quote:
Mathieu van der Poel over de Tour en de toekomst: “2028 zou een mooi eindpunt kunnen zijn”
Begint Mathieu van der Poel (31) zaterdag al aan zijn voorlaatste Tour ooit? De kans bestaat. Hoe dat komt, leest u hieronder. In een uitgebreid gesprek met de man zelf. Over zijn voorjaar zonder monumentzege, de aankomende Tour, zijn mountainbike-ambities en… het einde van zijn carrière.
Vaak doet hij het niet: zo’n uitgebreid interview geven. Maar elke huis-tuin-en-keuken-econoom weet: schaarste maakt kostbaar. In de lobby van een hotel nabij het Zwitserse Aarburg – waar Van der Poel neerstrijkt na zijn gemiste tijdritzege in de Ronde van Zwitserland - blijkt dat eens te meer. De Nederlandse kopman van Alpecin-Premier Tech gaat een halfuur lang geen onderwerp uit de weg. Met zijn gekende nuchterheid repliceert hij alle vragen van de vier journalisten voor hem. Ook al is dat niet zijn favoriete bezigheid: “Ik hou nog steeds van fietsen, maar alles wat erbij komt kijken, is nogal veel geworden”.
Disclaimer: Van der Poels toekomstige vaderschap, dat maandag werd aangekondigd, komt niet ter sprake, dat was op het moment van het interview nog strikt geheim.
Laat ons beginnen met een terugblik: een voorjaar zonder zege in een monument, dat zijn we niet meer gewoon.
“Ik was realistisch genoeg om te weten dat dat er ooit zat aan te komen. De laatste jaren was het misschien wat vanzelfsprekend geworden dat ik een monument won. Dat is het natuurlijk helemaal niet. In Sanremo was ik goed, maar niet goed genoeg. In de Ronde was ik goed, maar was Tadej weer uitzonderlijk. En in Roubaix behoorde ik zeker tot de besten in koers, maar had ik pech…”
Hoe blik je nu terug op die mislukte fietswissel met Jasper Philipsen in het Bos van Wallers?
“Achteraf bekeken maakten we daar een fout. We gingen ervan uit dat er geen enkel scenario denkbaar was waarin Jasper zijn fiets aan mij zou moeten afstaan. De reden dat hij uiteindelijk toch zijn fiets gaf, was omdat hij zich niet goed voelde. In de hectiek van het moment stonden we er allebei niet bij stil dat hij met andere pedalen reed. Daar hadden we beter over moeten nadenken.”
Heb je ondertussen al bedacht hoe je Pogacar ooit gaat verslaan in de Ronde van Vlaanderen?
“Goh, ik heb zelf gewoon een uitzonderlijke dag nodig en hij misschien een iets mindere.”
Moet je misschien wat extra gewicht verliezen zodat je die lange Kwaremont beter verteert?
“Gewicht is inderdaad een factor. Maar dat is een heel moeilijke balans. In de zomer ben ik altijd iets lichter, omdat ik dan wat minder krachttrainingen inlas. Maar misschien is die krachttraining net mijn sterkte in het voorjaar… Ik denk dus dat dat een moeilijk verhaal is.”
Vanaf zaterdag volgt een nieuw groot doel: de Tour. Niet bepaald jouw favoriete wedstrijd. Met welk gevoel trek je dan naar Barcelona?
“Ik heb er een haat-liefde-verhouding mee. Maar hoe ouder ik word, hoe liever ik naar de Tour ga. Ik vertrek dus zeker niet met tegenzin. Uiteraard rijd ik nog altijd liever eendagskoersen – daarin kan ik helemaal mezelf zijn - maar ik kan ondertussen beter plaatsen dat er in zo’n grote ronde ritten zijn waarin ik geen rol speel. Vorig jaar had ik het bijvoorbeeld echt naar mijn zin in de Tour.”
Het liep toen ook goed. Je pakte een ritzege in Boulogne-sur-Mer en was er daarna nog een aantal keer dichtbij...
“Tot ik een longontsteking kreeg en naar huis moest. Dat was heel vervelend. Ik had het gevoel dat ik nog niet kapot was en dat er nog meer inzat. Omdat ook Jasper (Philipsen, red.) al naar huis was, kon ik misschien zelfs nog voor de groene trui gaan. Daar ben ik toch lang slecht van geweest.”
Dit jaar heeft Philipsen zelf al aangekondigd dat hij een doel heeft gemaakt van de groene trui. Ga je hem daarbij helpen?
“Zeker. Als hij fit blijft, is onze kans op groen nu eenmaal groter met hem dan met mij. Het klikt ook goed tussen ons. En ik haal er veel voldoening uit om met hem ritten te proberen winnen.”
Ontneemt dat geen kansen voor jezelf?
“Misschien wel. Maar ik denk dat ik realistisch moet zijn: op acht van de tien aankomsten is Jasper sneller dan ik. Uiteraard zijn er aankomsten die mij misschien even goed liggen, maar dan moeten we prioriteit maken van de groene trui. Als hij dan voor mij de sprint zou aantrekken, verliest hij te veel punten. Ik weet dat op voorhand, dus heb daar geen moeite mee.”
In de eerste ritten krijg je wel je eigen kans, toch?
“Ja. Al zijn er niet zo heel veel mogelijkheden voor mij. Neem nu de etappe rond de Montjuïc (rit 2, red.). Die moet me op papier liggen, maar renners als Pogacar, Evenepoel en Vingegaard gaan ook vol op zulke aankomsten en dan wordt het voor de rest niet gemakkelijk om mee te doen. Nu, ik ga het zeker proberen, ook om de gele trui te veroveren trouwens. Maar makkelijk wordt dat allerminst.”
Door die ploegentijdrit op de eerste dag?
“Inderdaad. We hebben daarin geïnvesteerd als ploeg en gaan het zeker een kans geven. Maar we hebben natuurlijk nog nooit echt iets bewezen in zo’n ploegentijdrit. Ik hoop dat we kunnen verrassen.”
Wat vind je van het concept van die ploegentijdrit, waarbij de individuele tijden tellen voor het klassement?
“Leuk. Er zijn daardoor veel verschillende tactieken mogelijk: je kan met acht ronddraaien, je kan met vier ronddraaien en de anderen sparen, je kan iemand lanceren op de voorlaatste klim of toch nog wat langer wachten… We zijn er zelf nog niet helemaal uit wat we gaan doen, maar ik zal waarschijnlijk wel degene zijn die de finale moet rijden. Ik zou dan de laatste paar kilometer niet meerijden, zodat ik even kan herstellen om nog goed te kunnen finishen.”
Misschien ligt er ook nog een kans voor jou op de allerlaatste dag, tijdens de slotrit in Parijs?
“Het nieuwe parcours met de Montmartre is zeker iets om naar uit te kijken. Ik heb vorig jaar Wout zien winnen op tv. En ik moet zeggen: het deed toch wat pijn om er niet bij te zijn.”
Een dikke maand na die rit in Parijs wil je schitteren op het WK mountainbike in Val di Sole, maar je bent dus niet van plan om daarvoor vroeger uit de Tour te stappen?
“Nee. Er is nadien nog genoeg tijd. Als ik een week rust neem, heb ik nadien nog drie weken om specifiek op de mountainbike te trainen. Dat is het plan.”
Was het plan niet om tussen de klassiekers en de Ronde van Zwitserland ook al één of twee mountainbikewedstrijden te rijden?
“Klopt. Ik heb een paar mountainbiketrainingen gedaan in Spanje, maar toen is er iets acuut in mijn rug geschoten…. “
Het is niet de eerste keer dat die rug spelbreker is.
“Dat blijft een aandachtspunt. Maar waar het deze keer vandaan kwam, is moeilijk te zeggen. Ik vermoed dat het een soort van overbelasting was, want het was ook juist in een week dat ik wat looptrainingen had ingelast. Uiteindelijk heeft die pijn slechts vier-vijf dagen geduurd, dus de impact viel mee. Maar het blijft jammer. Want ik merk dat ik, met het ouder worden, meer moeite heb om van de ene fiets op de andere te springen. Ik heb meer uren nodig om mijn positie en techniek op de mountainbike opnieuw te verfijnen.”
We weten dat je een groot doel hebt gemaakt van Los Angeles 2028. Zal dat seizoen dan volledig in functie van het mountainbiken staan?
“Niet heel het seizoen. Het voorjaar zit niet in de weg, de Tour wel. LA zal in principe mijn laatste kans zijn, dus een zomer zonder Tour ligt dan zeker op tafel. Ik zou dan na het voorjaar de focus verleggen naar het mountainbiken.”
Je bent nu 31, in 2028 loopt je contract af. Kijk je ook nog verder dan dat seizoen?
“Ik denk dat 2028 een mooi eindpunt kán zijn. Dan ben ik 33, een mooie leeftijd om ermee te stoppen. Maar nog niets is definitief. Als ik in 2028 het niveau nog heb en het nog graag doe, dan kan alles nog.”
Het zou wel een geweldig einde zijn: met die langverhoopte gouden medaille om je nek.
”(glimlacht) Dat zou heel mooi zijn. Maar ik weet ook hoe moeilijk dat wordt.”