quote:
De financiële (r)evolutie in het peloton (deel 2): “Het belang van een ‘Superleague’ als ONE Cycling? Dat er wordt nagedacht over de toekomst”
Hoe goed gaat het met de financiën van het wielerpeloton in het algemeen en de Belgische ploegen in het bijzonder? Met die twee vragen in het achterhoofd begonnen we aan een bevragingsronde bij een rist gerenommeerde actoren in en om het wielerpeloton. De concurrentiepositie van de Belgische teams staat onder druk en oplossingen lijken niet meteen voorhanden.
Ook de komst van enkele kapitaalkrachtige sponsors heeft de structurele zwakte van de wielersport niet opgelost: profteams zijn en blijven afhankelijk van hun geldschieters. De vergelijking met het voetbal zegt alles: geen inkomsten van ticketing, geen riante vergoedingen voor bijvoorbeeld deelname aan de Champions League, geen duizelingwekkende transferbedragen… In hun zoektocht naar manieren om die afhankelijkheid van geldschieters te verkleinen, werden en worden plannen getekend en projecten aangekondigd. En dat gaat bijna steeds gepaard met heel veel tegenkantingen en intern geruzie.
De internationale wielerunie UCI drukte het peloton vorige week nog maar eens met de neus op de feiten. Vanuit Zwitserland kwam het bericht dat de UCI voorlopig niet bereid was het ONE Cycling project te steunen. Dat zou een soort van Superleague worden ter vervanging van de World Tour, met als doel de teams jaarlijks een financiële bonus van één miljoen euro te bezorgen. Het geld hiervoor zou uit Saudi-Arabië komen.
“ONE Cycling is al het zesde hervormingsplan sinds 2007”, zegt Wim Lagae, hoogleraar sportmarketing aan de KU Leuven. “Ik heb in mijn handboeken al hoofdstukken gevuld met de mislukte hervormingsplannen binnen het wielrennen.”
De taart groter maken
Inzet is het businessmodel van de wielersport. “Vierennegentig procent van het budget van een wielerteam komt van sponsoring. De rest van wat prijzengeld en merchandising”, weet Lagae. “Daar willen de teams verandering in brengen omdat ze te afhankelijk zijn van sponsoren. Zij willen hun deel van de koek. Terecht, trouwens. Om deel te nemen aan de Tour krijgen teams van organisator ASO bijvoorbeeld een vergoeding van hooguit 60.000 euro, met nog extra hotelovernachtingen. Dat is belachelijk weinig.”
“Al van zolang ik in de koers zit, wordt er gesproken over het herverdelen van televisiegelden”, zegt Christoph Sercu (Team Flanders-Baloise). “Dan wordt er vooral naar enkele kapitaalkrachtige organisatoren gekeken. Zij zijn nog altijd niet bereid een deel van de taart aan de ploegen te geven. Toch zal het ooit moeten gebeuren. Als we erin slagen de taart groter te maken, dan gaan ze makkelijker geneigd zijn een stuk te delen met de ploegen. Per slot van rekening leveren de ploegen de acteurs die verantwoordelijk zijn voor het spektakel. Het is dan ook niet meer dan logisch dat zij hun deel claimen.”
Toch lijkt het er sterk op dat ONE Cycling het zoveelste goedbedoeld project is dat een stille dood zal sterven. Toch heeft het zijn waarde, vindt Philip Roodhooft (Alpecin-Deceuninck). “Nadenken over de toekomst is altijd belangrijk, of dat nu ergens toe leidt of niet. Het feit dat je erover nadenkt en opties bekijkt en dingen probeert van een andere kant te bekijken, is altijd zinvol. Er wordt eindelijk nagedacht over de toekomst van het wielrennen, over het economisch model achter het wielrennen. Het is in het belang van alle betrokkenen, ook van zij die ONE Cycling momenteel (nog) niet genegen zijn. We zullen het toch echt samen moeten doen.”
Jurgen Foré (Soudal-Quick-Step) is het ONE Cycling project enorm genegen. “Omdat het ons brengt tot een herverdeling van de inkomsten. Ik besef dat niet alle organisatoren het financieel makkelijk hebben, maar er zijn een aantal grote spelers die geen tekorten hebben. ONE Cycling is alleszins een stap in de goede richting. Het betekent dat de stakeholders van het fietsen samen willen nadenken over het product fietsen. En dat product beter proberen te maken om nog meer inkomsten te genereren. Zodat iedereen daar een stukje beter van wordt.”
Kurt Van de Wouwer (Lotto Cycling Team) relativeert dan weer de waarde van een project als ONE Cycling. “Omdat het de verschillen tussen de teams niet wegwerkt”, vindt hij. “Als ieder team hetzelfde bedrag krijgt, blijft het verschil even groot, waarmee de problemen nog altijd niet opgelost zouden zijn.”
UCI-punten
Wat Van de Wouwer bedoelt, is dat ook met ONE Cycling de beste renners geconcentreerd zouden zitten bij een beperkt aantal teams. Lotto zou er nog altijd niet in slagen zijn betere renners aan boord te houden. “Werken met een budget cap, waarbij ploegen een maximaal budget krijgen, lijkt me niet wenselijk noch wettelijk”, klinkt het. “Wat wel zou kunnen werken, is het beperken van het aantal UCI-punten dat een ploeg mag hebben. Dat zou ervoor kunnen zorgen dat de talenten meer gespreid worden over verschillende ploegen. Dan zou bijvoorbeeld Ayuso misschien niet voor UAE rijden.”
“Iedere sport is gebaat bij een competitieve balans”, vult Marko Heijl (Soudal) aan. “Kijk, er zijn altijd dominante ploegen geweest, maar het mag niet verder gaan dan dit. De vork tussen het laagste en hoogste budget in de World Tour heeft zijn limiet bereikt. We zitten echt niet te wachten dat ze bij UAE het budget verdubbelen. Dan moet je UCI zijnde iets doen, in het belang van de sport, in het belang van de kijker, van de supporter ook. En dan is zo’n ‘punten cap’ een interessante piste.”
“Het is een piste die we zelf al hebben geopperd”, zegt Philip Roodhooft. “Door een maximumaantal UCI-punten per ploeg te installeren, vermijd je dat alle talent naar één ploeg gaat. En dan ben je voor een stuk over het muurtje aan het kijken, naar het drafting systeem bij de NBA. Dat is hun manier om talent te verdelen over de ploegen.”
Transfersommen
Lotto Cycling Team verloor afgelopen winter Maxim Van Gils ondanks een nog lopend contract aan Red Bull-BORA-hansgrohe, één van de financiële grootmachten. Het Belgische wielerteam hield er wel een behoorlijke som geld aan over. “Maar van echte transfersommen zoals in het voetbal kan je niet spreken”, aldus Wim Lagae. “Het is meer het afkopen van contracten. De zaak van Van Gils, wat voor mij geen zaak was, is niet meer dan een toepassing van het normale arbeidsrecht.”
Grote transfersommen zoals in het voetbal zitten er dan ook niet aan te komen. En ook het voetbal moet zich zorgen maken, denkt Lagae. “Vorig jaar is het arrest Diarra gevallen en dat legt eigenlijk een bom onder het internationale transfersysteem. Misschien gaan binnenkort de eerste cases komen waar de bepaling van de marktwaarde van voetballers een stuk zuiniger gaat gebeuren en niet langer op een soort van fictieve marktwaarde met onredelijke verbrekingsvergoedingen. Teammanagers mogen in deze piste geen energie steken.”
Zowat iedereen is het erover eens: de sponsors met de grote budgetten zijn meer dan welkom in het wielrennen, maar zorgen voor een scheefgetrokken situatie. Decathlon staat op het punt cosmeticagigant L’Oréal mee aan boord te hijsen, wat tot een flinke budgetverhoging leidt. “En dan zie je dat zelfs Visma-Lease a Bike er niet meer in slaagt een renner als Tiesj Benoot aan boord te houden”, zegt Marko Heijl. “Wie in de wielersport wil meespelen, moet op zoek naar een krachtiger segment van bedrijven.”
“Exploderen is niet het juiste woord, maar het klopt dat de budgetten enorm aan het toenemen zijn. De vraag is maar of er in België voldoende bedrijven zijn die deze bedragen kunnen ophoesten. Want hoe je het ook bekijkt, wielrennen blijft een interessant platform voor sponsoren. Het geeft ons de kans om onze naam aan een ploeg te verbinden, wat je bij Anderlecht of Club Brugge niet zou hebben. Remco Evenepoel rijdt voor Soudal-Quick-Step, een voetballer speelt voor Club Brugge of Anderlecht. Waarom gaat het dan zo moeilijk voor de Belgische teams, vraag ik me dan af.”
Teveel aan teams?
Simpel: er zijn onvoldoende kapitaalkrachtige sponsoren in ons land. “En de economische situatie maakt de zaken er niet makkelijker op”, denkt Wim Lagae. “De onzekerheid rond de internationale handelstarieven door het grillige Trump-beleid, de budgettaire nadruk op defensie. Het wielrennen groeit, maar een kleine vertraging van die groei zou momenteel geen kwaad kunnen. Iedereen staat op de toppen van zijn tenen.”
Misschien is de enige gepaste eindconclusie dat de Belgische wielersport boven zijn stand heeft geleefd met een teveel aan teams. Lagae: “De wielersport is ontzettend populair in ons land, en dan vooral in Vlaanderen. Dan spreek je van een markt van zeven miljoen inwoners met navenante bedrijvenmarkt, een markt die volgens mij al helemaal is leeggevist. Dus zou ik niet rekenen op groei inzake sponsorwerving. Het bestaande niveau behouden wordt al een hele uitdaging.”
En toch overheerst optimisme. “Wielrennen blijft een aantrekkelijk product”, zegt Philip Roodhooft. “Ik ga de realiteit niet beter voorstellen dan ze is en er zijn een aantal dingen die beter kunnen. Maar we zien aantrekkelijke wedstrijden, met aantrekkelijke figuren zoals Evenepoel of Van der Poel. Of zie wat Lotte Kopecky heeft losgemaakt in België. We zien toch heel veel enthousiasme bij het publiek, de kijkcijfers zijn goed. Maar is het product perfect? Kan het niet beter gecommercialiseerd worden? Is het volledig afgestemd op het kijkgedrag van jongeren? Ik denk het niet. Alles evolueert, dus je moet mee evolueren.”