![HFe6aH1WoAAs0Ij?format=jpg&name=large]()
Amai, dat was me het ritje wel. Tijdens de vierde rit van deze Itzulia reden we van Galdakao naar Galdakao en de rit was toch vooral een eerbetoon aan Igor Anton. Mijn favoriete renner ooit werd bij de start meer dan terecht in het zonnetje gezet. De rit was door hem uitgetekend en we kunnen meteen concluderen dat hij er verstand van heeft, hij stippelde een prachtig parcours uit dat op alle mogelijke manieren leverde. Gezien de dominantie van Seixas werd het opnieuw een rit waar iedereen in de vroege vlucht wilde zitten. Het duurde bijna 100 kilometer voor de vlucht van de dag vertrokken was, dat schiet wel lekker op. In het eerste deel van de rit stapte Juan Ayuso ziek af, terwijl Higuita dan weer letterlijk wegviel. Toch weer een typische Itzulia op dat vlak, je begint er met een pak grote namen aan, maar er blijven er uiteindelijk weinig over. Na een miljoen aanvalspogingen was het uiteindelijk Brandon McNulty die er alleen vandoor ging, met achter hem aan een groep van liefst 33 renners. In die groep zat Alex Aranburu, hij maakte zijn misser van een dag eerder goed. Toen had hij natuurlijk ook in de vlucht moeten zitten, maar goed, hij heeft er in ieder geval snel van geleerd. McNulty reed een mooie voorsprong van twee minuten bijeen op de achtervolgende groep, toen we de eerste keer over de Vivero reden bleef hij zelfs uitlopen. We reden omhoog langs een nieuwe kant, een door Igor ontdekte zijde. Voorzien van wat vers asfalt leverde de klim niet volledig, toch net wat te ver van de finish om de boel al volledig te laten ontbranden. Alsnog een mooie klim, mooi dat deze optie nu ook bestaat. Na de klim volgde er een lang stuk over brede en vlakke wegen, in dit stuk wisten de achtervolgers McNulty te kraken. Het was vooral Uno-X dat daarvoor zorgde, zij zaten met vijf man in de achtervolgende groep en die overdaad was McNulty te machtig. UAE is sowieso niet echt in orde hier, op Arrieta na haalt de hele ploeg het normale niveau niet. Mooi.
Toen McNulty weer tot de orde werd geroepen begonnen we aan de tweede beklimming van de Vivero, ditmaal van de klassieke kant. De voorsprong van wat inmiddels de kopgroep was geworden begon wel te slinken, vooral met dank aan het werk van Bahrein. Zij hadden niemand mee en daarom kregen ze straftraining. Hun beulswerk zorgde ervoor dat de rit ook zomaar naar de klassementsrenners kon gaan, de vluchters waren niet buiten schot. Het werk van Bahrein was ergens onlogisch, maar het zorgde wel voor een extra mooie koers, vooral aan het eind. Op de tweede Vivero zagen we tal van aanvalspogingen vooraan, terwijl we in het peloton Florian Lipowitz een keer of tien zagen aanvallen. Seixas werd daar bepaald niet nerveus van, hij had ook steeds wat mannetjes om zich heen. Decathlon heeft deze test goed doorstaan, kunnen we stellen. Vooraan zagen we dat Marc Soler het moeilijk had, maar in de afdaling zat hij ineens weer voorin en op het vlakke stuk daarna ging hij gewoon in de aanval. Dat was weer classic Marco, geen touw aan vast te knopen. Hij kwam voorop te rijden met Luke Tuckwell en even later sloot de mindere van de Johannessens zich bij hen aan. Wat resteerde van de kopgroep leek even gevangen te zitten, gelukkig was er een duo van Groupama en een duo van Astana om de kastanjes uit het vuur te halen. Marco was vol aan het rijden, tot hij er ineens geen zin meer in had, dat hielp de achtervolgers ook wel. Alleen Anders Johannessen bleef vooraan over, hij begon met een voorsprong van 20 seconden aan de steile klim van Legina. Op deze klim zagen we in het peloton Lipowitz nog een paar keer aanval, Roglic waagde ook nog een poging, maar Seixas kwam niet in de problemen. De jonge Fransoos versnelde zelf ook nog een keertje, hij had de boel wel onder controle. Vooraan zagen we dat Johannessen een beetje stilviel, waarna zijn broer het overnam. Ook Juanpe Lopez toonde zich, net als Scaroni en Fortinato. Guillaume Martin spartelde er ook een beetje tussendoor, terwijl we zagen dat Aranburu aan het wachten was. De Bask schoof steeds mee, zonder zelf initiatief te nemen. Dat initiatief kwam pas anderhalve kilometer voor de top, toen plaatste hij zijn versnelling. Die versnelling kwam op een ideaal moment, er waren net een paar aanvallen van andere renners mislukt en het tempo stokte een beetje. Aranburu kwam met wat vaart van achter en hij was vertrokken. Tobias Johannessen ging in de achtervolging en in het restant van de klim bleef hij steeds op een paar meter hanger. Vlak voor de top kreeg Aranburu een plens water over zich heen, in het ongewoon warme Baskenland was dat geen overbodige luxe. De man die hem deze gunst verleende bleek de vader van Ion Izagirre te zijn, alle Basken zijn in topvorm deze week. Richting de top kroop Johannessen richting het wiel van Aranburu, maar de Bask had nog een troefkaart achter de hand: de afdaling.
We daalden af via een weg vol bochten, richting het slotklimmetje in Galdakao moesten de renners eerst een technische afdaling in een bos zien te overwinnen. Ideaal terrein voor Aranburu, al hield hij in het begin van de afdaling in. Dat snapte ik niet helemaal, met zijn daalkunsten was ik er vanaf de eerste meter vol voor gegaan, maar in dit geval had hij het toch beter gezien. Hij liet Johannessen even een paar meter op kop rijden, waarbij hij hard moest remmen om hem niet in te halen. In iedere bocht stak hij hem bijna voorbij, omdat hij nu eenmaal veel betere lijnen rijdt. Aranburu is een van de beste dalers van het peloton, dat bewees hij opnieuw. Even later ging hij Johannessen toch maar voorbij en zo reed hij een paar seconden voorsprong bij elkaar. Geen wonder, als je de Noor haast uit iedere bocht zag vliegen. Na de afdaling volgde er een vlak stukje, daar liet Aranburu Johannessen toch maar terugkeren, de Bask durfde het aan om alles op het muurtje aan het eind te zetten. Hij zal gedacht hebben dat ze met z'n tweeën naar de finish zouden rijden, maar dat pakte anders uit. De achtervolgers lagen een seconde of 20 achter, in principe was het groepje met Scaroni en Fortunato gezien. Maar achter dat groepje doemde ineens een ander groepje op. Red Bull had het toch voor elkaar gekregen om Seixas op zijn zenuwen te werken. Door alle aanvallen voelde hij zich toch een beetje gepikeerd en hij wilde een statement maken. Hij smeet zich naar beneden en in de afdaling reed hij weg. Arrieta schoof met hem mee, terwijl we konden zien dat Seixas alle risico's van de wereld nam. Een beetje jeugdige overmoed, of een beetje panache, ligt er maar net aan hoe je het bekijkt. Bij een van de volgende shots zagen we ook ineens Pello Bilbao en Ion Izagirre bij Seixas in het wiel, de andere Baskische wonderdalers waren ook nog even weggereden uit de groep van Lipowitz en Roglic. Beetje pijnlijk voor Red Bull, na al het aanvalswerk bergop lieten ze zomaar 20 seconden liggen in de afdaling. Na de afdaling besloot Seixas vol door te rijden, hij wilde echt een statement maken. Izagirre en Bilbao hoefden niets te doen, de jonge Fransoos nam al het werk op zich, met een sporadisch beurtje van Arrieta tussendoor. Op de beklimming van Legina bedroeg de voorsprong van de koplopers steeds een minuut, het was een beetje hollen en stilstaan. Een versnellinkje van Lidl-Trek, dan viel het weer stil. Aanvalletje Roglic, en weer stil. Zo kwamen ze nooit heel dicht bij de kop van de koers, maar nadat Seixas in de afdaling was weggereden slonk de voorsprong snel. Aranburu en Johannessen begonnen te pokeren en zo leek het er ineens op dat het groepje met Scaroni kon terugkeren, terwijl heel kort achter dat groepje ineens het groepje gele trui opdook. Wat een sprint-à-deux had moeten worden kon ineens alle kanten op. Een ontknoping van jewelste, terwijl we toewerkten naar de muur van Elexalde. Bij het ingaan van de laatste kilometer drong Aranburu Johannessen slim de kop op, de Noor wist niet precies wat hij moest doen. Toch maar een beetje tempo rijden, maar dat tempo lag laag genoeg om Scaroni de kans te geven de oversteek te maken. Achter Scaroni zagen we dan weer Seixas opdoemen. Na minutenlang keihard op kop gereden te hebben botste Seixas alleen een beetje op zijn limieten, het sein voor Izagirre om te versnellen. Hij had mooi kunnen profiteren in het wiel, dit was zijn moment. Izagirre reed zomaar naar de kop van de koers, hij stak ineens Johannessen en Aranburu voorbij. Ze waren met twee, toen sloot Scaroni aan, en toen kwam Izagirre ineens voorbij. Johannessen wist toen genoeg: een ploeggenoot van Aranburu, ik moet nu reageren. Aranburu wist ook genoeg: Johannessen gaat reageren, en daarna sprint ik hem voorbij. Zo geschiedde, we waren getuige van een al dan niet toevallige masterclass van Cofidis. Het Baskische duo levert enorm voor die ploeg. Aranburu was buitengewoon koelbloedig, hij durfde te pokeren, en dat leverde hem de hoofdprijs op. Precies een jaar na zijn vorige zege in de Itzulia won hij weer, zijn derde ritzege in deze prachtige koers. En op wat voor manier, spannend tot het eind. Bijna een finale à la Amstel Gold Race 2019, maar nee, Aranburu had nog wat in de tank. Een van de betere puncheurs in het peloton, dat liet hij nu weer zien.
Enorm genoten van deze rit. Een prachtig parcours uitgetekend door Anton, een prachtige executie van de renners. Koers omhoog, maar ook koers omlaag. Het is altijd heerlijk om Aranburu te zien dalen, maar Seixas lijkt ook een nieuwe wonderdaler te worden. En daarna die ultieme ontknoping in de laatste kilometer. Seixas die komt opstomen, Izagirre die ineens van achter naar voor schuift, en dan het genadeloze eindschot van Aranburu. Een Bask die wint, dan is mijn dag altijd goed. Een Bask die wint op de dag van Igor Anton, dat maakt me helemaal gelukkig. Deze Itzulia is nu geslaagd. Maakt al niet meer uit wat we de komende twee dagen gaan beleven. Toch weer een ijzersterke Aranburu in de Itzulia, dat wordt een traditie.
Sangre fría, hij was enorm koelbloedig. Paul Seixas, wat een karakter. Met twee minuten voorspring in het klassement jezelf volledig smijten in een afdaling, gewoon, om de rest even de motivatie te ontnemen. Roglic staat nu op 2:20, terwijl Izagirre dankzij deze move richting het podium klimt. Hoewel er in het Baskenland altijd enorm veel kan gebeuren lijkt het er niet op dat Seixas nog in de problemen kan worden gebracht, hij is heel sterk en zijn ploeg levert ook. Maar, altijd met twee woorden spreken. Op de voorlaatste dag van de Itzulia rijden we van Eibar naar Eibar en tijdens het rondjes rijden rond Eibar zijn er al eens dragers van een gele trui gesneuveld. Al waren er ook dragers van de gele trui die in Eibar wisten te winnen om hun voorsprong nog wat verder uit te breiden. Geen garanties, maar zoals Jan Hermsen om onduidelijke redenen 100 keer herhaalde: iets met een staart. Met een woord van dank en een eresaluut aan Igor Anton gaan we van de fenomenale vierde rit nu door naar de vijfde rit. Wielrennen kan soms gewoon daadwerkelijk een sport zijn.
![HFdqA9-XsAAoZY5?format=jpg&name=large]()
![Etapa-5_2026.png]()
![5_ETAPA_00.jpg]()
Ook dit jaar zijn we weer getuige van een rit Eibar-Eibar, al is het verschil dat die rit ditmaal op de voorlaatste dag volgt. Normaal is Eibar-Eibar altijd de afsluitende rit, nu komt de zwaarste rit van de week een dag eerder. In principe bevalt deze aanpassing me, je houdt de renners scherp door niet ieder jaar precies hetzelfde schema te volgen. De zwaarste rit bewaren voor het laatst kan zorgen voor een afwachtende koers, 'm iets naar voren halen is daarom op papier een leuke aanpassing. Al maakt het in de praktijk weinig uit, er is de afgelopen dagen bepaald niet afwachtend gekoerst. De koers ligt al min of meer in een plooi, dankzij de dominantie van Seixas. De plaatsing van deze rit maakt daardoor uiteindelijk minder uit, maar hey, op papier was het een poging waard. Ten opzichtige van vorige ritten Eibar-Eibar zien we enkele aanpassingen, zo komen we onderweg een paar klimmetjes tegen die normaal niet de revue passeren. Toch zijn alle vaste klanten ook weer van de partij, we gaan weer eens naar de mokersteile Krabelin, we gaan weer eens omhoog over de snelweg van Trabakua, we klimmen dan van de gekende kant naar Arrate en via de niet al te lastige Urkaregi rijden we uiteindelijk terug naar Eibar. Het laatste deel van de rit is wel echt het traditionele deel, het deel dat in het verleden vaak genoeg heeft gewerkt. Vorig jaar zagen we een iets andere volgorde van deze traditionele klimmetjes, maar het idee is vaak toch hetzelfde. Toen kwam Krabelin wel vroeger op de dag, nu zit Krabelin weer op een betere plek. Een plek waarvan je mag verwachten dat men er al oorlog gaat maken, ver genoeg van de finish om voor een lange koers te zorgen, dichtbij genoeg om de koers niet te blokkeren. Aan de start heeft men in ieder geval niets veranderd, we bevinden ons in het bepaald niet schitterende maar desondanks natuurlijk wel schitterende Eibar. De stad van de wapensmeden die de stad van de fietsenmakers werd. Het is traditie dat we de laatste rit altijd op dit grondgebied afwerken, maar de manier waarop kan verschillen. De afgelopen jaren eindigde de Itzulia regelmatig boven op Arrate, de klim waarvan de voet in Eibar ligt. We slaan nu voor het vierde jaar op rij de aankomst bergop bij het heiligdom over, wat mij betreft prima. De afgelopen jaren ontbrak er überhaupt een aankomst bergop in de Itzulia, maar dat is dan dit jaar weer gecompenseerd door meerdere aankomsten heuvelop. Eibar is eerst en vooral natuurlijk de stad van iedereens favoriete voetbalclub, SD Eibar. Aangezien er in Eibar amper 30.000 mensen wonen hoort de lokale voetbalclub ergens op het vierde of vijfde niveau te spelen, maar Eibar speelde zowaar een aantal jaar op het hoogste niveau, in La Liga. Helaas degradeerden ze in 2021, maar in 2022 leken ze meteen terug te kunnen keren. Dat werd uiteindelijk een choke van buitengewone proporties, ze hoefden op de laatste speeldag alleen maar even gelijk te spelen tegen de al gedegradeerde nummer laatst, maar ze verloren in de laatste minuut. Dat was knap, heel knap. De slogan van Eibar is dat een ander voetbal mogelijk is, maar dit is toch niet helemaal de bedoeling. Inmiddels zijn we een paar jaar verder en zitten WE nog steeds vast op het tweede niveau. Vaak dicht bij promotie, om het aan het eind volledig weg te geven. Vorig seizoen was helemaal een kleurloos seizoen en ook dit seizoen leek kleurloos te worden, maar de club heeft recentelijk een ferme eindsprint ingezet. Van de grijze middenmoot is men nu misschien wel op weg naar de playoffs, wie weet loopt dat dan wel een keer af en keert deze sympathieke club dan terug naar het hoogste niveau. Even kloppen op wat hout. Over sport gesproken, Eibar is bovenal de wielerhoofdstad van het land. In het industriestadje produceerde men vroeger vooral veel wapens, maar toen daar na een tijd geen vraag meer naar was moest men het geweer van schouder veranderen. In plaats van de loop van een geweer gingen ze frames maken. Nu nog bestaande fietsenmerken als Orbea en BH zagen het levenslicht in Eibar, hoewel beide bedrijven inmiddels ergens anders zijn terug te vinden. De oude bedrijfspanden zijn nog te vinden, mocht je ooit verdwalen in Eibar. Niet direct een aanrader. De stad werd ook slachtoffer van bombardementen tijdens de Spaanse Burgeroorlog en bij het herbouwen van Eibar hebben ze gewoon zoveel mogelijk spuuglelijke appartementen zo kort mogelijk op elkaar gebouwd in de bijzonder smalle vallei alhier. In deze stad kwam men, vooral dankzij het produceren van al die fietsen, ook voor het eerst op het idee om een wielerwedstrijd te organiseren. De voorzet tot de Ronde van Spanje werd hier gegeven. De koers is nooit verdwenen uit Eibar, jaarlijks organiseren ze hier nog de Memorial Valenciaga, eigenlijk de belangrijkste der Baskische amateurwedstrijden. En jaarlijks komt de Itzulia dus op bezoek. Dit jaar opnieuw, laten we daar maar eens onze blik op werpen.
![copy_of__MG_2381__unbe_w.jpg]()
![XgqGbiq.png]()
De rit Eibar-Eibar van dit jaar is op een aantal punten aangepast, maar het begin is in ieder geval hetzelfde gebleven. Net als vorig jaar en het jaar ervoor rijden we vanuit Eibar door de vallei naar het noorden, in zekere zin een matige start omdat we zodoende beginnen met een aantal makkelijke kilometers. We willen meteen vanaf de eerste kilometer een klim, zodat we een net zo spectaculaire start kunnen krijgen als in de Itzulia van 2021. Dat was de epische editie waar Brandon McNulty op de laatste dag uit de leiderstrui werd gereden, de editie waarin Pogacar lang bij hem bleef, om uiteindelijk te laat de oversteek naar voren te maken, een oversteek die hij ondanks verwoede pogingen nooit wist te maken. In die rit vertrokken we vanuit Ondarroa, aan de kust. Toen bedwongen we meteen een steile puist in de eerste kilometers, de koers ontplofte daar en het viel nooit meer stil. Zo'n steile puist ontbreekt nu, al is de rit verder grotendeels gelijk. Zo'n explosief begin als in 2021 hebben we sindsdien evenwel niet meer gezien, de koers komt met een vertrek vanuit Eibar zelf altijd net iets langzamer op gang. Maar goed, we blijven hopen, het kan nu natuurlijk nog steeds spectaculair worden. De eerste klim na 11 kilometer is ook weer niet overdreven ver weg van de start, al is dat de afgelopen jaren in de praktijk wel ver gebleken. Vanuit het vertrek in Eibar fietsen we dwars door de vallei van de rivier Deba op weg naar het dorpje Deba. Dat dorpje aan de kust bereiken we alleen net niet, al zullen we er later vandaag wel passeren. Nadat we door Elgoibar (Bredewold won hier in 2024 een rit in de Itzulia Women) zijn gefietst en ook Mendaro (Blijlevens won hier in 1999 in de Euskal Bizikleta) hebben gezien slaan we voor het bereiken van de kust rechtsaf en beginnen we na 11 kilometer in licht dalende lijn aan de eerste klim van de dag. Een bekende klim, voor de meeste renners. Voor het vierde jaar op rij begint de Eibaretappe met deze klim met de naam Elkorrieta, het gaat 2,6 kilometer omhoog aan 6,7%. Lastig, maar eigenlijk net niet lastig genoeg. Met weemoed denk ik terug aan die etappe in 2021, toen de eerste klim meteen een echte muur was waar enkele ploegen al de knuppel in het hoenderhok gooiden waardoor er de hele dag koers was. Dat lijkt hier iets minder voor de hand te liggen, maar goed, er zijn gekkere dingen gebeurd. De weg is smal en kent wat haarspeldbochten, dus met wat fantasie valt hier wel een bommetje te gooien. Na de klim fietsen we richting het dorpje Lastur, de weg loopt vooral rechtdoor licht omlaag. Lastur is belachelijk klein, maar beschikt wel over een bekende inwoner. Josune Arakistain, de zangeres van Huntza. Toch een van mijn favoriete Baskische bands, al zijn ze tragisch genoeg gestopt. Ze heeft nu een soloproject en dat is wel aardig, maar niet zo goed als Huntza. We volgen de doorgaande smalle weg en dan begint niet ver buiten Lastur meteen de volgende klim, die van Azurki. Een mooie klim, waar in het verleden wel al eens wat is gebeurd. In de editie van 2019 gooide Astana hier de boel overhoop door Fuglsang en Izagirre al in de aanval te laten gaan, terwijl Buchmann, die op dat moment aan de leiding ging, niet kon volgen en de rest van de dag achter de feiten aan mocht fietsen. Het is zeker niet altijd feest hier, maar met vijf kilometer aan 7,4% is het in ieder geval een serieuze klim. Een onregelmatige klim, een paar stukjes in dalende lijn maar dan ook weer een kilometer aan 12% tussendoor. Een zwaarste strook van twee kilometer aan 11%, het gemiddelde zegt hier zoals wel vaker in het Baskenland niet alles. Na 25 kilometer bereiken we de top van deze klim en dan houden we met wat mazzel nog maar een heel klein peloton over. We nodigen Red Bull uit om Seixas opnieuw onder druk te zetten.
![p2295QF.jpg]()
![zzmB6Dy.jpg]()
![ciclismo_itzulia_2022_azurki_6.jpg]()
![alto-de-azurki-zestoa-upload-28304-1024x0.jpg]()
![1744460607000.jpg]()
Ook de beklimming van Azurki maakt de laatste jaren steevast deel uit van het parcours. De combinatie Elkorrieta-Azurki is al jaren vaste prik, al gaan we na de beklimming van Azurki de laatste tijd wel steeds een andere kant op. Azurki noemt men overigens ook wel de Baskische Mortirolo, geestig zijn dat soort dingen altijd. Kicken klimmetje, natuurlijk weer in een groen en heuvelachtig decor, de smalle en slingerende weg leidt bovendien langs talloze schitterende boerderijtjes. Maar goed, vorig jaar gingen we na een paar kilometer gedaald te hebben over de vrij smalle en slingerende weg rechtsaf richting Elgoibar, terwijl we doorgaans linksaf slaan om verder af te dalen richting Azkoitia. Dat dalen richting Azkoitia gaan we nu weer doen, het is vooral de eerste paar kilometer na de top van de klim goed opletten. Smal en bochtig, paar wildroosters, maar verder in ieder geval wel een prima laagje asfalt. Vrij bosrijk rond de top, de bochten willen daardoor nog wel eens onoverzichtelijk zijn. Paar pittige haarspeldbochtjes erbij, het is maar goed dat het voorlopig goed weer is. Na een paar lastige kilometers in dalende lijn slaan we linksaf richting Azkoitia, we bereiken een bredere weg en vanaf dat moment gaat het minder steil omlaag. De weg blijft bochtig, maar de afdaling durf ik nu niet meer lastig te noemen. Cruisend door een postkaartwaardige omgeving komen we na 34 kilometer uit in Azkoitia, de plek waar de band BULEGO vandaan komt. Een van de betere Baskische bands van het moment, aanrader. In Azkoitia zijn we de afgelopen jaren regelmatig gepasseerd, meestal begonnen we vanuit dit stadje direct aan de volgende klim. We reden dan omhoog naar Elosua, een klim die ook wel eens Gorla wordt genoemd. Bekend van Subida a Gorla, een van de belangrijkste Baskische amateurkoersen van het jaar. Een koers waar de profs in de Itzulia haast jaarlijks passeren, maar net als vorig jaar slaan we 'm nu over. Al moet ik daar meteen bij vermelden dat we tijdens de laatste rit wel naar Gorla zullen klimmen, tweemaal zelfs. In Azkoitia slaan we linksaf en dan gaan we op weg naar Azpeitia. De renners rijden een aantal kilometer over een brede en vrij vlakke weg door de vallei en tijdens hun tocht door de vallei passeren ze een van de belangrijkste plaatsen van het Baskenland. Na 38 kilometer koers rijdt men langs Loyola, een bedevaartsoord van jewelste. We rijden langs de plek waar ooit het geboortehuis van Ignatius van Loyola stond. Ignacio werd geboren in een kasteeltje dat op deze plek te vinden was, hij zou later vooral bekendheid vergaren als de oprichter van de Jezuïetenorde. In Loyola, Loiola in het Baskisch, een keer een klein verschil, vinden we heden ten dage een basiliek, de Sint-Ignatiusbasiliek. Vernoemd naar de beste man, uiteraard. Het geboortehuis dient dan weer als museum, alles bij elkaar komt er genoeg volk op af. De oprichter van de Jezuïetenorde is natuurlijk heilig verklaard, daarom komen er zat pelgrims af op deze heilige plek tussen Azkoitia en Azpeitia in. De heilige Sint Ignatius van Loyola, in het Baskisch noemen ze hem Ignazio Loiolakoa. Kun je een boek over vullen, alleen al over de orde die hij heeft achtergelaten. De grootste mannelijke katholieke orde, jaja. Ignacio begon met die ongein nadat hij tijdens de een of de andere oorlog gewond was geraakt aan zijn benen, dat zette hem blijkbaar aan het denken. Spoel een jaar of 500 vooruit en je houdt er een heus heiligdom aan over in het Baskenland. Een basiliek en een klooster, het is alles bij elkaar een heus complex.
![loiolako-santutegiaren-argazkia-urolaturismoa-1024x684.jpg]()
![loiola-bailara-bg-800x800.jpg]()
Voor zo'n heilige plek passeren we er in koers relatief weinig. We zijn er in de Vuelta een keer langsgereden, meestal negeren we het heiligdom van Loiola. Al haalt het nu ook de uitzending niet, dus tja. De renners gaan door met hun eigen bedevaart en een paar kilometer voorbij Loiola komen ze uit in Azpeitia, een plaats waar een hoop semi-bekende renners vandaan komen. Ik noem een Joseba Albizu, die nog een paar jaar voor Euskaltel reed, of een Andoni Lafuente, die eveneens een paar jaar voor Euskaltel reed. In het eerste jaar van het bestaan van de ploeg, 1994, wist Agustin Sagasti in Azpeitia de eerste zege van toen nog Euskadi-Petronor te boeken. Heilige grond dus, maar dan om een andere reden. Sagasti rondde in Azpeitia een solo van 80 kilometer af, wel een manier om als ploeg je eerste zege te boeken. Meteen een van de laatste mooie momenten voor Sagasti, tijdens een koers in Asturië een paar maanden later werd hij aangereden door een auto die ineens het parcours opreed, hij brak zo'n beetje alles en zijn carrière was voorbij. Een paar jaar later werd hij dan weer dood aangetroffen in zijn huis, Sagasti ging snel van de hemel naar de hel. Enfin, van Azpeitia rijden we een aantal kilometer verder over een brede weg. Die weg slingert weer wat verder door het groene landschap heen, terwijl het vlakke gedeelte langzamerhand op gaat houden. We krijgen met wat stroken vals plat te maken, voor we een paar kilometer verderop serieus gaan klimmen. Er komt een klim aan die we eigenlijk nooit in koers zien verschijnen, de organisatie pakt uit met een onbekende klim die de moeite waard is. We laten na een tijd de brede weg achter ons, slaan linksaf en rijden dan over een wat smallere weg 4,5 kilometer aan 7,5% omhoog naar de top van Etumeta. De eerste meters van de klim vallen mee, daarna gaat het een kilometer of vier vrij stabiel aan 8% omhoog. Paar strookjes aan 10%, maar verrassend regelmatig voor een Baskische klim. Leuk klimmetje wel, vooral omdat men tijdens de klim bijna continu een mooi uitzicht heeft. Fraaie valleien hier, kunnen ze waarnemen. Tijdens de klim rijden we over het grondgebied van Errezil, een dorpje waar met Santiago Lazcano een renner vandaan komt die in 1974 een rit wist te winnen in de Giro. Een goede klimmer, die veel te vroeg om het leven kwam bij een motorongeluk, hier in de buurt nota bene. Grimmig sfeertje ineens, laten we om de lieve vrede te bewaren stellen dat de renners na 50 kilometer de top van deze Etumeta bereiken. Een nieuw klimmetje, leuk! Variatie, altijd goed.
![hyqe5l5.png]()
![2A57669A3822570923F81B570911CD.jpg]()
![EtumetaIraeta04.jpg]()
Na de beklimming van Etumeta volgt er een afdaling van tien kilometer en dat kan nog best een uitdagende afdaling blijken te zijn. Gemiddeld gezien gaat het niet zo steil omlaag, we dalen af aan een procentje of vijf gemiddeld, maar de weg gaat de komende tien kilometer wel enorm bochtig zijn. Vrij smal ook, de weg omlaag is net zo smal als de weg omhoog. Het asfalt is grotendeels oké, maar er zitten wel een paar mindere plekken tussen. Deels dalen we door open terrein, maar er komen ook wat passages in de bossen voorbij, de vele bochten willen kortom nog wel eens wat minder overzichtelijk zijn. Er zitten ook wel een paar stroken tussen waar het wat langer rechtdoor gaat, terwijl we tussendoor ook nog een keer een kilometer in licht stijgende lijn tegenkomen, maar al bij al zou ik dit toch een technische afdaling willen noemen. Paul Seixas kan hier de rest weer onder druk zetten, leuk! Alle Basken kunnen zich hier ook uitleven, vooral Aranburu en Izagirre zullen extra blij zijn nu we ons in de provincie Gipuzkoa bevinden. Deze Etumeta ligt niet ver van de woonplaatsen van beide heren, deze weg gaan ze zeker kennen. Al is het nog ver naar de finish, zo is het dan ook wel weer. De rit Eibar-Eibar is doorgaans vrij kort, dankzij de lus met de nieuwe klim Etumeta erin hebben we nu zowaar met een relatief lange rit te maken, we tikken bijna 180 kilometer aan. Dan is het vanaf hier nog een kilometer of 120 tot de finish, da's te ver om nu al zot te doen. Oppassen voor de passage in het dorpje Aizarna: hier liggen wat Baskische kasseien in het centrumpje. Even verderop zijn we beneden in Irteara, hier zouden we linksaf kunnen slaan om dan vervolgens naar het dorpje Zestoa te rijden. Dit dorp is bekend vanwege de grot Ekain, waar men wat schilderingen heeft aangetroffen, daarnaast komen de broers Osa hier vandaan. Vanuit Zestoa kun je beginnen aan de zeer steile klim van Endoia, maar dat blijft de renners bespaard. Ze gaan in Irteara naar rechts en dan rijden ze een aantal kilometer over een zeer brede weg richting de kust. We zetten koers richting Zumaia, bekend van het flysch, en bekend van de txakoli, maar voor we Zumaia zouden bereiken gaat het naar links en dan volgt er een ongecategoriseerde klim. We klimmen over een brede weg naar Itziar, dit stelt buitengewoon weinig voor. Een kilometer of zeven aan 3%, met tussendoor een keer een kilometer aan 5% als zwaarste opgave. Nee, die klim naar Itziar telt eigenlijk niet mee. Een klim die een paar jaar geleden voorkwam tijdens de derde rit van de Tour. De fantastische Baskische Tourstart van 2023 eindigde met een etappe tussen Amorebieta-Etxano en Baiona, in het begin van de rit reden we langs de kust en een van de klimmetjes langs de kust was die van Itziar, alleen wel van de andere kant. De rit dommelt hier een beetje in, dat is dan weer jammer. Na een kilometer of 74 komen we boven in het dorpje Itziar, ik kan hier eigenlijk alleen aan toevoegen dat Itziar een populaire Baskische meisjesnaam is.
![alto-de-itziar-arroa-bekoa.png?v=1608639768]()
![960px-Itziar_2016_andutzetik.jpg]()
Over een brede weg dalen we een kilometer of vijf af richting Deba, een fraai vissersdorpje aan de kust. De afdaling van de Itziar stelt weinig voor, de drukke kustweg is voorzien van goed asfalt en het is dus behoorlijk breed. Wel wat slingerwerk, maar het gaat gemiddeld ook maar aan een procent of vier omlaag. Het is hier met name oerend mooi, vooral als de zee in beeld komt. We denderen Deba binnen, bij de entree moeten de renners even opletten voor een wegsplitsing. Daarna rijden ze door dit vissersdorpje heen, waar sommige appartementencomplexen zijn opgevrolijkt met wat muurschilderingen. Het is eventjes vlak, maar lang zal dat niet duren. De rit dreigt bijna weer serieus te worden, als we nog even een tijdje in tegengestelde richting het parcours van de derde rit van de Tour van 2023 volgen. Na wat bochtenwerk in Deba rijden we langs de kust richting Mutriku, van het ene vissersdorpje naar het volgende. In Deba steken we de Deba over, dat doen we via een opmerkelijke brug. Daarna een tunneltje in en buiten dat tunneltje rijden we enkele kilometers langs het water af tot we na 85 kilometer koers Mutriku bereiken. Met Igor Romero komt hier een voormalig prof van Caja Rural vandaan, met Asier Illaramendi komt er dan weer een bekende voetballer van Real Sociedad en Real Madrid vandaan. Even verderop vinden we Ondarroa en Lekeitio, maar die dorpjes gaan we niet bereiken. Lekeitio is het dorp van Ander Okamika, renner van Burgos. Hij was aanwezig in deze Itzulia, maar hij is gisteren uitgevallen. Toch sneu, de dag voordat je bijna door je eigen dorp mag rijden. Al bereiken we Lekeitio dus niet, in Mutriku slaan de renners linksaf, ze laten de kustlijn achter zich en ze beginnen aan een klim met een omineuze naam. Kalbario, een calvarietocht is aanstaande. Na wat bochtenwerk in het fraaie Mutriku slaan we in het centrum linksaf en daarna begint de weg omhoog te lopen, de klim richting Kalbario is 2,2 kilometer lang en in die 2,2 kilometer gaat het gemiddeld aan 8% omhoog. We beginnen op een vrij eenvoudige manier, maar zodra we Mutriku verlaten wordt de weg steeds steiler. Een brede weg, voorzien van een aantal haarspeldbochten, gaat richting de top een kilometer aan 9% omhoog, de rit wordt opnieuw tot leven gewerkt. We rijden de bossen in, maar tussen de bomen door zien we in de verte nog een aantal keer de zee liggen. Goed klimmetje, als het je om de plaatjes te doen is. Ook goed qua percentages, alleen wellicht wat te kort om renners uit hun kot te lokken. We rijden na deze klim terug naar Eibar en we gaan dan beginnen aan Krabelin, dat is pas echt het punt dat deze rit gaat ontbranden. Na 87 kilometer komen we boven op de Kalbario, een klimmetje met een paar stroken boven de 10%. Na de klim volgt er een afdaling van vier kilometer richting Astigarribia, vooral in de eerste twee kilometer zal het vrij steil omlaag gaan. De weg blijft evenwel breed, dat maakt het dan weer iets makkelijker. Wel een serieus bochtige afdaling, er zitten een paar zeer scherpe exemplaren tussen. De moeite waard, ook al is Eibar nog ver. Na twee zeer lastige kilometers in dalende lijn dalen we nog twee kilometer wat meer vals plat verder, met heel wat minder bochtenwerk erbij. We passeren Astigarribia en voorbij dit dorpje slaan we rechtsaf. We bereiken een brede hoofdweg in de vallei van de Deba, deze brede hoofdweg brengt ons via Elgoibar naar Eibar. Ons exotische uitstapje zit er bijna op, we gaan nu weer het aloude parcours rond Eibar afwerken. Wel een kilometer of tien in de vallei, dat gaan lange kilometers worden. Nodigt niet direct uit om al vroeg oorlog te maken, maar goed, als we vanaf Krabelin oorlog krijgen is de rit alsnog meer dan geslaagd. Via Mendaro en Altzola langs de Deba naar Elgoibar, het zijn simpele kilometers in een decor dat wel weer dik in orde is. Vrij weinig bochten, vrij weinig hoogteverschil, maar daar komt snel verandering in. Na 100 kilometer rijden we door Elgoibar en dan is het nog vier kilometer fietsen tot de voet van Krabelin.
![eH1dpwP.png]()
![31581B61DD2057BDEC5A2B57BDD972.jpg]()
![34581B61E02557BDEC5F2E57BDD975.jpg]()
![25-mutriku.jpg]()
Van Elgoibar rijden we rechtdoor richting Eibar, waar we zoals de laatste jaren traditie is geworden via Krabelin omhoog naar Arrate gaan. Dat doen we meestal halverwege de rit, nu ook weer, alleen vorig jaar maakten we even een uitzondering. Toen zat Krabelin behoorlijk in het begin en daarom deden de renners er weinig mee. Nu Krabelin over de helft van de rit zit is de hoop een stuk groter dat er hier weer ouderwets koers te noteren valt. Vlak voor we Eibar bereiken slaan we ter hoogte van Azitain bij een rotonde op een industrieterrein rechtsaf en dan beginnen we aan de inmiddels wereldberoemde klim naar Krabelin. We zien daar eigenlijk altijd straffe taferelen. In 2021 was het alles of niets voor Pogacar, die McNulty zag lossen en daarna in z'n eentje de oversteek probeerde te maken naar de kop van de koers, waar Roglic dan weer in de aanval was gegaan. Een jaar later ging Evenepoel hier dan weer overboord. De klim is dragers van de gele trui niet echt goed gezind, al kwam Joao Almeida hier dan vorig jaar weer totaal niet in de problemen. We verwachten ook niet dat Seixas hier heel nerveus van wordt, maar het blijft het Baskenland, alles kan gebeuren. Krabelin is en blijft de loodzware achterkant van Arrate, het is de zwaarste klim van de rit. Het gaat vijf kilometer omhoog aan 9,5%, met een stuk van drie kilometer aan 12% in het midden. Genot! De weg begint breed, maar na een tijd wordt het enorm smal, en enorm steil. Het mag ondertussen als bekend terrein worden verondersteld. Hier ontstaat hoe dan ook een schifting, die definitief kan zijn. Veel meer woorden wil ik er niet aan verspillen, we kennen deze klim. Na 109 kilometer passeren we bij het heiligdom van Arrate, we slaan die locatie nooit helemaal over. Er is al een paar jaar geen finish meer bij het heiligdom, maar de achterkant van de klim komt voorbij en we pakken in de finale ook een deel van de voorkant mee. Het heilige heiligdom is en blijft onvermijdelijk. Nog 67 kilometer tot de finish op dit punt, hopelijk heeft Red Bull een plannetje bedacht om ons een plezierige koersmiddag te bezorgen. Als het goed is begint de uitzending zo'n beetje aan de voet van Krabelin, de timing zou zomaar eens heel mooi kunnen zijn.
![UMGnvRX.jpg]()
![eibar-itzulia-1000x600.jpeg]()
Hopen op wat vuurwerk op deze klim. Vuurwerk in de afdaling, dat kan eventueel ook nog. Ik denk nu terug aan de editie van vier jaar geleden, toen een ontketende Pello Bilbao bergop moest lossen en zelfs nog achter Evenepoel bovenkwam. Maar in de afdaling stoof Bilbao hem voorbij en niet veel later lag hij zelfs helemaal op kop van de koers. Het is een afdaling in twee delen, het gaat eerst vrij kort omlaag, totdat we rechtsaf slaan en nog een paar meter moeten klimmen. De laatste paar meter van de klim naar Izua, deze weg gaan we later vandaag nog eens zien. Na dit korte knikje omhoog volgt het langere deel van de afdaling, een voor sommige renners gevaarlijk deel. Enric Mas ging hier eens op z'n kokosnoot en zag een goede eindklassering daardoor uit beeld verdwijnen. Vorig jaar zagen we deze afdaling in twee verschillende ritten passeren, toen de vijfde rit eindigde in Markina-Xemein moesten we eigenlijk tot de conclusie komen dat het ook weer niet zo'n spannende afdaling is. De afdaling kwam toen in volle finale voorbij en Aranburu probeerde weg te rijden uit een groep die een halve minuut achter koploper Almeida reed, maar hij kon het verschil niet maken en hij kon ook het gat op Almeida niet dichten. Eigenlijk is deze afdaling dus helemaal niet zo gevaarlijk, behalve dan als het toevallig zou regenen. Is nu niet het geval, de renners komen goed weg. Vorig jaar ging Skjelmose hier tijdens de laatste rit op z'n muil, maar toen regende het. Droog: prima te doen. Nat: minder. Deze afdaling eindigt in Etxebarria, het dorp van Amets Txurruka. We slaan hier linksaf, op weg naar Markina-Xemein. Dat is dan weer de stad van Txomin Juaristi, de renner van Euskaltel die in koers aanwezig is, gisteren bevond hij zich zelfs in de grote kopgroep van 30 man. Sinds vorig jaar is Markina-Xemein ook de stad waar Joao Almeida een rit won, hij kwam solo aan nadat hij wegreed van de rest na de steilste kant van Arrate bedwongen te hebben, een kant die niet voorkomt in deze rit. In de woonplaats van Juaristi, aanwezig in koers, passeren we na 122 kilometer. In Markina-Xemein vinden we vandaag de Red Bull-kilometer, een tamelijk overbodige kilometer. Nog weinig strijd gezien om als eerste voorbij de streep aan het eind van deze kilometer te knallen, maar goed, Red Bull komt wel mooi iedere dag in beeld. Vandaag na 122 kilometer, op 54 kilometer van het eind. In en rond Markina-Xemein is het een aantal kilometer zo goed als vlak, een stukje vallei waar geloste renners een poging kunnen wagen om terug te keren. De wegen hier zijn recht en breed en dat blijft zo als we buiten Markina-Xemein aan de volgende klim van de dag beginnen. Die weg begint uit het niets ineens omhoog te lopen, steeds een beetje steiler. Zonder er veel erg in te hebben beginnen we aan de zevende klim van de dag, Trabakua. Een merkwaardige klim, omdat we over een snelweg rechtdoor omhoog rijden. In totaal acht kilometer aan 4%, maar vooral de laatste drie kilometer aan 7% zijn de moeite waard. Met zelfs een kilometer aan 9% onderweg, jemig. Door die brede weg krijg je alleen nooit dat idee. In gedachten zie ik nu een stevig met z'n elleboog wapperende Pogacar voor me, die het gat met Roglic in 2021 maar niet wist te dichten. Memorabele beelden. Ze worden ieder jaar memorabeler, we hebben hem sindsdien eigenlijk nooit meer zo zien spartelen. Vorig jaar zagen we Enric Mas en Joao Almeida op deze snelwegklim wegrijden, waarna ze met z'n tweeën om de zege zouden strijden in de straten van Eibar. Toen kwam deze Trabakua twee keer voor, zij reden weg na de laatste passage, vrij dicht bij de aankomst. We werken nu een iets ander rondje af, Trabakua komt nu alleen voor op ruimere afstand van de finish. Het is dan weer eerder het rondje van 2024 dat we hier weer eens afwerken. In ieder geval, in 2021 en vorig jaar hebben we gezien dat je zowaar koers kunt maken op deze klim, ook als dat doorgaans niet zo is.
![LJJpKml.jpg]()
![594_v0twybqj59urf2a3.jpg]()
Na 132 kilometer bereiken we de top van deze Trabakua, een klim die ook figureerde in de Tour van 2023. We rijden door een tunneltje en pakken daarna een lange doordraaiende bocht naar rechts mee, waarna we in dalende lijn richting Mallabia gaan fietsen. Aan de buitenrand van Mallabia komen we het bekendste bedrijf van dit dorpje tegen, Orbea! De fietsenmaker, jawel! Orbea komt oorspronkelijk uit Eibar, daar heb ik al veel te vaak over verteld, later zijn ze de stad ontvlucht om een paar kilometer buiten Eibar een grote fabriek neer te planten. In Mallabia dus, dat verder bekend is vanwege Mikel Pradera en Gorka Arrizabalaga, twee ex-wielrenners van onder meer Euskaltel. De afdaling richting de fietsenfabriek van Orbea is een kilometer of vijf lang en voert over een enorm brede en goede weg, makkelijk fietsen. Voorbij de fabriek waar men de beste fietsen maakt slaan we rechtsaf, waarna we het dorpje Mallabia gaan bereiken. In dit dorpje kwam de Itzulia vier jaar terug twee keer voorbij. Eerst bij de mannen, daarna bij de vrouwen. Op een enorm steile aankomst in het dorp was de winst bij de mannen weggelegd voor Carlos Rodriguez, die als vluchter net het aanstormende peloton wist af te houden. Dat was ook de aankomst waar Vingegaard en Vlasov in elkaar haakten, geestig onkundig. Bij de vrouwen ging de winst een maandje later naar, ja, jammer, Demi Vollering. Een onsympathieke vrouw, terwijl er ook gewoon sympathieke vrouwen zijn. Izaro Andres bijvoorbeeld, de zangeres die uit Mallabia afkomstig is. Ik denk dat ik haar al een paar keer heb lopen te pluggen, geheel terecht. Izaro en Orbea, topdorp dat Mallabia. Enfin, er moet ook nog even geklommen worden in het dorp. Een kleine kilometer gaat het omhoog aan 10%, gewoon, is geestig. Dit klimmetje noemt men ook wel Kalbario, de tweede calvarietocht van de dag. Een brede, maar lastige weg omhoog. Ik heb hier Roglic wel eens zien ploeteren, eenvoudig is anders. Voor we het centrumpje van Mallabia bereiken houdt de klim op en gaat het in dalende lijn verder, paar bochtjes erbij. Buiten het centrumpje slaan we dan weer scherp rechtsaf, waarna het nog eens een keer een kilometer aan 6,5% omhoog gaat. Dit klimmetje luistert dan weer naar de naam Areitio, want we komen boven in het gehucht Areitio. In dit gehucht vinden we sinds kort dan weer het trainingscomplex van SD Eibar. Toen de club naar La Liga promoveerde kwam men met het idee om de faciliteiten uit te breiden, ze hadden eigenlijk amper een trainingsveld. Er moest een geschikte locatie gevonden worden, en die vond men uiteindelijk een eindje buiten de stad. Hier dus, in Areitio. Leverde wel een hoop gedoe op, want we bevinden ons hier net in Bizkaia, een paar meter over de grens met Gipuzkoa. Eibar komt uit Gipuzkoa, het is natuurlijk een schande dat hun trainingsveld in Bizkaia te vinden is. Nouja, goed, het is nu eenmaal zo. Na een jarenlang bouwproces is de boel nu klaar, we zien de
Ciudad Deportivo van SD Eibar vanzelf in beeld verschijnen. Langs de voetbalvelden slaan we linksaf, om daarna af te dalen naar Eibar, op weg naar het voetbalstadion van de club, het machtige Ipurua.
![kalbario.png?v=1748530368]()
![c37667c4-166b-405c-85aa-da75599d40e7-774.webp]()
Boven in Areitio slaan we linksaf waarna er een korte afdaling over een brede weg volgt richting Ermua. Een wielerdorp waar een hoop grootheden vandaan komen. Wat dacht u van Igor Astarloa? Wereldkampioen! Pedro Horrillo, die van de ezels en de valpartij in het ravijn, nog zo'n fenomeen. Horrillo was nog een tijdje parcoursbouwer van deze koers, maar die taak heeft hij afgestaan aan Laiseka en die delegeert zijn taken dan weer aan alle lokale (voormalig) renners. We fietsen snel door Ermua en een paar rotondes later komen we opnieuw uit in Eibar, waar na 143 kilometer de tweede tussensprint van de dag volgt. Nu de echte tussensprint, geen gesponsorde shit. Na een technische passage in Eibar, met wat bochten en rotondes, beginnen we aan de laatste zware klim van de dag. We gaan weer richting Arrate klimmen, alleen gaan we het heiligdom ditmaal niet bereiken. We fietsen over de normale, brede, steile weg omhoog, maar slaan een eind voor het heiligdom linksaf richting de top van Izua. Aangezien deze klim praktisch ieder jaar in het parcours wordt opgenomen mogen we veronderstellen dat het bekend terrein is. Het is kort, maar krachtig. Voor we daadwerkelijk aan de klim beginnen gaat het eerst al even een halve kilometer aan 10% omhoog in Eibar zelf, waarna we na een kort stukje in dalende lijn écht beginnen aan de klim naar Izua. Vier kilometer aan 9%, hier moet nog iets gaan gebeuren, waarschijnlijk. Stroken boven de 10%, het bekende verhaal. Als de koers nog niet is beslist, dan is dit de laatste kans om iets te forceren. Lukt doorgaans vrij aardig, zo liet Vingegaard hier iedereen in 2023 zijn hielen zien. Door een menigte van uitzinnige Basken fladderde hij weg. Een jaar later waren het dan weer Ayuso en Carlos Rodriguez die zich van de rest wisten af te scheiden, in een editie die werd ontsierd door een massale val. Vorig jaar zag de rit er net iets anders uit, maar uiteindelijk kwamen we toch ook weer uit op deze klim en toen bleef er een wat groter groepje bij elkaar. Al werd het veld alsnog flink uit elkaar geslagen, het is altijd raak op deze klim. Je kunt hier gekke dingen beleven, ik denk nu ook zomaar willekeurig aan de tijd dat we nog eindigden bij het heiligdom van Arrate, die ene keer dat Ion Izagirre op deze klim bergop onderuit ging, om even later alsnog de rit te winnen. Izua levert altijd iets op, wat dan ook. In 2024 ging Skjelmose overigens aan de leiding tijdens deze rit, maar onderweg naar Eibar werd hij uit die trui gereden door Ayuso, zoals een paar jaar ervoor McNulty uit de leiderstrui werd gereden, een rondje Eibar-Eibar is geen sinecure. Al was Almeida als leider vorig jaar dan weer ongenaakbaar, wisselende resultaten. Op deze klim moet het gebeuren, als het nog niet gebeurd is. Hierna volgt er een afdaling, een makkelijkere klim en dan rijden we naar de finish in Eibar. Na 149 kilometer bereiken we de top en dan duiken we voor de tweede keer vandaag over dezelfde weg omlaag. De weg waar Bilbao ooit een masterclass afdalen gaf, terwijl Mas op z'n bek ging. Met wat mazzel kan Bilbao dat kunstje nu herhalen, in wat mogelijk zijn laatste jaar als prof is mag hij zich nadrukkelijker gaan tonen. Beneden komen we opnieuw uit in het Etxebarria van Txurruka, waar ditmaal een bocht naar rechts volgt.
![iBIjdkB.jpg]()
![0406_Itzulia.jpg]()
Na die bocht naar rechts gaan we weer klimmen, maar de klim die nu volgt is best teleurstellend. In 2022 zagen we dat het vooraan op deze klim een beetje stilviel, waardoor de achtervolgende groep met daarin Evenepoel en Martinez weer heel dicht bij de kop van de koers kwam. Een jaar later maakte het dan weer niet uit, omdat Vingegaard een stuk beter was dan de rest. In 2024 reden Ayuso en Rodriguez hier dan weer samen omhoog, terwijl we de klim die nu volgt in 2025 even lieten schieten. Het gaat vijf kilometer aan 5% omhoog naar Urkaregi, dat is niet heel heftig. In theorie zou de combinatie van een lastige klim met daarna een minder lastige klim goed moeten werken, het probleem is vooral dat we hierna nog een heel stuk door de vallei moeten fietsen. Ambitieuze renners moeten er door dit ontwerp wel heel vroeg aan beginnen en ze moeten geen angst hebben om alleen of met een klein groepje die vallei te overbruggen. Qua omgeving is het wel weer een leuke klim, qua percentages had het beter gekund. De weg omhoog is breed en als we na 164 kilometer, op 12,5 kilometer van de finish, de top bereiken volgt er een afdaling over die brede weg. Hoewel we al lastigere afdalingen hebben gezien in het Baskenland is deze toch ook weer niet heel erg makkelijk. De weg is dan wel breed, maar we komen flink wat bochten tegen en op bepaalde punten gaat het vrij steil naar beneden. Richting het eind, als we bijna in Elgoibar zijn, nog wat haarspeldbochten, terwijl er in het eerste deel van de afdaling vooral veel snelle bochten kort achter elkaar te vinden zijn. Hier kun je eventueel ook nog wel proberen een gat te slaan of juist te dichten. In het verleden zagen we hier de motards ook nog wel eens in de weg rijden, in het Baskenland is alles mogelijk.
![GsyKIqz.jpg]()
![28527756832C5219D91A2B5219CE18.jpg]()
Beneden in Elgoibar is het nog een dikke zes kilometer fietsen tot aan de finish. We slaan bij een rotonde in Elgoibar rechtsaf en daarna volgen we de loop van de Deba tot in Eibar. Dit stuk in de vallei kan eventueel nog wat tactische steekspelletjes opleveren, dat hebben we in het verleden nochtans zien gebeuren. Maar goed, er kan ook iemand bovenuit steken en dan is het gewoon knallen naar de finish. In de slotkilometers loopt de weg steeds een beetje lichtjes omhoog, nooit veel meer dan vals plat. Mogelijk nagelbijtende kilometers, waar verder eigenlijk niet zoveel over valt te vertellen. Van Elgoibar naar Eibar, over een gigantisch brede weg door een groene vallei die af en toe wordt onderbroken door een industriestadje. Op grofweg twee kilometer van de finish komen we uit bij een rotonde, voorbij die rotonde slaan we linksaf en dan duiken we de stad Eibar in. Eenmaal in de stad wordt de weg al snel iets smaller, loopt de weg ook vooral op en komen we gigantisch veel drempels tegen. Het is een bekende aankomst, onder meer in 2019, 2023 en 2024 reden we op deze manier naar de aankomst in Eibar. En vorig jaar kwamen we ook in Eibar aan, al was de aanloop naar de finish toe toen iets anders. In 2019 reden de achtervolgers in de laatste kilometer nog verkeerd, stukje extra Baskische chaos. Kan op zich gebeuren, het is ook niet altijd helemaal overzichtelijk. In de laatste paar meter van de rit rijden we in een winkelstraat over keurige Baskische steentjes, maar inmiddels moet iedereen deze aankomst kennen. Laten we hopen op een rit vol leuke ontwikkelingen, rondjes rijden in Eibar is altijd een beetje chaotisch. Vorig jaar reden we na de beklimming van Izua via Trabakua en de twee hupjes rond Mallabia naar de aankomst in Eibar, dat was ook wel weer een ritje. Almeida domineerde, hij ging al ruimschoots aan de leiding maar dat bracht hem niet op het idee om een cadeautje uit te delen. Op de beklimming van Trabakua reed hij weg samen met Mas, waarbij Mas op hem in probeerde te praten. Laat mij de rit winnen, jij hebt het klassement al. Nou, daar dacht Almeida heel anders over. Samen reden ze naar de finish en in het sprintje klopte Almeida Mas uiteraard makkelijk. Zijn tweede ritzege van de week, de gele leiderstrui werd meer dan veilig naar huis gebracht. Geen sinecure, het was zoals wel vaker vrij vochtig in Eibar en omstreken, het was een dag vol valpartijen. Een Skjelmose ging onderuit, een Lipowitz ging onderuit, een Guillaume Martin ging onderuit, het was chaos troef. Vandaag is het droog, dat zal voor minder chaos zorgen. Hopelijk zien we niet weer een man in het geel winnen, drie ritten is wat teveel van het goede. Nee, doe maar een scenario zoals in 2021, daar heb ik wel weer eens zin in.
![QGyPO24.png]()
![sprintcyclingagency_9018506_1_2000px.jpg]()
Na bijna 180 kilometer zijn we weer in Eibar, de bakermat van het Baskische wielrennen. En ook een stad met een geweldige voetbalclub, aupa Eibar. De officiële site komt met de volgende informatie aanzetten:
Het Unzaga- plein , waar de Tweede Republiek werd uitgeroepen , is een absolute aanrader voor iedereen die Eibar bezoekt . Wie het stadscentrum bezoekt , kan ook het Wapenindustriemuseum bezoeken en meer te weten komen over de fascinerende geschiedenis en het rijke industriële erfgoed van de stad. Het culturele aanbod concentreert zich rond het Coliseo Theater en het Cultureel Centrum Portalea , en de vele kleine winkels en bars bieden volop mogelijkheden om een dagje te winkelen en te ontspannen in de gemeente. Industrieel erfgoed, dat hebben ze hier genoeg ja. En flats, heel veel flats. Absoluut niet de mooiste stad, al heeft dat zo z'n redenen. Deze voorlaatste rit van de Itzulia begint rond 13:00, livebeelden zijn er pas weer rond 15:30. Jammer, we gaan een hoop missen. Maar waarschijnlijk zijn we net op tijd om de beklimming van Krabelin te zien, toch wel het moment dat de rit echt begint. De kans dat men op de eerste beklimmingen al losgaat acht ik niet zo groot, al zou het wel mooi zijn als Red Bull en andere ploegen een poging wagen om Decathlon nerveus te maken. We noteren 24 graden in Eibar, geen wind en geen neerslag. Geen Baskisch weer, al komt er naar het schijnt wel een flinke omslag op de laatste dag. De zaterdag kan een koude en natte dag worden, op de valreep dan toch nog Baskische omstandigheden. Maar nu nog niet, nee, nu zijn het weer Vueltatoestanden. Qua Vueltatoestanden hopen we vandaag op een Fuente De, kom maar op met je hinderlaag. Zo'n Seixas moet je op z'n 19e toch gek kunnen maken, zou je zeggen. Lukt dat niet, dan wint hij aan het eind van de dag zelf. Makkelijk. Klein sfeerbeeldje om mee af te sluiten: