Etappe 12: Circuit Nevers Magny-Cours - Chalon-sur-Saône, 179,1 kmVan een kuuroord met een dubieus verleden reden we naar Nevers en dit zou vermoedelijk een saai dagje worden, een simpele rit voor de sprinters. Dat bleek uiteindelijk ook zo te zijn, maar in het begin van de rit ontvouwde zich bijna een ander scenario. De eerste aanvaller van de dag was namelijk Mathieu van der Poel, hij sprong voorbij de neutralisatie direct achter de wagen aan en hij maakte daarmee duidelijk dat Alpecin niet zomaar voor een sprint wilde gaan. Zijn poging mislukte, maar daarna zagen we nog een paar renners van Alpecin aanvallen. En daarna probeerde Mathieu het nog een keer. Hij kreeg enkele renners met zich mee, vooral renners van andere sprintersploegen. Die hadden geen zin om over te nemen, de meeste ploegen wilden wél voor een sprint gaan. Alsnog was er een gaatje, maar dat gaatje werd dan weer gedicht door een ploeg als Jayco. Onbegrijpelijk, maar ook dat is wielrennen. Na enkele vruchteloze pogingen van Mathieu, waarvoor wel applaus, hij probeert er tenminste nog iets van te maken, reed er uiteindelijk een groepje van vier weg. Liam Slock probeerde nog over te steken, maar dat eindigde in een chasse patate. Bij de vier vooraan zagen we Julian Alaphilippe, nu Chris Froome officieel gestopt is mogen we Alaphilippe gerust de nieuwe Froome noemen. Een dik salaris opstrijken, en daar niets tegenover weten te zetten. De vier vooraan kregen slechts een kleine voorsprong, het moest en het zou een sprint worden. Quick Step controleerde, NSN controleerde, Astana controleerde, er was meer dan genoeg controle. Onderweg zagen we een valpartijtje met Zimmermann als grootste slachtoffer, verder zagen we eigenlijk helemaal niets. Ja, we zagen Alaphilippe kansloos lossen op een klimmetje. Pijnlijk, gênant, dit soort beelden doen echt afbreuk aan de carrière die hij heeft gehad. Een jaar of vijf geleden reed hij nog rond in het geel, nu wordt hij in een vlakke rit gelost uit de vlucht van de dag. Stop er maar gewoon mee, denk je dan. De enige schrale troost: de vlucht zou het niet halen. Het werd totaal niet spannend. De resterende koplopers werden ruim op tijd ingerekend, ik weet eigenlijk niet eens of ze het verdienen om genoemd te worden. Vooruit, ijzervreter Nelson Oliveira mag nog wel genoemd worden. De koplopers werden gegrepen op zo'n beetje zes kilometer van het eind, op een nerveus punt. Een soort chicane lag op de renners te wachten, de sprint naar die chicane toe was bangmakend. Iedereen kwam veilig door deze bochten en daarna viel het volledig stil in het peloton. Een paar kilometer lang reed men heel rustig rond, we zien dit jaar echt bijzondere taferelen. De klassementsrenners houden zich afzijdig en daardoor zijn de sprints een stuk minder nerveus, dat valt enorm op. Daardoor ook veel minder valpartijen, je vraagt je af waarom ze dit niet jaren geleden al hebben bedacht. Dat had heel wat breuken en verloren klassementen gescheeld, zou je denken.
Buiten het feit dat de klassementsrenners niet in de weg rijden valt ook op dat de ploegen in de slotfase van de etappe het tempo nog wel eens willen drukken. Tot er dan onvermijdelijk wel een versnelling volgt, in de finale van deze rit laten een paar bochten en iedereen wilde wel graag als eerste door die bochten. NSN trok stevig aan voor Bini, al was het vooral Van Asbroeck die zijn brommer aanslingerde terwijl de rest van de ploeg nergens te vinden was. Ondanks het feit dat men een aantal kilometer rustig reed waren er in de finale toch geen treintjes meer over. Zodra de sprint op gang werd getrokken zaten alle ploegen verspreid. Een mannetje van Alpecin trok stevig door, zonder Philipsen in de buurt. Stuyven was Merlier dan weer kwijtgeraakt, ondanks de rustige aanloop werd het ineens toch heel chaotisch. Of misschien wel dankzij, juist. Cees Bol zat in de buurt van Olav Kooij, maar daar zat Stuyven nog tussen. Bol besloot alvast te vertrekken en Stuyven stuurde uit, waardoor hij ineens een gat had. Bol trok door, terwijl het peloton naar links opschoof. Daardoor ontstond er aan de rechterkant ineens ruimte en daar zat Waerenskjold verstopt. De Noor zat helemaal niet goed, maar ineens was er ruimte. Hij besloot meteen te versnellen, zijn beste beslissing ooit. Met vaart kwam hij van achteruit, terwijl alle andere sprinters nog naar elkaar aan het kijken waren. Hij stoof weg en daarachter duurde de reactie te lang. Terwijl Merlier ergens opgesloten zat ging Matthews in de tegenreactie, daarna reageerden Kooij en Philipsen pas en dat was simpelweg te laat. Waerenskjold ging naar het zog van Bol toe, vloog ook Bol voorbij en het gat dat hij sloeg was niet meer in te halen. Winst voor de Noor, niet eens direct omdat hij de beste was, wel omdat hij de slimste was. Hij zag een gaatje en hij ging er meteen vol voor. Zo kun je ook een koers winnen, door initiatief te nemen en niet te wachten op de rest. Philipsen en Kooij mogen zich achter hun oren krabben, ze laten hier door te afwachtend te zijn een uitgelezen kans liggen. Met flink wat snelheid kwamen ze nog opzetten, maar de streep kwam te vroeg. Kooij eindigde voor Philipsen, vooral de Nederlander zal slecht hebben geslapen. Al is het voor Philipsen ook weer een onrustig dagje geweest, hij werd in eerste instantie teruggezet door de jury, omdat hij zich weer eens niet zo braaf zou hebben gedragen. Na overleg met de ploeg en het nog eens bekijken van de beelden kwam de jury terug op die beslissing, een unicum. Uiteindelijk mocht Philipsen zijn derde plaats houden, een terechte beslissing. Daar was weinig aan de hand, maar zo zie je wel weer hoe bepalend iemands reputatie in het peloton is. Een chaotische sprint was het hoe dan ook, met enkele opvallende keuzes. De beste keuze werd gemaakt door Waerenskjold, het loont deze Tour om maar alvast te vertrekken. Na de Omloop vorig jaar zijn tweede grote zege, dat begint een mooi palmares te worden voor een verder niet zo bijzondere renner. Al is het wel bijzonder dat hij wint op een dag waarop hij zich slecht voelde. Eerder in de rit bezocht hij de dokter nog, aan het eind konden de handjes in de lucht. En dat in de snelste rit uit de volledige Tourgeschiedenis. Bijna 51 per uur, moedergods. Vandaag een kans om dat record meteen te verbreken, we krijgen een vergelijkbare etappe voorgeschoteld. Misschien levert het ook wel weer een verrassende winnaar op, in deze voorspelbare Tour blijken ook onvoorspelbare dingen te kunnen gebeuren.
![934f0]()
![413dc]()
Voor het eerst in de Tourgeschiedenis gaat er een rit van start op het Circuit de Nevers Magny-Cours. Dit Circuit de Nevers Magny-Cours is een racecircuit dat in de gemeente Magny-Cours ligt, 18 km ten zuiden van Nevers in Frankrijk. Ik gooi er maar weer even wat Wiki in, want het gaat mij wat ver om zelf een wervend verhaal te houden over een racecircuit: Het circuit is voornamelijk bekend vanwege de Grand Prix van de Formule 1-klasse die er jaarlijks werd gehouden. De bochten van dit circuit zijn vernoemd naar andere circuits. Daarnaast wordt het circuit gebruikt voor het wereldkampioenschap superbike (WorldSBK) als wegraceklasse en de jaarlijkse Bol D'or, een 24 uurs endurancerace voor motoren, en is het grootste evenement voor motoren in Frankrijk, dat jaarlijks meer dan 100.000 toeschouwers trekt. Enigszins gedateerde info van Wiki, de gouden bol wordt sinds 2014 niet meer georganiseerd op dit circuit, maar bon. Het circuit was een initiatief van de toenmalige burgemeester van Magny-Cours en werd in 1960 aangelegd als circuit voor karting. Het Motor Stadium Jean Behra was 510 meter lang en telde zeven bochten. In 1961 werd beslist de site uit te breiden met een motorcrosscircuit van 1.500 m en een circuit voor auto's van 2.000 m. Er werden ook tribunes en een parking gebouwd. In 1965 werd beslist het bestaande circuit opnieuw aan te leggen. Het nieuwe circuit was 3.850 m lang en een eerste automobielrace werd gehouden op 2 mei 1971. In 1980 werd het circuit verlengd met een extra bocht. In 1986 werd het Motor Stadium Jean Behra overgekocht door het departement en er werd beslist een nieuw circuit aan te leggen om Formule 1-races te ontvangen. Het circuit was klaar in 1989 kreeg de nieuwe naam Circuit de Nevers Magny-Cours. Op 7 juli 1991 werd de Grand Prix van Frankrijk Formule 1 hier voor het eerst gereden. In 2007 werd bekendgemaakt dat het circuit in 2008 voor het laatst deel uit zou maken van de Formule 1-kalender. Bernie Ecclestone was geen fan van de locatie van het circuit en besloot de race daarom te schrappen. De laatste GP op het circuit, die op 22 juni 2008 werd gehouden, werd gewonnen door Felipe Massa. Hij reed rond in een Ferrari, de snelste ronde ooit op dit circuit werd een paar jaar eerder gereden door Michael Schumacher, uiteraard ook in een Ferrari. Magny-Cours zelf is overigens een piepklein dorpje waar amper 1.500 mensen wonen, daar hoeven we geen woorden aan te besteden. Alles draait hier om het lokale circuit, dat thans 4.411 meter lang is. We vinden op het circuit liefst 17 bochten! Daarnaast kun je hier aan karten doen, en is er een rijschool te vinden. Sinds 2008 is de Formule 1 verdwenen, maar in Magny-Cours dromen ze nog altijd van een terugkeer. De burgemeester van Nevers, Denis Thuriot, heeft zich ingezet om dit circuit terug te laten keren in de F1, hij vond het eventueel ook een prima optie om zijn circuit af te wisselen met andere Franse circuits. Daar hebben we verder niets meer over gehoord, wat ergens wel jammer is. We zouden in Magny-Cours graag zien of Max Verstappen het dieptepunt van Christijan Albers uit 2007 weet te overtreffen. De pitsstraat verlaten met de tankinstallatie nog aan de auto, dit dieptepunt was het enige hoogtepunt van zijn carrière. Geen Formule 1, maar gelukkig is de heer Thuriot nu wel gezegend met een ander groot evenement. Een evenement waar je in de lokale krantjes wel wat interessante informatie over kunt vinden. In maart 2025 koos de gerenommeerde wielerwedstrijd Parijs-Nice het circuit van Magny-Cours als startpunt voor een tijdrit, zoals Serge Saulnier, voorzitter van het circuit van Magny-Cours, zich herinnert: "ASO benaderde ons vorig jaar om een etappe van Parijs-Nice te organiseren, een bijzondere etappe omdat het een ploegentijdrit was met start in Magny-Cours en finish in Nevers. Alles verliep uitstekend, alle teams leverden fantastisch werk en ik denk dat de ASO daar erg blij mee was." Nou, dat blijkt, want een jaar later zijn we terug in Magny-Cours, nu niet in Parijs-Nice, nee, in de Tour. In Parijs-Nice zagen we Magny-Cours overigens al eerder verschijnen, in 2014 eindigde er hier op het circuit een etappe. In de sprint won John Degenkolb voor Matt Goss en Jose Joaquin Rojas, in die tijd een vaste ereplaatssprinter. Elf jaar later vroeg ASO naar het schijnt zelf om een terugkeer, zo kan dat soms dus ook gaan. Het is niet altijd een stad die de organisatie benadert, soms is het tegenovergestelde juist het geval. Bij de ASO hebben ze wel een boontje voor een finish of een vertrek op een circuit, zo zagen we in de Tour van 2023 bijvoorbeeld een aankomst op het circuit van Nogaro. De ploegentijdrit in Parijs-Nice werd overigens gewonnen door Visma, Jorgenson en Vingegaard reden samen naar de zege in Nevers, maar dat had ik gisteren al gezegd. De rit viel zo in de smaak dat Prudhomme een belletje pleegde: de Tour zou zeker langskomen. Prudhomme hield vooral van de sfeer op het circuit en de mogelijkheden die zo'n circuit biedt. Zo kreeg tijdens die ploegentijdrit iedere ploeg zijn eigen box in de paddock, van dat soort dingen worden ze bij ASO helemaal wild. Op het circuit wordt een heel evenement georganiseerd, men verwacht dat er 10.000 tot 15.000 mensen op de start afkomen! In Magny-Cours bouwen ze een compleet dorp met entertainment en tentoonstellingen, net als tijdens een Grand Prix, oude tijden herleven! In een andere krant lees ik dan weer dat ze hier toch ook vooral droomden van een (ploegen)tijdrit, een rit in lijn is dus in zekere zin een kleine teleurstelling. Ach, alsnog een leuk alternatief, toch?
![epaliveeight122060-68fa290a61672408615861.jpg]()
![csfUcEo.jpeg]()
![magny-cours-gp-circuit.jpg]()
We gaan van start op de plaats waar op dit circuit iedere race start. Een ouderwetse gridstart, we denken met weemoed terug aan die ene keer dat ze daarmee experimenteerden in de Pyreneeën. Voorbij de start gaan de renners tijdens de neutralisatie een rondje over het circuit rijden, ze werken de 4411 meter van het circuit en de 17 bochten bijna volledig af, waarna we uiteraard het circuit zullen verlaten. Na het rondje over het circuit mag Christian Prudhomme buiten het circuit op een brede en rechte weg met de naam Route du Circuit met zijn vlag gaan zwaaien en de rit bij kilometer 0 op gang gaan helpen. Een paar meter na de officiële start rijden de renners het dorpje Saint-Parize-le-Châtel binnen, hier slaan ze bij een rotonde rechtsaf om vervolgens over een iets smallere weg het dorp weer te verlaten. Een ideale weg om de boel meteen te blokkeren, mijn verwachting tijdens deze rit is ondanks de schermutselingen gisteren nog steeds dat er een stuk of drie onbenullen vertrekken en dat de weg daarna direct wordt afgezet door de sprintersploegen, dat kan hier perfect geregeld worden. Doordat we meteen door een dorpje rijden en daarna een paar kilometer over een wat smaller slingerweggetje rijden kan het eventueel een nerveuze start worden, maar het is natuurlijk de vraag of iemand zich vandaag druk gaat maken. Gisteren was enig animo, maar er is geen garantie dat dit vandaag weer zo gaat zijn. De smallere weg, voorzien van redelijk matig asfalt, brengt het peloton naar het dorpje Moiry, hier volgt een bocht naar links en na deze bocht mag het peloton een kilometer of acht een bredere weg volgen. De weg voert naar Saint-Pierre-le-Moûtier, we rijden de komende kilometers langs de snelweg af en onderweg komen we een keer een rotonde en wat bochtenwerk tegen om zo nu en dan danwel links danwel rechts van de snelweg te rijden. Vrij open gebied, dat kan eventueel relevant blijken te zijn. Het terrein glooit lichtjes, maar we kunnen deze rit voorlopig met het grootste gemak vlak noemen. Na een kilometer of 12 bereiken we Saint-Pierre-le-Moûtier en hier ligt redelijk wat bochtenwerk op het peloton te wachten. De aanwezigheid van een middenberm en de passage door een smal spoortunneltje kunnen dit een nerveuze doortocht maken, maar het nerveuze gedoe is buiten dit dorpje dat ooit bevrijd werd door Jeanne d'Arc (een standbeeld ter ere van haar is in het dorp te vinden) snel voorbij. We bereiken een weg die we dik 20 kilometer gaan volgen, die 20 kilometer gaan niet heel spannend worden. De renners volgen steeds dezelfde, brede weg. Af en toe verschijnt er een bocht in beeld, maar heel veel meer dan dat hoeven we niet te verwachten. De weg is omgeven door bomen, terwijl we tussendoor dorpjes als Azy-le-Vif en Neuville-lès-Decize doorkruisen. Dit zijn zulke kleine boerengemeenschappen dat men niet eens de moeite heeft genomen wat straatmeubilair neer te leggen, het is derhalve echt een eenvoudige route. Richting Neuville-lès-Decize loopt de weg wel een tijd vals plat omhoog, maar dat gaat niemand voelen. In dit rurale en uitgestorven stukje Frankrijk komen we tussen de bossen in af en toe toch wel wat akkerbouw tegen, vooral in aanloop naar het volgende dorp, Saint-Germain-Chassenay. Als we dat dorpje bereiken hebben we toch alweer 35 kilometer afgewerkt, dat is meters maken. Ook in dit dorpje kun je een kanon afschieten, we scheuren door een stukje Frankrijk waar over een jaar of 50 niemand meer zal wonen. Enkele kilometers voorbij Saint-Germain-Chassenay slaan de renners linksaf en bereiken ze eindelijk een andere weg, een bekende weg ook nog eens. We bereiken de route van de finale van de vorige rit, tot in het dorpje Decize zullen we enkele kilometers over dezelfde wegen rijden. Toch al snel een kilometer of zes rijden over een bekende weg, al denk ik niet dat deze weg heel erg is blijven hangen. Het gaat bijna volledig rechtdoor richting Decize over een enorm brede weg, in een tamelijk beschutte omgeving. Eenmaal in Decize volgt er wel wat bochtenwerk, we vinden hier ook wat meer straatmeubilair. Net als een dag eerder rijden de renners in Decize over de Loire, om daarna een rondje langs de oude ommuurde stad te rijden. Gisteren sloegen we na dit rondje om het centrum heen voorbij de volgende brug, de Pont de la Vieille Loire, linksaf, om koers te zetten richting de finish in Nevers. Nu buigen we af naar rechts en volgt er even verderop in een buitenwijk van Decize de tussensprint van de dag. Na 46 kilometer mag er al gesprint worden, vroeg op de dag. Dit lijkt mij een extra motivatie voor alle sprintersploegen om een zo klein mogelijke kopgroep weg te laten rijden, dankzij de aangepaste puntentelling zijn deze tussensprints natuurlijk nog belangrijker geworden. Dat hebben we deze Tour al veelvuldig kunnen zien. Al bleek dat gisteren ineens weer geen argument te zijn, toen liet men een kopgroepje wegrijden en een groot deel van de punten wegsnoepen. Leg het allemaal maar uit.
![DECIZE-3-2-scaled.jpg]()
![0c41e92acdbee62ed79ba5a6df550b36-20220804-184635-OTCNC-1600x0.jpg]()
Decize ligt ook nog in het departement Nièvre, een departement waar we toch relatief weinig te vinden zijn. De plaats is gebouwd boven op een rotspunt tussen twee armen van de Loire. Decize is een ommuurde stad met een kasteel van de graven en hertogen van Nevers, andere bezienswaardigheden zijn de kerk van Saint-Aré en het couvent des Minimes. En dan is er ook nog een jachthaven! De loop van de Loire wijzigde in 1824 toen de rivier hier een nieuwe bedding koos. Decize werd getroffen door overstromingen van de Loire in 1907 en 2003. De rivier geeft en de rivier neemt, zo gaat dat. In Parijs tegen Nice eindigde hier in 1963 een rit, de grote Rik Van Looy won voor Rudi Altig en Jean Stablinski, klinkende namen. Maar, genoeg over Decize. Twee dagen achter elkaar, dat is wat veel voor dit plaatsje. Voorbij de tussensprint verlaten we Decize en dan zoeken we nieuwe wegen op, wegen die we niet kennen van de vorige rit. Aan de rand van Decize botsen we op een rotonde, daarna gaan we vele kilometers dezelfde weg volgen. Een rechte en brede weg, langs flink wat akkerland af. Je zou daar veel over kunnen vertellen, maar nee, laat maar. Na meer dan 10 kilometer over deze weg gereden te hebben komen de renners uit in de buurt van Cercy-la-Tour, hier maken we wat mij betreft een behoorlijk grote fout door simpelweg op de hoofdweg te blijven. Cercy-la-Tour is de entree tot de Morvan, een bergachtig gebied, tevens een natuurpark, waar de Tour de France bijna nooit te vinden is. In 2021 reden we er een keer doorheen, onderweg naar Le Creusot. Dat leverde een fantastische etappe op, een vluchtersrit met een hoofdrol voor Van Aert en Van der Poel die uiteindelijk werd gewonnen door Mohoric. Ook recent in Parijs-Nice kwam de Morvan nog eens voorbij, dat leverde eveneens een gedenkwaardige rit op. Een volledig verregende rit eindigde in het dorpje Uchon, bekend van Signal d'Uchon, de klim die ook figureerde in de Tour van 2021. Red Bull reed die dag alles op een hoop, maar Vingegaard ging aan het eind met de zege lopen. We hadden tijdens deze etappe dwars door de Morvan kunnen rijden, Uchon nog eens kunnen bezoeken, om dan alsnog uit te komen in finishplaats Chalon-sur-Saône. Had het nog steeds een sprint kunnen zijn, maar dan met wat meer spektakel onderweg. Nu rijden we net ten zuiden onder de Morvan door, waardoor we alleen wat flauwe uitschieters van dit middelgebergte mee gaan pakken. Zoals ieder jaar valt er genoeg aan te merken op het parcours, dit vind ik weer een duidelijk voorbeeld daarvan. We hebben gisteren al een vlakke rit gehad, je had vandaag op een buitengewoon eenvoudige manier een tweede volledig vlakke rit kunnen ontlopen. 'De geografie van Frankrijk is nu eenmaal zo', ja, wel als je stelselmatig al het middelgebergte negeert. Trap nooit in de smoesjes van Gouvenou en Prudhomme, het is vaak pure onwil. Geen Morvan voor de renners, we pakken alleen wat flauwe hobbeltjes ten zuiden van dit gebied mee. Tussen Cercy-la-Tour en Fours, het volgende dorp op de route, merken we dat al een beetje. De brede en doorgaans vrij rechte weg loopt zo nu en dan al even een tijd wat omhoog en omlaag, al is dat nog niet veel meer dan vals plat te noemen. Het terrein blijft verder gelijk, vooral veel akkers hier, af en toe wat bomen, zo nu en dan een boerengehucht. Na 66 kilometer komen we uit in een van die boerengehuchten, Fours. Daarvan gaan er heel veel in een dozijn, de enige manier om deze rit enig smoelwerk te geven hebben we laten schieten door niet de Morvan in te duiken. Het houdt niet over op het moment, moet ik zeggen. Cercy-la-Tour is nog wel een aardig dorpje, alleen rijden we daar eigenlijk net langs af. Maar goed, bij gebrek aan beter, hier Cercy-la-Tour voor je.
![e1400445b2360140f1606a87fe38d402-Cercy-barrage---centre-bourg-1600x900.jpg]()
Dit lijkt toch verdacht veel op een rit waar je niet voor thuis hoeft te blijven. Je kunt rustig gaan werken, zonder bang te zijn dat je iets mist. Al weet je het natuurlijk nooit, we hebben vorig jaar een keer een leuke vlakke rit gezien puur en alleen omdat iemand graag het podium wilde halen en het winnen van de prijs van de strijdlust een vrij korte weg die kant op is. Maarja, van zoiets ben je afhankelijk, of het moet onverhoopt heel hard gaan waaien. Gaat natuurlijk niet gebeuren, we noteren ook vandaag weer een zo goed als windstille dag. De enige optie om wat van deze rit te maken valt dus weg, ook al komt er nu zowaar een officiële klim aan. Voorbij Fours rijden we kilometers verder over dezelfde weg, een weg die breed blijft en ook tamelijk recht is. Het terrein is hier redelijk open, al rijden we ook nog steeds door wat bossen heen. Als het terrein wat meer open is zien we om ons heen wel wat heuvels liggen, zodra we het dorpje Lanty bereiken moet er ook daadwerkelijk een beetje geklommen worden. De brede weg loopt haast onmerkbaar een kilometer of twee aan 4% omhoog, nouja, daar koop je dus ook niets voor. Een mooi puntje te rapen voor de bollentrui, verder vliegt dit klimmetje voorbij zonder dat iemand in de gaten heeft dat er überhaupt geklommen werd. Het asfalt hier ziet er prima uit, maakt het klimwerk nog net wat minder uitdagend dan het al is. Na 76 kilometer koers komen de renners boven in het piepkleine dorpje Lanty, ze rijden vervolgens nog een tijd verder over dezelfde weg in dit gebied dat net wat meer glooiingen kent. Even verderop liggen de echte heuvels, de wegen hier lopen wat meer geleidelijk op en af. Zo komen we even voorbij Lanty een kort afdalinkje tegen, maar dat is er dan wel eentje waar je vol bij moet trappen om ook maar enigszins vooruit te komen. Na een kort stukje in dalende lijn loopt de weg even een tijdje vals plat omhoog, in een met akkers bezaaid decor. Na dit strookje vals plat zal het in de komende kilometers nog een paar keer een beetje op en af gaan, terwijl er onderhand ook wat meer bochten verschijnen. We slingeren door dit glooiende landschap heen, wellicht een manier voor de renners om wakker te blijven. Zelf kunnen we rustig een middagdutje inplannen, Thijs Z. kan dan weer zijn nieuwe zzzzzz-columpje op de substack gooien. Zonder veel oponthoud komen we na 86 kilometer uit in Luzy, een slaperig dorpje dat de bevolking in de afgelopen 100 jaar zo ongeveer gehalveerd heeft zien worden. Tijdens de middeleeuwen was het volgens Wikipedia nochtans de zetel van een krachtige baronie. In de 13e eeuw verkregen de inwoners de stadsrechten en mochten ze in de 15e eeuw de stad met een muur omgorden om zichzelf te beschermen. Het was een actief handelscentrum en er waren meerdere leerlooierijen actief. Is niet veel meer van over, kan ik jullie vertellen. De renners mogen het verval aan den lijve ondervinden, we slingeren ons middels een hoop bochten dwars door het centrumpje van Luzy heen. Even wat variatie, zodra we Luzy weer verlaten rijden we dan weer talloze kilometers over dezelfde weg verder.
![Luzy.jpg]()
Bij het binnenrijden van Luzy zien we een bord dat aangeeft dat Le Mont Beuvray zich in deze omgeving bevindt, toch wel een stevige trap na. De hoogste berg van de Morvan ligt hier direct om de hoek, maar we doen er niets mee. Vroeger hadden die Fransen nogal rigoureuze oplossingen voor dit soort gedrag, je zou bijna heroverwegen dit soort methodes weer in het leven te roepen. Vanuit Luzy zouden we richting Mont Beuvray kunnen rijden, we zouden ook vanuit Luzy nog steeds naar Uchon kunnen rijden voor de loodzware beklimming van Signal de Uchon. Zou vanaf dit punt een route van een kilometer of 90 tot in finishplaats Chalon-sur-Saône opleveren, terwijl de route die we nu gaan volgen tot aan de finish ook ongeveer 90 kilometer lang is. Aan de afstand ligt het dus niet, zonder kilometers toe te voegen aan deze etappe had je 'm een heel stuk leuker kunnen maken. Thierry, Thierry, de guillotine komt eraan. Maar oké, terug naar de huidige rit. We bevinden ons nu dus in Luzy, dat is de stad waar niemand minder dan Jean-François Bernard vandaan komt. De vader van Julien Bernard, de renner van Lidl-Trek. Al is Julien eerder de zoon van, want Jean-François had net iets meer talent. Al hadden de Fransen ook van hem meer verwacht, hij moest de nieuwe Hinault worden. Dat lukte net niet, maar hij heeft al bij al toch drie ritten in de Tour gewonnen en in 1987 wist hij als derde te eindigen in het eindklassement. In de Giro won hij zelfs vier ritten,
Jeff was geen krabbelaar. Geboren in Luzy, maar blijkbaar opgegroeid op een boerderij in Aunay-en-Bazois, hier toch wel een aantal kilometer vandaan. Daarna vertrokken richting het Nevers van de vorige rit waar zoon Julien geboren werd. Gaan fietsen dankzij Martin Martinez, de broer van de opa van Lenny. Kleine wereld, dat wielrennen. Enfin, de zijpaden zijn voorlopig weer even afgewerkt, we vervolgen onze weg. Na de bochtige passage in Luzy verlaten we het dorp, komen we weer op een brede weg terecht en die brede weg zal na een tijd een grens passeren. Op die grens laten we het departement Nièvre achter ons, dit departement dat we toch niet heel vaak zien verschijnen ruilen we in voor het departement Saône-et-Loire. In Saône-et-Loire komen we na enkele vlakke kilometers langs vooral veel akkers en wat gehuchtjes uit bij de volgende klim van de dag. In de buurt van het dorpje Cuzy begint de Côte de Cuzy, een klimmetje van de vierde categorie. Het gaat 2,5 kilometer omhoog aan 4,5%, nouja, dat stelt dus natuurlijk ook weer niets voor. Wel leuk, van Luzy naar Cuzy, maar dan heb je alle leukigheid ook meteen gehad. Langs het meertje van Cuzy slingert de mooie brede weg omhoog naar de top van de klim, we komen onderweg zelfs een haarspeldbocht tegen. Na 98 kilometer komen we boven op dit verder natuurlijk totaal niet lastige klimmetje, in een omgeving vol vervallen en verlaten boerderijen. Het vergeten Frankrijk wordt vandaag in herinnering gebracht, al moeten de renners nu vooral herinneren dat er een stuur op hun fiets zit. De afdaling die volgt is merkwaardig genoeg nog best lastig ook, we dalen een paar kilometer af door een donker bos en in dit bos komen we toch al snel een stuk of drie stevige bochten tegen. De weg is breed en het asfalt perfect, maar toch, tijdens deze slaperige rit moet je in een paar van die bochten ineens toch alert zijn, ze draaien een eind door. Lang duurt dit natuurlijk niet, vrij snel zijn we beneden en dan rijden de renners een kilometer of zes rechtdoor verder over een vlakke weg richting Toulon-sur-Arroux. Na een spontane bochtige fase van deze rit is het nu weer recht en simpel. Rechtdoor langs nog meer boerenland af, tot we na 107 kilometer Toulon-sur-Arroux bereiken. Dit plaatsje, gelegen aan de Arroux, goh, beschikt over flink wat verkeerseilanden, weer een moment voor de renners om alert te zijn. We rijden over de Arroux en komen daarna in het centrumpje van dit plaatsje een wat smallere passage tegen, zodra we voorbij de kerk zijn komen we dan weer op een brede en rechte weg terecht. Toulon-sur-Arroux, emblematisch voor deze omgeving. In negatieve zin dan wel, er is hier geen reet te doen. Op z'n minst is de brug over de Arroux wel mooi, le Pont du Diable.
![JJg9mim.jpeg]()
Na de passage in Toulon-sur-Arroux volgen er nog ongeveer 70 kilometer tot de finish in Chalon-sur-Saône, het einde van onze lijdensweg is bijna in zicht. En die verwende sprinters maar klagen over een gebrek aan kansen, ze krijgen er hier gewoon twee achter elkaar. En vooral deze rit had dus heel makkelijk een ander verloop kunnen kennen, zo slecht komen de rappe mannen er helemaal niet vanaf. Trap nooit in die krokodillentranen, er zijn door het jaar heen nog steeds teveel kansen voor de sprinters en in deze Tour is dat niet anders. Enfin, buiten Toulon-sur-Arroux loopt de weg wel weer eventjes omhoog, we noteren een kilometer of twee aan een procent of drie. Veel stelt dat niet voor, een stukje noordelijker waren we leukere percentages tegengekomen. Na dit kleine stukje in licht stijgende lijn rijden de renners enkele kilometers verder over een plateau, op dit plateau gaat het wat op en af. De weg blijft breed en vrij recht, terwijl de omgeving vooral weer bestaat uit een hoop agrarische narigheid. Tijdens het klimmetje rijden we nog door een mooi bos, maar lang duurt dat feest niet. Na een kilometer of acht over dit agrarische plateau gereden te hebben, waar de wind vrijuit had kunnen blazen, nemen we in het gehucht La Coudraie een afslag naar rechts. Na deze afslag komen de renners op een wat bochtigere weg terecht, een weg die ze naar Montceau-les-Mines gaat brengen. Dat plaatsje ligt een kleine tien kilometer verderop, we beginnen eerst maar eens met een afdalinkje van een kilometer of twee met wat bochtenwerk onderweg. Niet heel spannend, maar goed, volledigheidshalve. Na dit korte afdalinkje volgt er ook weer een knikje omhoog, laten we het op een kilometer aan 4% houden. Geen enkel probleem voor wie dan ook, maar zo kun je haast beweren dat het geen volledig vlakke rit is. Als dit hupje achter de rug is gaat het dan weer een kilometer of vijf overwegend in licht dalende lijn verder richting Montceau-les-Mines. De renners dalen af door een lege omgeving, er liggen wat groene heuvels vol weilanden hier, maar heel inspirerend is de omgeving alsnog niet. Als we de buitenrand van Montceau-les-Mines bereiken komen we meteen enkele verkeersremmende effecten tegen, zo moeten de renners oppassen dat ze niet tegen een aantal paaltjes in het midden van de weg rijden. Even verderop komen ze uit bij een rotonde, daarna rijden ze via een weg met een middenberm het centrum van Montceau-les-Mines tegemoet. Onze passage hier volgt na 126 kilometer, om extra te kunnen genieten van het stadje heeft men in het centrum een extra lusje ingebouwd. Dan zullen we maar vermelden dat, hoewel de naam het al weggeeft, Montceau-les-Mines een mijngeschiedenis kent. De gemeente heeft een verleden van koolmijnen en van sociale strijd, jawel! Al in de achttiende eeuw werd hier steenkool gewonnen. De gemeente werd opgericht in 1856 uit delen van de omringende gemeenten. Aan het einde van de negentiende eeuw vestigde zich ook andere industrie in de gemeente. Voor de sterk groeiende bevolking werden arbeiderswijken (cités) gebouwd. In 1992 werd de laatste ondergrondse koolmijn gesloten en in 2000 de laatste open koolmijn. Op de oude mijnsites zijn parken aangelegd (park Maugrand en park Saint-Louis). Bedankt, Wiki. Ze lepelen daarna een bangelijke lijst mijnrampen op, bij minstens acht mijnrampen in de mijnen rond Montceau-les-Mineszijn in totaal toch al snel een stuk of 300 mensen om het leven gekomen, waarvan er een aantal nooit zijn teruggevonden, ook nog eens. Mede dankzij al die rampen wilde er hier nog wel eens flinke onrust ontstaan, laat een stevig protest maar aan de Fransen over. Nu de mijnen al een tijd gesloten zijn moeten ze het hier eerder van industrieel toerisme hebben, daarnaast schijnt de aanwezigheid van het Canal du Centre van belang te zijn. Of het veel helpt weet ik niet, zo rond 1900 woonden hier bijna 30.000 mensen, daar zijn er nog 17.000 van over. Tijdens onze passage in Montceau-les-Mines rijden we een lusje om het kanaal heen, het kanaal dat zo belangrijk schijnt te zijn, in het verleden ook voor de ontwikkeling van de stad. Of de commentatoren het over de vele mijnrampen en de felle protesten in Montceau-les-Mines gaan hebben weet ik niet, wellicht zullen ze eerder noemen dat de Tour de France hier al vaker is gepasseerd. Zo ging er hier in 1998 een tijdrit van start die werd gewonnen door Jan Ullrich, op de voorlaatste dag van die Tour werkten de renners een parcours af van 53 kilometer tussen Montceau en Le Creusot. Ullrich reed iedereen op een hoop, dankzij deze tijdritzege klom hij naar de tweede plaats in het eindklassement, enkele minuten achter Pantani. Een paar jaar later eindigde er dan weer een tijdrit in dit voormalige mijnstadje, toen reden we juist van Le Creusot naar Montceau-les-Mines toe. De man van de koffiemolen, Serhiy Honchar, werkte dit parcours van 57 kilometer het snelste af. Vervolgens kun je nog vermelden dat zowel Parijs-Nice als de Dauphiné hier talloze keren zijn gepasseerd, waardoor ze hier onder meer kunnen pronken met namen op de erelijst als André Darrigade, Jan Janssen, Eddy Merckx, Freddy Maertens en Sean Kelly, niet te zuinig. En dan won ONZE Leontien van Moorsel hier ook nog eens een rit in de Grande Boucle, Tinus!
![Le%20Lavoir%20des%20Chavannes.jpg.webp?itok=_fY_J4jc]()
De werkomstandigheden in de mijnen hier waren in de 19e eeuw blijkbaar dusdanig erbarmelijk dat de mijnwerkers besloten het anarchisme te omarmen. Dit leidde dan weer tot stakingen, die bloedig werden neergeslagen door het leger. Interessante geschiedenis, aangezien deze rit verder geen reet voorstelt hebben we genoeg tijd om deze geschiedenis door te nemen. Ik word ook vrij anarchistisch van deze rit, de zin om te staken neemt met de kilometer toe. Spuuglelijk plaatsje verder, maar dat mag geen verrassing heten aangezien het puur en alleen is opgericht vanwege de mijnbouw. Een of andere stinkend rijke familie bezat deze hele vallei en op de plaatsen waar steenkool in de grond zat stampte men wat dorpen uit de grond. Alle mijnwerkers werden mooi uitgebuit, wat uiteindelijk leidde tot het oprichten van enkele anarchistische groeperingen die in deze omgeving zelfs aanslagen gingen plegen. De industrialisatie en het kapitalisme brachten al vroeg een tegenbeweging op gang, de tegenbeweging om Gouvenou uit het zadel te wippen laat helaas nog op zich wachten. In Montceau-les-Mines rijden we een rondje om het kanaal heen, passeren we een ophaalbrug en komen we her en der wat verkeersmeubilair tegen. Even verderop zien we een meertje liggen, mag je drie keer raden hoe dat meer is ontstaan. Een paar bochten later ligt Montceau achter ons, maar we rijden rechtstreeks naar het volgende mijnbolwerk toe. Na 132 kilometer rijden we Blanzy binnen, net zo lelijk. Hetzelfde verhaal als Montceau-les-Mines, min of meer. Blijkbaar werd hier sinds de middeleeuwen al steenkool gewonnen, maar pas vanaf de 19e eeuw gebeurde dat op een industriële schaal. Ook in Blanzy was er sprake van nogal wat sociale onrust, zo kende de anarchistische beweging Bande Noire hier een harde kern. Nadat de mijnen sloten zijn ze zich hier op andere vormen van industrie toe gaan leggen, zo zou er in Blanzy onder meer een fabriek van Michelin te vinden moeten zijn. Er is ook een mijnmuseum te vinden, voor de liefhebber. Uit Blanzy is een voormalig prof afkomstig, Louis Gauthier. Werd in 1946 tweede in Parijs-Roubaix, zo dan! Een andere lokale renner, Lazare Venot, reed in 1931 en 1932 twee keer de Tour. Dan kom je ook wel meteen uit bij de hoogtijdagen van Montceau-les-Mines en Blanzy, sindsdien is het bergafwaarts gegaan. Men wordt niet meer uitgebuit in de mijnen, dat is vooruitgang, maar zoals wel vaker is er ook niet veel voor in de plaats gekomen. We rijden overigens ook door de omgeving van Bernard Thévenet vandaan komt, de tweevoudig Tourwinnaar. Afkomstig uit dit departement, wel een stuk ten zuiden van deze mijnstreek. Een streek vol vergane glorie, of was er gezien de
troubles van Montceau-les-Mines überhaupt wel een periode van glorie? Nou, goed, in Blanzy kunnen we ons in ieder geval laven aan wat Arenberg-vibes, terwijl we hier op 45 kilometer van de aankomst zijn toegekomen aan het laatste uur van de rit.
![2.jpg]()
In Blanzy rijden we over het Canal du Centre heen, daarna slaan we rechtsaf en vervolgens zullen we dit kanaal een aantal kilometer gaan volgen. Direct na de bocht naar rechts in Blanzy komen we zowaar terecht op een kasseistrook, mijn hemel. Oké, na 200 meter houden de kasseien op en zijn we weer terug op asfalt, maar toch. We laten snel Blanzy achter ons en dan fietsen we acht kilometer langs het kanaal, dit worden mooie kilometers. Goed, de weg is volledig vlak, dus koers hoeven we hier niet te verwachten, maar het is hier in ieder geval wel mooi. Je verwacht dat een kanaal recht is, maar dit kanaal kent de nodige kronkels. De renners kronkelen mee met het kanaal, ze passeren talloze sluizen terwijl ze steeds zicht hebben op het water. Ook genoeg groen te vinden hier, dichte begroeiing aan de andere kant van de weg. Het lijkt me een heerlijk weggetje om zelf als toerist af te werken, vooral omdat het een beetje een alternatief weggetje is dat niet door veel auto's bezocht zal worden. Heerlijk, maar dan wel voor een ontspannen tochtje en de Tour zou toch iets meer moeten zijn dan dat. Na een heerlijk toeristisch tochtje langs het kanaal komen we uit in het gehucht Pont des Morands, hier slaan we rechtsaf, rijden we over het kanaal heen en laten we het kanaal achter ons. Maar niet zonder een paar prachtige sfeerbeelden!
![iB9P0WY.jpeg]()
![Sluis%203%20de%20la%20Favee%20MHM25775.JPG]()
![Sluis%203%20de%20la%20Favee%20MHM25776.JPG]()
Met dank aan binnenvaartinbeeld.com, wat een prachtige sites bestaan er toch ook. We laten de binnenvaart nu wel achter, over een typisch Tour de France-weggetje rijden we weg van het kanaal. Langs wat weilanden af rijden we over een niet eens zo brede weg met wat korrelig asfalt het dorp Montchanin binnen, hier liggen enkele drempels en wat vluchtheuvels. Da's dan even een technische passage, al rijden we verder wel vrolijk rechtdoor. Ook buiten Montchanin gaan we rechtdoor verder, over een landelijk weggetje. Deze weg kent wat hoogteverschil, buiten Montchanin moet er een kilometer of drie aan een procent of drie geklommen worden. Stelt uiteraard weinig voor, maar op z'n minst rijden we nu wel weer door een mooi golvend decor. Een decor vol weilanden en akkers, met tussendoor een verdwaalde watertoren. Na een kort stukje in dalende lijn, zonder belangwekkend bochtenwerk, loopt de weg nog eens drie kilometer vals plat omhoog. Niets om de sprinters angst in te boezemen, er is aan die arme zielen gedacht. De vrij rechte weg met het korrelige asfalt eindigt na een passage in een bos in het gehucht Les Baudots, hier slaat het peloton rechtsaf een andere weg in. Deze weg is een stuk bochtiger en loopt een kilometer of vier naar beneden. Een echte afdaling mag je het misschien niet noemen, maar net buiten Les Baudets komen we wel kort achter elkaar vier stevige bochten tegen. We slingeren ons even een ongeluk, terwijl het ook duidelijk merkbaar naar beneden gaat, maar na die vier bochten volgt er nog een wat flauwere bocht en vervolgens loopt de weg een tijd rechtdoor vals plat omlaag verder. Wel een mooi zicht op de omgeving hier, heuvels genoeg in deze omgeving. Het duurt niet lang meer of we gaan een van die heuvels opzoeken, al hoeven de sprinters ook niet heel bang te worden van deze laatste heuvel van de dag. Aan het eind van de afdaling komen we in de buurt van Marcilly-lès-Buxy nog een wat scherpere bocht naar links tegen, daarna rijden we over een bruggetje en dan loopt de weg even kort een halve kilometer omhoog, vooraleer we een kilometer of drie over een licht glooiende plateauweg rijden. Deze weg eindigt in het dorpje Cersot, waar een aantal zeer fraaie oude gebouwen te vinden zijn. Vooral een aantal oude boerderijen, die gelukkig goed onderhouden lijken. In Cersot loopt de weg al slingerend nog even een halve kilometer omlaag, al lijkt het me verder geen gevaarlijke passage. Buiten Cersot loopt de weg dan meteen weer omhoog, we beginnen aan de laatste klim van vierde categorie van de dag. Het gaat 2,6 kilometer aan 4,3% omhoog naar de top van de Côte de Montagny-lès-Buxy. Wel een mooi klimmetje, over een brede weg rijden we vooral rechtdoor omhoog in een bosachtige omgeving richting het dorpje Montagny-lès-Buxy. Mooi vanwege de omgeving, de percentages vallen dan weer vies tegen. Veredeld vals plat, het is ook niet zo alsof we ergens nog een keer een steiler strookje tegenkomen. Nee, gezapig aan 4% omhoog, drie keer knipperen met je ogen en dit klimmetje is weer voorbij. Na 159 kilometer, op 20 kilometer van de finish, zijn we boven op deze Côte de Montany-lès-Buxy. Op de top vinden we een streep, dat wil zeggen dat er in het verleden wel vaker op dit klimmetje is gekoerst. Al verwacht ik hier nu totaal geen koers, dit wordt natuurlijk een sprint en niemand gaat op dit hellinkje z'n knechten al opsouperen. Op de top vinden we buiten het bos een veld vol zonnebloemen, dus daar kunnen we dan in ieder geval nog naar kijken.
![fbb1cde17fb127bedf05fc8d0bf5c8a3-2597-44c4a93ae71e45f9b1d861d8af3e0d0d-1600x0.jpg]()
![passion-2.jpg]()
Op de velden rond Montagny-lès-Buxy vinden we ook het een en ander aan wijnranken, we bevinden ons hier in het wijngebied Côte Chalonnaise AOC. Deze wijnranken zien we tijdens de klim nog niet, maar in de afdaling stelen ze de show. Meer specifiek vinden we hier Montany AOC, de Appellation d'Origine Contrôlée wordt hier gebruikt voor witte wijn gemaakt van de Chardonnaydruif. Er zijn 49 Premier cru wijngaarden in Montagny AOC, maar in deze regio worden geen Grand cru wijnen geproduceerd. Het waren de Romeinen die de teelt van de wijnstok naar de streek van Buxy brachten. De Romeinse keizer Domitianus gaf in 92 de opdracht tot gedeeltelijke ontworteling van de wijnstokken in het zuiden en in de Bourgogne om concurrentie te voorkomen. Maar keizer Probus annuleerde dit edict in 280. De wijnbouw breidde gevoelig uit toen in de middeleeuwen de monniken van de abdijen van Cluny, Tournus, La Ferté en Chalon wijnstokken aanplantten. Er werd ook gezegd dat de wijnen van de regio vroeger werden verkocht onder de naam Côte de Buxy en dat ze gedurende verschillende eeuwen zowel rode wijn als witte wijn produceerden. Waanzinnig interessant. In Montagny-lès-Buxy en de dorpjes in de directe omgeving produceren ze dus vooral witte wijn, we kunnen wel een fles gebruiken om deze rit te overleven. Geen grand cru alleen, toepasselijk, deze etappe is ook geen grand cru. Een ander stukje geschiedenis: we bevinden ons hier in deze omgeving op de demarcatielijn, tijdens de Tweede Wereldoorlog lag hier tussen 1940 en 1942 de grens tussen het door de Duitsers bezette deel van Frankrijk en de zogenaamde Vrije Zone van Vichy-Frankrijk. In de tijd dat hier de grens lag, voor de Duiters alles innamen, gebeurde er wel het een en ander, we vinden hier daarom enkele oorlogsmonumenten en wat vrijwilligers hebben zelfs een route uitgestippeld langs de voormalige grens. Ter hoogte van iedere voormalige Duitse controlepost kom je een paal met informatie tegen, toe maar. Maakt de organisatie overigens geen melding van, wijn wordt belangrijker geacht. Al moet je het bestaan van Vichy-Frankrijk natuurlijk ook altijd ontkennen. Maar goed, terug naar de koers, na de top van de klim dalen de renners kort af over een brede en keurige weg. Via een paar bochten slingeren we voorzichtig door het decor vol wijnranken heen, waarbij we aan onze rechterkant het dorpje Montagny-lès-Buxy prachtig gesitueerd op een heuvel omringd door wijngaarden zien liggen. Van Montagny-lès-Buxy rijden we naar Buxy, waar de afdaling eindigt. We bevinden ons in de laatste 20 kilometer van een vlakke rit, dus het kan ondertussen wel nerveus gaan worden. Het positioneringsgevecht is wellicht al begonnen, dat kan deze afdaling eventueel lastig maken. Toch wat bochtjes onderweg, je weet maar nooit of iemand onnodig nerveus doet en zo gevaar veroorzaakt. Verder mag dit amper de naam afdaling dragen, drie bochten later zijn we al beneden in Buxy, een plaats waar in 1471 gevochten werd! Lodewijk XI ging hier de strijd aan met Karel de Stoute, toe maar. De Slag om Buxy werd gewonnen door de Franse koninklijke troepen, maar pas na de dood van Karel de Stoute ging Buxy ook daadwerkelijk onderdeel uitmaken van het Franse koninkrijk. Het hoorde daarvoor bij het hertogdom Bourgondië, in die tijd was dit ook een versterkt plaatsje. Buxy is nu nog steeds de moeite waard, in het historische centrum komen we talloze middeleeuwse gebouwen tegen, als de renners over een iets smallere weg dwars door het centrum van Buxy slingeren komen ze onder meer een oude toren tegen. Even buiten Buxy vinden we in Saint-Germain-lès-Buxy ook nog een kicken kasteel, het wordt een mooie taak voor de helikopter om dat exemplaar in beeld te brengen. In Buxy is het even technisch, een wegversmalling en een aantal bochten aan het eind van een afdaling, altijd leuk. Daarna liggen de uitdagingen evenwel zo goed als achter ons, tot we aankomen in finishplaats Chalon-sur-Saône. Dat duurt niet lang meer.
![Buxy-IMG_3771-%28Groot%29.jpg]()
![le-chateau-de-saint-germain-les-buxy-photo-dr-1726853050.jpg]()
Na de passage in het historische centrum van Buxy komen we aan de rand van het dorp een rotonde tegen, hier gaan we schuin naar rechts en daarna volgen we een tijd dezelfde weg tot aan de buitenrand van Chalon-sur-Saône. Een kilometer of tien rijden we over deze weg, tot op een kleine vijf kilometer van het eind. In deze tien kilometer komen we niet veel bijzonders tegen, de weg is steeds breed en goed en heel veel bochtenwerk is er ook niet bij. Na een aantal kilometer rijden we wel door het gehucht Les Ponts, hier is een kleine wegversmalling te vinden. Weer een paar kilometer later zien we een keer een vluchtheuvel liggen, maar dan heb je het wel zo ongeveer gehad. De weg is overwegend vlak, terwijl we vooral veel landbouwgrond langs de kant van de weg aantreffen. De finish komt in zicht, dus het zal vast nerveus worden, maar in principe is dit geen gevaarlijke of gekke route. Het wordt pas weer technisch als we op vijf kilometer van het eind opnieuw in de bewoonde wereld aankomen. We rijden het dorpje Cortelin binnen, dat ligt net ten zuiden van Chalon-sur-Saône. In dit dorpje vinden we op 4,5 kilometer van de finish een rotonde, waar we rechtdoor gaan. Voorbij de rotonde buigt een nog bredere weg af naar rechts, waarna er zowaar nog even een paar meter geklommen moet worden. De renners rijden over een viaduct heen, de weg wordt hier door een vluchtheuvel tijdelijk in tweeën gesplitst. We dalen vervolgens het viaduct af en rijden dan even een paar meter rechtdoor. Aan het eind van het viaduct komen we weer een vluchtheuvel tegen, daarna komen we als we op zo'n beetje drie kilometer van het eind zijn een paar flauwe bochten tegen. Die bochten volgen kort op elkaar, terwijl we tussendoor moeten opletten voor een drempel. De renners rijden inmiddels door Saint-Rémy, de omgeving van Chalon-sur-Saône ligt vol met onbeduidende plaatsjes. In Saint-Rémy volgt er vrij snel na de drempel waar het roadbook op wijst een scherpe bocht naar rechts, na enkele eenvoudige kilometers wordt het dan toch nog technisch. Na deze bocht komen we op een weg terecht die net een metertje minder breed is, via wat flauwe bochten loopt deze weg vals plat omlaag. Op 2,5 kilometer van de aankomst komen we uit op een rotonde, waar we een mooie bocht van 180 graden gaan maken. Na deze stevige doordraaier, opletten voor de vluchtheuvels, hebben we bijna de laatste echte bocht van de rit gehad. We rijden rechtdoor vals plat omhoog tot we op twee kilometer van het eind uitkomen bij een rotonde, bij deze rotonde rijden we rechtdoor en daarna komen we uit langs de oevers van de Saône. We volgen deze rivier de resterende meters van deze rit tot aan de finish. Tijdens onze eerste meters langs de Saône rijden we nog langs een industrieterrein af, langzaam verschijnt daarna het echte Chalon-sur-Saône in beeld. De renners rijden over de Quai Saint-Cosme, de oude kade. Een kade die een flinke opknapbeurt heeft gehad, er ligt langs de weg een prachtig fietspad, met daarnaast een stukje groen en dan ook nog een voetpad direct langs het water. Ook ligt er een keurige geasfalteerde weg, over onberispelijk asfalt rijden de renners naar de finish toe. Er liggen hier wat zebrapaden, eventueel relevant als het we onverhoopt met een paar buitjes te maken krijgen, maar verder komen de coureurs weinig obstakels tegen. De weg buigt steeds een beetje flauwtjes af naar rechts, maar in principe mag je stellen dat we de laatste 1,5 kilometer continu rechtdoor rijden. In de laatste paar meter voor de finish loopt de weg eventjes omhoog, want we finishen ter hoogte van een brug over de Saône. Een vrij typische Touraankomst. Met een paar stijgende meters aan het eind ook een echte Tim Merlier-aankomst, dat kleine stukje in stijgende lijn zorgt ervoor dat je beter maar op tijd je sprint kunt lanceren. Niet versnellen als de weg al omhoog gaat, dan ben je geklopt. Het is dezelfde aankomst als in 2019, de laatste keer dat we in Chalon-sur-Saône aankwamen. Voor degene die zich echt goed voor wil bereiden bestaat er dus een opfriscursus in beeld en geluid. Kijkend naar de beelden lijkt het een keurige aankomst, al is het wel irritant dat de weg eeuwig naar rechts weg blijft draaien, ook nog eens vlak voordat het in de laatste meters van de rit enigszins omhoog zal lopen. De vlaggetjesmensen zullen blij worden van het bekijken van deze beelden, de naakte molrathaters ook.
Bekijk deze YouTube-video![93d0e]()
![5kfVSEJ.png]()
![JHT2PYA.jpeg]()
![gettyimages-1161613406-jpg.jpg]()
In de Tour van 2019 reden we tijdens de zevende rit van Belfort naar Chalon-sur-Saône. Een vlakke rit van 230 kilometer lang, toch wel een kwelling voor zowel de renners als de kijkers. We reden toen vanuit het oosten van Frankrijk wat meer richting het westen, nu rijden we juist vanuit het westen naar het oosten. De aanloop richting Chalon-sur-Saône is helemaal anders, maar de aankomst is wel dezelfde. Loopt dus nog stiekem een paar meter omhoog, en op dat oplopende stuk zagen we in 2019 ONZE Dylan Groenewegen uit de diepte opdoemen. Hij vloerde hier heel nipt Caleb Ewan, Peter Sagan mocht het met een derde plaats doen. Sonny Colbrelli werd vierde, voor een piepjonge Jasper Philipsen. In de top tien zagen we verder Viviani, Nizzolo, Stuyven, Matthews en Kristoff, Groenewegen klopte hier niet de minste namen. Zijn enige ritzege in die Tour, nadat hij op de eerste dag zijn gele droom in Brussel wegens een val in rook zag opgaan. Een kleine week later was het dus wel raak, na een zege op de Champs-Élysées in 2017 en twee ritzeges een jaar later was dit nummer vier voor hem in de Tour. Zeven jaar later verwachten we in deze stad op dezelfde aankomst een andere sprinter aan het feest. Finishplaats Chalon-sur-Saône is een plaats met 45.000 inwoners in het departement Saône-et-Loire. Vroeger was de plaats aan de rivier Saône een drukke rivierhaven, waarvandaan veel van de in de regio verbouwde wijn verscheept werd via de rivier en via het Canal du Centre. Later heeft ONS
Philips hier dan weer een fabriek gehad, maar die is een paar jaar geleden alweer verkocht aan een ander bedrijf. Chalon-sur-Saône is een plaats die zes keer is voorgekomen in de Tour. Voor 2019 was het alleen al meer dan 30 jaar geleden dat de Tour nog eens te gast was. In 1988 waren we hier en toen won Thierry Marie. In 1975 kwam men ook een keer op bezoek in deze stad en toen won Rik Van Linden, zoals in praktisch iedere stad op de vlakte in Frankrijk vinden we hier ook vooral mannen van de lage landen op de erelijst. Als we nog verder in het archief duiken zien we dat er in 1961 ook een aankomst was in Chalon-sur-Saône, de geschiedenis leert dat er ook renners uit andere landen kunnen winnen. In 1961 won Jean Stablinski hier, dat is wel even een naam van een ander kaliber. De allereerste winnaar in Chalon-sur-Saône was overigens Brian Robinson, hij won in 1959 een rit in deze stad. Hij was blijkbaar ook de allereerste Brit ooit die een rit won in de Tour, al flikte hij dat kunstje wel al een jaar eerder in Brest. Tegenwoordig kijken we niet meer op van een Britse zege meer of minder, toen belde je nog de krant. Een semi-bekende wielrenner die blijkbaar een band heeft met deze stad is Michel Laurant. Hij won in de jaren 80 nog eens een rit in de Tour en schreef ook ooit de Waalse Pijl op zijn naam. Een andere bekende voormalig inwoner van Chalon is Nicéphore Niepce, de man die bekend staat als een van de uitvinders van de fotografie. Hij zou de eerste permanente foto gemaakt hebben, jawel. Er is een museum te vinden in Chalon, dat zijn naam draagt. Ook het Musée Vivant-Denon zou de moeite waard moeten zijn, voor de liefhebbers van schone kunsten. Buiten de musea om valt er ook genoeg te zien, want Chalon-sur-Saône staat geklasseerd als Ville d'Art et d'Histoire. Vooral de lokale kathedraal is de moeite waard, die van Saint-Vincent. Er is ook een kloostergang, gebouwd in flamboyante gotiek. Klinkt vet. Het historisch centrum zou ook de moeite waard moeten zijn. Het bevindt zich rond de kathedraal en de place Saint-Vincent en wordt gekenmerkt door talrijke vakwerkhuizen, straatjes en torens. Een opmerkelijke toren is de tour du Doyenné (1409) die een wenteltrap heeft. Ja, ook wel mooi. Deze toren komen we tegen op het eilandje Saint-Laurant, dat in de rivier ligt en met een brug verbonden is aan de rest van Chalon. Op het eiland komen we ook nog een oud hospitaal uit 1530 tegen. En er is een obelisk! Het is hier fantastisch dus, je hoort het al. Ooit begonnen als een oppidum van de Gallische stam van de Aedui, uiteindelijk verworden tot een industriestad waar de Tour nu na 2019 toch redelijk snel weer passeert. Midden in een wijnregio, we openen maar weer een fles om deze etappe te doorstaan.
![france-saone-rhone-chalon-sur-saone01-frantisek-zvardon]()
In en rond het circuit van Nevers Magny-Cours verwacht men dat het overdag 30 graden wordt. Dat is nog steeds warm, maar na de eerste Tourweek zal dit bijna koel aanvoelen. Gedurende deze rit zal er net als gisteren een kleine kans op regen zijn. Gisteren zagen we ineens een paar druppels verschijnen, het werd daardoor ook meteen een beetje glad. Kan nu ook gebeuren, al is het meest waarschijnlijke scenario dat het gewoon droog gaat blijven. Geen wind, uiteraard geen wind. De twaalfde dag van de Tour, nog geen moment wind gehad. Twee vlakke ritten achter elkaar die alleen wat leuker kunnen worden dankzij de wind, dan staat er natuurlijk geen wind. In Chalon-sur-Saône spreken we over 31 graden, met ook daar gedurende de dag kans op regen. Zelfs kans op wat onweersbuien, laten we dat dan maar niet doen. Geen wind, ook hier helemaal geen wind. Klein beetje rugwind, of schuin in de rug, in de laatste kilometers voor de finish, maarja, de wind staat bepaald niet strak genoeg. Deze tweede vlakke rit op rij begint om 13:30. De renners rijden tien minuten lang een rondje over het circuit van Magny-Cours en daarna gaat de rit om 13:40 voor het echie beginnen. Net zoals gisteren ben je voor een integrale uitzending afhankelijk van Eurosport, Karsten en Jeroen zullen u ook weer door deze doodsaaie dag loodsen. De NOS en Sporza sluiten pas rond 14:30 aan, nog steeds veel te vroeg. Het gebruikelijke advies blijft gelden, u kunt gerust de tv pas om 17:00 aanzetten. De aankomst wordt verwacht tussen 17:29 en 17:50, al rijden ze tegenwoordig dusdanig hard dat ze ook een paar minuten eerder binnen kunnen zijn.
![Chalon-sur-Sa%C3%B4ne--place-du-march%C3%A9.jpg]()
We hebben gisteren kunnen zien dat er tijdens de vlakke ritten meer animo in het peloton is om ten strijde te trekken. Godbetert Alpecin viel massaal aan, Mathieu probeerde het een paar keer en we zagen ook een aantal van zijn ploeggenoten in de aanval gaan. Als ze dat vandaag weer doen is de kans aanwezig dat het wel lukt en in dat geval krijgen we misschien wel geen sprint. Het hangt dan wel van enkele andere ploegen af, een Jayco zou er goed aan doen om in dat geval een mannetje mee te sturen en niet Engelhardt op kop te laten rijden om het gat te dichten voor Pascal fucking Ackermann. De renners maken de koers, maar ploegen met een sprinter van de derde rij kunnen de koers ook breken. Alles hangt af van de instelling van de renners, maar voor het gemak ga ik er toch maar gewoon vanuit dat deze rit weer in een massasprint gaat eindigen. De rest van het peloton heeft kunnen zien dat Merlier te kloppen is, dankzij de winst van Waerenskjold heeft iedereen met enige snelheid in de benen zelfs kunnen zien dat het gewoon mogelijk is om een rit te winnen. We klagen steen en been over de voorspelbaarheid van de koers, ik voorop, maar gisteren zagen we wel mooi dat er in het wielrennen ook nog altijd door omstandigheden een verrassende naam uit de hoge hoed getoverd kan worden. Dat zal motivatie geven aan de sprinters die er eigenlijk geen reet van kunnen. Een Quick Step zal sowieso wel weer rijden, dit is vermoedelijk de laatste kans voor Merlier. Een NSN moet ook weer rijden, de laatste kans voor Bini om zicht te houden op de groene trui. Kijk niet raar op als je tijdens deze rit ineens toch een groter groepje weg ziet rijden in het begin van de rit, we zitten inmiddels over de helft van de Tour en dan worden dat soort ondernemingen steeds kansrijker, maar aan het eind van de dag opteer ik gewoon voor een sprint. De aankomst is er speciaal voor gemaakt. We gaan nog één keer sprinten, en daarna de rest van de Tour hopelijk niet meer. In de slotweek in Voiron nog wel een kans, al ligt een vlucht daar ook wel voor de hand. Dit is voor de meeste sprinters de laatste kans. En die laat je niet liggen, zelfs niet als je er niets van kan.
1. Merlier. Even de orde herstellen. Keertje slecht gepositioneerd, kan gebeuren. Als hij nu weer in iets betere positie is weten we hoe het af gaat lopen.
2. Kooij. Als hij gisteren initiatief had genomen en meteen had gereageerd op Waerenskjold was de tweede ritzege er misschien al wel geweest. Dit is niet de Tour van het afwachten, zoals je in het voetbal bij een 1-0 voorsprong ook niet massaal moet gaan verdedigen. Aanvallend sprinten, dat heeft de afgelopen dagen goed gewerkt. Zomaar een tip. Nu ik erover nadenk, waarom heeft Gaviria zijn gebruikelijke tactiek nog niet gehanteerd? Had nu gewoon gewerkt.
3. Philipsen. Dat zag er gisteren weer iets beter uit! Alsnog geklopt door Kooij, maar oké, er zat in ieder geval weer iets van snelheid in. Als de jury het toestaat kan hij nu zomaar weer derde worden.
4. Bini. Het zit er voorlopig niet in. Ook voor Bini zou het een goede tip zijn om een keer initiatief te tonen, niet wachten tot je weer wordt overspoeld door een bult opkomende renners. Je hebt een prima lange sprint in je, ga er maar een keer voor. Zien we dan vanzelf wel waar het schip strandt, dat afwachten heeft tot nu toe in ieder geval nog weinig opgeleverd.
5. Kanter. Gisteren een mindere sprint, maar vandaag is wereldsprinter Kanter uiteraard gewoon weer terug op topniveau.
[ Bericht 0% gewijzigd door Rellende_Rotscholier op 16-07-2026 14:35:04 ]