Even opfrissen over de wereldwijde oliemarkt de prijzen en de “sweetspot”
In de serie Landman wordt een paar keer gezegd dat de olieprijs een soort “sweet spot” heeft. Dat is niet alleen een scriptregel, het klopt in de praktijk ook redelijk goed. Zowel een te lage als een te hoge olieprijs is eigenlijk slecht voor de markt.
Als olie te goedkoop wordt, stoppen investeringen. In het Midden-Oosten kan olie soms nog winstgevend geproduceerd worden bij $20–30 per vat, maar veel andere productie ligt hoger. Offshore projecten zitten vaak rond $40–60 en Amerikaanse schalie ergens rond $45–70. Als de prijs langere tijd richting $40 of lager zakt, worden rigs stilgezet en worden nieuwe velden niet meer ontwikkeld. Dat zag je bijvoorbeeld na de prijscrash in 2014 en opnieuw tijdens corona in 2020. Op korte termijn lijkt dat prettig voor consumenten, maar een paar jaar later krijg je juist weer tekorten omdat er te weinig geïnvesteerd is.
Aan de andere kant werkt een te hoge prijs ook tegen de sector. Boven ongeveer $100 per vat beginnen economieën last te krijgen. Transport, industrie en luchtvaart worden duurder en landen gaan sneller alternatieven zoeken. Dat gebeurde bijvoorbeeld rond 2008 en opnieuw in 2022. Uiteindelijk zakt de vraag dan weer en corrigeert de prijs omlaag. Daarom ligt voor de sector een redelijk gezonde zone tegenwoordig grofweg ergens tussen $70 en $90 per vat. Hoog genoeg om nieuwe velden te ontwikkelen, maar niet zo hoog dat de wereldeconomie begint te sputteren.
Wat de markt de afgelopen vijftien jaar echt veranderd heeft is de opkomst van Amerikaanse schalie-olie. Voorheen had OPEC, en vooral Saudi Arabia, veel invloed op de prijs door simpelweg de productie te verhogen of te verlagen. Nieuwe olievelden ontwikkelen duurde vaak tien tot vijftien jaar, dus andere landen konden daar nauwelijks snel op reageren.
Met fracking veranderde dat. In gebieden zoals het Permian Basin kan een producent binnen ongeveer een jaar extra productie op de markt brengen. Daardoor werkt de markt nu anders. Als de prijs richting $90 of $100 gaat, zetten Amerikaanse bedrijven meer rigs aan en komt er vrij snel extra olie bij. Dat drukt de prijs weer. In feite werkt Amerikaanse shale tegenwoordig als een soort automatisch plafond in de markt.
Dat heeft ook geopolitieke gevolgen gehad. De VS produceert inmiddels rond de 12 à 13 miljoen vaten per dag en is daarmee de grootste olieproducent ter wereld. Daardoor is het land veel minder afhankelijk van import uit het Midden-Oosten dan twintig jaar geleden.
Dat brengt meteen een ander punt dat vaak in discussies terugkomt: het idee dat de VS oorlogen in het Midden-Oosten voert “voor de olie”. Dat beeld is altijd wat simplistisch geweest. Olie speelde wel degelijk een strategische rol, maar meestal indirect. Het ging vooral om het openhouden van de wereldmarkt. Een goed voorbeeld is de Gulf War in 1991. Toen Saddam Hussein met Iraq Kuwait binnenviel, dreigde één regime ineens een enorm deel van de wereldolieproductie te controleren. Dat werd gezien als een strategisch risico voor de wereldeconomie.
Sinds de shale-revolutie is die directe afhankelijkheid van de VS een stuk kleiner geworden. Dat betekent niet dat het Midden-Oosten ineens onbelangrijk is. Daar ligt nog steeds een groot deel van de wereldreserves en een flink deel van de export gaat door kwetsbare routes zoals de Straat van Hormuz. Als daar iets misgaat, stijgen de wereldprijzen onmiddellijk, ook al produceert de VS zelf veel olie.
Wat je tegenwoordig eigenlijk ziet is dat de oliemarkt door twee krachten tegelijk wordt gestuurd. Aan de ene kant landen zoals Saudi-Arabië die bewust hun productie kunnen aanpassen. Aan de andere kant de Amerikaanse shale-industrie die simpelweg reageert op de prijs. Die combinatie bepaalt tegenwoordig grotendeels waar de olieprijs uitkomt.
En nog een interessant detail: zelfs met alle plannen rond energietransitie is het vrij onwaarschijnlijk dat de VS nog eens ver onder de tien miljoen vaten per dag zakt. De velden, infrastructuur en kennis zijn er al, en shale kan relatief snel op- en afgeschaald worden. Daardoor blijft de VS waarschijnlijk nog decennia een van de dominante spelers op de wereldoliemarkt.
Vakman pur sang