quote:
Een heel klein beetje (tech)oorlog in het ijskanaal: “Illegaal is het niet. Maar plots zijn ze daar met een nieuwe slee”
Marginal gains beslissen in het skeleton over goud, zilver, brons of niets. Telkens weer is het kicken voor ingenieurs op de Spelen, net zoals in de Formule 1. En met die ‘in het geheim’ ontwikkelde sleeën kun je nog wegkomen ook.
Al een heel seizoen raast Kim Meylemans als een wervelwind met de buik op een sleetje door een ijskanaal, zoals een bob- of skeletonbaan wordt genoemd. Als nummer één van de wereld – ofwel: de regelmatigste van iedereen – is de Belgische skeletoni medaillefavoriet. Toch? Zo ziet zij het evenwel niet. “Ik ga niet flauw doen: uiteraard ben ik een van de kandidaten. Maar makkelijk twaalf meisjes kunnen meedoen voor de medailles”, zegt Meylemans.
Vrijdag begint ze aan haar tweedaagse, met twee runs per dag. De pikorde van het seizoen lijkt zich – voorlopig – niet helemaal te bestendigen tijdens de trainingsritten. Meylemans, bijvoorbeeld, kon zich tot nu niet bij de allerbesten scharen, zoals ze dat wel zo vaak deed tijdens het Wereldbekerseizoen.
“Ik heb een goede slee, zeker wel”, zegt ze vanuit de lounge van het olympisch dorp in Cortina d’Ampezzo. “Maar wij hebben geen geheimen in petto zoals de grote landen duidelijk wel hebben. De Britten hebben alleen voor deze Spelen 5 miljoen pond geïnvesteerd in het materiaal. Ook de Duitsers staan hier plots met nieuwe sleeën, met een vorm die ik nog niet gezien heb. Wij hebben ook geïnvesteerd in de slee - een goede slee - maar over de voorbije vier jaar, niet speciaal voor de Spelen. Wij hebben dat budget gewoon niet.”
Topmoment voor de ingenieurs
Elke Winterspelen poppen ‘hypersonische’ sleeën of pakken op. “Aanlopen, op een slee springen, en glijden? Vergeet het, er speelt zich veel meer af achter de schermen. De Spelen zijn het topmoment voor de ingenieurs. Tegen dan moeten ze on point zijn”, zegt Colin Freeling, de beste Belgische mannelijke skeletoni. De belofte miste op een haar na de Spelen, hij mocht enkele maanden geleden als eerste niet-Italiaan afdalen op de ijsbaan van Cortina bij een wedstrijd, en is cocommentator voor onder meer skeleton bij de openbare omroep.
Skeletonteams werken samen met autobedrijven, bijvoorbeeld BMW bij Duitsland, of technische universiteiten en andere privébedrijven verlenen hun diensten. Het verschil tussen toplanden en bijvoorbeeld België is niet alleen het budget, maar ook de cruciale testfase.
“Wij moeten een skeletonbaan boeken om te trainen of testen”, zegt Freeling. “De Duitsers staan dan wel niet te filmen als we in Duitsland trainen, maar ‘toevallig’ komt er wel iemand piepen. Die begint dan over het weer of zo. (lacht) De Duitsers hebben daarentegen vier à vijf banen waar ze ongestoord kunnen testen, net zoals Ferrari bijvoorbeeld zijn Formule 1-wagens afstelt op een eigen privétestterrein in Maranello.”
De toplanden, die bovendien meer skeletoni’s van wereldklasse hebben, kunnen hun bevindingen van de testritten of wedstrijden bundelen en feedback geven aan de sleeënbouwers. “Als je het advies krijgt van twee Max Verstappens, zul je een betere wagen krijgen dan wanneer je er alleen voor staat”, zegt Freeling. “Dat die nieuwe dingen pas op de Spelen opduiken en niet al tijdens het olympische seizoen, is ook geen toeval. Die landen willen niet in hun kaarten laten kijken.”
‘Punthelm’ afgekeurd
Maar wat valt er te ‘prutsen’ aan een sleetje? Het gaat om de zogenoemde ‘set-up’, zegt Freeling. “De ‘pan’ – de plaat waar de glij-ijzers aan zijn bevestigd – bestaat uit carbon: dat kan stijver of zachter gemaakt worden, de ‘neus’ vooraan kan stabieler of losser, afhankelijk van de omstandigheden. Er wordt altijd gezocht naar een zo aerodynamisch mogelijke slee. En net zoals de bandensoorten in de Formule 1, heb je ook verschillende glij-ijzers, afhankelijk van het weer. IJs van -2 graden Celsius voelt heel anders dan ijs van -7.”
Engeland verscheen niet alleen met een nieuwe slee, maar ook met een nieuwe helm op training in Cortina d’Ampezzo. De helm, die eindigt in een punt zoals in het baanwielrennen wordt gebruikt, keurde de internationale bobslee- en skeletonfederatie (IBSF) niet goed. Protest bij het Internationaal Sporttribunaal hielp niet.
In Pyeongchang 2018 werden ook al pakken van de Britten afgekeurd, omdat er ‘ribbeltjes’ die fungeerden als spoilers in waren verwerkt. Meylemans: “Bij de pakken is het simpel: er mag niets, gewoon textiel zonder spoilers, zonder coating … Een spoiler is illegaal, en daarom dienden we toen met enkele landen samen een klacht in. Ik beweer niet dat er nu illegale dingen zijn gebeurd, helemaal niet. Het gaat om innovatie, onze sport vraagt nu eenmaal om creativiteit. En Duitsland en Engeland hebben nu blijkbaar een extra versnelling gevonden.”
Wat wel en niet is toegelaten in de materiaalslag, staat opgelijst in een handboek van de IBSF. Het pak en de helm van elke atleet worden op voorhand gecontroleerd. De slee is een loterij, zegt Freeling. “Na de runs wordt een aantal sleeën gecontroleerd, die lukraak worden gekozen. Ook wie goud, zilver en brons heeft, krijgt controle, maar pas na de wedstrijd. Tijdens het Wereldbekerseizoen krijgt iedereen weleens een controle, tijdens de Spelen kan het best zijn dat je niet wordt uitgeloot.”
Wat scheelt een superslee of -pak?
De hamvraag: wat scheelt een superslee of -pak? “Dat is zeer moeilijk te zeggen”, zegt Freeling, “maar de man of vrouw op de slee moet het nog altijd doen. Vooral is geen enkele run, op welke baan dan ook, dezelfde. Je zit altijd wel een tikje hoger, lager, je snijdt een bocht net iets anders aan, dan ga je sneller of trager … Zoveel variabelen spelen een rol.”
“Het speelt in mijn voordeel dat Cortina een technisch uitdagende baan is”, zegt Meylemans. “Je kunt op sommige stukken veel tijd verliezen door stuurfoutjes.”