te nemen, jawel! Hij wilde eigenlijk niet eens winnen, hij zette de brommer niet aan toen hij hoorde dat Tarling op de hotseat zat. Toen hij te horen kreeg dat iemand sneller was dan Tarling zette hij de ondersteuning aan en reed hij nog even de snelste tijd bij elkaar. Voor sommigen is wielrennen een sport, voor anderen is het een spelletje. PCM in real life, Pogacar is een streamer en wij zijn tegen wil en dank zijn abonnees. Zo'n interview na afloop is dan ook echt weer walgelijk, alles wat hij doet en zegt is nep. We leven allemaal mee met Tarling, maar hoe hij daar dan weer over praat is braakselopwekkend. Het draait uiteindelijk toch vooral heel erg om de narcist Pogacar, en heel weinig om Tarling. Ik heb het nu alweer helemaal gehad met die Vuelta, sowieso een flopronde dit jaar. Een parcours dat zich bijna volledig afspeelt in Andalusië, omdat men eigenlijk van plan was om naar de Canarische Eilanden te gaan, wat dan weer niet door kon gaan omdat op dat moment nog niet duidelijk was of een bepaalde ploeg aanwezig zou zijn. Het plan was om snel naar het zuiden te trekken en dan vanuit het zuiden naar de Canarische Eilanden te gaan, toen dat niet doorging besloot men dan maar een paar dagen langer in het zuiden te blijven. Dit is daarom geen Vuelta, dit is een soort uitgedijde Ruta del Sol. En de Ruta del Sol is nooit de beste koers van het jaar, ik bedoel maar. Op papier komen we de komende drie weken amper fatsoenlijke ritten tegen, al is het met de deelname van Pogacar sowieso de vraag of het allemaal ook maar iets uitmaakt. Hij kan altijd en overal winnen, op ieder parcours. Op zo'n unipuerto, daar komen we er dit jaar weer een paar van tegen, rijdt hij ook gewoon lachend weg. Hij rijdt overal lachend weg, ondertussen met een paar door ChatGPT opgestelde quotes zieltjes winnend. Stel je toch eens voor dat iemand als Ethan Hayter de grootste zege uit zijn carrière boekt, nee, dat moet je niet willen, nee, dan kan beter Draco Malfoy maar weer voor de 500e keer een rit winnen. En Voldemort zag dat het goed was. Wel typerend, de circusartiest van de circusploeg van de circusdirecteur die een rit wint waarin er dwars door een circustent wordt gereden over een buitengewoon clownesk parcours. Wat wás dat? Een miljoen bochten, een passage door een wandelpark, tunneltje in, tunneltje uit, bocht, bocht, nog een bocht, bocht, bocht, bocht en een bocht, dwars door de circustent dus en dan was er ineens de finish zodra je uit de zoveelste tunnel kwam. Symptomatisch voor deze Vuelta, het parcours deugt niet en de renner met rugnummer 11 deugt ook niet. Afvoeren, alles weg. Je gaat al bijna blij zijn met de rit die er nu aankomst, dat is wellicht een rit die niet gewonnen gaat worden door Pogromcar. Alhoewel... een hellende aankomst. Hmm. Tijd om de bakstenen klaar te leggen, ze gaan weer dwars door de tv heen.




De Vuelta is dus van start gegaan in Monaco, een stad waar we ons tijdens de start van de tweede rit nog steeds bevinden. Het is wel een ietwat vreemde ontwikkeling dat we ons nu in de Vuelta zo vaak in het buitenland bevinden, dat was vroeger helemaal niet het geval. In totaal zijn er blijkbaar gedurende 81 edities 74 ritten in het buitenland verreden, maar het eerste buitenlandse avontuur volgde pas in 1965, toen de Vuelta de grens overstak richting Andorra. Andorra werd daarna een vaste klant, maar het duurde tot 1992 voor de Vuelta een keer Frankrijk bezocht. In 1992 trok men naar Luz Ardiden, waar Lale Cubino de rit zou winnen. In 1997 waren we dan weer getuige van de eerste buitenlandse start van de Vuelta, dat jaar ging de Ronde van Spanje van start in Portugal. Daarna duurde het dan weer 12 jaar voor de Vuelta nog eens van start ging in het buitenland, in 2009 kwamen ze uit in godbetert Drenthe. Relus ter Beek, we zullen hem nooit vergeten. Een ritje over het TT-circuit, een bergprijs uitdelen op een klim van een paar meter aan 0,1%, we mogen wel echt dankbaar zijn voor zo'n buitenlandse start. Tijdens die Vuelta reden we ook nog door België, weer een land dat aan de collectie werd toegevoegd. Tussendoor bleven we naar Andorra gaan, waarna er in 2017 in Nîmes pas voor de derde keer in de volledige Vueltageschiedenis een buitenlandse start volgde. Sindsdien is et hard gegaan, vooral sinds 2022. In 2020 had de Vuelta van start moeten gaan in Utrecht, maar dat ging wegens corona niet door. De koers ging daarom pas in 2022 van start bij ONS en daarna hebben we eigenlijk ieder jaar met een buitenlandse start te maken. In 2024 ging de Vuelta van start in Portugal, vorig jaar begonnen we in Italië en nu zitten we in Monaco. De zevende buitenlandse start in totaal, de vierde sinds 2022. Guillén heeft ontdekt hoe je makkelijk rijk kunt worden en hij is nu niet meer te stoppen. Het Vorstendom Monaco is nu het zevende land waar de Vuelta is geweest, tijdens deze editie rijden we door vier van de zeven landen heen waar de koers ooit is geweest. Dit toch even als stukje achterstallige administratie, waarbij ik toch wel de hoop uitspreek dat deze trend niet wordt doorgezet. En ik hoop al helemaal niet dat we nog vaker naar Monaco gaan, wat een ellendige plek. Een Tourstart gehad, Girostart gehad en nu de Gran Salida, er is geen enkele reden meer om ooit nog Monaco te bezoeken. Afgevinkt, hup, klaar. Ik zou verder ook echt niet weten wat ik nog over deze stad moet zeggen, buiten dan natuurlijk het gegeven dat het ironisch is dat uitgerekend Cancellara en Pogacar een tijdrit winnen in de stad van de Formule 1. Nou, goed, de renners gaan vandaag blijkbaar van start op de Rots van Monaco, bij het paleis van scheefpoeper Albert. Hij kwam gisteren weer mooi in beeld met zijn knolselderijhoofd, het blijft een opmerkelijke anatomische mispeer. Na de start beginnen de renners aan de langste neutralisatie die ik ooit heb gezien, het is echt niet normaal wat ze nu voorgeschoteld krijgen. Ze gaan liefst 42 minuten geneutraliseerd rijden, geen grap. In de Tour is 20 minuten toch wel zo'n beetje het langste, een kwartier of tien minuten is daar eerder de normale tijd. En dan krijg je in de Vuelta dus ineens te maken met een neutralisatie van 42 minuten, bizar. Een neutralisatie van 20 kilometer, verzin dat maar eens. We rijden eerst dwars door Monaco heen, waarbij we zo'n beetje het hele vorstendom verkennen, om buiten de staat aangekomen in Frankrijk te beginnen aan een lange klim richting het dorp Èze. Een dorp dat we zeer goed kennen, bekend van de gelijknamige Col d'Èze. Deze klim speelde nog een hoofdrol in de recente Tour de France Femmes, terwijl we hier uiteraard jaarlijks passeren tijdens de afsluitende rit van Parijs-Nice. Ook in de Tour de France zagen we de klim recent nog passeren, toen de Tour in 2024 afsloot met een tijdrit die van start ging in Monaco reden we ook naar Èze toe. De top van de Col d'Èze halen we tijdens deze neutralisatie net niet, maar alsnog moeten de renners acht kilometer gaan klimmen naar het dorpje Èze. Een bijzonder vreemde neutralisatie, én lang, én een lange klim bevattend. Ik snap het allemaal niet meer, was het nu echt een probleem geweest om de vlag bij het verlaten van Monaco te laten wapperen en de renners de kans te geven om op deze klim een sterke kopgroep te laten ontstaan? De Vuelta is een verwarrende koers, kijk alleen al naar de verschillende afstanden die deze rit heeft. Volgens het roadbook is de rit 202 kilometer lang, volgens de officiële site 214. En dan kom ik een profiel tegen dat 204 aangeeft, zeg het maar. Doorgaans heeft het roadbook gelijk, dus zou deze rit 202 kilometer moeten zijn. Met dan dus 20 kilometer neutralisatie erbij. Voorbij Eze volgt er een afdaling van tien kilometer richting Nice, tien kilometer geneutraliseerd klimmen achter de wagen, daarna tien kilometer geneutraliseerd dalen achter de auto. Bijzonder, speciaal, apart, gek, merkwaardig, frappant en een beetje opvallend. Aan het eind van de geneutraliseerde afdaling bereiken we Nice, de stad waar Demi Vollering recent twee ritten won in de Tour de France Femmes. Ze veroverde in Nice het geel, ik heb dus inmiddels niet meer zoveel met Nice. Dat was erg jammer, op de Ventoux leek een choke nog tot de mogelijkheden. In Parijs-Nice zagen we dit jaar dan weer Lenny Martinez winnen in Nice, en zo kun je nog wel een uur doorgaan met het delen van informatie over deze stad.



Nice is een stad die we veel te goed kennen. We sloten hier dus de afgelopen Tour de France Femmes af, twee dagen op rij eindigde er een rit in Nice. Aan het eind van de Tour de France van 2024 kwamen we ook twee dagen voorbij in Nice, er was sprake van een vertrek en een aankomst. Dat viel nog mee als je het vergelijkt met de Grand Départ in 2020, toen waren we liefst drie dagen in Nice. De eerste rit was Nice - Nice, de tweede rit was ook Nice - Nice, de derde rit was Nice - Sisteron. Heel veel Nice, maar nice vond ik dat na een tijd niet echt meer. De eerste rit van de Tour van 2020 was wel geestig, het regende dat het goot en daardoor werden de wegen in en rond Nice spekglad. Het halve peloton ging tegen de grond, maar vooral de valpartij van Miguel Angel Lopez is me bijgebleven. Die nam in een afdaling net iets teveel risico en daardoor schoof hij rechtdoor de bocht uit, hop, tegen een verkeersbord aan. Ach, Superman, man van vele incidenten. De eerste rit in die Tour werd uiteindelijk in de sprint gewonnen door Alexander Kristoff, de sterke beer kwam bovendrijven na een zware dag. De tweede rit was dan weer een lastigere rit, zeker geen rit voor de sprinters. We reden over twee bergen die we ook vandaag gaan zien, al beklommen we ze toen wel van een andere kant. Een rit met daarin de beklimming van La Colmiane en de Turini eindigde weer in Nice, waar we eerst over de Col d'Eze reden en daarna over de Col des Quatre Chemins, bekend van Parijs-Nice. We noteren het coronajaar 2020, waarin heel veel vreemde dingen zijn gebeurd. Rare renners die ineens wereldtop waren, zoals de jongens van Team Sunweb. Julian Alaphilippe ging op de Quatre Chemins in de aanval en hij kreeg Marc Hirschi mee, hilarisch. De Zwitser won uiteindelijk zelfs bijna de sprint van Alaphilippe, echt heel goed. Ook goed dat Alaphilippe toen nog goed was, eigenlijk ieder jaar een zekerheidje in de Tour. Naast die ritzege pakte hij ook de gele trui mee, dit jaar werd hij dan weer vijf seconden na iedere aanval als een baksteen gelost en dat raakte hem blijkbaar zo erg dat hij besloot er maar gewoon mee te stoppen. Zijn dikke contract ingeleverd bij Cancellara, een opmerkelijk besluit. In het Franse roddelcircuit lees je dan wel weer dat zijn relatie met de koersdirecteur van de Tour de France Femmes op de klippen is gelopen, dat soort dingen kunnen ook altijd meespelen natuurlijk. Het was in 2020 de tweede keer dat de grote start plaatsvond in Nice, in 1981 vertrok de Tourkaravaan ook vanuit deze luxueuze badplaats met 350.000 inwoners. Het is voor de renners een enorm bekende plaats, omdat hier ieder jaar Parijs-Nice eindigt. Nice ligt uiteraard ook dicht bij Monaco, waar zo ongeveer het halve peloton woont. Pogacar kon daar weer mooi over vertellen, hij reed extra hard omdat hij de weg onder zijn appartement door kende, ja, leuk, fantastisch, schitterend, formidabel, fenomenaal, geweldig, heerlijk, smullen, boh, poh, goh, noh, joh. Dat rotjoch won natuurlijk ook de tijdrit in de Tour van 2024, de afsluitende tijdrit met start in Monaco en finish in Nice. Hoeft eigenlijk niet eens vermeld te worden, als hij aan de start staat wint hij, zo tragisch is het tegenwoordig. Af en toe besluit iemand om toch aan de andere kant van de grens te gaan wonen, omdat het daar net iets goedkoper is. Zodoende zijn er ook wel wat huidige en voormalige profs die in Nice en omstreken wonen, Matteo Jorgenson is een bekend voorbeeld. Clement Champoussin is dan weer geboren in Nice, de man die door zijn geboortegrond had kunnen rijden als hij niet ziek was geworden. Nico Vino schijnt ook geboren te zijn in Nice, al is de familie Vino later vertrokken richting Monaco. Nice is met vijf miljoen bezoekers jaar een enorm populaire toeristische bestemming, alleen Parijs trekt meer bezoekers aan. Er valt nog veel meer te vertellen over Nice, maar het is de vraag of we dat ook meteen moeten doen. Dit deel van de rit wordt niet eens uitgezonden, het publiek komt er nooit achter dat we vandaag door Nice rijden. Wist je trouwens dat we ons in de regio Provence-Alpes-Côte d'Azur bevinden, in het departement Alpes-Maritimes? Nee, nu wel. Nice is uiteraard ook meteen de hoofdstad van het departement. De stad is blijkbaar al 400.000 jaar oud, amai. De Romeinen zijn hier uiteraard ook gepasseerd, want Nice is eigenlijk altijd wel een redelijk belangrijke stad geweest. De stad wordt ook wel Nizza of Nissa genoemd, mede dankzij Italiaanse invloeden uit het verleden. Maar goed, door.



Zodra de neutralisatie voorbij is rijden we in de eerste officiële meters van de rit meteen door een tunnel heen, de Tunnel André Malraux. Uitstekende schrijver, er is recent een nieuwe vertaling uitgekomen van z'n bekendste werk en dat is een werk dat niet mag ontbreken in je boekenkast. Het menselijk lot, kopen die handel. Enfin, jullie zullen me voorlopig op m'n woord moeten geloven, de Vuelta is de enige van de drie grote rondes die niet integraal wordt uitgezonden, van de eerste uren van deze koers gaan we niets meemaken. Ik kan dus volledig feitenvrij wat onzin verkondigen, al houdt dat me normaal ook niet tegen. In ieder geval, de eerste zeven kilometer nadat er met de vlag is gezwaaid rijden de renners dwars door Nice heen, ze rijden continu over de Voie Pierre Mathis en dit is een soort van snelweg dwars door de stad. De renners rijden daarom continu over een brede weg die weinig bochten kent, het is ook nog eens tamelijk vlak en dus is het een eenvoudig begin van de etappe. Je zult maar geneutraliseerd over de Col d'Eze rijden om daarna pas met de rit te beginnen zodra het vlak wordt, de Vuelta blijft een onnavolgbare koers. De weg door Nice heen kent wat mooie gedeeltes, maar het grootste deel van de tijd zit je tegen wat vervallen flats in buitenwijken van de stad aan te kijken, zeker niet alles is nice in Nice. Als we de laatste buitenwijken zijn gepasseerd komen we na een kilmeter of zeven voor het eerst wat bochtenwerk tegen, via een reeks bochten rijden we uiteindelijk over de Pont Napoléon III heen om de Var over te steken en uit te komen in Saint-Laurent-du-Var. Van dit plaatsje, waar met Lucien Teisseire een viervoudig ritwinnaar in de Tour werd geboren, rijden de renners rechtdoor over een waanzinnig brede weg naar Cagnes-sur-Mer. Geen enkel verkeersobstakel, een bijzonder eenvoudige tocht. Een tocht waar men misschien zelfs even van kan genieten, want de kust komt in beeld zodra we Cagnes-sur-Mer bereiken. Of het echt genieten wordt hangt ook af van de gedragingen in het peloton, is het een dag waar heel veel renners voor de vlucht willen gaan of rijdt er na vijf meter een renner van Kern Pharma samen met eentje van Burgos weg? Ik denk dat Visma en Lidl-Trek deze rit sowieso gaan controleren, dus het tweede ligt meer voor de hand. Over Cagnes-sur-Mer kun je overigens een hoop vertellen, zo ging hier in de Tour van 2013 een keer een rit van start. Die rit zou eindigen in Marseille, waar Cavendish de sprint zou winnen. Cagnes-sur-Mer is ook de stad waar de familie Grimaldi, die familie uit Monaco, huis heeft gehouden. Ze hebben hier hun eigen kasteel laten bouwen, bijvoorbeeld. Heden is er een Grimaldi Museum, met een collectie van moderne kunst en een etnografische collectie rond olijfbomen. Ik kan nog veel meer vertellen over deze stad, maar het lullige is dus dat we als kijker niets mee gaan krijgen van Cagnes. Kan ik wel zeggen dat het een kunstenaarskolonie was, dat het een vissersdorp is en dat ze zich hebben gespecialiseerd in tuinbouw en dan met name de bloementeelt, maarja, zonde van de moeite eigenlijk. Hier heb je voor de vorm wel een kiekje.



De renners rijden nog een aantal kilometer over een brede en vlakke weg langs de kust, al komen ze voorbij Cagnes-sur-Mer wel iets meer obstakels tegen. Paar bochtjes en drempels, maar ach, nog steeds een simpele tocht. Al komt daar langzaam verandering in, we komen na 17 kilometer in Villeneuve-Loubet uit en hier laten we na een tijd de Côte d'Azur achter ons. Een paar fraaie kilometers langs de zee, maar nu duiken we het binnenland in en in het binnenland moet er geklommen worden. Voorbij de Hippodrome de la Côte d’Azur rijden de renners over de rivier de Loup en aan de andere kant van dit riviertje nemen ze een bocht naar rechts waarna ze op een weg met een paar rotondes terechtkomen. Deze weg voert ons het binnenland in, de renners rijden langs Villeneuve-Loubet af en na een tijd begint de brede weg omhoog te lopen. We rijden door een groene omgeving over de Route de Grasse, richting Grasse. Al zetten we in eerste instantie koers richting Châteauneuf-Grasse, een dorp op een paar kilometer van Grasse. Richting Châteauneuf-Grasse beklimmen we de Alto Châteauneuf-Grasse, een beklimming van de derde categorie. Wel leuk, Alto, de Spanjaarden hebben geleerd van de Fransen. Bij een start in het buitenland noemen de Fransen iedere klim gewoon een côte, nu vinden de Spanjaarden je lokale côte gewoon een alto. Dit even terzijde natuurlijk, van belang is dat het in totaal 13 kilometer aan 3% omhoog zal gaan. We beginnen met een stuk van vier kilometer aan 4% naar Roquefort-les-Pins, door de bossen loopt de brede weg op een aangename manier omhoog. Vlak voor we Roquefort-les-Pins bereiken zijn we boven op het eerste deel van de klim, we dalen daarna anderhalve kilometer op een niet al te spannende manier af naar dit dorpje. Wel wat bochtenwerk, maar de weg is enorm breed en het gaat tegen een bescheiden percentage omlaag. Zodra we uitkomen in Roquefort-les-Pins begint vrij snel het tweede deel van de klim, een toch wel ander deel. Eerst reden we door de bossen, maar we hebben nu een stedelijk gebied bereikt. Zodra we uitkomen in Roquefort-les-Pins rijden we van dorpje naar dorpje, er is continu bebouwing om ons heen. Dat zorgt er meteen voor dat er hier het een en ander aan verkeersmeubilair ligt, de renners komen wel wat rotondes, vluchtheuvels en meer van dat soort zaken tegen. De weg begint na een stuk vals plat ook weer omhoog te lopen, in de laatste vijf kilometer van de klim gaat het vrij voorzichtig aan 3,5% omhoog. Ooit een keer ergens een strookje aan 5%, maar deze Alto Châteauneuf-Grasse telt al bij al niet veel voor. Het is een rit met redelijk wat hoogtemeters, maar die hoogtemeters verzamel je wel vooral dankzij dit soort platte klimmen. Via Le Rouret rijden we verder omhoog naar Châteauneuf-Grasse, een dorpje dat we uiteindelijk na 32 kilometer bereiken. De vluchters mogen hier gaan sprinten om de bergpunten, dat is dan nog de moeite. In Châteauneuf-Grasse, geen onaardig dorpje, schijnt de koninklijke familie van België een buitenverblijf te hebben, wat leuk, mooi bij Koning Droogneuker op bezoek.




Voorbij de top van de klim komen we in het centrumpje van Châteauneuf-Grasse enkele rotondes en wat vluchtheuvels tegen, waarna we gaan beginnen een afdaling van vijf kilometer richting Grasse. Dit is geen al te bijzondere afdaling, een brede weg loopt vooral wat vals plat omlaag. We komen wel wat bochtenwerk tegen en aangezien we continu door de bewoonde wereld rijden komen de renners toch ook wel het een en ander aan straatmeubilair tegen. Via Magagnosc bereiken ze even verderop Grasse, na 37 kilometer komt het peloton zonder veel problemen uit in dit dorpje dat toch wel enigszins bekend is. In de Tour van 2020 reden we ook nog eens door Grasse heen, onderweg van Nice naar Sisteron. Toen kwam het dorp wel in beeld, nu zal dit allemaal buiten beeld plaatsvinden. Alle informatie is dus eigenlijk weer overbodig, maar over Grasse kan ik prima plukken uit het archief. Met de toevoeging dat Grasse er in de jaren na 2020 zowaar een heuse wielerprof bij heeft gekregen. Andrea Mifsud, een renner van Polti-Visit Malta, is uit Grasse afkomstig. In 2020 reed hij nog voor een clubteam in de jaren daarna reed hij jarenlang voor continentale ploegen voor hij in 2024 op het briljante idee kwam om een Maltees paspoort aan te vragen. Toen Polti gesponsord werd door Malta was zijn kostje gekocht, dit jaar werd Mifsud binnengehaald door Basso en Contador. Heel veel kwaliteiten heeft hij niet, maar hey, de sponsor is nu wel tevreden. Eenmaal in Grasse komen we overigens talloze rotondes tegen, in een paar kilometer volgen er toch al snel een stuk of zeven. Nog wat ander bochtenwerk, wat drempels, wat plotseling opdoemende middenbermen, in het centrum een versmalling van de weg en dan nog wat obstakels. Het wordt ineens vrij technisch, vooral ook omdat het voorbij Grasse nog een paar kilometer verder omlaag blijft lopen. De weg wordt buiten het centrum wel weer breed, maar door een combinatie van heel wat bochtenwerk en heel wat straatmeubilair valt een chute niet uit te sluiten. Vroeger stond de stad, die nog vroeger zelfs nog een eigen stadstaat is geweest, bekend vanwege de leerlooierijen en handschoenateliers. Na een tijd werd het blijkbaar de mode om handschoenen te parfumeren, waardoor er een heuse parfumindustrie ontstond in Grasse. Nog steeds hebben enkele bekende parfumbedrijven hun hoofdkantoor in deze behoorlijk mooie stad. Ik ken ze verder niet echt, maar een bedrijf als Robertet schijnt toch een paar honderd miljoen omzet te draaien per jaar. Galimard, Moulinard en Fragonard, het zou allemaal bekend moeten zijn. Voor de echte enthousiasteling is er zelfs een Musée International de la Parfumerie. In de buurt van het dorp liggen allerlei kruidenvelden, waar de ingrediënten voor in de parfums worden gekweekt. Christian Dior heeft hier ook een villa, met de bijbehorende kruidenveldjes. Zodoende komt ongeveer 60% van de parfums in Frankrijk uit Grasse en omgeving. Met een heerlijke lucht in de neuzen dalen de renners voorbij Grasse een tijdje verder, een heel verschil ten opzichte van de Tour van 2020, toen begonnen we vanuit Grasse juist aan een klim. Grasse speelt tevens een belangrijke rol in de roman Das Parfum van de Duitse schrijver Patrick Süskind, en dan is Edith Piaf er ook nog eens overleden. Met je idyllische centrumpje vol paraplu's.




Van Grasse, de stad van de parfum, dalen we nog een kilometer of vier af in de richting van Peymeinade. Die afdaling is op zichzelf niet heel boeiend, het is alleen zo dat er soms wat paaltjes te vinden zijn in het midden van de weg, soms doemt er ook ineens een spontane middenberm op. Dat maakt het technisch, verder heeft het weinig om het lijf. Eenmaal in Peymeinade is het een kilometer of twee vrij vlak, terwijl we nog steeds een stevige hoeveelheid obstakels tegenkomen. Rotondes genoeg, net als vluchtheuvels. Zodra we door het centrum van Peymeinade zijn gereden gaat het buiten het dorp even een kilometer aan 4% omhoog, de renners gaan de komende kilometers heel wat van dit soort korte klimmetjes tegenkomen. In de komende 40 kilometer komen ze een stuk of zeven korte klimmetjes tegen, dankzij al dit soort klimmetjes halen we vandaag in totaal toch een stuk of 3000 hoogtemeters. Het is alleen wel zo dat dit het deel van de rit is waar er vrij rustig gereden zal worden, dus zal dit deel van de rit weinig invloed hebben. Na het korte klimmetje voorbij Peymeinade is het even een kilometer of twee vrijwel vlak, terwijl we nog steeds door de bebouwde kom rijden. We komen nu uit in Le Tignet, waar weer de nodige rotondes te vinden zijn. Heel wat vluchtheuvels ook, onaangenaam stukje rit op dat vlak. Voorbij Le Tignet loopt de weg dan weer twee kilometer naar beneden, met nog wat meer rotondes achter de kiezen duiken we een bos in en hier loopt een brede weg op een vrij bochtige manier omlaag. Eén lastige bocht, verder valt het wel mee. Eenmaal beneden loopt de weg gelijk weer omhoog, het gaat nu 4,5 kilometer aan 3,5% omhoog. In de laatste kilometer vlakt het af, voorheen gaat het toch wel een kilometer of drie vooral aan 4% omhoog met een paar stroken aan 5%. We rijden aan de voet van de klim over de rivier de Siagne heen, waar we het departement van de Alpes-Maritimes verruilen voor dat van de Var. Daarna gaat het dus een paar kilometer op een niet al te lastige manier omhoog door een bosrijke omgeving. Aardig weggetje, aardig klimmetje, maar allemaal ook weer niet heel wereldveranderend. Na dit klimmetje rijden we verder over dezelfde, brede weg. Die weg loopt daarna een kilometer of twee omlaag, in principe behoorlijk rechtdoor. De weg wordt alleen onderbroken door twee flinke rotondes, dat maakt het dan weer iets technischer. Er kan buiten beeld best een hoop gebeuren, blijft gek dat het ze bij de Vuelta nog steeds niet lukt om alles integraal uit te zenden. De renners rijden hier over het grondgebied van Montauroux, dat zich bevindt op een hoogte van 150 tot 400 meter met in het zuiden zicht op het Esterelmassief en het Massif des Maures. Het meer van Saint-Cassien, de vallei van de hoge Siagne en de bossen vormen een unieke natuurlijke omgeving. Even wat geografische info tussendoor, er ligt hier zonder dat het voor de renners te zien is inderdaad een groot meer in de buurt. Voorbij Montauroux, inderdaad gelegen in een vrij fraaie natuurlijke omgeving, rijden we een tijd rechtdoor op een vlakke manier in de richting van Fayence. Fayence bereiken we alleen net niet, vlak voor we dat dorp zouden bereiken slaan de renners bij de zoveelste rotonde linksaf. Ergens jammer, want Fayence is wel een klassieker in de koers. Parijs-Nice kwam hier vaak voorbij, terwijl ze hier in de eerste koersen van het jaar ook regelmatig passeren, in wedstrijdjes die ieder jaar van naam veranderen. Altijd iets van Var in de naam, vorig jaar was het de Classic Var. Goed, richting Fayence loopt het na wat vlakke meters even een tijdje wat vals plat omhoog, maar al snel wordt het op het plateau weer volledig vlak terwijl we richting Lombardie rijden. Haha, richting Lombardije, leuk. Nee, een klein dorpje dat Lombardie heet, daar valt weinig te beleven. Wel al 63 kilometer afgewerkt daar, dat is meters maken.




In de 20 kilometer voorbij Lombardie volgen we continu dezelfde weg, een weg die ons dwars door glooiend terrein zal voeren. Stuk of vijf korte klimmetjes onderweg, zonder dat het ooit heel interessant wordt. Even voorbij Lombardie gaat het wel een keer een halve kilometer aan 5% omhoog, veel hogere percentages dan dat komen we alleen niet tegen. In het begin van deze route rijden we nog door bebouwd gebied, hier komen we dan ook weer wat rotondes en dergelijke tegen, naderhand rijden we wat meer de bossen binnen en hier verdwijnen die obstakels. De weg is wel steeds behoorlijk bochtig, dat levert tijdens de afdalinkjes die we tegenkomen soms even een technische passage op. Nouja, goed, we gaan er dankzij de brede weg maar vanuit dat dit allemaal goed afloopt. Van één klimmetje heb ik nog een profiel gevonden, we leren dankzij dat profiel dat er nog een keer een ongecategoriseerd hupje te vinden is van vier kilometer aan 3%. Paar kilometer aan 4% in het begin, een vlakker stuk en dan nog een stukje aan 4%, het is wel echt allemaal heftig hier hoor. Vooral een mooie weg. Breed, goed geasfalteerd, dwars door een mooie omgeving vol groen. Heel wat hoogtemeters verzamelen we hier, maar ik denk niet dat er hier renners gelost gaan worden. Deze kilometers vliegen voorbij, aan het eind van deze 20 glooiende kilometers slaan we in de buurt van Draguignan bij een rotonde rechtsaf. Na deze rotonde is de weg even een kilometer of twee zo goed als vlak, waarna we zowaar aan een serieuzere klim gaan beginnen. De renners rijden Figanières tegemoet en als ze over een brede weg langs dit dorp afrijden vinden ze de voet van de Col de Saint-Andrieu. Een beklimming van de derde categorie, het gaat de komende vijf kilometer aan bijna 5% gemiddeld omhoog. Dat gemiddelde wordt ietwat gedrukt door een paar meter in dalende lijn halverwege, de brede weg door de bossen heen loopt voorts toch vooral aan een procent of zes omhoog. Kijk, dit is dan wel weer een klimmetje waar je de sprinters kunt vermoeien, al is de finish hier nog ver. Na 92 kilometer zijn we boven op deze klim, daarna is het nog doodleuk 110 kilometer fietsen tot de finish. Paar brede haarspeldbochten vlak voor de top, best een mooi klimmetje hoor. Een klimmetje dat wel eens is voorgekomen in Parijs-Nice, twee keer in een rit gewonnen door Luis Leon Sanchez. Eén keer in een rit die van start ging in Manosque, de plek waar we nu toevallig ook naartoe gaan.





Voorbij de Col de Saint-Andrieu loopt de brede weg een kilometer omlaag, we komen in dit korte afdalinkje een aantal brede bochten tegen. Een tweetal haarspeldbochten zelfs. Aan het eind van dit korte afdalinkje volgt er een terugdraaiende bocht naar links, waarna het een kilometer zo goed als vlak zal zijn, vooraleer we opnieuw mogen klimmen. De tweede en laatste gecategoriseerde klim van de dag ligt achter ons, maar we gaan nog heel wat klimwerk tegenkomen. Zo gaat het nu bijvoorbeeld gewoon drie kilometer aan 6% omhoog, met tussendoor zelfs een strook van een halve kilometer aan 8%. Had je ook best een bergpuntje voor kunnen uitdelen, me dunkt. Volgens het tijdschema gaan we rond deze tijd ongeveer live, overigens. We rijden het dorpje Châteaudouble tegemoet en hier rijden we door de bossen heen toch vrij lang aan 6% omhoog. Als we Châteaudouble bereiken zien we ineens allemaal rotswanden in beeld verschijnen, even verderop rijden we door een in de rotsen uitgehakt tunneltje heen, waarna we nog wat meer rotsen passeren in het pittoreske Châteaudouble. Een verborgen pareltje, dit dorpje. Het centrum is gebouwd tegen een rotshelling op een hoogte van 525 meter, bijna 150 meter boven de rivier Nartuby. De plaats is ontstaan in de elfde eeuw rond twee kastelen op deze moeilijk toegankelijke plaats. De kastelen waaraan de plaats haar naam dankt zijn afgebroken, da's dan weer jammer. Voorbij het fraaie en rotsachtige Châteaudouble loopt een net wat smallere weg op een bochtige manier nog een tijdje wat verder omhoog, waarna we vervolgens een kilometer of vijf vals plat mogen afdalen richting Ampus. In het rotsachtige bos blijft de weg aan de smalle kant, terwijl we talloze bochten tegenkomen. Dat had voor een lastige afdaling kunnen zorgen, ware het niet dat het echt amper omlaag gaat. Eenmaal in Ampus gaan we na heel wat bochtenwerk in dit ruige landschap aan de volgende klim beginnen, met zicht op een indrukwekkende rotsformatie rijden we vlak voor we Ampus betreden over een smalle brug heen en daarna zal het de komende zes kilometer gemiddeld aan 3% omhoog gaan. Dat klinkt weinig interessant, maar het is een klimmetje in meerdere delen. Een van die delen is een klein beetje de moeite, het gaat een keer een kilometer aan 6% omhoog. Verder is het vooral veel vals plat, met tussendoor een paar stukjes in dalende lijn. Zodra we door het niet onooglijke Ampus zijn gereden wordt de weg weer een stuk breder, dat helpt dan weer tijdens die stukjes in dalende lijn. Het dorp werd in de 10e eeuw gebouwd op een heuveltop rond een feodaal kasteel, dat inmiddels is verdwenen. In de 18e eeuw werd een zeven kilometer lang aquaduct gebouwd om het dorp van water te voorzien, restanten van dit aquaduct zijn nog te zien. Van het middeleeuwse centrumpje krijgen de renners weinig mee, maar je hebt hier enkele smalle straatjes voorzien van een leuke poort, het is bijna de moeite van het omrijden waard. In Ampus hebben we ongeveer 104 kilometer afgewerkt, boven op de top van het volgende niet-gecategoriseerde klimmetje zitten we dan op 110 kilometer, nog maar een stuk of 90 te gaan!







Kort achter elkaar hebben de renners met drie klimmetjes te maken gehad, terwijl ze dwars door een mooie omgeving gereden zijn. Een omgeving die we niet al te vaak zien, de Vuelta is hier dankzij deze passage vaker geweest dan de Tour, verzin het maar. Het laatste van de drie klimmetjes kent dus een lastigere kilometer, de andere vijf stellen weinig voor. Een redelijk bochtige tocht, terwijl we vooral weer door de bossen rijden. Af en toe een passage in een dorpje, Tourtour bijvoorbeeld, maar daar is dan weer minder te beleven. De omgeving blijft vrij ruig, een ruw stukje Frankrijk dat ergens toch ook wel aan Spanje doet denken. Perfecte weg voor de Vuelta, dus. Na het klimmetje voorbij Ampus beginnen we aan een stukje parcours van een kilometer of 12 waarin de weg vooral omlaag zal lopen. De renners komen voorbij Tourtour weer op een iets smallere en wat alternatieve weg terecht, eentje met wat pokdalig asfalt. Deze weg kent de nodige bochten, terwijl de wegen afwisselend vlak zijn of een beetje vals plat omlaag lopen. We komen heel wat meters lager uit in dit stuk, alleen is het de vraag in hoeverre dat voor de renners echt voelbaar is. Onderweg passeren we een toren van de familie Grimaldi, die mensen zijn onvermijdelijk in deze regio. Verder passeren we eigenlijk vrij weinig, het is vooral nog steeds een bosrijk landschap met de nodige rotsen tussendoor. Weinig tekenen van leven, ook wat dat betreft is het een Spaans stukje Frankrijk. We vinden een paar kilometer waar het wat duidelijker omlaag gaat, verder is het hier toch vooral vlakkig. Een paar technische zones, onder meer als de renners over een smal bruggetje moeten rijden, maar goh, nee, dit zou toch een makkelijke tocht moeten zijn. Na 121 kilometer, op dik 80 van het eind, leidt deze tocht ons door het dorpje Aups heen. Vlak voor we het dorp bereiken loopt de wat smallige weg twee kilometer wat steviger omlaag, we komen hier ook een paar wat scherpere bochten tegen. Eenmaal in Aups zelf komen we nog wat meer bochten tegen, de passage in het centrumpje van dit dorp wordt ook vrij technisch. Paar rotondes erbij, hoppa. Wel weer een mooi dorpje, midden in de Provence. De Tour is hier in 2000 een keer gepasseerd onderweg naar Draguignan, in een rit die gewonnen werd door Chente Garcia Acosta. De man die nu weer in de auto zit bij Movistar om venga venga te roepen, con dos cojones. Voorbij Aups komen we op de weg naar Montmeyan terecht en die weg figureerde dan weer in tegengestelde richting in de Classic Var die begin dit jaar werd verreden. Dat is een koers die er ieder jaar totaal anders uitziet, dit jaar was het ineens een kans voor de sprinters. Jason Tesson won, dan weet je zeker dat het terrein bepaald niet geaccidenteerd was. Na het bochtenwerk in Aups loopt de weg wel even een kilometer net iets meer dan vals plat omhoog, maar nadien is de route een kilometer of vier vrijwel volledig recht en vrijwel volledig vlak. We hebben weer een brede weg gevonden en die weg gaat ons dus naar Montmeyan brengen. Voor we dat plaatsje bereiken zien we nog wat meer dorpjes passeren, waaronder Moissac-Bellevue. In de buurt van dit plaatsje loopt de weg na een paar vlakke kilometers even een halve kilometer aan een procent of vijf omhoog, voordat het weer een tijdje zo goed als vlak is. Van Moissac-Bellevue rijden we tamelijk rechtdoor verder naar Régusse, eerst over een vlakke weg en daarna over een weg die voorzichtig vals plat omhoog zal lopen. Paar wegversmallingen onderweg, waarna we in Régusse het een en ander aan bochtenwerk tegenkomen. Voorbij Régusse slaan de renners linksaf en na deze bocht hebben ze het voorlopig hoogste punt bereikt. Na een beetje vals plat omhoog gereden te hebben volgt er nu een strook van drie kilometer waarin de weg rechtdoor vals plat omlaag zal lopen dwars door de bossen. Aan het eind van deze rechte weg volgt plotseling een echte afdaling, via een drietal serieuze bochten, waaronder een haarspeldbocht, dalen we anderhalve kilometer af. Na dit korte afdalinkje wordt de weg weer recht en vlak, we rijden nu een kilometer rechtdoor tot we na 137 kilometer uitkomen in Montmeyan. Nog maar 65 kilometer te gaan!



De renners zien Montmeyan al op de heuvel liggen als ze aan komen rijden, het is weer een mooi en typisch Provençaals dorpje. In dat dorpje komen ze een rotonde tegen, even later volgen er nog wat bochtjes en daarna gaat het buiten het dorp een kilometer of vier voorzichtig vals plat omlaag verder. De renners volgen een brede weg die vooral door de bossen loopt, een weg die vooral een hoop flauwe bochten kent. Na een tijd verlaten we de bossen en dan is het een kilometer of drie zo goed als vlak, langs wat akkers af rijden we een schitterend stukje Frankrijk tegemoet. In de verte zien we enkele rotsen liggen, rotsen die deel uitmaken van de Gorges du Verdon, ook wel de Grand Canyon du Verdon genoemd. De op één na grootste kloof van Europa, ja! Een kloof van 25 kilometer lang, de rivier de Verdon heeft in de loop der jaren een meesterwerkje uitgesleten en dat meesterwerk gaan we van heel dichtbij zien. Aan het eind van de vlakke strook rijden we via een brug over de Verdon heen, daarna rijden we tussen de rotsen door het dorpje Quinson binnen. Hier beginnen we aan een klim van een kleine drie kilometer aan 6,5%, na een voorzichtige aanloop in Quinson zelf gaat het buiten het dorp dik twee kilometer tegen stevige percentages omhoog. Stroken tot 8%, dit is wel al het moment om de sprinters onder druk te zetten. Quinson is overigens weer een fraai, toeristisch dorpje. Ze hebben hier een prehistorisch museum, het Musée de la préhistoire des gorges du Verdon. Ze hebben hier ook hun eigen meer, het Lac de Quinson, wat eigenlijk vooral een breder stukje van de Verdon is. In het natuurpark van de Verdon rijden we na een passage met wat drempels en een wegversmalling in Quinson buiten het dorp dus stevig omhoog, ook hier is het weer raar dat er niemand op het idee is gekomen om er een bergsprint van te maken. De renners komen in het pittoreske centrum van het dorp meerdere bochten tegen, ze slingeren omhoog tussen de schattige huisjes door. Buiten het dorp wordt het dan weer iets minder mooi, ondanks de aanwezigheid van de kloof van de Verdon in de omgeving rijden we buiten Quinson toch vooral door een bos heen. Het echte natuurschoon valt hier niet te bewonderen, al zullen de renners vooral bezig zijn met het overwinnen van de klim. Toch een paar haarspeldbochtjes vlak voor de top, waar het aan 8% omhoog gaat, best de moeite waard. Na iets van 146 kilometer, op een kilometer of 56 van het eind, zijn we boven op dit lastige klimmetje. We slaan op de top linksaf en na die bocht bereiken we een plateau. Ineens bevinden we ons in een omgeving vol agrarische activiteiten, ik zie ook zelfs wat wijnranken verschijnen. In de eerste vier kilometer na het lastige klimmetje is de weg zo goed als vlak, we rijden door een open omgeving over het plateau heen en hier is het vlak, recht en saai. Als je een steen gooit eindigt ie in de kloof van de Verdon, maar we zien er nog steeds niks van. Na vier kilometer over dit saaie plateau te hebben gereden duiken we een bos in, in dit bos beginnen we aan een bochtige afdaling van twee kilometer richting Esparron-de-Verdon. Dit wordt nog best wel een listig afdalinkje, vlak voor we Esparron-de-Verdon bereiken komen we zelfs twee venijnige haarspeldbochten tegen, na die twee bochten volgt er nóg een lastige bocht en dan bereiken we op een kleine 50 kilometer van het eind het fraaie Esparron. Het dorp ligt aan het Lac de Esparron, een bijzonder fraai meer dat weer een paar bochten later uitgebreid in beeld komt. Esparron-de-Verdon beschikt ook over een kasteel, ze boffen hier maar. Heel veel (natuur)pracht en praal, dat trekt dan weer de nodige toeristen aan. De Vuelta doet een extra duit in het zakje, de Verdon is toch ook een stukje Frankrijk dat we in de Tour niet vaak in beeld zien verschijnen.





Zodra we Esparron-de-Verdon hebben bereikt begint de weg opnieuw omhoog te lopen, we beginnen nu aan een drieluik van korte klimmetjes. Na de passage in Esparron, waar de weg al wat op en af gaat, komen we buiten het dorpje op een iets smallere weg terecht die weer wat haarspeldbochten kent. Hier gaat het een kilometer aan 6% omhoog, toch weer hinderlijk voor de weinige pure sprinters die hier zijn. In totaal klimmen we twee kilometer aan bijna 5%, maar vooral die tweede kilometer is nog best zwaar en na heel wat kilometers in het zadel kun je wellicht die paar stroken aan 7% al gaan voelen. Na dit korte klimmetje gaat het een kilometer omlaag aan 5%, een afdaling die toch behoorlijk bochtig is. In die kilometer komen we kort achter elkaar vijf bochten tegen. Paar haarspeldbochtjes zelfs, en een keer een serieuze bochtencombinatie. Even verderop rijden we over een bruggetje heen en dat is zoals altijd het teken dat het dalen gedaan is en het klimmen opnieuw begint. Het tweede klimmetje van dit drieluik is minder boeiend, het gaat ditmaal net iets meer dan een kilometer omhoog aan 5%. De weg blijft redelijk smal en ook vrij bochtig, door een redelijk lege omgeving slingeren we hier omhoog. Na dit knikje volgt er een afdaling van twee kilometer aan 4%, de weg loopt hier toch vooral rechtdoor veredeld vals plat omlaag. Eén bochtje naar links, meer niet. Direct aansluitend op dit afdalinkje loopt de weg voor de derde keer omhoog, we sluiten dit drieluik af met een klimmetje van een dikke kilometer aan 4%. Ze worden steeds makkelijker dus, die klimmetjes. Deze heeft wel een steile aanzet, maar vlakt daarna snel af. Tijdens dit derde klimmetje rijden we wel weer de goede kant op, de Gorges du Verdon tegemoet. De Verdon komt in beeld tijdens deze klim, we dalen voorbij de top net iets meer dan twee kilometer aan een procent of vijf af richting het water. Het zicht tijdens deze afdaling is fenomenaal, we zien het opvallend blauwe water van de Verdon terwijl we aan de andere kant van de weg dan weer de nodige rotswanden zien passeren. Het is heerlijk vertoeven in het Parc naturel régional du Verdon, het regionale natuurpark van de Verdon, gelegen op de grens van de departementen Var en Alpes-de-Haute-Provence. Al hebben de renners andere dingen aan hun hoofd, richting het eind van de afdaling gaat het zowaar steil omlaag en tussen de rotswanden in komen we hier drie pittige haarspeldbochten tegen. Wederom een technisch stukje dalen. Na de derde haarspeldbocht zijn we beneden, we komen terecht langs de Verdon en deze rivier volgen we de komende kilometers tot in Gréoux-les-Bains. De kloof laten we nu wel weer meteen zo'n beetje achter ons, dat is dan weer jammer. Prachtige kloof, het stuk dat we te zien krijgen is formidabel. Het heeft veel weg van de Ardèche, een gebied dat bij ons toch net wat bekender is dan de Verdon. De Verdon doet er alleen niet voor onder, gezien de lengte is de Verdon eigenlijk indrukwekkender. De rotswanden van de Gorges du Verdon zijn tot wel 700 m hoog en trekken veel toeristen, na de toeristische tocht van vandaag waarschijnlijk nog meer. Het is een geliefd gebied bij bergbeklimmers en natuurliefhebbers. Er ligt ruim 100 kilometer aan wandelpaden, waaronder het beroemde Martelpad. Dit vijftien kilometer lange pad van het chalet de la Maline naar de Samson Passage is genoemd naar de Franse speleoloog Édouard-Alfred Martel. Hij maakte in 1905 als eerste de tocht over de bodem van de kloof. Aan hem dankt de kloof de bijnaam Grand Canyon du Verdon. Van hem is namelijk het citaat: "De kloof van de Verdon is de meest Amerikaanse van alle Franse ravijnen. Dat houd ik vol na de Grand Canyon gezien te hebben." Nou, met deze informatie kunnen we weer vooruit.







Aan het eind van de afdaling bevinden we ons op drie kilometer van de tussensprint, we gaan langs de Verdon naar Gréoux-les-Bains rijden en daar vinden we na 166 kilometer, op 36 kilometer van de aankomst, de tussensprint en tevens de bonussprint van de dag. Ja, de bonussprint, dat is in de Vuelta nog steeds een ding. Een kilometertje rijden we direct langs de Verdon, met zicht op het water. Even verderop slaan we linksaf een bredere weg in, een weg die ons dan weer minder zicht op de Verdon gunt. De brede en rechte weg voert rechtstreeks Gréoux-les-Bains binnen, al loopt het in de voorlaatste kilometer voor de sprint wel een tijdje wat vals plat omhoog. In de laatste kilometer voor de sprint loopt de weg dan juist weer een tijdje vals plat omlaag, we betreden nu Gréoux-les-Bains en in dit kuuroord liggen wel wat vluchtheuvels op de renners te wachten. Paar bochtjes ook, in licht dalende lijn, dat kan wel eens een nerveus sprintje opleveren. Na het bochtenwerk gaat het in de laatste meters voor de tussensprint rechtdoor, dan ineens weer licht vals plat omhoog. Op 36 kilometer van het eind volgt dus de tussen- en bonussprint in Gréoux-les-Bains, een belangrijk moment. Bepaalde renners kunnen hier maar beter een paar bonificaties pakken in een poging Pogacar alsnog uit het rood te rijden. Wikipedia heeft overigens weer leuke feitjes als het gaat over Gréoux-les-Bains, zo lees ik dat dit een kuuroord is dat in 2017 35.485 kuurgasten ontving. Het bronwater heeft een temperatuur van 42° C en is rijk aan zwavel en mineralen, zo dan! De warmwaterbronnen van Gréoux waren al bekend in de Gallo-Romeinse periode. Archeologische vondsten uit de eerste en tweede eeuw wijzen erop dat de bronnen en de eraan verbonden godinnen bekend stonden om hun geneeskrachten. Na de val van het Romeinse Rijk raakten de bronnen in de vergetelheid. Gréoux werd voor het eerst genoemd in 1084. De plaats groeide aan de voet van een kasteel. Gréoux was een heerlijkheid en werd later een baronie en dan een markizaat.[4] De plaats had erg te lijden tijdens de Hugenotenoorlogen. In 1574 plunderden calvinisten de parochiekerk. Staccato, maar to the point. In 1619 werden de zwavelhoudende warmwaterbronnen herontdekt. De exploitatie kwam traag op gang. In 1807 en in 1813 bezocht Pauline Bonaparte, de zus van Napoleon, de thermen van Gréoux. In de loop van de negentiende eeuw groeide Gréoux als kuuroord. In 1961 werden de thermen van Gréoux gekocht door het bedrijf van Adrien Barthélémy. Enkele jaren later werden het oude thermengebouw en -hotel afgebroken en vervangen door nieuwbouw en dat lijkt me dan wel weer afdoende. Hoewel er hier dus ook gewoon een kasteel is, het Château des templiers. Het voormalig kasteel van de heren van Gréoux, nou, vandaag komen er andere heren op bezoek.




Direct na de tussensprint slaan we bij de eerste de beste rotonde rechtsaf, we nemen een mooie bocht van 180 graden en daarna rijden we een tijdje langs het centrum van het kuuroord af. In Gréoux is het een tijdje vrijwel vlak, zodra we dit oord achter ons laten beginnen we evenwel aan een fameuze klim. In de 11 kilometer voorbij Gréoux-les-Bains moet er geklommen worden naar Valensole, de sprinters gaan het hier heel zwaar krijgen! Of, nee, misschien ook niet. De renners rijden de komende 11 kilometer naar het plateau van Valensole en de weg naar dit plateau toe loopt continu vals plat omhoog. De komende 11 kilometer klimmen we aan 2% gemiddeld, dat voelen de profs niet eens. Er schijnt één strookje aan 3% tussen te zitten, verder gaat het alleen maar aan 2% omhoog. Op het profiel ziet het eruit alsof er in de finale een echte klim zit, in de praktijk valt dat reuze mee. Dit is nog niet eens een loper, dit is voor de profs gewoon helemaal vlak. Wel een mooie weg, we rijden behoorlijk rechtdoor over een brede weg door de bossen heen. Qua omgeving zit het wel snor, en dat gaat eigenlijk ook alleen maar beter worden. Verder heb je niets aan deze route, dit is een zo goed als vlakke weg. Klein stukje in dalende lijn tussendoor, maar ook dat maakt niet uit, want de weg loopt toch vooral rechtdoor. We zijn op weg naar Valensole en dit plaatsje is vooral bekend vanwege uitgestrekte lavendelvelden, zodra we in de buurt komen van het dorp zien we de eerste velden verschijnen. Of dat momenteel in bloei staat weet ik niet, ik kan niet overal verstand van hebben, maar de kans is aanwezig dat we in de finale van deze etappe door een zee van paars mogen rijden. Zonder veel verdere noemenswaardigheden rijden we na een eindeloze strook vals plat op 23 kilometer van de aankomst Valensole binnen, een plaats die ooit ontstaan is bij een kasteel dat op de flank van een heuvel werd gebouwd. Valensole ligt op een droog plateau, maar de plaats werd van water voorzien door enkele bronnen. Majolus, de vierde abt van Cluny, werd geboren in de familie Fouque, de heren van Valensole. Hij liet de plaats na aan de abdij van Cluny, die er een benedictijner priorij stichtte. Onder de bescherming van de abten van Cluny, die heer van Valensole bleven tot de Franse Revolutie, kwam de plaats tot bloei. De plaats werd voorzien van een stadsmuur. Tijdens de Hugenotenoorlogen werd het katholieke Valensole belegerd door de protestanten en zo kun je nog wat feiten kopiëren, maar het draait hier uiteindelijk toch vooral om die lavendelvelden. Het hele plateau rond Valensole ligt er vol mee, we bevinden ons hier echt in het hart van de Provence. Een lokaal hoogtepunt schijnt de Domaine Le Clos de Villeneuve te zijn, een parktuin in terrasvorm met talrijke fonteinen, aangelegd aan het einde van de zeventiende en het begin van de achttiende eeuw. Leuk, maar de mensen komen hier natuurlijk vooral als de lavendel in bloei staat. Wij hopen dat deze rit tot bloei komt, maar de weg vals plat omhoog naar Valensole doet mij vermoeden dat we op onze honger gaan blijven zitten.





We rijden Valensole binnen en nemen hier in het centrum een bocht van 180 graden naar links, waarna we nog even kort een paar meter zullen klimmen. Vervolgens laten we Valensole snel weer achter ons, al komen we buiten het dorp op de Route de la Lavande wel nog talloze lavendelvelden tegen. We gaan evenwel een poging wagen om dit lavendelplateau weer achter ons te laten, de komende 12 kilometer dalen we aan 2,5% af richting finishplaats Manosque. De weg omhoog stelde niets voor, de weg omlaag stelt uiteraard ook weinig voor. Een brede en keurige weg, wel wat bochten, maar nee, problemen hoef je hier niet te verwachten. De eerste kilometers rijden we over het plateau langs de velden, hier is het terrein behoorlijk open en zou de wind eventueel een rolletje kunnen spelen, al staat er geen wind, dus dan kunnen we dat meteen weer vergeten. Na een tijd rijden we weer de bossen in, we laten het plateau van Valensole achter ons en tussen de bomen in komen we amper een bocht van belang tegen. De weg omlaag is breed en goed, de bochten zijn allemaal breed en braaf, het is een 'afdaling' van niets. Het zal niet eens als een echte afdaling voelen, het is meer alsof je ondanks de afwezigheid van de wind alsnog een licht briesje in de rug hebt. Aan het eind van deze lange strook vals plat omlaag zonder ook maar één punt van belang komen we beneden uit bij een rotonde, in volle vaart denderen we om deze rotonde heen en dat is dan wellicht nog het gevaarlijkste punt. Eenmaal beneden bevinden we ons al heel dicht in de buurt van de finish, het is plots nog maar een kilometer of tien tot aan de aankomst. Beneden rijden we eigenlijk min of meer rechtdoor top op minder dan drie kilometer van het eind, ware het niet dat we onderweg de nodige rotondes tegenkomen. Een kilometer of twee rijden we over een volledig vlakke weg, daarna begint de weg langzaam vals plat omhoog te lopen. Om de zoveel meter komen we een rotonde tegen, we treffen er toch al snel een stuk of vijf tot op vijf kilometer van het eind. We rijden onderweg ook een keer via een brug over de Durance, maar op dit soort fratsen na gaat het toch vooral heel erg rechtdoor over een heel erg brede weg in een vrij lege omgeving. Bij een van die rotondes moet er wat meer gestuurd worden, verder knallen we steeds maar weer rechtdoor. Met iets minder dan vijf kilometer te gaan rijden we maar weer eens rechtdoor bij een rotonde, we steken daarna het kanaal over en komen aan de andere kant van het water nog een rotonde tegen. Voorbij deze rotonde rijden we heel minimaal vals plat omhoog, we betreden finishplaats Manosque en hier loopt de brede weg voorlopig behoorlijk rechtdoor verder. Op vier kilometer van het eind komen we wel weer een nieuwe rotonde tegen, hier buigt de weg heel licht af naar links. De linkerkant van de rotonde is dan ook de betere kant om te nemen, tip. Voorbij deze rotonde beginnen we aan een kilometer waarin de weg aan 4% omhoog zal lopen, de finale in Manosque gaat niet volledig vlak zijn. Het wordt een vrij lastige finale, ook dankzij alle rotondes. We komen er in deze kilometer nog eens twee tegen, bij de volgende gaan we weer licht naar links, terwijl je hier ook moet opletten voor aanwezige vluchtheuvels. Een paar meter later volgt een nieuwe rotonde, hier buigt de weg dan juist weer licht af naar rechts. Een paar meter hierna duiken we dan weer linksaf een andere weg in, een schuine bocht naar links moet genomen worden en dat is wel weer even een lastig punt omdat de weg hier tijdelijk iets smaller wordt. We bevinden ons nu op drie kilometer van de aankomst en na een lastige kilometer wordt de weg hier weer iets vlakker. De weg wordt na de versmalling ook weer wat breder, terwijl we een meter of 300 rechtdoor rijden. Aan het eind van deze weg volgt er dan weer een stevige bocht naar links, na deze bocht loopt de weg een halve kilometer naar beneden. Een kort afdalinkje in volle finale, hartstikke leuk. In dit stuk in dalende lijn komen we een nieuwe rotonde tegen, eentje waar we schuin naar rechts gaan. We dalen op een vrij voorzichtige manier rechtdoor verder na de rotonde, maar aan het eind van deze strook volgt er dan wel weer een vervelend haakse bocht naar rechts. Met net iets meer dan twee kilometer te gaan nemen we deze bocht van 90 graden, waarna de buitengewoon bochtige slotfase echt volledig geopend is. Na deze lastige bocht loopt de weg 300 meter stevig omhoog, aan een procentje of vijf. Tussen het klimmen door moeten we onszelf ook nog door een wegversmalling wurmen, het is allemaal weer bijzonder. Aan het eind van deze weg volgt er een bocht naar rechts, weer een vrij duidelijk aanwezige bocht. Na deze bocht komen we op de Boulevard Élémir Bourges terecht, dit is een brede weg om het oude centrum van Manosque heen. We volgen deze boulevard tot in de slotkilometer, tijdens de voorlaatste kilometer rijden we een volledig rondje om het centrum heen en dat maakt dit echt wel een gekke aankomst. In de voorlaatste kilometer krijgen we om de zoveel meter met een flauwe bocht naar links te maken, alsof we aan het schaatsen zijn draaien we om het oude deel van Manosque heen. Of ik deze aankomst heel geschikt vind voor een grote ronde, mwah, misschien niet echt. Terwijl we steeds flauwtjes naar links buigen komen we een paar vluchtheuvels tegen en andere wegversmallingen, het is te hopen dat de organisatie de Fransen zo ver heeft weten te krijgen om een aantal van die dingen weg te halen. Op anderhalve kilometer van de aankomst volgt er een keer een iets stevigere bocht naar links, terwijl de weg die ook wat drempels kent momenteel wel behoorlijk vlak is. Dat zal veranderen zodra we de slotkilometer naderen, in de laatste 1,1 kilometer van de rit moet er namelijk opnieuw geklommen worden. In de laatste 1100 meter van de rit gaat het aan 4% omhoog, het wordt een explosieve aankomst. Een sprint van stervende zwanen is hier goed mogelijk, al kunnen ze in deze technische finale ook al eerder sterven. Bij het betreden van de laatste kilometer buigen we nog eens af naar links, waarna we bijna een volledige ronde hebben gereden. Het signaal om dan maar een keer rechtsaf te slaan, na een stevige bocht naar rechts, waar in het dagelijks leven een vluchtheuvel met wat paaltjes te vinden is, beginnen we aan de laatste rechte lijn. Een zeer lastige slotstrook komt eraan, een rotstrook. Het loopt net wat meer dan vals plat omhoog, na een rit van 200 kilometer kan dat sommige renners slecht bevallen. We rijden nu redelijk rechtdoor tot aan de finish, steeds omhoog. Op 300 meter van het eind, op een plek waar normaal een vluchtheuvel ligt, komen we een kort strookje tegen dat wat steiler is, daarna gaan we rechtdoor naar de finish op een afvlakkende manier. Maarja, afvlakkend, de benen lopen in deze finale vol en dan zal het tot het eind voelen als een kwelling. Lastige aankomst, technisch en toch ook het een en ander aan hoogteverschil.

Bekijk deze YouTube-video


Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
  Moderator zondag 23 augustus 2026 @ 06:56:58 #2
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221633422
De eerste rit in lijn van de Vuelta van 2026 eindigt in Manosque, een stad waar Mads Pedersen goede herinneringen aan heeft. In 2024 en 2025 kende de Tour de la Provence een aankomst in Manosque, beide keren won Pedersen. De aanloop naar Manosque toe was steeds anders, maar de laatste kilometer van de rit in 2024 en 2025 is gelijk aan de laatste kilometer van deze rit. We komen aan op dezelfde plek, een plek die Pedersen dus heel goed kent. Hij is in het voordeel op deze aankomst, als je het zo bekijkt. Hij weet waar je je sprint moet inzetten, timing is op zo'n aankomst enorm belangrijk. In 2024 klopte hij Zingle en Champoussin in de sprint, in 2025 kwam hij dan weer solo aan. Niet dat je zo'n rit in de Tour de la Provence kunt vergelijken met een rit in de Vuelta, in de Provence is het deelnemersveld vaak wat minder tot de verbeelding sprekend en de Tour de la Provence vindt altijd plaats in februari, als het meestal enorm slecht weer is. In zonnige omstandigheden is deze aankomst alweer een heel ander verhaal, buiten het feit dat er in de Tour de la Provence ook altijd een wat lastiger klimmetje te vinden was kort voor de hellende aankomst in Manosque. De aankomst die we nu gaan zien zagen we overigens ook in de Tour de la Provence van 2021 en 2022. In 2022 won Davide Ballerini hier een sprintje van een groep van een man of 40, in 2022 klopte Bryan Coquard hier dan weer Julian Alaphilippe en Filippo Ganna. Aan dat soort namen te lezen krijg je hier een mengelmoes te zien, de beter klimmende sprinters gaan het opnemen tegen de puncheurs. De Vuelta was hier uiteraard nog nooit, eigenlijk overbodige informatie omdat de Vuelta überhaupt nog bijna nooit in Frankrijk is geweest. In een andere koers, Parijs tegen Nice, wist Yaroslav Popovych in 2007 dan weer een rit te winnen in Manosque, geen idee of dat ook dezelfde aankomst was. In de Tour de France wist José Luis Viejo hier dan weer in 1976 een etappe te winnen. Hij kwam solo aan, met een voorsprong van 23 minuten op Gerben Karstens. Andere tijden, of zoiets. Parijs-Nice kwam in een verder verleden nog veel vaker voorbij in Manosque, in 1972 won Eddy Merckx hier bijvoorbeeld nog eens, maar op de Tour de la Provence na is de stad toch redelijk uit het wielergeheugen verdwenen. En dan nu ineens een aankomst in de Vuelta, het blijft een merkwaardige sport. Het heeft wat weg van Voiron vorig jaar, de Spanjaarden kiezen bij hun bezoekjes aan Frankrijk niet de meest voor de hand liggende steden uit. Misschien willen ze wel een ode brengen aan Julien El Fares, de voormalig renner van onder meer Cofidis, Delko en EF is uit Manosque afkomstig. Wel een redelijke renner, maar niet heel bijzonder. Een vrij matig klimmende klimmer, daarvan gaan er veel in een Frans dozijn. Wel iemand die ooit koersen gewonnen heeft, hij boekte een van zijn drie profzeges in Peymeinade, waar we vandaag nog doorheen gereden zijn, geestig. Een ode aan Edouard Fachleitner ligt alleen net iets meer voor de hand, de man die in 1947 tweede werd in de Tour de France werd ooit geboren in wat nu Kroatië is, maar werd later genaturaliseerd tot Fransman en ging toen als Le berger de Manosque door het leven. Wielerverhalen genoeg in deze stad, zo blijkt. Over Manosque heeft Wiki een boel te melden, zo dateren de eerste sporen van bewoning uit de tweede of derde eeuw. Manosque bleef continu bewoond tijdens de vroege middeleeuwen. Rond 900 werd de versterkte plaats vernield door de Saracenen. Rond het oude centrum, bij de Église Notre-Dame de Romigier, verschenen in de loop van de middeleeuwen enkele castra, versterkte burchten op rotsheuvels: Mont d'Or, Toutes Aures en Montaigut. Deze castra werden later opgenomen in de stad. De hospitaalridders stichtten een commanderij in de stad. Manosque kreeg in 1207 van graaf Guillaume IV van Forcalquier een stadskeure en werd een gemeente bestuurd door consuls. Het Livre des Privilèges de Manosque, een verzameling van alle rechten en keuren van de stad, werd rond 1315 geschreven in het Latijn en het Provençaals en wordt bewaard in de gemeentelijke archieven. De stad was ommuurd en had vier stadspoorten (Porte de la Saunerie, Porte de Soubeyran, Porte d'Aubette en Porte de Guilhempierre) die uitgaven op de hoofdwegen. De stad telde ongeveer 5.000 inwoners en was verdeeld in vier wijken: Palais, Martels, Payans en Hébréards. Tot de achttiende eeuw bleef de bewoning beperkt tot binnen de omwalling. Manosque werd in 1509 en opnieuw in 1708 getroffen door een zware aardbeving. Na die laatste beving lag de stad voor een groot deel in puin. De stad werd herbouwd en trad nu ook buiten de omwalling, te beginnen met het nieuwe hospitaal. In 1772 kreeg Manosque een nieuw stadhuis. Fascinerende informatie, toch? In de loop van de negentiende eeuw werd de stadsmuur grotendeels afgebroken. De noordelijke en de zuidelijke stadspoort bleven bewaard. De gemeente bleef gericht op de landbouw (wijnbouw en olijfolie). Vanaf de jaren 1960 groeide de bevolking sterk, onder andere door de komst van het Centre d’Étude Atomique (CEA) van Cadarache in de omgeving. Manosque verstedelijkte en er werden nieuwe wijken gebouwd. Thans wonen er 23.000 mensen in Manosque, een stad gelegen in het departement Alpes-de-Haute-Provence in de regio Provence-Alpes-Côte d'Azur. De grootste stad van het departement, ja!




Volgens Wikipedia bestaan de bezienswaardigheden in het oude centrum van de stad vooral uit de twee overgebleven stadspoorten, de Porte de Soubeyran en de Porte de la Saunerie. Het stadhuis zou de moeite moeten zijn, en dan heb je nog meerdere kerken die de revue passeren. Het Hôtel de Gassaud is dan weer een gebouw in Provençaalse renaissancestijl. Hier verbleef de schrijver en revolutionair Mirabeau in 1774 in ballingschap. Verder kom je in Manosque het Centre Jean Giono, gewijd aan de schrijver Jean Giono en zijn werk tegen, en de Fondation Carzou, een museale ruimte in een voormalige kloosterkapel gewijd aan het werk van de kunstschilder Carzou. Jean Giono, een uitstekende schrijver. Geboren en gestorven in Manosque, het huis waar hij van 1929 tot zijn dood in 1970 verbleef, is beschermd als Maison des Illustres. Het herbergt zijn werkkamer en zijn bibliotheek van meer dan 8.000 boeken, Giono was blijkbaar een verzamelaar. Het werk van Giono is diep geworteld in de Provence en de verbondenheid van mens en natuur. Hij staat vooral bekend om zijn mythologische romans, zijn pacifistische houding en zijn pleidooi voor een leven in harmonie met de natuur. Zijn bekendste werk is De man die bomen plantte, de titel geeft het plot van deze novelle al weg. Het is een verhaal over een man die iedere dag op pad gaat om bomen te planten. Tegen het eind van het verhaal is een kale vlakte omgetoverd in een weelderig bos, het is een verhaal dat laat zien hoe je in je eentje wel de wereld kunt veranderen. Paar fraaie illustraties erbij, prima boekje. Moet je in je bezit hebben. In een middagje heb je het gelezen, maar het blijft je wel bij. Of deze rit ons ook bij gaat blijven is dan weer de vraag, als ie integraal zou worden uitgezonden was mij sowieso bijgebleven dat er een neutralisatie volgt van 42 fucking minuten. De rit gaat officieus van start om 12:00, daarna rijden de renners 42 minuten achter de auto van de koersdirecteur rond. Ze klimmen naar Eze, dalen af naar Nice en daar gaat de rit 20 kilometer later pas echt beginnen. Nog nooit zo'n lange neutralisatie gezien, dit spant echt de kroon. Het spant ook wel de kroon dat we tegenwoordig alleen nog maar naar Eurosport kunnen kijken als we de Vuelta willen zien. Sporza is er alleen bij tijdens enkele bergritten, tragisch. Alles wordt minder, voor mijn gevoel nemen de reclames bij Eurosport ook steeds meer toe. Ze maken het ons steeds moeilijker om wielrennen te kijken, al moeten we ze misschien wel dankbaar zijn omdat we op die manier minder Pogacar zien. Zoals altijd zijn er bijna geen etappes in de Vuelta die integraal worden uitgezonden, dat zijn er maar een stuk of zeven en deze rit hoort niet bij die zeven. Eurosport gaat pas om 14:45 live, we mogen aannemen dat de beelden dan pas na 15:00 komen omdat ze eerst nog al hun hinderlijke rubrieken moeten afwerken. Omstreeks 15:00 zitten we zo rond de top van de Col de Saint-Andrieu, al praktisch halverwege deze rit. Een kilometertje of 100 live, en dat op een zondag. De aankomst verwachten we tussen 17:16 en 17:43, net iets meer dan twee uur koers live te zien. In startplaats Monaco wordt het overdag 26 graden, terwijl het bijna windstil is. Geen kans op regen, een prima dag om een rondje te fietsen derhalve. In Manosque wordt het wel een stuk warmer, wat meer in het binnenland van de Provence halen we zonder de zeelucht 32 graden. Typische Vueltatemperaturen, kun je zeggen. Weinig wind in Manosque, al trekt de wind richting het eind van de rit misschien wat aan. Wind in de rug in de laatste paar kilometer, lijkt het. Al zitten we wel tussen de bebouwing in, die wind gaat niet veel invloed hebben. Droog, dat is goed nieuws, deze finale had ik niet willen zien met natte wegen. Misschien met droge wegen nog niet eens, het is wel echt meteen vanaf het allereerste moment een chaotische Vuelta.




Een lange rit van meer dan 200 kilometer met in totaal bijna 3000 hoogtemeters, dan zou je al bijna beginnen te denken dat dit een rit voor de vluchters wordt. Maar nee, dat lijkt me uitgesloten. Er staat nog een rode trui op het spel, Visma gaat hier absoluut controleren voor Van Aert. Lidl-Trek gaat dat ook doen voor Pedersen, zeker aangezien hij al twee keer heeft gewonnen in Manosque. Er zullen genoeg ploegen zijn die voor de sprint willen gaan, zeker op dag twee. En dus gaan we sprinten, wellicht wel met een ietwat uitgedunde groep. Ik wil het niet vergelijken met de Tour de la Provence, de kans lijkt me enorm klein dat het voor de laatste strook al uit elkaar gereden gaat worden. Dan moet je op een kilometer of 60 van het eind op een klimmetje van een paar kilometer aan 6% alles uit elkaar gaan rammelen, dat lijkt me ietwat te rooskleurig ingeschat. Maar eenmaal op de hellende aankomst in Manosque kunnen er wel wat gaten ontstaan. De klassementsrenners moeten toch even opletten, sommige van die gasten kunnen op basis van de uitslagen in de Tour de la Provence zelfs mee gaan sprinten. En dan weten jullie natuurlijk wie er wint.
1. Pogacar. Die kutlul gaat gewoon iedere rit winnen. En het klapvee zag dat het geweldig was.
2. Pedersen. Twee keer gewonnen in Manosque, maar dat was wel twee keer zonder Pogacar. Nu dat holle vat dat niet verder komt dan zichzelf te spiegelen aan Aminam wel van de partij is maakt Pedersen geen schijn van kans, helaas.
3. Van Aert. Ik hoop op een prachtige duosprint met Brennan, dit is wel meteen een rit met potentie op dat vlak. Een Brennan in topvorm kan dit parcours makkelijk aan, en is dan in de sprint een stuk sneller dan Van Aert. Maarja, Van Aert wil nu natuurlijk voor het rood gaan, dus hij kan eigenlijk geen rekening houden met Brennan. Arme Laporte, probeer daar maar eens wijs uit te worden.
4. Brennan. Zie hierboven.
5. Aular. Ereplaatskanon Aular gaat gewoon door waar hij gebleven was: met het verzamelen van ereplaatsen. En Movistar zag dat het eigenlijk wel oke was.
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
  Moderator zondag 23 augustus 2026 @ 09:13:03 #3
362868 crew  Slobeend
of all places
pi_221633635
De man die bomen plantte dit jaad nog gelezen, leuk tussendoortje.
pi_221634145
Uitstekende rant.
pi_221634849
Visma gaat dit grandioos verpesten door Brennan en Laporte een leadout te laten doen voor WOUT heh?
pi_221634861
quote:
9s.gif Op zondag 23 augustus 2026 11:40 schreef Pistolero het volgende:
Visma gaat dit grandioos verpesten door Brennan en Laporte een leadout te laten doen voor WOUT heh?
Kunnen ook gewoon een gaatje laten voor Laporte
Cancellara; "Tweede worden is gemakkelijker dan eerste worden"
FOK!sport *O* ✩ ✩ ✩ Ajax O+
pi_221634865
quote:
1s.gif Op zondag 23 augustus 2026 11:42 schreef franklop het volgende:

[..]
Kunnen ook gewoon een gaatje laten voor Laporte
WOUT wil per se die rode trui hebben, dus het lijkt me niet dat hij dat gaat accepteren.
  zondag 23 augustus 2026 @ 11:45:54 #8
311938 Kopiko
We were so happy...
pi_221634877
ROOD BULL
pi_221634996
Pogi op 0,09 :')
Op woensdag 9 november 2016 06:02 schreef Anonymousz het volgende:
#superniger2020
pi_221634999
quote:
1s.gif Op zondag 23 augustus 2026 11:42 schreef franklop het volgende:

[..]
Kunnen ook gewoon een gaatje laten voor Laporte
Het is voor Laporte jammer dat hij net iets meer achterstand heeft dan 6 seconden. Anders was er ook nog iets mogelijk met de tussensprint voor hem
pi_221635028
quote:
10s.gif Op zondag 23 augustus 2026 11:43 schreef Pistolero het volgende:

[..]
WOUT wil per se die rode trui hebben, dus het lijkt me niet dat hij dat gaat accepteren.
Zou Laporte inmiddels ook niet het recht hebben een keer zijn eigen kans te mogen gaan. Die rijdt al het hele jaar in dienst
pi_221635158
Mijn zondag is weer met een lach begonnen na het lezen van de inleidende beschietingen van R_R 8-)
pi_221635583
quote:
0s.gif Op zondag 23 augustus 2026 12:02 schreef Faraday01 het volgende:

[..]
Zou Laporte inmiddels ook niet het recht hebben een keer zijn eigen kans te mogen gaan. Die rijdt al het hele jaar in dienst
Dat was al de bedoeling in Denemarken, toen had hij de benen niet.
pi_221635776
20 km neutralisatie. Dat bedenk je toch niet :')
Cancellara; "Tweede worden is gemakkelijker dan eerste worden"
FOK!sport *O* ✩ ✩ ✩ Ajax O+
pi_221635788
Gok dat Laporte z'n kans nog wel zal krijgen deze Vuelta, maar vandaag inderdaad niet..

Het heeft alle potentie voor een Visma-disasterclass, al sluit ik een 1-2 ook niet helemaal uit
pi_221635821
twitter


Pogi raakt straks zo geïrriteerd dat hij in week 3 geen zin meer heeft om te starten? ;(
pi_221635934
Koentje Bouwman!

Voorop samen met Uriarte. Daarachter Hayter met Paret-Peintre, daar nog een stuk achter Sinuhé Fernandez. Peloton op 3 minuten.
pi_221635949
quote:
0s.gif Op zondag 23 augustus 2026 13:12 schreef wimderon het volgende:
Koentje Bouwman!

Voorop samen met Uriarte. Daarachter Hayter met Paret-Peintre, daar nog een stuk achter Sinuhé Fernandez. Peloton op 3 minuten.
Als Hayter boni pakt (en er nog bij zit aan de finish.. ), is het rood voor Wout sowieso ook weg dus
pi_221635954
quote:
Voor Pogacar hoeft het in deze tweede rit niet per se. “Dit is geen etappe voor ons, die ligt ons niet zo goed. We gaan ons niet nodeloos inspannen om de rode trui te behouden. De belangrijkste prioriteit is om veilig te blijven.”
Dit had wel wat eerder gekund.
pi_221635965
quote:
9s.gif Op zondag 23 augustus 2026 13:15 schreef wimderon het volgende:

[..]
Dit had wel wat eerder gekund.
Heel onverwacht is het toch ook niet?

Al kun je bij hem niet uitsluiten dat hij gewoon wint in de rode trui straks
pi_221635998
Heeft Thibau Nys al lang een neusring?
Cancellara; "Tweede worden is gemakkelijker dan eerste worden"
FOK!sport *O* ✩ ✩ ✩ Ajax O+
pi_221636038
quote:
1s.gif Op zondag 23 augustus 2026 13:24 schreef franklop het volgende:
Heeft Thibau Nys al lang een neusring?
https://youtu.be/j4yikgsxbCI?t=0
pi_221636044
quote:
Antwoord dus; niet lang

Waarvan akte
Cancellara; "Tweede worden is gemakkelijker dan eerste worden"
FOK!sport *O* ✩ ✩ ✩ Ajax O+
pi_221636115
Koentje voor de bergtrui!
pi_221636120
quote:
0s.gif Op zondag 23 augustus 2026 13:41 schreef Marcoss het volgende:
Koentje voor de bergtrui!
2022 was tamelijk surrealistisch
Cancellara; "Tweede worden is gemakkelijker dan eerste worden"
FOK!sport *O* ✩ ✩ ✩ Ajax O+
abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')