De Dementor
Soms wordt mij gevraagd welke scheldwoorden ik het vaakst naar mijn hoofd geslingerd krijg. Zonder twijfel zijn dat woorden die beginnen met 'kanker'. Kennelijk vinden veel mensen deze ziekte een handige manier om hun boosheid extra kracht bij te zetten. Voor mij blijft dat iedere keer weer behoorlijk kwetsend.
Als je vervolgens te horen krijgt dat je moeder een 'kankerhoer' is, je vader een 'vieze kankerlijer' en jij een 'kankerjood', dan word je daar op den duur toch wel eens boos om. Niet in de laatste plaats omdat mijn ouders juist door die ziekte niet meer op de verjaardag van mijn kinderen kunnen komen.
Een andere veelgehoorde opmerking is dat ik een racist ben. Zodra bepaalde mensen een weerwoord van de politie krijgen – of sterker nog, een normale vraag – is de conclusie al snel getrokken. "Meneer, u kunt er niet door. De weg is afgesloten vanwege een ongeluk." "Zeker omdat ik zwart ben." "Mevrouw, u wordt verdacht van diefstal. Mag ik uw identiteitsbewijs zien?" "Jullie zijn racisten!" Pfff... moe word je ervan. Ik doe gewoon mijn werk. Wat maakt mij het uit hoe iemand eruitziet, het gaat om het gedrag.
Een paar weken geleden draaide ik een ochtenddienst met Clara. Mijn eerste dienst na vijf heerlijke weken vakantie. We hadden het rustig en konden eindelijk wat wijkzaken oppakken die al een tijdje lagen te wachten. De dienst kabbelde vredig voort en om 13.45 uur – bijna afgelost – kregen de collega's uit Schagen een melding: Zojuist was een telefoon gestolen uit een winkel. Even later volgde al dat de verdachte was aangehouden en de telefoon was teruggevonden. “We kunnen hem wel overnemen," stelde ik voor. "Dan rijden wij naar 't Zand, nemen hem over, sluiten hem in en kunnen zij typen. Is iedereen mooi op tijd klaar." Collegialiteit ten top zeg maar. (Schagen is onderdeel van ons basisteam)
Dus wij stonden keurig bij de bushalte te wachten. Daar arriveerde de collega's met een 63-jarige man die direct begon te klagen. "Ik zat gewoon goed. Waarom krijg ik handboeien om? Ik heb niks gedaan." "Goedemiddag meneer," zei ik. "Uw taxi naar Den Helder staat gereed." Van de collega uit Schagen kreeg ik vervolgens zes overvolle tassen aangereikt. "Dit had hij bij zich. Geen idee wat erin zit. Hij moet ook nog gefouilleerd worden. Succes, oh ja hij is wat vervelend!" En weg waren ze. Mooie overdracht...
Dus: verdachte in de auto, zes tassen erbij en rijden maar. We waren nog niet eens de N9 op of het begon al: Ik legde uit dat hij in Den Helder zou worden ingesloten, dat er foto's en vingerafdrukken zouden worden gemaakt. "Die hebben jullie al. Waarom moet elke zwarte op de foto? Lekker makkelijk verdienen zeker?" Ik legde uit dat dit bij iedereen gebeurt die wordt verdacht van bepaalde strafbare feiten. "Niet waar. Jullie zijn racisten."
Natuurlijk. "Waar gaan we eigenlijk heen?" "Den Helder." "Ken ik niet. Nog nooit geweest." "Houden zo," antwoordde ik. "Ik heb ook geen behoefte aan nóg een winkeldief." Clara keek me even aan alsof ze twijfelde of dat handig was om hardop te zeggen. Ach ja... Ik vroeg of hij een identiteitsbewijs bij zich had. "Jullie zijn kankerlijers. Jullie weten toch wie ik ben." En zo ging de rit verder.
Opeens begon hij verschrikkelijk te hoesten. Of nou ja... het klonk meer alsof hij auditie deed voor een oefenobject voor een longarts. "Doe het raam open! Ik heb astma en COPD!" Clara deed het raam open. "Nee! Dicht!" Dus ging het raam weer dicht. Op de snelweg rijden wij zelf ook liever zonder windkracht zes door de auto. "Jullie geven mij geen lucht, racisten! Geef mij mijn medicatie!" Wij legden uit dat dit op het bureau door een arts beoordeeld zou worden. "Nu, kankerlijers!" Normaal duurt zo'n rit een minuut of tien. Deze duurde gevoelsmatig tot de kerst.
Eenmaal op het bureau stapte Clara uit en zei tegen mij: "Ik ken hem... volgens mij heb ik hem hier eerder gezien." Dat stelde me eerlijk gezegd niet gerust. De man wilde de auto niet uit. “Eerst medicatie”. Ja de man wilde graag de regie houden, maar daar pas ik voor. Als je eenmaal bent aangehouden bepalen wij hoe het verdere verloop is, niet de persoon in de handboeien. Ik legde uit dat wij nooit zomaar medicatie verstrekken. Stel je voor dat iemand pillen slikt die niet van hem zijn of opzettelijk de verkeerde pillen inneemt om iets te forceren. Dan eindigt de verdachte in het ziekenhuis en wij in een berg papierwerk en zijn een onderzoek tegen ons rijker . Daar bedank ik vriendelijk voor.
Toen begon de insluiting: Ophoudkamer 12. Met uitzicht op de binnenplaats... als je ongeveer twee meter kon springen. "Meneer, wilt u gaan zitten? Dan noteren we eerst uw eigendommen. Om te beginnen moeten de sieraden af." "Ik luister niet naar een witte. Racist." En weer voelde ik mijn energiemeter een streepje zakken. De oorbellen gingen gelukkig zonder problemen af. Of zonder probleem, uiteindelijk met een snelheid waar een schildpad om kan lachen. Daarna de ringen. negen stuks. En geen enkele werkte mee. Met behulp van een beetje zeep kregen we de eerste ring los. Prompt gooide meneer de zeep in de wc. "Eh... we hebben er nog acht." "Nee. Je zei: de ring." Zucht. Nieuwe zeep, nieuwe ring. Zelfde discussie.
Ondertussen bleef hij roepen om zijn medicatie. De arts was inmiddels onderweg, maar volgens meneer waren wij bezig hem vanwege zijn huidskleur langzaam te vermoorden. Daarna kwam de kleding. Zes lagen bovenkleding. Vier broeken. Het was eind juli, maar blijkbaar had hij zich voorbereid op een Elfstedentocht. En uiteraard had ieder kledingstuk meerdere zakken die allemaal gecontroleerd moesten worden. Mijn energieniveau zakte inmiddels sneller dan de batterij van mijn oude
Nokia 3310. En dat ding hield het nog een week vol. "Jullie zijn racisten! Kankerlijers!". Ik voelde de irritatie oplopen. Vooral dat ene woord blijft me raken. Na al die jaren nog steeds. Nee meneer had geen psychische problemen (Was ooit vastgesteld door een persoon die er verstand van had) maar vond gewoon dat alles wat wij deden alleen maar deden vanwege zijn afkomst
Daarna foto's. Vingerafdrukken. Geen identiteitsbewijs, dus hopelijk gaf het systeem straks uitsluitsel. Weer dezelfde opmerkingen. Weer dezelfde beschuldigingen. Weer een stukje energie minder. Na anderhalf uur zat meneer eindelijk in zijn cel. Ik verlangde inmiddels meer naar het definitief kunnen sluiten van de celdeur dan naar mijn eigen bed. Maar ja... Die zes tassen. Alles moest worden uitgezocht en geteld.
Toen hoorde ik Clara roepen. "Zie je wel! Hier ken ik hem van!" Ze liet een foto zien van een winkeldiefstal eerder die week. Dus zoveel stelde Ik-ben-nog-nooit-in-Den-Helder-geweest ook nirt voor. In een van de tassen vond ik een Laptop. Vreemd. Ik klapte hem open en zag de naam van een horecazaak ver buiten de stad. Ik belde het bedrijf. Even later kreeg ik bevestiging. Ook de
laptop was een dag er voor gestolen
Ondertussen had de arts beoordeeld dat meneer één soort medicatie direct mocht hebben en de rest pas veel later. Ik vertelde dit de man. Volgens meneer deden wij dat expres. We wilden hem vermoorden vanwege.... nou je raadt het al. Niet omdat de arts het voorschreef maar wij deden maar wat om hem te pakken. Zucht. Soms weet je gewoon niet meer waar je moet beginnen.
Toen begon het papierwerk. Alles wat we hadden gezien, gehoord en gedaan moest worden vastgelegd. Het was inmiddels 18.30 uur. We zouden de collega's uit Schagen helpen zodat iedereen op tijd naar huis kon. Ik stuurde ze een bericht, lang verhaal kort: Zij zaten thuis op de bank. Wij waren nog steeds hun verdachte administratief aan het afhandelen.
De man werd ingesloten, een dag later gehoord, beriep zich op zijn zwijgrecht, deed afstand van de gestolen goederen en verscheen later die week al voor de rechter.
En ik? Ik voelde me alsof ik een hele middag tegenover een Dementor had gezeten. Niet omdat hij zo gevaarlijk was. Maar omdat hij, net als in Harry Potter, langzaam alle energie, vrolijkheid en levenslust uit je wist te zuigen. Zo vaak als ik hem die bepaalde woorden heb horen zeggen had ik nog nooit eerder meegemaakt. Ik ging naar huis. Plofte op de bank. En had plotseling weer ontzettend veel zin in vijf weken vakantie.
Do not meddle in the affairs of dragons, for you are lickable and taste good with chocolat, caramel and whipped cream!
Freaks like me drink tea