Dat zegt Ahmed Marcouch, burgervader van Arnhem. U weet wel, dat dorp waar Vitesse vandaan komt.
Anyway:
quote:
Zo’n honderd jonge vluchtelingen van veelal Syrische afkomst zijn in Arnhem in toenemende mate verantwoordelijk voor misdrijven en overlast. Ze schuwen daarbij het geweld niet. En het wordt alleen maar erger, meent burgemeester Ahmed Marcouch. De oorzaak: falend migratiebeleid. „Het is echt vijf voor twaalf. Er moet iets gebeuren.”
Gemiddeld één à twee keer per week zijn er in Arnhem ernstige incidenten waarbij minderjarige alleenstaande Syrische vluchtelingen betrokken zijn. Zo zijn er regelmatig zijn er uitbarstingen van geweld bij station Arnhem Centraal, in de binnenstad en rond scholen.
Veel vaker dan hem lief is wordt Marcouch geconfronteerd met in zijn ogen falend migratiebeleid.
„We krijgen de rekening gepresenteerd van het rondpompbeleid van de overheid. Jonge vluchtelingen die zonder ouders naar Nederland zijn gekomen blijven te kort in een opvang om zich te hechten en te integreren. Voordat ze er erg in hebben, worden ze overgeplaatst naar een nieuwe locatie.”
‘Ze hebben nogal wat meegemaakt’
Het gevolg is dat er bijna niet naar deze kwetsbare groep jongeren wordt omgekeken. Jongeren die volgens Marcouch vanuit hun oorlogsachtergrond gewend zijn om problemen met geweld op te lossen. „Ze hebben nogal wat meegemaakt. Dan komen ze hier en krijgen ze nauwelijks begeleiding, geen kans op traumaverwerking, geen pedagogische hulp.”
Het enige dat deze groep jongeren heeft, is het netwerk dat ze hebben opgebouwd in de vele opvangen waarin ze hebben gezeten. Zij komen voor elkaar op, heeft Marcouch onlangs ervaren op een school in Arnhem. Toen daar een jonge vluchteling ruzie had, stond er binnen de kortste keren een groep van veertig asielzoekers op het schoolplein.
Georganiseerde misdaad
Maar er is een groter gevaar, meent de burgemeester van Arnhem. De georganiseerde misdaad ziet in deze jongeren gewillige instrumenten voor hun criminele activiteiten. Harde bewijzen heeft Marcouch niet, maar de dure kleding en fatbikes die ze bezitten zijn voor hem indicaties.
Het is niet voor het eerst dat Marcouch aandacht vraagt voor deze problematiek die in meer grote steden speelt. De moord op nieuwjaarsdag op twee jonge Syrische asielzoekers in Amsterdam is volgens hem een trieste bevestiging van het toenemend geweld. Hij vreest dat het daar niet bij zal blijven.
„Niemand kijkt naar deze jongeren om. De voogdij is slecht geregeld. Een jonge asielzoeker die is opgepakt, kan soms twee dagen in een cel zitten, voordat iemand zich voor hem meldt. Dat doet iets met de jongeren. Het is niet voor niets dat het schoolverzuim onder jonge asielzoekers in Arnhem 80 procent is. Ze krijgen het idee dat ze er niet toe doen.”
Geen reactie van de minister
Tijdens haar bezoek aan Arnhem heeft Marcouch minister Mona Keijzer van Asiel en Migratie net als haar voorganger Marjolein Faber gewezen op de problemen, waarmee gemeenten kampen. Ze is er niet op teruggekomen.
„Zorg voor snellere procedures en duidelijkheid. Jonge asielzoekers hebben structuur nodig. Werk en opleiding zijn belangrijk. Ook als het besluit is dat ze terug moeten. Dan hebben ze in ieder geval een basis waarmee ze verder kunnen.”
Omdat Marcouch van Den Haag voorlopig weinig hoeft te verwachten, heeft Arnhem een eigen aanpak voor deze groep. Die bestaat in eerste instantie uit stevig optreden. Zo is een wijkpost met gemeentelijke handhavers bij station Arnhem Centraal geopend.
Specialistische aanpak
Jongerenwerk heeft extra aandacht voor deze jonge asielzoekers. Aan dit team heeft Marcouch een jongerenwerker van Syrische komaf toegevoegd. „Hij spreekt de taal van deze jongeren, kent hun achtergronden. Met meer specialistische aanpak en begeleiding op scholen willen we de jongeren structuur geven.”
Marcouch krijgt steun vanuit het provinciale politiek. De fracties van de PvdA en GroenLinks vragen commissaris van Koning Daniël Wigboldus om achter Gelderse burgemeesters als Marcouch te gaan staan in hun noodkreet richting het Rijk.
Zij vinden dat er extra geld moet komen voor begeleiding en onderwijs van de groep jonge asielzoekers. Tegelijk hopen ze dat Wigboldus zich bij de minister hard kan maken voor een snellere procedures en minder verhuizingen van de doelgroep.
Zeg 't maar boys.
('t maar boys)
Bron