quote:
quote:
. GEEN FUNDAMENTELE BEZWAREN
Dat de Belastingdienst voortaan langer mag doen over het toekennen van toeslagen, leidt tot een conflict tussen staatssecretaris Weekers en Pieter Omtzigt. Het cda-Kamerlid is tijdens de wetsbehandeling de enige die nog enigszins aan de rem probeert te trekken. Hij dient tijdens de wetsbehandeling een amendement in om de beslistermijnen te matigen van vierentwintig weken naar achttien weken (de beslistermijn was voorheen twaalf weken). Hij vindt het te gek worden dat de Belastingdienst een toeslagaanvrager bijna een halfjaar kan laten wachten voordat er een beslissing volgt.
Weekers grijpt zijn kans: nu kan hij fraudebestrijder Omtzigt verwijten dat hij een slapjanus is. De staatssecretaris ontraadt het amendement. ‘Ik wil eindelijk eens aan het werk kunnen gaan met de fraudebestendigheid van toeslagen’, zegt hij. ‘Ik wens niet dat er door het cda zand in de raderen wordt gestrooid.’
Het amendement van Omtzigt wordt door een grote Kamermeerderheid weggestemd.
Fundamentele bezwaren tegen de ingeslagen richting klinken er niet vanuit de Kamer. De Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit treedt per 1 januari 2014 in werking, iets meer dan een halfjaar na het Bulgarenfraudedebat – wat razendsnel is in politiek Den Haag. Zó snel dat de Raad van State zich weer afvraagt of dit nu wel wijsheid is. ‘Het wetsvoorstel bevat ingrijpende keuzes’, stelt het adviesorgaan, terwijl de snelheid waarmee de wet wordt ingevoerd ‘een zorgvuldige behandeling in de weg staat’.
Als onderdeel van de wet wordt 25 miljoen euro geïnvesteerd in de afdeling Toeslagen van de Belastingdienst. Er moeten tweehonderd extra medewerkers worden aangenomen om meer controles uit te voeren, wat uitzonderlijk is in deze periode van bezuinigingen. Tijdens het kabinet-Rutte i (2010-2012) heeft de Belastingdienst 395 miljoen euro uit de begroting moeten snijden tot 2015. Het kabinet-Rutte ii (2012-2017) heeft daar nog een sanering van 126 miljoen euro bovenop gelegd.
Maar voor extra controles is er nu wel geld. Een investering in het tegengaan van misbruik, zo is de verwachting, zal namelijk geld opleveren.
De topambtenaren van het Managementteam Fraude schrijven op verzoek van de Inspectie der Rijksfinanciën een ‘business case fraudebestrijding’. Voor elke euro die de overheid in fraudebestrijding stopt, verwachten de auteurs, krijgt ze 3,30 euro terug. In de toelichting op de wet staat dat de investering gedekt zal worden door een toekomstige besparing op de begrotingen van de ministeries van Binnenlandse Zaken (huurtoeslag), Sociale Zaken (kinderopvangtoeslag) en Volksgezondheid (zorgtoeslag). Mochten er niet genoeg toeslagen gekort worden, dan moet de Belastingdienst in zijn eigen vlees snijden. In de Tweede Kamer maakt niemand bezwaar tegen deze manier van financieren.
Lees of luister hier gratis het boek van Jesse Frederik: ‘Zo hadden we het niet bedoeld. De tragedie achter de toeslagenaffaire’ - De Correspondent
https://share.google/d3Ux8Wma9JJWpIUlGquote:
. vechtscheiding en ga zo maar door.
Zelfs als de gebreken niet aan de ouder liggen maar aan het gastouderbureau of de gastouder, dan nóg is de ouder verantwoordelijk. Zo staat het volgens de Raad van State namelijk in de wet – een wet waar alle partijen (met uitzondering van de PvdA) voor stemden in februari 2005. En juist déze wet zou in 2013, na de Bulgarenfraude, door de Kamer nog verder worden aangescherpt.
En dan is er nog iets belangrijks aan de hand. In tegenstelling tot de meeste socialezekerheidswetten is er in de toeslagenwetgeving geen ‘algemene hardheidsclausule’ opgenomen. Een hardheidsclausule geeft de mogelijkheid om bij ‘onbillijkheden van overwegende aard’ de regels even te vergeten. Met ‘onbillijkheden van overwegende aard’ doelen juristen op uitwerkingen van de wet die overduidelijk nooit de bedoeling kunnen zijn geweest.
Zo’n uitzonderingsmogelijkheid was bewust buiten de wet gelaten, ook al had de Raad van State nog geschreven dat ‘een hardheidsclausule bij massale processen [als toeslagen] niet kan worden gemist’. De staatssecretaris van Financiën Joop Wijn (cda) had dat advies niet overgenomen in zijn wetsvoorstel in 2004.
Op zich was het niet zo vreemd dat hij er weinig voor voelde, want maatwerk verenigt zich nu eenmaal lastig met de logica van het toeslagenstelsel. De afdeling Toeslagen is een enorme fabriek, die elke maand miljoenen burgers van geld moet voorzien. Zo’n klus moet zo veel mogelijk zijn geautomatiseerd en dat vergt kraakheldere regels. Zo gauw de criteria vaag worden – wat is in vredesnaam een ‘onbillijkheid van overwegende aard’? – maak je het de computer moeilijk, en wordt het mensenwerk. En mensenwerk, dat is veel te duur.
In de blessuretijd van de wetsbehandeling in 2005 was de hardheidsclausule er overigens toch nog bjna gekomen. Een jong christendemocratisch Kamerlid genaamd Pieter Omtzigt had een amendement ingediend: ‘De minister mag een afwijkende maatregel treffen in gevallen waarin toepassing van de wet leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.’ Maar toen staatssecretaris Wijn zijn mede-cda’er Omtzigt vroeg zijn amendement in te perken, gaf het Kamerlid daar gehoor aan.
En zo was er in 2005 een keiharde toeslagenwet aangenomen die de afdeling Toeslagen nauwelijks uitzonderingsmogelijkheden gaf. De Belastingdienst zou vanaf dat moment bijna 800.000 kinderopvangtoeslagen per jaar uitkeren.
Zouden al die ouders netjes overal hun handtekening onder hebben gezet, elke betaling op tijd hebben verricht en ieder opvanguur hebben verantwoord? Natuurlijk niet. Achteraf is het een gelukkige omstandigheid dat de afdeling Toeslagen jarenlang bij slechts een fractie van alle ouders de wet zo strikt handhaafde.
"Het is net zo simpel als door rood rijden, acties hebben consequenties en die consequenties kun je gewoon opzoeken" - Straatcommando