abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
  Moderator vrijdag 17 juli 2026 @ 04:16:37 #1
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221358755
Etappe 13: Dole - Belfort, 205,8 km

De grote vraag was of we twee massasprints op rij zouden krijgen en het antwoord leek al snel ja te zijn. Na een paar aanvalletjes in het begin van de rit reed Baptiste Veistroffer maar weer eens in z'n eentje weg uit het peloton. Hij kreeg een beperkte voorsprong en dat leek dan meteen het verhaal van de rit te zijn. Toch veranderde dag verhaal nog een beetje. Richting de tussensprint volgde er een versnelling en dus stelde de voorsprong van Veistroffer er niet voor. Dat zorgde ervoor dat een paar renners de oversteek durfden te maken, waardoor we niet veel later met vier koplopers te maken kregen. Bij die tussensprint wist Pedersen dan weer de sprint van het peloton te winnen, hij deed weer een goede zaak voor zijn groene trui. Ergens bijzonder dat hij die punten mag houden, want door helemaal van het midden van de weg op te schuiven naar rechts sloot hij de deur voor Philipsen. Ik vond het geen schandalig manoeuvre, maar de willekeur van de jury jeukt altijd. Pedersen komt met deze move weg, hij kreeg alleen een waarschuwing. Als Philipsen zo de deur had gesloten voor Pedersen was hij zijn punten meteen kwijt geweest. Of je iemand wel of niet straft hoort niet af te hangen van de reputatie van de renner, je moet objectieve criteria hanteren en die consequent toepassen. Je bent zoals het nu gaat afhankelijk van de bui van de jury, zoals dat ook het geval is als het gaat om de houding op de fiets. Dat is wel een beetje irritant en soms ook lachwekkend. Maar goed, we reden door en dat deden we een tijdje met vier koplopers. Een tijdje, niet zo lang. Vrij snel lieten twee renners weer lopen, even later haakte Costiou ook af en toen was Veistroffer weer alleen. De Fransoos steelt de show, al doet hij dat vooral in geschiedenisloze ritten. In het slot van de rit dreigde er eventueel toch enige geschiedenis te staan, op een kilometer of 30 van het eind kwamen we een paar klimmetjes tegen en daar besloot Lidl-Trek vol door te trekken. Quinn Simmons ging in de aanval, Vacek ging in de aanval, op een bepaald moment ging zelfs Skjelmose in de aanval. Iedereen ging in de aanval, inclusief Mads Pedersen. De zone van de aanvallen duurde een kilometer of 20 en in die 20 kilometer leek er een paar keer een mooi groepje weg te rijden. Een groepje met Ganna, om maar wat te noemen. Maarja, dan zat er weer een lul van Picnic bij die niet overnam, want wie weet heeft Bittner ineens de dag van zijn leven. Vooral Quick Step mocht aan het werk om alles te corrigeren vanuit het peloton, dat lukte uiteindelijk wonderwel.

Een mooie fase van een kilometer of 20 waarin we mochten hopen op een ander scenario. Een groepje dat naar de finish rijdt, en dan de sprinters die de zege mislopen. Het was even vermakelijk, maar aan het eind werd het na een paar domme aanvallen van Pedersen duidelijk dat we alsnog naar een massasprint zouden gaan kijken. Het was even gekkenhuis, maar het eindigde met een flopshow. Een dubbele flopshow zelfs, want we waren ook getuige van een lelijke val. Tot nu toe hadden we weinig lelijke valpartijen gezien, maar in deze sprint ging het ouderwets mis. Gaviria tikte het achterwiel van Van Mechelen aan en hij kwam ten val. Overal om hem heen vlogen er toen ineens renners door de lucht, onder meer een duo van Lotto kwam vliegend in beeld. Dat leverde voor Berckmoes een gebroken sleutelbeen op, zoals Gaviria zelf de Tour ook moet verlaten met een gebroken sleutelbeen. Scheelt dat er voor Gaviria nu toch geen kansen meer komen, maar alsnog, zonde. De topsprinters zaten voor de val, we gingen met alle grote kanonnen sprinten. Alpecin zette het treintje nu weer goed op de rails, maar na weer een goede lead-out van Van der Poel bleek opnieuw dat Philipsen het dit jaar simpelweg niet heeft. Niet dat hij slecht is, maar hij kan op dit moment niet op tegen Kooij. En al helemaal niet tegen Merlier. De Belg kwam weer ijzersterk opzetten en niemand had een antwoord. Geef hem een paar meter ruimte en hij rijdt bijna gegarandeerd naar de zege, heel sterk. De derde ritzege deze Tour voor Merlier, een hattrick! En dan was de familie er ook nog eens! Jules! Fantastisch! Leuk. Bijna een leuke rit, maar je eindigt toch weer met een kater. Achter Merlier zat alles wel mooi dicht bij elkaar, Kooij, Philipsen, Bini en Fretin mooi op een rijtje. Maarja, er steekt er eentje bovenuit, dus hebben we op dat vlak ook maar weinig spanning. Met wat mazzel was dit de laatste sprint, daar zijn de meningen een beetje over verdeeld. De meningen zullen ook vast verdeeld zijn over de volgende rit. Het lijkt een beetje een floprit, een rit met een lang vlak deel en dan een klimmetje op het eind. Klinkt niet echt als de Tour, klinkt ook niet echt als een garantie op spektakel, maar misschien krijgen we vandaag juist wel heel veel spektakel te zien. Je zou zeggen dat dit een dag voor de vlucht is, je zou ook zeggen dat minstens de helft van het peloton vandaag in die vlucht wil zitten. Dat moet dan maar een vermakelijk schouwspel opleveren, deze rit moet je absoluut vanaf het begin kijken. Het eerste uur hoort leuk te worden, al kan ik natuurlijk niets beloven. De renners maken de koers, na twee sprints is het tijd dat ze dat weer eens gaan doen. Een vluchtersrit, nemen we aan, doorgaans zijn dat de leukste ritten in de hedendaagse grote rondes.




De langste rit van deze Tour, een beetje een gekke rit, begint in Dole, een stad met ongeveer 25.000 inwoners in de Jura. Voor de vijfde keer maakt deze plaats deel uit van de Tour de France. Het debuut kwam in 1939, met een overwinning voor de Luxemburger François Neuens. Daarna duurde het wel een tijd voor de koers weer in Dole kwam, pas in 1992 was dat het geval. Toen fungeerde Dole als de startplaats van een rit met aankomst in Saint-Gervais, aan de voet van de Mont Blanc. Rolf Järmann wist toen te winnen, voor Perico Delgado. Vrij recent waren we ook nog eens in Dole, in 2022. Toen reden we van Dole naar Zwitserland, naar Lausanne om precies te zijn. Op een hellende aankomst daar wist Wout van Aert de sprint te winnen van Matthews en Pogacar. Wout, we missen u! Soverein in het groen toen, er stond geen maat op in die tijd. Tussendoor vertrokken we in 2017 ook nog eens vanuit Dole, voor een echte Jurarit. Aankomst bij het Station des Rousses, die rit werd een prooi voor de vluchters. We hoopten allemaal heel erg op Robert Gesink, maar de act Lilian Calmejane was hem te snel af. Ondanks opkomende krampen richting de finish wist Calmejane als eerste aan te komen in de buurt van Les Rousses, terwijl Gesink op respectabele afstand tweede werd. Guillaume Martin werd derde, vlak voor de aanstormende groep der favorieten. Dole is best een oude stad en in vroegere tijden was het nog een redelijk belangrijke stad ook. Zo was het ooit de hoofdstad van de Franche-Comté, in de tijd dat dit gebied nog niet bij Frankrijk hoorde. Dat Dole niet altijd bij Frankrijk hoorde was niet tot de zin van de verschillende Lodewijken die aan de macht zijn geweest in Frankijk. In 1479 werd de stad bijvoorbeeld volledig platgebrand door koning Lodewijk XI. Vonden de mensen in Dole niet zo leuk, dus begonnen ze een opstand. Een paar eeuwen later werd Dole opnieuw belegerd door de Fransen en na heel wat gevechten moesten de bewoners toch buigen voor de wil van Lodewijk XIV. Sinds de Vrede van Nijmegen hoort Dole bij Frankrijk en sindsdien is het hier een stuk rustiger. Zo rustig, dat een groot scheikundige en bioloog hier zonder problemen kon opgroeien. Dole is de geboortestad van Louis Pasteur, de bedenker van het pasteuriseren en ook de ontdekker van het vaccin tegen hondsdolheid. Nadat hij al die briljante ontdekkingen had gedaan werd de stad dan wel weer ingenomen door de Pruisen, maar verder bleef het hier toch redelijk gemoedelijk tot de Tweede Wereldoorlog. De Duitsers vonden het in 1940 wel een goed idee om de stad te bombarderen. Ondanks al deze vervelende gebeurtenissen staan er toch nog wat mooie gebouwen overeind in de stad. Zo is de kerk het aanzien waard, van de Collégiale Notre-Dame kan je een fraai plaatje schieten als je een goede plek zoekt langs de Doubs. Als je die rivier volgt kom je nog wel meer bouwwerken tegen. Zo staat er ondanks alle ontberingen nog steeds een Romeinse brug overeind. Aan de Doubs vinden we ook het Hôtel-Dieu, een voormalig ziekenhuis, gevestigd in een fraai pand. En dan heb je het Maison natale Pasteur nog, eveneens aan het water gelegen. Zijn geboortehuis, thans een museum. Eigenlijk gelegen in het mooiste stukje Dole, het Quartier des Tanneurs. Hier heb je allemaal leuke huisjes aan het water, heel gaaf. Met het Hôtel de Froissard kom je in het centrum ook nog een pand tegen dat een adellijke residentie was, er is zo her en der het een en ander te vinden waarvoor je bijna je telefoon uit je broekzak haalt om een fotootje te trekken. Langs de oevers van de Doubs start het peloton op de parkeerplaats van de lokale voetbalclub, in de stad van Hubert-Félix Thiéfaine. Dit is een zanger die wij niet kennen, maar in Frankrijk schijnt hij wel redelijk bekend te zijn. Vanaf de startplek hebben de renners zicht op de restanten van de Romaanse brug en op een restant van de oude omwalling. Een oude molen is er ook nog te vinden, dolletjes in Dole. De stad heeft een rijk verleden als vroegere hoofdstad van het Vrijgraafschap Bourgondië, al ziet de toekomst er misschien minder veelbelovend uit. In ieder geval komt de Tour regelmatig op bezoek, dat is dan weer hoopgevend. Een andere koers kwam hier ook met enige regelmaat voorbij, de Tour du Jura. Stefan Bissegger, toen nog niet eens prof, won hier in 2019 in die 2.2-wedstrijd, bijvoorbeeld. Eddy Planckaert won hier in 1985 in Parijs-Nice dan weer een rit. In de sprint klopte hij broer Walter, ja mannekes. In de Tour de l'Avenir van 2012 won Jay McCarthy dan weer een proloog in de straten van Dole. Hij werkte een parcours van vier kilometer een paar seconden sneller af dan Danny van Poppel en Tim Wellens, een top 10 vol renners die goede profs zijn geworden. Er valt vast nog meer over Dole te melden, maar hier redden we het ook wel mee. Tijd voor een banaan.




De renners beginnen aan een lange neutralisatie. Ze rijden dwars door het centrum van Dole heen en komen vervolgens langs de Doubs terecht. Deze rivier gaan we een eeuwigheid volgen, het duurt liefst 20 minuten voor Prudhomme met zijn vlag zal zwaaien. De rit gaat officieel van start op een niet eens al te brede weg langs de Doubs. Het kan wel eens een gek begin van de rit worden, ben ik geneigd te denken. Dit is op papier een rit voor de vluchters, het is te zwaar voor de sprinters en het lijkt niet zwaar genoeg voor de klassementsrenners. Na twee vlakke ritten achter elkaar zullen alle renners die in de vlucht willen genoeg krachten hebben gespaard om ten strijde te trekken. Aangezien het grootste deel van deze rit bijna volledig vlak is zal het voor die vluchters evenwel moeilijk worden om het verschil te maken. Een vluchtersgroep laten ontstaan op vlakke wegen blijkt vaak vrij ingewikkeld te zijn, het vormen van een vlucht is met zo'n vlakke aanloop nog wel eens een langdurig proces. De smalle weg in de eerste kilometers biedt enkele ploegen dan wel weer de kans om de weg snel af te zetten en zo een groep te laten vertrekken. Ondanks die mogelijkheid schat ik in dat het vandaag zo maar eens een uur kan duren voor de vlucht vertrokken is, misschien is het zelfs zo'n rit dat we er een kilometer of 100 mee bezig zijn. De eerste anderhalve kilometer van deze etappe rijden de renners over de smalle weg langs de Doubs, vervolgens fietsen ze het dorp Falletans binnen. Hier wordt het bij een passage over een brug nóg wat smaller, bovendien komen we in dit nogal primitief ogende dorpje enkele bochten tegen. Een heuse haarspeldbocht, zelfs. In deze bocht loopt het een beetje omhoog, helemaal 100% vlak wordt deze aanloop dan toch ook weer niet. Een goed moment voor een eerste demarrage, al is het geen sinecure om hier iemand uit je wiel te rijden. We laten Falletans snel weer achter ons en komen dan opnieuw langs de Doubs terecht. De weg naar de Doubs toe loopt een beetje omlaag en kent ook nog wel een venijnig bochtje, terwijl we om ons heen vooral veel velden vol mais en hooibalen zien. In de buurt van Rochefort-sur-Nenon komen we weer uit bij de Doubs en hier slaan we rechtsaf een bredere weg in, hier wordt het al iets lastiger om de weg te blokkeren. Het grote gevecht om in de vlucht terecht te komen kan hier echt gaan beginnen, dit gaat normaliter een tijd duren. Na een paar vlakke en vrij rechte kilometers over deze brede weg langs velden vol met niets komen we uit in het boerengehucht Éclans-Nenon, waar weer eens een keer een stevige bocht volgt. Dit boerengehucht beschikt overigens wel over een château, al kan dat ding wel een likkie verf gebruiken. Voorbij Éclans-Nenon wordt de weg weer iets smaller, over die smalle weg karren we enkele kilometers zo goed als rechtdoor langs wat maisvelden richting Our. Als we dat dorpje bijna bereiken zien we de Doubs een tijd duidelijk in beeld liggen, één verkeerde stuurbeweging en je kunt je opmaken voor een frisse duik. Eenmaal in Our slaan de renners linksaf om vervolgens de Doubs over te steken en Orchamps te bereiken. In Orchamps komen we na 13 kilometer koers een rotonde en wat vluchtheuvels tegen, buiten het dorp rijden we een aantal kilometer over de brede Rue de la Libération langs de andere kant van de Doubs. Toch een tijd wat smallere wegen in die eerste kilometers van de rit, dat vind ik wel opmerkelijk. Maar goed, nu gaan we 12 kilometer een brede weg langs de Doubs volgen, tot in Saint-Vit. De weg voert door wat dorpjes heen, waar enig straatmeubilair te vinden is. Verder maken we voorlopig eigenlijk weinig mee, al loopt de weg in aanloop naar het dorpje Dampierre wel een kilometer aan 3% omhoog. Spannender dan dat wordt het niet in deze aanvangsfase, het gaat echt een hels karwei worden om je hier in de vlucht te glibberen. Het zicht op de Doubs is leuk, verder is het geen inspirerende omgeving, laat staan een inspirerende route. Voor de dorpjes hoef je het ook niet te doen, in een plek als Ranchot is het hoogtepunt dat ze een rotonde hebben. Veel meer kan ik er niet van maken. Het enige positieve punt aan deze negatieve route is dat je dus een mooi eerste uur kunt krijgen, er moeten vandaag toch wel een stuk of 100 renners zijn die in de vlucht van de dag willen zitten. Als er een stevige klim in het begin te vinden is ontstaat daar meestal de vlucht en zijn ze vaak ook vertrokken, dat ligt hier net even anders. Al was ergens een klimmetje tussendoor geen overbodige luxe geweest, mijn hemel. Maar goed, we passeren wat onbeduidende dorpjes en tussen die dorpjes in zien we vooral veel boerenland, terwijl de weg grotendeels recht, breed en vlak is. Na 25 kilometer komen we uit in Saint-Vit, waar we het departement Jura achter ons laten en heel toepasselijk het departement van de Doubs betreden. De rivier schittert tijdens het begin van deze rit, het departement mag niet achterblijven. In Saint-Vit is blijkbaar de Franse kampioen Romain Gregoire opgegroeid. Dacht altijd dat hij uit Besançon kwam, maar opgegroeid in Saint-Vit dus. Een passage in eigen dorp!




Na 25 kilometer bereiken we dus Saint-Vit, een plaats die zich bevindt op een kruispunt van wegen! In de Gallo-Romeinse periode kruisten hier de wegen tussen Vesontio (Besançon) naar Lyon en van Antorpe naar Osselle. Goed om te weten, me dunkt. Tegenwoordig is het een plaatsje waar vooral veel forensen wonen die werken in Besançon, het geheel geeft ook een ietwat slaperige indruk. Op dit kruispunt van wegen slaan we na wat voorafgaand bochtenwerk in het centrum bij een rotonde scherp linksaf, waarna de renners weer een tijd vooral rechtdoor mogen rijden. Buiten Saint-Vit loopt de weg kort omhoog, richting Ferrières-les-Bois mogen we zelfs een volle kilometer aan 4% noteren, jawel! Nog steeds geen echte klim, maar goed, het is in ieder geval iets. Het gaat zelfs een halve kilometer aan 6% omhoog, nou, toe maar. Na 25 kilometer koers met waarschijnlijk slag om slinger demarrages is dat wel even een lekker pukkeltje om gebruik van te maken. We komen boven in het kleine dorpje Ferrières-les-Bois en tussen de huizen in begint er meteen een korte afdaling. We slingeren door dit nietige plaatsje heen, waarbij de renners vooral even moeten opletten voor een wegversmalling. Buiten het dorp is de weg weer breder, we rijden een bos binnen en hier is de afdaling vrij snel voorbij. Het zal hierna weer een paar kilometer zo goed als vlak zijn, op een tamelijk bochtige passage in het dorpje Corcelles-Ferrières na is de weg verder ook een tijd lang behoorlijk recht. In Corcelles-Ferrières ligt ook weer een stevige wegversmalling, als het tijdens deze rit lang duurt voor de vlucht vertrokken is sluit ik een valpartijtje links of rechts ook niet uit. Buiten dit dorpje is het weer recht, saai, vlak, dat soort dingen. Na 35 kilometer koers bereiken we Lavernay, een dorpje dat weinig om het lijf heeft. Wel weer wat bochtenwerk hier, maar voor de verandering een keer geen wegversmalling. Buiten Lavernay gaan we op dezelfde manier verder, we rijden over een brede en vrij rechte weg op een vlakke manier door een agrarisch decor. In de omgeving zien we wel wat heuvels liggen, maar de route die we volgen kent weinig hoogtemeters. Via dorpjes zonder bestaansrecht als Franey en Recologne zetten we koers richting Marnay. Buiten Recologne komen we op een nog bredere weg terecht, die weg voert rechtdoor naar Marnay. Een kilometer of vier rijden de renners volledig rechtdoor, onderweg komen ze wel wat vluchtheuvels tegen. Ze passeren ook een keer een geinig kapelletje, een van de spaarzame hoogtepunten op de route. Al komt er nu wel een soort van hoogtepunt aan, na 40 kilometer rijden we Marnay binnen en dat is best een aardig dorpje. We verruilen hier tijdelijk het departement Doubs voor het departement Haute-Saône. In dit departement vinden we aan het riviertje de Ognon het oude plaatsje Marnay. De renners gaan zien dat dit een oud plaatsje is, ze rijden via een brug over de Ognon en dan volgt er een passage met een stevige wegversmalling en wat bochtenwerk in het oude centrumpje. Het wordt weer even technisch, je moet er iets voor over hebben om mooie plaatjes te schieten. In Marnay stond ooit een flink kasteel, daar is alleen niet veel van over. Daarom rijden we even verder, we laten het centrum achter ons, laten daarna Marnay als geheel achter ons en fietsen enkele kilometers langs de Ognon richting Pin. In en rond Marnay is het even wat bochtiger, weldra wordt de weg weer recht. Vrij vlak ook nog steeds, vrij breed ook weer inmiddels. Via Brussey, een dorpje vol drempels en bouwvallen, bereiken we in een omgeving die wat meer bomen kent na 50 kilometer het dorpje Pin. In Pin staat een kicken kasteel, dit exemplaar heeft de tand des tijds goed doorstaan.




In Pin hebben we toch al mooi een kwart van de rit achter de rug. Zonder het fraaie kasteel alhier daadwerkelijk in beeld te zien verschijnen knallen we rechtdoor, zonder veel obstakels tegen te komen. Voorbij Pin komen een aantal kilometer helemaal niets tegen, gewoon een brede, rechte en zo goed als vlakke weg door niemandsland. Het wordt pas weer spannend als we het volgende dorp bereiken, Chambornay-lès-Pin. Hier liggen een paar wegversmallingen en er staan wat paaltjes, opletten dus. Je zou niet zeggen dat dit verkeersremmende maatregelen nodig zijn in zo'n klein dorp, maar blijkbaar wel. Na de korte passage in dit veredelde gehucht rijden we dan weer een paar kilometer op een gezapige manier verder naar Étuz, een dorp dat we na 57 kilometer bereiken. Er ligt een heuse chicane op de renners te wachten in dit dorp, en er liggen wat lelijke drempels. Ook dit dorpje laten we snel weer achter ons, om dan opnieuw een paar kilometer over brede, rechte en zo goed als vlakke wegen afwisselend door de bossen en langs weilanden te fietsen. De weg brengt ons naar het volgende dorp, Boulot, ook in dit dorp komen we een kasteeltje tegen. Een rotonde, drempels, wat bochten en een wegversmalling, dat ook. Bij het verlaten van Boulot rijden we langs het kasteel, eindelijk eentje dat daadwerkelijk in beeld komt. Voorbij het kasteel volgen er weer enkele niksige kilometers in het niks, waarna we na 64 kilometer koers uitkomen in Boult. Van Boulot naar Boult, kom er maar op. Hierna Bult of Boul? Dat dan weer niet, helaas. Wel Sorans-lès-Breurey, een dorpje dat we niet zonder slag of stoot bereiken. Sowieso moeten we eerst Boult zien te overleven. In dit dorpje, waar ook weer een kasteeltje te vinden is, komen we zoals te doen gebruikelijk in al deze dorpjes een flinke wegversmalling tegen. Eenmaal buiten het dorp rijden we een tijdje langs wat weilanden af, voor de weg in een bos ineens omhoog begint te lopen. De weg loopt twee kilometer aan 3% omhoog, maar richting de top van dit korte hellinkje komen we wel een halve kilometer aan 6% tegen. Het kan zijn dat de vlucht tegen deze tijd nog steeds niet te vertrokken is, als we geluk hebben is dat het geval. Maakt een floprit dan toch nog enigszins kijkbaar, weet je wel. Nouja, dan is dit na dik 60 kilometer inmiddels wel het moment om de beslissende slag te slaan. Als er na een stuk of duizend aanvalspogingen nog mannen zijn zonder pijnlijke benen kunnen ze op dit korte hupje de rest op de pijnbank leggen. Al verwacht ik na deze teksten dat de vlucht al veel eerder gaan vliegen is. Na dit korte knikje, het stelt natuurlijk allemaal weer geen reet voor, dalen we kort af door het bos richting Sorans-lès-Breurey. Dat levert eigenlijk geen bochtenwerk op, al komen we beneden wel een ietwat merkwaardige wegsplitsing tegen. Voorbij deze wegsplitsing ligt er achter de bomen nog een klein kasteeltje verstopt, ze hebben er hier meer dan genoeg. Voorbij dit verstopte kasteeltje rijdt het peloton dan weer een paar kilometer rechtdoor over een brede en vlakke weg, tot we na 72 kilometer Rioz bereiken. In dit plaatsje komen we kort achter elkaar vier rotondes tegen, en toch ook weer een wegversmalling. Het meest bijzondere aan Rioz is dat ze hier een Colruyt hebben. Of nee, dat is niet helemaal waar. Uit Rioz is namelijk Laurent Mangel afkomstig, een voormalig prof die voor ploegen als AG2R en FDJ reed. In 2011 reed hij dan weer voor Saur-Sojasun, namens die ploeg mocht hij dat jaar de Tour rijden. Toch maar mooi twee zeges als prof, een ritje in de Ronde van Wallonië en een rit in de Ronde van Langkawi, dan kun je wat.




Buiten Rioz loopt de weg even een tijdje wat vals plat omhoog, waarna er ook even een korte afdaling volgt tot we uitkomen in het dorpje Anthon. Hier komen de renners weer de nodige wegversmallingen tegen, het recept blijft zich herhalen. Buiten Anthon wordt de weg weer breed, op een licht glooiende manier rijden we vervolgens een kilometer of zeven verder tot het volgende dorp, Loulans-Verchamp. Je kunt in deze strook van zeven kilometer een paar knikjes omhoog en omlaag waarnemen, zo gaat het buiten Anthon weer een keer een kilometer aan 4% omhoog, maar nog steeds zit er niet meer spanning en sensatie in. We rijden hier overwegend door de bossen, een tijdje doen we dat op het grondgebied van de gemeente Cirey, waar net iets van de route af een abdijtje te vinden is. Merken we weinig van, de bomen staan in de weg. Zonder veel memorabele momenten komen we na 83 kilometer uit in Loulans-Verchamp, een dorpje van niets dat uiteraard wel weer is gezegend met de aanwezigheid van een château. In Loulans komen we een tweetal bochten tegen, naast een passage over een wat smallere brug. Voor we het in de gaten hebben verlaten we dit plaatsje weer, om vervolgens vijf kilometer zo goed als rechtdoor te rijden tot in Montbozon. Richting dit dorpje loopt de brede weg steeds een beetje vals plat omhoog, maar dan wel dusdanig vals plat dat geen renner er iets van zal merken. Misschien merken ze er meer van dat het terrein in de strook tussen de dorpen in bijna volledig open is, kan natuurlijk van belang zijn mocht het gaan waaien. Al weten we inmiddels hoe het deze Tour werkt, veel wind zal er niet staan. Als we na 88 kilometer Montbozon betreden volgt er in het dorp een korte afdaling, volgens een bord langs de kant van de weg gaat het hier zelfs aan 9% naar beneden. Dat maakt de wat smallere en licht bochtige passage in het centrumpje enigszins technisch, al valt het wel mee. In Montbozon staat natuurlijk ook weer een château, net ten noorden van de route die de renners volgen kom je ook nog een gave fontein tegen. Buiten Montbozon loopt de weg een kilometer of twee licht omhoog, daarna dalen we een kilometertje af in een bos, waarna we een kilometer of zes over een zo goed als vlakke weg verder mogen rijden. Gedurende deze oninteressante tocht rijden we over de Ognon heen, waarna we de Haute-Saône verlaten en de Doubs weer betreden. We rijden in de Doubs langs een oude smederij, Forge de Montagney. Ding stamt blijkbaar uit 1500, in de 18e eeuw produceerden ze hier dan vooral weer kanonskogels, als ik de officiële site van de Tour mag geloven. Ik denk dat we het voorlopig van dit soort feitjes moeten hebben, de rit is verder gewoon niet zo boeiend. Terug in de Doubs komen we even verderop uit in Rougemont, een dorpje met een leuk kerkje. Ook een dorp met een leuke middeleeuwse toren, de renners rijden langs dat ding af als ze zich door het smalle centrumpje van Rougemont hebben gewurmd. Toch alweer 97 kilometer afgewerkt hier, bijna op de helft van de rit! In Rougemont hadden we overigens nog een kort klimmetje mee te pakken, het historische centrum van dit plaatsje ligt op een heuvel, maar nee, we rijden mooi om die heuvel heen. Het mag niet te leuk worden, natuurlijk.




Buiten Rougemont komen we op een weg terecht die de naam Petite Prairie draagt, dat vat de vibes hier wel een beetje samen. De komende 12 kilometer tot in Villersexel rijden we weer over vergelijkbare wegen, vooral een tijd langs open velden met soms wat werk in de bossen tussendoor. Af en toe rijden we ook nog door een klein dorpje heen, zo volgt er een wat smallere passage in Cubrial. In die omgeving ligt ook weer een kasteel, verder voegen we voor de volledigheid ook maar toe dat we ook nog een keer een kilometer aan 4% tegenkomen. We passeren een keer een verdwaalde rotonde en komen ook een keer wat vluchtheuvels tegen, maar verder is dit een buitengewoon simpele route. Op de passages in de dorpjes na steeds brede en behoorlijk rechte wegen, deze rit sleept zich voort. Als we na 110 kilometer uitkomen in de omgeving van Villersexel hebben we het departement Doubs weer verlaten en zijn we terug in Haute-Saône, er wordt wel stevig aan departementhopping gedaan vandaag. In Villersexel ligt een rotonde, daarnaast hebben ze er een fraai kasteeltje liggen. De mooiste tot nu toe, ben ik geneigd te zeggen. Dat kasteel zien we overigens niet liggen, zoals we überhaupt weinig van Villersexel zien. We rijden langs het dorp af, eigenlijk pakken we alleen het lokale industrieterrein mee. Voorbij Villersexel rijden we tien kilometer over dezelfde weg, een weg die zowaar nog breder is geworden. Een perfect geasfalteerde weg, die wat lichte glooiingen kent. Vooral veel groene weides hier, en nog steeds af en toe een bosje. Weer een korte passage in een dorpje tussendoor, maar eigenlijk kun je deze tien kilometer schriftelijk afdoen. Na 120 kilometer bereiken we Vy-lès-Lure, een klein dorpje in de buurt van Lure. Van Vy-lès-Lure gaan we ook naar Lure fietsen, op een zo goed als rechte en ook zo goed als vlakke manier. In Vy-lès-Lure is het even opletten voor wat vluchtheuvels, maar dat is dan ook meteen het enige. Over de provinciale weg rechtdoor, enerverend is het niet. Halverwege deze twee plaatjes komen we in Magny-Vernois nog wel wat extra vluchtheuvels en een rotonde met een kleine molen in het midden tegen, als je die passage vergeet kun je met je ogen dicht naar Lure rijden. Vlak voor we Lure bereiken zien we op een bord langs de kant van de weg staan dat er in de buurt een kapel te vinden is die is ontworpen door Le Corbusier. Blijkt in de praktijk nog wel een aardig eindje verderop te zijn, maar toch. Notre Dame du Haut in Ronchamp, voor de liefhebbers van Le Corbusier, als ze bestaan. Zonder meer oponthoud komen we na 126 kilometer uit in Lure, zo ongeveer voor het eerst deze rit betreden we een echte stad. Op 80 kilometer van de aankomst komen we hier het een en ander aan bochtenwerk tegen, naast wat vluchtheuvels, paaltjes, een spoorwegovergang en meer van dat soort zaken. Je moet er iets voor over hebben om deze bijzondere stad te bezoeken, al zou het voor de wielerliefhebber vooral een beruchte stad moeten zijn. In principe stelt Lure niets voor, het vormt vooral een van de toegangspoorten tot de Vogezen. Vanuit Lure kun je aan een tocht over de vele ballonnen in de omgeving beginnen, we pakken er vandaag vast eentje mee en morgen doen we er meerdere. Verder moeten ze het hier vooral van de industrie hebben, en een bescheiden dienstensector is ook aanwezig. Maar, in 2020 veranderde alles. In dat merkwaardige coronajaar ging er in Lure een tijdrit van start. En wat er toen gebeurde...




SPOILER
Om spoilers te kunnen lezen moet je zijn ingelogd. Je moet je daarvoor eerst gratis Registreren. Ook kun je spoilers niet lezen als je een ban hebt.
Nouja, de laatste foto geeft het natuurlijk al weg. Op de voorlaatste dag van de Tour van 2020 ging er een tijdrit van start die zou eindigen boven op La Planche des Belles Filles. Primoz Roglic begon die dag in de gele trui en de verwachting was dat hij niet meer in de problemen zou komen. Een piepjonge Tadej Pogacar had zeer sterk gereden, maar het lag niet voor de hand dat hij Roglic zou verslaan, laat staan dat hij meer dan een minuut sneller zou zijn. Het ging die dag alleen helemaal mis voor Roglic en voor Jumbo-Visma. We denken aan een paniekerige Merijn Zeeman op een campingstoeltje langs het parcours, we zien de verbijstering van Dumoulin en Van Aert voor ons, we zien de scheve helm op het hoofd van Roglic en we zien een mijnwerker in een witte trui die alles en iedereen op een hoop rijdt. Pogacar had de tijdrit niet eens verkend, hij bleef de hele dag op zijn hotelkamer liggen en toen reed hij iedereen regelrecht de vernieling in. Tot ontsteltenis van Dumoulin, die tweede werd die dag. Dumoulin dacht dat hij goed had gereden, maar Pogacar was meer dan een minuut sneller. Achteraf konden we horen hoe ongeloofwaardig Dumoulin dit vond. Pogacar zat volgens hem als een mijnwerker op zijn fiets, het was onmogelijk dat hij zoveel sneller was. Roglic werd die dag slechts vijfde, op bijna twee minuten van Pogacar. Geen eerste Tourwinst voor Roglic, hij gaf op een onwaarschijnlijke wijze het geel uit handen aan zijn piepjonge landgenoot. Wat mij betreft is dit zo'n beetje de zwartste dag in het wielrennen ooit. Dit was het begin van het eind. Wat Pogacar die dag deed was zijn eerste echte buitenaardse prestatie. Dat was het moment geweest om hem in de kiem te smoren. Op dat moment had de UCI nog kunnen ingrijpen. Dat lieten ze na, sindsdien kijken we naar de meest bizarre en meest onleuke dominantie ooit. Het einde van onze geliefde sport begon hier, in Lure. In Lure lieten we ons in de luren leggen, zes jaar later trappen we er nog steeds in. Een van de meest bizarre Tourontknopingen ooit begon in Lure, op een dag die toch vooral de dag van Thibaut Pinot had moeten worden. Pinot werd geboren in Lure, waarna hij opgroeide in Mélisey, een paar kilometer verderop. Tijdens de tijdrit in 2020 reden we van Lure naar Mélisey, om vervolgens via de Col de la Chevestraye naar La Planche des Belles Filles te karren. La Planche des Belles Filles en de Chevrestaye slaan we vandaag gelukkig over, maar we gaan wel dezelfde weg als in 2020 volgen richting Mélisey. Men had de ijdele hoop om Pinot hier in het geel te zien passeren, maar hij bakte er die Tour niets van. In tegenstelling tot een jaar eerder haalde hij in ieder geval wel de finish, waardoor hij tenminste door zijn eigen dorp mocht rijden. Ook vandaag denken we weer aan Thibaut Pinot, een van de grootste Franse lievelingen van de afgelopen jaren wordt nog heel snel even in het zonnetje gezet voor Frankrijk hem is vergeten omdat men nu Seixas heeft. In Lure ging twee jaar na een van de meest beruchte tijdritten uit de wielergeschiedenis in de Tour de France Femmes een rit in lijn van start, die eveneens zou eindigen op La Planche des Belles Filles. ONZE Annemiek van Vleuten had een dag eerder de gele trui veroverd, maar zij deed geen Roglicje. Nee, ze deed er nog een schepje bovenop, ze reed Demi Vollering nog een keer op een hoop en zo pakte ze haar tweede ritzege op rij. De gele trui was daardoor definitief binnen, de logica werd dat jaar wel gerespecteerd in Lure. Tijd om terug naar de rit te gaan, net als in 2020 gaan we dus van Lure naar het Mélisey van de familie Pinot rijden. We verlaten Lure via een weg die een kilometer zo goed als rechtdoor zal gaan, waarna we kort achter elkaar drie rotondes tegenkomen. Bij de eerste rotonde gaat het schuin naar links, bij de tweede schuin naar rechts en bij de derde rechtdoor. Voorbij die laatste rotonde gaat het een kilometer of drie rechtdoor tot in Saint-Germain. We rijden over een brede weg die deels door een bos loopt. In het bos gaat het licht omhoog, eenmaal buiten het bos gaat het een kilometer lichtjes naar beneden. In Saint-Germain pakken we vervolgens wat flauwe bochtjes mee, maar ik denk niet dat de renners hier veel hoeven te sturen. Hooguit opletten voor een drempeltje, dat is het wel. Buiten het dorp wordt het nog makkelijker, het gaat vijf kilometer vooral rechtdoor richting Mélisey. Aan de rand van Saint-Germain komen we een rotonde tegen waar amper gestuurd hoeft te worden, daarna dus rechtdoor naar Mélisey. Een klein stukje vals plat omhoog, maar het is vooral vlak. Aan de buitenrand van Mélisey komen we weer een rotonde tegen, een wat flinkere variant. Na deze rotonde rijden we rechtdoor Mélisey in, op een flauwe bocht naar rechts na. We fietsen langs het Collège des Mille Étangs, de voormalige school van Thibaut Pinot. Zijn gezicht hing in 2020 pontificaal op een spandoek aan de muur, ze zijn in Mélisey bijzonder trots op hun meest bekende inwoner. Thibaut woont hier uiteraard nog steeds, op zijn boerderij. Tijdens zijn carrière stal hij al vooral de show met zijn filmpjes waarin hij gezellig met zijn geitjes aan het spelen was, dat is na zijn carrière alleen maar verder uit de hand gelopen. Naast het runnen van zijn eigen boerderij runt hij tegenwoordig ook een B&B. De echte fan kon een smerige smak geld op tafel leggen om tijdens deze rit een dagje door te brengen met Thibaut. Overnachten in zijn B&B, waarna je samen met hem de koers mag volgen in de karavaan en zelfs een helikoptervlucht schijnt onderdeel van de ervaring te zijn. En dan krijg je de dag erna nog deze uitsmijter: Picknick aan het meer en vertrek: je brengt een laatste ochtend door in het huisje van Thibaut aan het meer en geniet van een picknick voordat je vertrekt. Goed dat ze het meer noemen, we bevinden ons hier in het gebied van de duizend vijvers, Les Mille Étangs. Allemaal piepkleine vijvertjes, als de helikopter een beetje in vorm is levert dat mooie plaatjes op. Volledigheidshalve even het ronkende persbericht van AirBNB. Paar mooie foto's erbij, je ziet meteen dat dit verblijf iedere cent waard is.





Volledigheidshalve moeten we natuurlijk ook nog melden dat Régis Pinot, de vader van Thibaut, al 100 jaar burgemeester is van Mélisey. Hij is blijkbaar nog steeds populair, want hij is dit jaar begonnen aan een nieuwe regeerperiode van zes jaar. Minstens tot 2032 zwaait Régis hier met de scepter, de familie Pinot heerst in Mélisey. Julien Pinot heb je overigens ook nog, de broer van Thibaut. Head coach bij Groupama-FDJ, gezien de prestaties van die ploeg verdenk ik hem ervan een fraud te zijn. In het Mélisey van de familie Pinot vinden we na 138 kilometer de tussensprint van de dag, vlak voor we langs het niet al te fraaie gemeentehuis rijden. Voorbij dit behoorlijk lelijke gemeentehuis rijden de renners een paar bochten tegemoet. Scherp bochtje naar links en daarna een makkelijkere naar rechts, vervolgens verlaten we Mélisey en rijden we een tijd verder door het land van de duizend vijvers, al is het nadeel voor de renners dat de vijvers niet direct langs de kant van de weg te vinden zijn. Thibaut Pinot heeft een van die vijvertjes dus gekocht, ergens snap je wel waarom hij relatief vroeg is gestopt. Niet slecht om hier wat meer tijd door te brengen, nadat je flink je zakken hebt gevuld. Het gaat twee kilometer vooral rechtdoor over een brede en vlakke weg, alleen wat flauwe bochten onderweg. Als de rivier Ognon in beeld komt zien we ook een bruggetje in beeld verschijnen, hier sloegen de renners in 2020 rechtsaf om vervolgens te beginnen aan het lastige deel van de tijdrit. Via de Chevestraye naar La Planche des Belles Filles, ditmaal staan er andere Vogezenklimmetjes op het programma. We slaan nu niet rechtsaf over de brug, nee, we rijden rechtdoor en volgen de Ognon nog een tijd. Ik voel me zowaar een gezegend mens, eindelijk een keer geen La Planche des Belles Filles als we in de Vogezen zijn. Want ja, daar zijn we nu. We nemen nu niet de afslag naar de Chevestraye, maar rijden rechtdoor in de vallei op weg naar een andere Vogezenklim, eentje die we de afgelopen jaren ook al vaker hebben zien verschijnen. Ter hoogte van Belonchamp, een dorpje waar wat vluchtheuvels liggen, geen bocht naar rechts, nee, we knallen rechtdoor en zo gaan we op weg naar de Col des Croix. De rit gaat nu écht beginnen, deze atypische, gekke rit. Een rit met 150 vlakke kilometers om daarna twee stevige beklimmingen zien te verschijnen en vervolgens een aankomst bergaf, dit is niet het typische profiel voor een Tourrit. Dat is ergens wel een keer leuk, het biedt kans op andere scenario's dan we gewoon zijn. In Belonchamp rijden we rechtdoor over een brede weg, er liggen hier wel een hoop drempeltjes ook. Buiten het dorp krijgen we dan weer zicht op de Vogezen, in de verte liggen overal stevige heuvels, volledig begroeid met bomen. We moeten alleen nog wel een kilometer of negen wachten voor we de eerste heuvel daadwerkelijk gaan bedwingen, voorlopig volgen we de loop van de Ognon en langs dit riviertje is het relatief vlak. Van Belonchamp rijden we naar Servance en onderweg passeren we in Ternuay. Tussen Belonchamp en Ternuay rijden we vooral langs wat weilanden af, met dus zicht op de bergen. In Ternuay liggen er wat bochtjes en wat vluchtheuvels, terwijl ze hier ook over een gek kerkje en een replica van de Lourdesgrot beschikken. En een bult oorlogsmonumenten, 't was in dit gebied koekenbak tijdens WOII natuurlijk. Buiten het dorp rijden we dan weer een paar kilometer verder rechtdoor over dezelfde, brede weg. Wat meer door de bossen nu, de weg begint ook al voorzichtig vals plat omhoog te lopen. Veel heeft dat niet om het lijf, maar het zal de renners duidelijk worden dat de rit op het punt staat serieus te worden. Na 149 rijden we door het kleine dorpje Servance, meteen weer zo'n dorpje met een typisch uiterlijk. We bevinden ons op de toegangsweg naar de Vogezen, dat zien we ook af aan de weg waar we overheen mogen rijden. De renners rijden over de Route des Vosges, duidelijk. In Servance denk ik automatisch aan Ballon de Servance, een van de vele beklimmingen in deze regio met ballon in de naam. Wij kennen vooral de Grand Ballon, en de Ballon d'Alsace gaat vandaag en morgen zelfs twee keer de revue passeren, maar de Ballon de Servance is ook leuk. Net iets te smalle weg voor de Tour, lijkt voorlopig het oordeel te zijn. We blijven hoop houden, desondanks. Geen Ballon de Servance voor ons, wel de Col des Croix. Voorbij Servance, voorzien van een kicken gemeentehuis en een waterval ligt hier ook in de omgeving, rijden we nog steeds rechtdoor verder over een brede weg, eentje die nu even anderhalve kilometer volledig vlak is. Vervolgens loopt de weg anderhalve kilometer vals plat omhoog, voor we de voet van deze Col des Croix bereiken. Niet dat we van weg veranderen, nee, de weg begint uit zichzelf ineens omhoog te lopen. In de bossen gaan we vijf kilometer klimmen aan 5%, de finale mag hier gaan beginnen.





Na 157 kilometer komen de renners boven op de Col des Croix, een klim van de derde categorie. Na een lange vlakke aanloop in de vallei begint de brede weg langzaam vals plat omhoog te lopen, en daarna gaat het vijf kilometer vrij stabiel tussen de vier en vijf procent omhoog. De Route des Vosges blijft breed, het asfalt blijft goed en de omgeving wordt steeds groener. Door de bossen rijden we via een aantal flauwe bochten heel voorzichtig omhoog. Eigenlijk een klim van niets, maar je kunt er donder op zeggen dat het grote anticiperen in de kopgroep hier al gaat beginnen. Al kun je ook vandaag opnieuw niet uitsluiten dat UAE voor de zege gaat. Even doortrekken op de volgende klim, alle snelle mannen lossen en Pogacar het sprintje aan het eind laten winnen, wie zegt nee? Laten we dat toch maar niet doen, er komen hierna twee bergritten aan, gun de vluchters ook maar een keer iets. Op de top verlaten we het departement van de Haute-Saône en rijden we het departement Vosges binnen, nu zijn we écht in de Vogezen. Deze bergpas scheidt niet alleen de regio Grand Est van Bourgogne-Franche-Comté, maar ook het Noordzeegebied van het Middellandse Zeegebied, aldus de Franstalige Wikipedia. Ik lees daar ook dat er een kilometer ten oosten van de pas oude kopermijnen te vinden zijn, daarnaast vinden we in deze omgeving het fort Château-Lambert, gebouwd tussen 1875 en 1877 als onderdeel van het Séré de Rivières-systeem. Pak je zomaar even mee, net als de kennis dat we deze Col des Croix ook in de Tours van 2014, 2019 en 2022 hebben gezien. Toen wel steevast van de andere kant, iedere keer reden we omhoog vanuit Le Thillot om vervolgens af te dalen over de weg die nu voor het eerst als klim dient. Daarna reden we dan ook steevast door de vallei richting Servance, om voorbij Servance toe te werken naar La Planche des Belles Filles. Iedere keer weer, nu gelukkig een keer niet. De geschiedenis leert voorlopig dat je niet als eerste boven wil zijn op deze Col des Croix, zowel Simon Geschke, Thomas De Gendt als Joaquim Rodriguez zouden uiteindelijk niet als eerste boven zijn op de plank van de mooie meisjes. Op de top van de klim kun je overigens rechtsaf slaan om direct te beginnen aan de klim van Ballon de Servance, maar dat is dus ook weer niet voor dit jaar. We rijden op de top rechtdoor en dalen daarna 3,5 kilometer aan 5% af richting Le Thillos. Aan de kant van de Vogezen telt de afdaling volgens Wikipedia 13 bochten, waaronder een haarspeldbocht en drie rechte bochten. Rechte bochten, amai. Over de brede weg, eenmaal in de Vogezen de Avenue de la Résistance geheten, rijden we wat mij betreft op een behoorlijk probleemloze manier naar beneden. Op de top is er even een mooi uitzicht op het dal, beneden zien we Le Thillot al liggen. Daarna duiken we de bossen weer in, waar we inderdaad een aatnal bochten tegenkomen. Die haarspeldbocht volgt meteen in het begin, maar het is echt een enorm brede bocht. In het bos komen we daarna nog een aantal wat snellere bochtjes tegen, maar op deze weg waar vrachtwagens elkaar probleemloos kunnen passeren verwacht ik geen enkel probleem. Vlak voor het einde van de afdaling rijden we Le Thillot binnen, hier moeten de renners vooral opletten voor een aantal vluchtheuvels. Paar flauwe bochten hier, waarna we even verderop in het centrum rechtsaf slaan. Na deze bocht zijn we beneden, we rijden nu een aantal kilometer door de vallei, op weg naar de scherprechter van de dag. In Le Thillot rijden we langs Les Hautes-Mynes, de oude kopermijnen. Tussen 1560 en 1761 werden deze mijnen door de hertogen van Lotharingen geëxploiteerd. Tegenwoordig kun je ze bezoeken, de oude mijnen zijn blijkbaar een toeristische attractie geworden. Ze doen sowieso hun best om wat van dit oude mijnwerkersdorpje te maken, we komen in Le Thillot een aantal muurschilderingen tegen. Ook een Boulangerie Savoldelli, benieuwd of iemand zich à la de valk naar beneden durft te smijten. Tevens rijden we in Le Thillot, waar ze het na hun mijnverleden vooral van textielindustrie moesten hebben, over de Moezel heen. De vallei van deze rivier gaan we nu een tijd volgen. Op de Col des Croix en in Le Thillot zagen we tijdens de Tweede Wereldoorlog uiteraard ook weer de nodige gevechten, we hopen vandaag eveneens op een spannende strijd!




Na de bocht naar rechts in het centrum van het bepaald niet oogverblindende Le Thillot rijden we zes kilometer door de vallei van de Moezel. Net buiten Le Thillot zien we die rivier tijdelijk in beeld, het is hier nog maar een lullig beekje. De weg in de vallei is enorm breed en enorm goed, het is echt een hoofdweg in de Vogezen. De weg loopt richting Saint-Maurice-sur-Moselle een tijdje vals plat omhoog, maar van echt klimwerk is hier geen sprake. Tussendoor passeren we Fresse-sur-Moselle, een dorpje waar weinig te beleven valt. Tussen de dorpjes in is het vooral heel groen, we zien weer een hoop toppen van het Vogezenmassief om ons heen. Dit zijn even zes kilometer om door te komen, wellicht zes kilometer om als aanvaller te anticiperen. Er komt nu een langere en zwaardere klim aan, als je als man van 80 kilo in de kopgroep terecht bent gekomen moet je absoluut niet met wat lichtere types naar de voet van deze klim gaan rijden. Na de tocht langs de Moezel komen we na 166 kilometer uit in Saint-Maurice-sur-Moselle, een plaats die we dit jaar twee keer gaan zien. We rijden twee keer door Saint-Maurice-sur-Moselle, morgen komen we terug. Twee keer gaan we vanuit Saint-Maurice-sur-Moselle ook beginnen aan de Ballon d'Alsace, de renners gaan nu voor de eerste keer aan deze klim beginnen. Ze passeren in Saint-Maurice langs het lokale VVV-kantoor, voorbij dit kantoor slaan ze rechtsaf en dan bereiken ze de Rue de Ballon d'Alsace. Er staan drie borden langs de kant van de weg. Op het eerste bord staat dat we negen kilometer moeten fietsen naar Ballon d'Alsace. Het tweede bord geeft aan dat het 26 kilometer fietsen is tot Giromagny en het derde bord geeft aan dat Belfort 38 kilometer verderop ligt. De renners weten precies wat ze te wachten staat, al nemen ze in finishplaats Belfort een kleine omweg en komen we zodoende op een afstand van 40 kilometer uit. Uit Saint-Maurice-sur-Moselle is met Jacques Georges een voormalig voorzitter van de Franse voetbalbond en de UEFA afkomstig, vast een schurk dus. Een dorp van niets verder, al kunnen ze dankzij de aanwezigheid van enkele bekende bergen in de omgeving en wat skigebieden wel bogen op enig toerisme. Wij gaan een van die toeristische trekpleisters nu maar eens opzoeken.



Na de bocht naar rechts in Saint-Maurice-sur-Moselle beginnen we meteen aan de beklimming van Ballon d'Alsace. De komende 8,9 kilometer gaat het aan 6,9% omhoog. Het meest bijzondere aan deze klim is de gelijkmatigheid, het gaat haast letterlijk continu aan 6,9% omhoog. Geen steilere stroken, geen makkelijkere stroken, nee, steeds zo rond de 7% klimmen. We beginnen in het dorp Saint-Maurice-sur-Moselle en daar komen we meteen wat bochten tegen, tussen wat chaletjes door. Op een bepaald punt zien we een huis met een bijzonder dak en daar slaat mijn geheugen ineens op hol: bij dat huisje met het gekke dak ging in de Tour van 2023 Carlos Rodriguez op z'n bek. Hij nam Kuss mee in die val, pal voor dat huis. In de Tour van 2023 reden we van Belfort naar Le Markstein, we reden toen in het begin van de rit omhoog over de kant van Ballon d'Alsace die dadelijk als afdaling zal dienen, we daalden af over de weg die nu als klim dient. Een keer geen La Planche des Belles Filles, wel andere terugkerende plekken in de Vogezen dus. Vandaag gaan we naar Belfort, morgen gaan we op een andere manier naar Le Markstein. Toen deden we dat via de leuke combinatie van de Petit Ballon en de Col du Platzerwasel. Dat was de dag waarop Thibaut Pinot in zijn laatste Tour in eigen omgeving nog eens in de aanval trok. Op kop reed hij door de Virage Pinot op de Petit Ballon, bijzondere beelden waren dat. Die rit begon dus in Belfort, waar we nu naartoe gaan. Ballon d'Alsace toen als eerste klim in de zware laatste bergrit, nu is het richting het eind van de langste rit van deze Tour de enige klim van belang. Buiten Saint-Maurice rijden we een tijd langs wat bergweides af, daarna duiken we de bossen in. Hier kent de brede weg de nodige bochten, terwijl het dus continu aan 7% omhoog blijft lopen. Niet de lastigste klim ooit, maar het is wel een echte col. Geen klim waar de sprinters stiekem kunnen overleven, daarvoor is het te zwaar. Tegelijk ben ik bang dat het niet lastig genoeg is om de klassementsrenners wakker te schudden. Goed, als Wim Tellens zichzelf op kop zet roept iedereen automatisch om z'n moeder, maar nee, veel actie tussen de klassementsrenners ligt niet voor de hand. Dat zal voor morgen en overmorgen zijn, als we in deze onlogische tijden alsnog de logica proberen te hanteren. Via meerdere haarspeldbochten slingeren we omhoog over deze prachtige klim, hier zelf fietsen lijkt geen straf. Voor de koers missen we een aantal steilere stroken, we beklimmen hier echt de meest gelijkmatige weg die ze ooit in Frankrijk hebben aangelegd. Aan het eind van deze tocht van negen kilometer aan 7% verlaten we het bos, om na 176 kilometer boven te komen op de volgebouwde top van de Ballon d'Alsace. Op de top van deze klim van eerste categorie (veel eer) vinden we onder meer het Maison du Tourisme Ballon d'Alsace, geen overbodige luxe, want er zijn nogal wat feitjes te delen over deze klim.





Ballon d'Alsace is een klim met een grote geschiedenis in de Tour, je leest soms wel eens verhalen dat de Ballon d'Alsace in 1905 de allereerste berg was die ooit werd beklommen. Dat is feitelijk helaas onjuist, in de Tour van 1903 reden de renners al eens over de Col de la République in de omgeving van Saint-Étienne en deze klim mag de trotse drager zijn van de eretitel eerste berg in de Tour. Eerste berg boven 1000 meter, om wat specifieker te zijn, want in de eerste Tours kwamen de coureurs uiteraard ook al meteen allerlei heuveltjes tegen. Enfin, de Tour van 1905 was pas de derde editie, de Ballon d'Alsace was er hoe dan ook vroeg bij. In de jaren daarna lag de klim bijna ieder jaar op het parcours, maar in de moderne geschiedenis is de Ballon d'Alsace een beetje uit het geheugen van de Tour verdwenen. Eddy Merckx en Bernard Thevenet wonnen hier ooit een aankomst bergop, terwijl de laatste passage in een Tourrit dus dateert van 2023. Onderweg naar Le Markstein kwam Giulio Ciccone hier als eerste boven, in het jaar dat hij de bergtrui won. Daarvoor was het van 2019 geleden dat we de Ballon d'Alsace in de Tour zagen. Onderweg naar La Planche des Belles Filles kwam Tim Wellens toen als eerste boven, oei, slecht voorteken. We namen toen wel een andere weg naar de top, er zijn drie wegen omhoog. Deze Tour gaan we twee keer op dezelfde manier omhoog, morgen gaan we alleen via de derde weg afdalen. De keer daarvoor dat de Ballon d'Alsace in de Tour zat, pfoe, dan moeten we alweer terug naar 2005 , bij die gelegenheid wist Michael Rasmussen als eerste boven te komen tijdens een van zijn legendarische solo's. Een solo van een kilometer of 80 onderweg naar Mulhouse, op de Ballon d'Alsace, toen ook vanuit Saint-Maurice-sur-Moselle bedwongen, was hij al lang en breed vertrokken. Moreau en Voigt reed hij op drie minuten, het peloton kwam zes minuten later pas binnen. Rasmussen bleef maar uitlopen, het was de eerste keer dat hij in de Tour zo'n hilarische solo liet zien. Zou het iemand lukken om sneller te gaan vandaag? Dat was ook meteen de Tour van die beruchte tijdrit, hij zou in de jaren nadien nog wel meer fratsen uithalen. De Ballon d'Alsace is een keer of 28 beklommen in de Tourgeschiedenis. Voor het eerst in 1905 dus, toen kwam René Pottier hier als eerste boven. Hij was een van de eerste goede klimmers in de Tourgeschiedenis, dat jaar had hij ook meteen de Tour kunnen winnen, ware het niet dat hij geblesseerd het strijdtoneel moest verlaten. In 1906 kwam hij nog eens als eerste boven op de Ballon d'Alsace, dat jaar was hij niet te stuiten. Hij won liefst vijf ritten en hij werd eindwinnaar van die Tour. Een jaar later pleegde hij zelfmoord omdat zijn vrouw hem had verlaten. Een markant figuur, deze René. Daarom staat er ter ere van hem een bescheiden monumentje op de top van de klim. Op de top staan overigens veel meer monumenten, we noteren onder meer een standbeeld van Jeanne d'Arc en het Monument en hommage aux démineurs, een monument waar je een man ondersteboven ziet hangen. Een kunstzinnige ode aan de voorlopers van de EOD, in een bepaalde periode in de geschiedenis werden er in deze omgeving nogal wat mijnen neergelegd. Op de top schijn je bij helder weer trouwens de Mont-Blanc te kunnen zien, tegelijkertijd is dit een van de natste gebieden van Frankrijk en kun je dat heldere weer mooi op je buik schrijven. Op de top vinden we ook het skidomein Domaine Ski nordique du Ballon d'Alsace, een tamelijk bescheiden skigebied. In de Tour d'Alsace, een bescheiden koers, was er een paar jaar achter elkaar sprake van een aankomst bergop alhier. Dat leverde enkele bekende namen als winnaars op, zo wist in 2011 local hero Thibaut Pinot hier te winnen. In 2010 was die eer dan weer weggelegd voor ONZE Wielco! In zijn tijd bij de beloften won Wilco net wat makkelijker, al verzamelde hij toen ook al graag ereplaatsen. In 2009 zagen we Niels Albert hier dan weer winnen, in het eerste jaar dat de veldritploeg van de Roodhooftjes continentaal was geworden. BKCP-Powerplus, nadat Albert noodgedwongen moest stoppen en Van der Poel aan het firmament verscheen groeide het langzaam uit tot de topploeg die het nu is. Zo'n beetje het eerste succes van die ploeg op de weg werd hier geboekt, op de Ballon d'Alsace. Historie op overschot.



De weg over de Ballon d'Alsace verbindt het dal van de Savoureuse in het zuiden met het Moezeldal in het noorden, we hebben tijdens de klim het Moezeldal achter ons gelaten en we gaan nu juist op weg naar het dal van de Savoureuse, een riviertje dat overigens op de top van deze ballon ontspringt. Op 30 kilometer van de aankomst zijn we boven op de klim, er volgt nu een afdaling van 14 kilometer richting Giromagny. De weg omhoog was breed, de weg omlaag gaat minstens zo breed zijn. In de kopgroep moet de koers volledig zijn losgebarsten op de klim, de makkelijkste plek om tijdens deze rit het verschil te maken is natuurlijk op de Ballon d'Alsace. Geen klim van de buitencategorie, maar in die negen kilometer aan 7% kunnen er toch flinke verschillen ontstaan. Het kaf zal van het koren gescheiden zijn. Hopelijk resulteert dat niet in een lange solo van die ene klimmer in een kopgroep zonder klimmers, maar dat risico loop je natuurlijk wel. Al is de koers pas voorbij aan de finish, uiteraard! Wellicht is er wel een wonderdaler aanwezig, die de afdaling van de Ballon d'Alsace kan gebruiken om zijn achterstand weg te poetsen. Er zijn meerdere scenario's denkbaar, hopelijk, als we een keer geluk hebben. Voorbij de top verlaten we het departement van de Vogezen en rijden we het departement met de naam Territoire de Belfort binnen, we zijn immers ook op weg naar Belfort. Als de klim achter de rug is rijden we eerst een tijd door een wat meer open omgeving, hier loopt de brede weg wat meer rechtdoor omlaag. Niet echt steil, al is deze kant van de klim sowieso niet echt lastig. Op een paar kilometer aan 6% na gaat er vooral zo rond de 4 à 5% gedaald worden, er gaan heel wat bijtrapstukken zijn dus. Meteen na de top in ieder geval, al kent de afdaling ook een leukere fase als we na een tijd de bossen weer opzoeken. Na de eerste paar kilometer van deze afdaling waarin het vooral rechtdoor gaat komen we in de bossen in een aantal kilometer tijd acht haarspeldbochten tegen. Tussen die haarspeldbochten in ook nog tal van andere bochten. De weg is breed en het asfalt is goed, daardoor wordt deze afdaling nooit gevaarlijk, maar de betere daler kan in deze haarspeldbochten alsnog tijd pakken. Het zijn brede bochten, maar alsnog, met een betere lijn ben je er altijd sneller doorheen. Wat kort bochtenwerk tussendoor, zo nu en dan een bocht die iets listiger lijkt, maar over het algemeen valt deze afdaling enorm mee. Al weet je het nooit, de andere kant van de Ballon d'Alsace is ook niet zo spannend en daar ging in 2023 dus alsnog iemand op z'n plaat. Oké, wel erkend brokkenpiloot Carlos Rodriguez, maar alsnog. In de zone van de haarspeldbochten gaat het een tijd aan 6% omlaag, als de haarspeldbochten ophouden dalen we weer wat meer rechtdoor af en hier gaat het ook maar aan 5% omlaag. Zes makkelijke kilometers, drie wat lastigere kilometers en dan weer drie makkelijke kilometers, voor het in het laatste stuk voor we Giromagny bereiken helemaal vals plat dalen zal worden. Een korte zone voor de specialisten om hun ding te doen, ergens is het jammer dat het zo'n brede en goede weg is. In het dorpje Malvaux komen we de laatste bochten van enig belang tegen, daarna gaat het vals plat omlaag naar Lepuix en Giromagny. Stampen op de grote plaat, op wat flauw bochtenwerk na volledig rechtdoor. Weer wat meer in een agrarische omgeving, buiten het bos. In Lepuix nemen we een bocht naar links, hierna gaat het rechtdoor verder naar Giromagny, een plek die we na 191 kilometer bereiken.




[ Bericht 0% gewijzigd door Rellende_Rotscholier op 17-07-2026 15:06:57 ]
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
  Moderator vrijdag 17 juli 2026 @ 04:17:07 #2
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221358756
Giromagny heette in het Elzassisch of het Duits vroeger Schermenei, terwijl onze aanstaande finishplaats Belfort vroeger dan weer Beffert heette. Dat Elzassisch is wel een grappig taaltje, me dunkt. In de omgeving van Girmagny vinden we het Fort Giromagny, ook wel Fort Dorsner. Het fort was een van de sterkst bewapende forten in het noordoosten in de late 19e en vroege 20e eeuw. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, op 18 juni 1940, werd het ingenomen door de Duitsers. Niet echt een doorslaand succes dus, dat fort. Deze hele omgeving is overigens niet echt een doorslaand succes, ooit hadden ze hier mijnen en een hoop industrie, maar alles is verdwenen. Gelukkig kun je het fort tegenwoordig wel bezoeken. Op een kilometer of 15 van de finish rijden we door Giromagny heen, zonder dat het fort in beeld komt. In Giromagny komen we enkele flauwe bochten tegen, maar in principe rijden we hier gewoon rechtdoor. Even een wegversmalling en een bocht naar links bij het lokale stadhuis voor de deur, dan ben je er verder wel. Ook buiten Giromagny blijven we toch vooral rechtdoor rijden, de komende kilometers rijden de renners over een brede weg nog wat verder vals plat omlaag richting het vliegveld van Chaux. Het Aérodrome Belfort-Chaux ligt een kilometer of zes verderop, in die zes kilometer komen de renners betrekkelijk weinig tegen. Vals plat omlaag, met alleen wat flauwe bochten onderweg. Zo nu en dan een vluchtheuvel, terwijl het in het dorpje Chaux wel flauwe bochten regent. Voorbij Chaux rijden we over de Grande Rue langs het vliegveld van Belfort af, we bereiken hier tussen de dorpen in een wat meer open gebied. Of dat veel invloed gaat hebben valt te bezien, het gaat iets harder waaien dan de afgelopen dagen, maar nog steeds niet heel hard. Wind schuin tegen hier, dat kan natuurlijk nog wel een rol spelen in de finale. Slecht voor een eenzame vluchter! Op acht kilometer van de aankomst komen we na de tocht langs wat lege velden uit in Sermamagny, hier komen we na de doortocht in het centrum uit bij een rotonde waar we een schuine bocht naar links gaan nemen. Bij de volgende rotonde, eentje met een paard in het midden, rijden we dan weer rechtdoor. Niet lang daarna volgt de derde rotonde, hier nemen we een bocht naar rechts. Na deze bocht rijden we zo goed als rechtdoor over een brede weg tussen de bomen in tot op iets meer dan vijf kilometer van de aankomst. Over een weg die merkbaar omlaag loopt fietsen we Valdoie binnen, altijd mijn eerste gedachte als ik Pogacar zie rijden. In dalende lijn botsen we op een rotonde, waar we een schuine bocht naar links nemen. Na die bocht beginnen we aan een kort klimmetje, een brede en rechte weg in een bos loopt ineens bijna 700 meter aan 4% omhoog. Als er nog een groepje bij elkaar is krijgen de renners hier op minder dan vijf kilometer van de aankomst een kansje aangeboden om nog van elkaar af te geraken. Zeker geen lastige helling, maar je weet maar nooit aan het eind van een lange dag, het kan de ideale trampoline richting de ritzege blijken te zijn. Op vier kilometer van de meet zijn de renners boven, ze dalen heel voorzichtig zo goed als rechtdoor af over dezelfde weg. Met iets meer dan drie kilometer te gaan bereiken ze het einde van deze weg, ze komen uit op een rotonde die ze langs de linkerkant worden geacht te nemen. Ze slaan hier ook linksaf, wat dankzij de aanwezigheid van een vluchtheuvel tijdelijk een smalle passage oplevert. Met drie kilometer te gaan wordt de weg weer breed, op een flauwe bocht na gaat het rechtdoor tot op 2,5 kilometer van het eind. Nog steeds heel voorzichtig vals plat omlaag, snelle finale op deze manier. Opletten voor een paar vluchtheuvels, en opletten voor de stevige bocht naar rechts met 2,5 kilometer te gaan. Na deze bocht rijden we een buitenwijk van Belfort binnen, tot in de slotkilometer blijven we nu op dezelfde weg. Deze weg kent de nodige flauwe bochten, het is een goede weg voor een late uitval. Op anderhalve kilometer van het eind een iets stevigere bocht, met na die bocht een vluchtheuvel die ze hopelijk wel eventjes weghalen. Vervolgens rijden we rechtdoor over een brede weg de laatste kilometer binnen, in het begin van deze slotkilometer komen we op de Quai Vauban in de buurt van het hoogtepunt van de stad twee flauwe bochten naar rechts tegen. Daarna gaat het even rechtdoor, tot we op 500 meter van de finish scherp rechtsaf slaan om via de Pont Clemenseau over de Savoureuse te rijden. Voorbij deze brug buigt de weg op 400 meter van het eind flauw af naar links, waarna we pas in de laatste 300 meter van deze rit volledig rechtdoor mogen rijden. Niet direct een aankomst voor een massasprint, maar dat ligt gelukkig ook niet in de lijn der verwachting. Na 206 kilometer zijn we aanbeland in het centrum van Belfort, waar de finish ligt langs de Place de la Résistance, in feite een grote parkeerplaats. Een grote parkeerplaats omgeven door een aantal angstaanjagende gelige flats. Geen idyllische finishplek, in een stad die wel iets idyllisch te bieden heeft.





Drie jaar later zijn we terug in Belfort. In 2023 zagen we hier tijdens de 20e etappe de laatste lastige rit van de Tour van start gaan, nu keren we terug voor een aankomst in een rit die beduidend minder lastig is. In de Tour van 2023 reden we naar Le Markstein, de plek die morgen dan weer zal terugkeren. We zijn nu dus weer in Belfort, een stad en gemeente in het kleine departement Territoire de Belfort. In deze plaats in de regio Bourgogne-Franche-Comté wonen volgens het roadbook exact 50.000 mensen, die we volgens Wikipedia dan weer Belfortains dienen te noemen. Voor de 33e keer bevindt de Tour zich in Belfort, vooral in de periode rond de twee wereldoorlogen was Belfort een vaste stop op de route. In de jaren daarna is Belfort steeds meer uit beeld verdwenen, maar we zijn hier nog wel eens gepasseerd. Voor we in 2023 naar Le Markstein trokken waren we hier in 2019 ook nog eens, toen we hier vertrokken voor een rit met aankomst in Chalon-sur-Saône. En zo keren iedere keer dezelfde plaatsnamen terug, gisteren kwamen we dan weer aan in die stad. Een herhaling van zetten, alleen in een veranderde volgorde. In de Tour van 2012 ging er ook een rit van start in Belfort, die zou over de grens eindigen in het Zwitserse Porrentruy. Tijdens deze etappe waren we getuige van getuige van de doorbraak van Thibaut Pinot voor het grote publiek. Een jonge Pinot debuteerde in een grote ronde en onderweg naar Porrentruy kwam hij op het heuvelachtige parcours in de vlucht terecht. Hij reed weg van zijn vluchtgenoten op de laatste klim van de dag en hij kwam solo aan in Porrentruy, luid aangemoedigd door de immer enthousiaste Marc Madiot. Dat is misschien nog wel het meest blijven hangen van die zege, Madiot die het laatste uur continu uit de auto hing om Pinot vooruit te schreeuwen. De eerste echt grote zege van Pinot, hij zou daarna nog een hoop gaan winnen, drie jaar geleden waagde hij in de rit die vanuit Belfort vertrok een poging om een nieuwe zege aan zijn palmares toe te voegen. Dat ging dankzij de klootzakken van UAE niet door, maar daarover morgen meer. Na een paar jaar afwezigheid zijn we nu weer terug in Belfort, opvallend genoeg voor een aankomst van een rit. Dat komt eigenlijk nooit voor, voor de laatste keer dat er hier een etappe eindigde moeten we terug naar de jaren '70. Toen won een Belg, dus daar hebben we het maar niet over. Waar we het wel over gaan hebben: Belfort is sinds de Middeleeuwen een gefortificeerde plaats geweest. In 1226 werd reeds een kasteel gebouwd. Na meerdere belegeringen te hebben doorstaan, werd deze fortificatie tussen 1637 en 1648 gemoderniseerd door de Comte de la Suze. Op bevel van Sébastien Le Prestre de Vauban werd de fortificatie onder andere uitgebreid met hoornwerken en een barak. Vauban, JAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA. Sinds Mont-Louis op de derde dag van de Tour verdween hij volledig uit beeld, nu duikt het fenomeen der fenomenen weer op. In Belfort vinden we dus een vesting, met invloed van Vauban. In de jaren na Vauban hebben ze nog een opmerkelijk bouwwerk toegevoegd aan de citadel, we vinden hier de Leeuw van Belfort. Een monumentaal beeld dat 22 meter lang is en 11 meter hoog. Dit beeld is ontworpen door Frédéric Auguste Bartholdi, de man die ook het Vrijheidsbeeld ontwierp. De vesting van Belfort werd meerdere keren belegerd, onder meer tijdens de Frans-Duitse Oorlog in 1870 en 1871. Belfort doorstond de belegering van de Duitsers en om dat heuglijke feit te vieren werd de Leeuw van Belfort geplaatst. Nog steeds een van de trekpleisters van de stad, gelegen in een regio waar we nog veel meer vestingen tegenkomen. De gefortificeerde regio van Belfort (place fortifiée de Belfort) is een reeks van forten, gelegen in het noordoosten van Frankrijk tussen Épinal en Besançon. De forten werden in de 19e eeuw gebouwd als eerste verdedigingslinie in het Séré de Rivières-systeem, bedoeld als nieuwe verdediging tegen de steeds geavanceerder wordende artillerie. Een deel van deze reeks van forten komen we onderweg tegen. Als we onze blik weer even richten op Belfort zelf valt vooral de overdekte markthal op. Een stalen constructie met glas, in de periode 1904-1905 gebouwd naar een ontwerp van de Franse architect Eugène Lux. In de oude stad vinden we ook enkele mooie gebouwen, je doet er goed aan om de kathedraal Saint-Christope even van dichtbij te bekijken. De kathedraal ligt op de Place d'Armes en aan dit plein vinden we nog veel meer interessante gebouwen. Het lokale Hôtel de Ville, bijvoorbeeld. Er zijn ook nog een aantal musea te vinden in Belfort, een stad waar ze verder bekend zijn geworden door de firma Alstom. Bij dit bedrijf produceerden ze TGV's, maar de laatste jaren schijnt dat een aflopende zaak te zijn. De officiële site vindt het ook nog belangrijk om te vermelden dat de altijd cleane Christophe Moreau hier een aantal jaar heeft gewoond, ik vind het vooral van belang om broekloos naar de citadel van Vauban te gaan en de Leeuw van Belfort te bewonderen. De meest indrukwekkende bezienswaardigheden van deze hele streek! Gemiste kans wel om niet bij de citadel te finishen, dat had naast mooie plaatjes ook nog een leuk sprintje heuvelop opgeleverd. Nu fietsen we alleen heel kort langs de entree tot de citadel, waarna we even later de markthal in beeld zien verschijnen. En dan finishen op een vlakke weg op een plek waar je niet dood gevonden wil worden, min min.




In startplaats Dole wordt het overdag 28 graden, zowaar een keer temperaturen die acceptabel zijn. Wel jammer dat het dan zomaar weer zou kunnen gaan regenen, gedurende de hele dag is er best wat kans op een paar plensbuien. Ook wel wat kans op onweer, laten we dat maar weer bewaren voor Vive le Velo. Iets meer wind in vergelijking met de afgelopen dagen, maar nog steeds niet bepaald stormachtig. Een beetje wind uit het zuiden, een mooi windje in de rug tijdens het grootste deel van de rit, dat helpt dan misschien wel om wat sneller een vlucht weg te laten rijden. Een tijd ook schuin in de rug, maar het waait absoluut niet hard genoeg om een waaieralarm te horen loeien. In finishplaats Belfort wordt het slechts 26 graden, de renners zullen bevriezen aan de finish. Ook daar gedurende de dag redelijk wat kans op regen, het is goed mogelijk dat we over natte wegen mogen gaan rijden. Dat zou de afdaling van de Ballon d'Alsace net iets lastiger maken, om maar wat te noemen. Redelijk wat wind uit het westen in Belfort en omgeving, wind in de zij in het laatste stuk naar de finish en in de finishstraat zelf tegenwind. Als het een sprint wordt kun je dus maar beter wat geduld hebben, al hebben we het nog steeds maar over windkracht 3. Deze langste rit van de Tour gaat niet eens zo vroeg van start, om 13:00 staan de renners pas aan het vertrek in Dole. Na een neutralisatie van liefst 20 minuten vertrekken ze om 13:20 echt en dat kan zomaar een heel leuk eerste uur opleveren. Dat eerste uur is te volgen bij Eurosport, de NOS en Sporza sluiten pas rond 14:15 aan. De aankomst verwachten we pas laat, ergens tussen 17:46 en 18:12 wordt de winnaar aan de meet verwacht in Belfort. Koers kijken met het bord op schoot.



Dit kan zomaar eens een interessante rit worden. Een lange rit, met een eeuwigdurende vlakke aanloop en dan een stevige klim aan het eind. Dat kan een scenario opleveren om doodongelukkig van te worden. Stel je voor dat er een groepje met daarin alleen maar tientonners wegrijdt, en dat een van die zwaargewichten dan deze rit wint. Geestig, maar toch ook weer niet helemaal de bedoeling. Als we even aannemen dat UAE nu zowaar een keer niet voor de rit wil gaan (ik neem nu een risico) dan kunnen we ons opmaken voor een formidabel gevecht. Hier wil de helft van het peloton in de vlucht zitten, dus gaat het kilometers en kilometers aanvallen regenen. Gisteren hebben we al gezien dat er in het peloton nog wel wat animo is voor een vlucht, zelfs later op de dag, dit is dan weer een rit die nog meer renners tot op het bot zal motiveren. Laten we hopen dat Politt, Vermeersch en Wellens even een snipperdag nemen. Laten we vervolgens hopen dat het gevecht een tijd gaat duren. Laten we hopen dat we eindelijk weer een leuke rit krijgen. Laten we hopen dat als de kopgroep uiteindelijk vertrekt we niet opgezadeld worden met een groepje vol mindere goden. Dat is zomaar mogelijk hier, met deze aanloop. De lichtere types zullen slim moeten zijn, niet continu aanvallen, maar op het juiste moment meeschuiven met een ander. Een dommekracht als Pedersen verwacht ik dan weer vanaf de eerste meter op kop, dat lijkt me geen slecht wiel om te volgen. Ook een Van der Poel zal zich vast mengen, al lijkt het onwaarschijnlijk dat hij hier om de zege mee kan doen. Als het gaat regenen kan deze rit nog wat nerveuzer worden, ik denk dat het sowieso wel een chaotisch dagje kan worden. Alleen al omdat het beetje wind dat er zal staan in het eerste deel in de rug staat, we gaan weer records verbreken vandaag. Kan echt lang duren voor de vlucht weg is, waardoor UAE uiteindelijk toch op het idee komt om de boel alsnog te controleren. Maar nee, laten we daar toch maar niet van uitgaan. Geen dag voor de klassementsrenners, zij zullen zeker met het oog op het weekend niet veel ondernemen. Maar die vlucht, ja, dat kan wat worden. Een groep van een mannetje of 30, 40, uiteindelijk? De samenstelling van die groep kan wel geinig worden, je gaat mogelijk veel verschillende soorten renners bij elkaar zien. Veel verschillende renners die hier kunnen winnen, dat levert hopelijk een onvoorspelbare rit op. We krijgen vast op de Col des Croix of zelfs voor die klim al de eerste aanvallen vanuit de kopgroep, het grote anticiperen. Even hopen dat er geen type Carapaz aanwezig is in een kopgroep zonder veel klimmers, als we een beetje dezelfde types weten te verzamelen kan het in ieder geval een keer tot het eind spannend blijven. Ik zie het op zich wel zitten, een keer een andere etappe dan we gewend zijn. Het is hopen op een heerlijk eerste uur vol demarrages, misschien zelfs een heerlijk tweede uur vol demarrages, en hopelijk een heerlijk laatste uur waarin meerdere renners kans blijven maken op de zege. Gun ons dat, voor het gedrocht weer toeslaat in het weekend.
1. Aranburu. Helemaal nergens op gebaseerd, behalve op hoop. Ik heb besloten dat Alex vandaag in de kopgroep zit, en dat de wat lagere temperaturen hem gaan helpen om zijn Baskische klimbenen terug te vinden. Met de benen van de Itzulia kan hij een eind komen op de Ballon d'Alsace, waarna hij zich in de afdaling kan smijten. In die haarspeldbochten rijdt hij naar de renners toe die zijn weggesprongen op de klim en die klopt hij in de sprint, ja! Dromen is niet verboden. Op basis van de rest van de Tour lijkt dit onwaarschijnlijk, maar dat maakt het in deze huidige tijd dan juist weer waarschijnlijk.
2. Baudin. Beetje tramadol erin en gaan. Baudin is bang dat hij moeite gaat hebben om de vlucht te halen met deze vlakke aanloop, maar doorgaans zit hij er wel bij. En dan is hij meteen een van de gevaarlijke klanten vooraan. We gunnen hem alleen nog steeds geen zege, het is al vervelend genoeg dat hij hier überhaupt is. Dat hij nog vele sprintjes mag verliezen.
3. Garcia Pierna. Movistar moet toch proberen om nog niets van deze Tour te maken. Dat moet dan gebeuren door Garcia Pierna en Castrillo weer vooruit te sturen. Oliveira kan ook, maar dan kom je niet in de buurt van de zege. Body positivity model Raul lijkt dan weer gemaakt voor deze rit. Kan makkelijk meespringen op het vlakke, op de klimmetjes moet hij dan weer een stevig tempo kunnen ontwikkelen. Niet te steil, heel gelijkmatig en regelmatig, dat spreekt de jongens die ook iets van een tijdrit in zich hebben natuurlijk wel aan.
4. Vacek. Het hyperactieve Lidl-Trek gaat nu natuurlijk ook weer massaal in de aanval. Op Ayuso en Skjelmose na mag je zowat de hele ploeg in de kopgroep verwachten. En dan gok ik zomaar dat Vetsak, uh, Vatsek, degene is die het verst gaat komen. Pedersen mee voor de puntjes bij de tussensprint, benieuwd of meer sprinters hem gaan volgen, daarna Vacek het maar laten uitzoeken op Ballon d'Alsace. Schade beperken en zien of je nog terug kunt keren. Veel renners met veel verschillende plannen in de kopgroep, dat moet het dan maar interessant gaan maken.
5. Vauquelin. We wachten nog altijd op de ritzege van Kevin, zodat we terug kunnen zwaaien naar Karrel. Al heeft dit ook wel iets van een dag voor Ganna, op zijn betere dagen kan hij zo'n klim als de Ballon d'Alsace nog redelijk goed aan ook. Al is hij duidelijk niet op zijn best, proberen met Kevin dan maar.

Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
pi_221358766
Vauquelin _O-

Nee. Als die vandaag wint, pijp ik persoonlijk iedereen hier op het forum.

Zou toch een dagje voor Arensman of Hindley kunnen zijn. Staan ver genoeg in het klassement en zijn topklimmers. Wel matig in vorm allebei (of moe van de Giro).
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money
pi_221358827
quote:
0s.gif Op vrijdag 17 juli 2026 04:42 schreef TAmaru het volgende:
Vauquelin _O-

Nee. Als die vandaag wint, pijp ik persoonlijk iedereen hier op het forum.
U MAD?
  Redactie Sport / Supervogel vrijdag 17 juli 2026 @ 07:36:05 #5
270182 crew  Pino112
Pino van Luna O+
pi_221358954
Pinotgod _O_
  vrijdag 17 juli 2026 @ 08:58:29 #6
419273 Durmada
Neem de tijd!
pi_221359296
Ik hoop uiteraard Carapaz, blijkbaar ook favoriet bij de bookies. Maar vrees dat dit niet echt een etappe voor hem is met zo een aanloop.
AZ
ALKMAAR
  vrijdag 17 juli 2026 @ 09:18:46 #7
260796 DecoAoreste
aka Aleimon Thimble
pi_221359345
quote:
1s.gif Op vrijdag 17 juli 2026 08:58 schreef Durmada het volgende:
Ik hoop uiteraard Carapaz, blijkbaar ook favoriet bij de bookies. Maar vrees dat dit niet echt een etappe voor hem is met zo een aanloop.
Eens, dit lijkt me meer iets voor Baudin dan Carapaz.
pi_221359846
quote:
0s.gif Op vrijdag 17 juli 2026 09:18 schreef DecoAoreste het volgende:

[..]
Eens, dit lijkt me meer iets voor Baudin dan Carapaz.
Als EF slim is sturen ze beide mee. Zorgen dat Valgren Carapaz in de kopgroep laat belanden
Cancellara; "Tweede worden is gemakkelijker dan eerste worden"
FOK!sport *O* ✩ ✩ ✩ Ajax O+
pi_221360182
quote:
1s.gif Op vrijdag 17 juli 2026 08:58 schreef Durmada het volgende:
Ik hoop uiteraard Carapaz, blijkbaar ook favoriet bij de bookies. Maar vrees dat dit niet echt een etappe voor hem is met zo een aanloop.
Zou zijn relatief kleine achterstand in het klassement ook niet te veel ploegen nerveus maken? Neem aan dat de kopgroep vandaag flink wat tijd gaat krijgen. Ze zullen die toch geen 7 minuten willen geven.
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money
  vrijdag 17 juli 2026 @ 10:39:00 #10
328924 Frozen-assassin
STAY STRONG APPIE
pi_221360201
DNS Nando ;(
DNS Berckmoes
  vrijdag 17 juli 2026 @ 10:46:22 #11
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221360292
quote:
0s.gif Op vrijdag 17 juli 2026 10:39 schreef Frozen-assassin het volgende:
DNS Nando ;(
DNS Berckmoes
Valt nog mee dat er maar 2 uitgevallen zijn na dat BLOEDBAD
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
  vrijdag 17 juli 2026 @ 10:54:12 #12
311938 Kopiko
We were so happy...
pi_221360340
quote:
0s.gif Op vrijdag 17 juli 2026 04:42 schreef TAmaru het volgende:
Vauquelin _O-

Nee. Als die vandaag wint, pijp ik persoonlijk iedereen hier op het forum.
Dit zou mijn dag aangenaam verrijken!
  vrijdag 17 juli 2026 @ 10:54:35 #13
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221360344
quote:
5s.gif Op vrijdag 17 juli 2026 10:54 schreef Kopiko het volgende:

[..]
Dit zou mijn dag aangenaam verrijken!
Nou ga jij maar voor dan :D
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
pi_221360875
quote:
5s.gif Op vrijdag 17 juli 2026 10:54 schreef Kopiko het volgende:

[..]
Dit zou mijn dag aangenaam verrijken!
Ik zit klaar hoor. Maar ik kan het makkelijk beloven want Vauqelin ... tsja. Die is viesslecht.
The problem with socialism is that you eventually run out of other people's money
  vrijdag 17 juli 2026 @ 12:31:04 #15
470661 maxi-mus
are you not entertained?
pi_221361020
quote:
0s.gif Op vrijdag 17 juli 2026 12:17 schreef TAmaru het volgende:

[..]
Ik zit klaar hoor. Maar ik kan het makkelijk beloven want Vauqelin ... tsja. Die is viesslecht.
Thijs geloofde ook niet in Vauqelin!
  vrijdag 17 juli 2026 @ 12:31:28 #16
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221361021
DNS Frits Biesterbos

quote:
12:17

Deel deze update
DNS | Biesterbos naar huis
Opmerkelijk bericht vanuit het peloton: Frits Biesterbos gaat niet verder met de Tour. Zijn ploeg Picnic-PostNL zegt dat Tourdebutant vertrekt en zich vanaf nu "richt op het tweede deel van het seizoen."

"Na de etappe van gisteren zijn we samen gaan zitten en kwamen we tot de conclusie dat dit, met het oog op zijn ontwikkeling en de toekomst, het juiste moment was", zegt ploegleider Matt Winston. "Frits is een belangrijk onderdeel van onze plannen voor de komende jaren en heeft op het grootste podium laten zien van grote waarde te zijn voor het team."

"De kans krijgen om de Tour te rijden was iets waar ik altijd van heb gedroomd, dus die heb ik met beide handen aangegrepen. Het is een geweldige ervaring geweest en ik ben trots op de rol die ik heb kunnen spelen in onze sprintresultaten", zegt Biesterbos op de site van de ploeg. "In deze twaalf dagen heb ik enorm veel geleerd en die ervaring neem ik mee richting mijn volgende doelen dit seizoen. Ik ben vastbesloten om hier ooit terug te keren."
twitter
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
  vrijdag 17 juli 2026 @ 12:34:52 #17
31936 Dr_Flash
CoinMeister
pi_221361039
En Loek Plep tipt Loek Plep. Okee.
Salivili hipput tupput tapput äppyt tipput hilijalleen
  Moderator vrijdag 17 juli 2026 @ 12:45:21 #18
198822 crew  Rellende_Rotscholier
Robbertje matten met de wouten
pi_221361183
twitter


Voor de fans.
Het blijft toch een merkwaardige sport hè, dat wielrennen.
pi_221361211
quote:
2s.gif Op vrijdag 17 juli 2026 12:31 schreef Dr_Flash het volgende:
DNS Frits Biesterbos
[..]
[ x ]
Verstandig, kunnen ze beter ook met de andere renners van de ploeg doen deze Tour ;(
pi_221361217
quote:
0s.gif Op vrijdag 17 juli 2026 10:37 schreef TAmaru het volgende:

[..]
Zou zijn relatief kleine achterstand in het klassement ook niet te veel ploegen nerveus maken? Neem aan dat de kopgroep vandaag flink wat tijd gaat krijgen. Ze zullen die toch geen 7 minuten willen geven.
Maar hij staat al op 17 minuten.
pi_221361223
quote:
0s.gif Op vrijdag 17 juli 2026 12:54 schreef Marcoss het volgende:

[..]
Maar hij staat al op 17 minuten.
De top 10 plekjes in de Tour zijn extreem duur en daar wordt elk jaar door bepaalde ploegen voor gereden als er een gevaarlijke vluchter vooruit is.
pi_221361242
Nog 12 km niks doen. :')
Op woensdag 9 november 2016 06:02 schreef Anonymousz het volgende:
#superniger2020
  vrijdag 17 juli 2026 @ 13:12:32 #23
213134 Momo
WLR en ESF hooligan
pi_221361283
Karsten gaat voor Matje
  vrijdag 17 juli 2026 @ 13:12:49 #24
311468 Van_Poppel
Voormalig kopman van Gertje
pi_221361284
Kroon is voor het vlaggetje w/
pi_221361291
Ik heb gewoon weer Pogacar gespeeld vandaag
Het beste adres voor al uw primeurs!
abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')