quote:
Al ruim 25 jaar zet gynaecoloog Dorenda van Dijken de overgang op de kaart. In het begin werd ze nog weleens uitgelachen door mannelijke collega’s, maar overgangsklachten worden steeds serieuzer genomen.
Het is deze week de Week van de Overgang. Het doel: de nog steeds heersende taboe rondom dit onderwerp doorbreken.
“Als ik vroeger in een stafvergadering over het menopauze-team begon, stonden chirurgen vaak op om een broodje kroket te pakken. ‘Dit vind ik zo oninteressant’, klonk het dan. Vervolgens belden ze me ’s avonds thuis op: ‘Je hebt toch die poli? Mijn vrouw heeft er toch wel heel veel last van.'”
OVERGANGSPOLIKLINIEK
Binnen, maar vooral ook (ver) buiten het ziekenhuis, zet Van Dijken zich al ruim 25 jaar in om de stigma’s rondom de overgang te doorbreken. Ze werkt als gynaecoloog bij het OLVG West in Amsterdam. Ook is ze voorzitter van de Dutch Menopause Society en de Stuurgroep Women’s Health van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. Daarnaast richtte ze de eerste kliniek voor complexe overgangsklachten op. In deze multidisciplinaire overgangspolikliniek (MOP) werken artsen uit verschillende disciplines samen om vrouwen beter te kunnen helpen.
Het is bijna niet voor te stellen dat Van Dijken per toeval in dit vakgebied terecht kwam. “In de jaren negentig werd hormoontherapie per wagonlading voorgeschreven. Bijna alle vrouwen kregen het, of ze nu wel of geen klachten hadden. Een collega van mij deed dit ook altijd, maar toen hij met pensioen ging moest iemand zijn werk opvangen. Ik ben me toen in de overgang gaan verdiepen, daarvoor wist ik er eigenlijk niet zo veel van af.”
Begin 2000 komt het nieuws naar buiten dat hormoontherapie het risico op borstkanker zou vergroten. “Die cijfers zijn verkeerd naar buiten gebracht, maar daardoor schreef ineens niemand meer hormoontherapie voor – terwijl ik had gezien wat het vrouwen kon brengen. Ik heb er toen mijn missie van gemaakt om het weer als iets normaals op de kaart te zetten. Inmiddels is die missie nog iets bijgesteld: ik wil vooral dat de generaties na ons niet meer tegen dezelfde muren oplopen als de vrouwen van nu.”
Thumbnail voor Slechts 4 procent van vrouwen in overgangsleeftijd krijgt hormoontherapie
Slechts 4 procent van vrouwen in overgangsleeftijd krijgt hormoontherapieLEES OOK
Wat zijn voorbeelden van die muren?
“De grootste muur is al bijna geslecht. Tot tien jaar geleden was het toch een beetje van: ‘De overgang hoort erbij, daar moet je even doorheen en dan gaat het vanzelf over.’ Je moest het vooral niet medicaliseren. Persoonlijk vind ik dat wat kortzichtig, want vrouwen hebben wel klachten. Dat is een feit.
Ik kreeg dan het commentaar: ‘Vrouwen gaan er niet dood aan.’ Dan riep ik altijd dat vrouwen ook niet doodgaan aan urineverlies, maar daar helpen we ze ook bij. De overgang hóórt bij vrouwengezondheidszorg. Ook als je geen klachten hebt, heeft het gevolgen voor je gezondheid op de langere termijn.
Gelukkig realiseren we ons steeds meer dat vrouwen echt geen mannen zijn. Ik heb altijd gezegd: we onderscheiden ons met name in drie dingen. We worden ongesteld, kunnen kinderen krijgen en komen in de overgang. Voor kinderen krijgen is altijd veel aandacht geweest, maar de andere twee blijven nog steeds achter.
Vooral over de overgang wordt al snel een beetje lacherig gedaan. En dat maakt het voor vrouwen nog lastiger om hun klachten bespreekbaar te maken; thuis, maar ook op de werkvloer.”
Worden overgangsklachten ook altijd als dusdanig herkend: door vrouwen zelf, maar ook door bijvoorbeeld huisartsen?
“Nee, niet altijd. Maar kijk, ik heb veel missies. Huisartsen zijn altijd een beetje de boeman, maar ik denk dat ik meer huisartsen ken die goede kennis hebben dan gynaecologen. Ze hebben echt een inhaalslag gemaakt. Bij bedrijfsartsen, cardiologen, psychiaters – noem maar op – wordt het vaker niet herkend. Als ik een presentatie geef, heb ik altijd een vaste slide met een citaat van Johan Cruijff: ‘Je ziet het pas als je het doorhebt.’ En zo is het.
Na afloop van een lezing kwam er ooit een reumatoloog naar me toe. Ze zei: ‘Ik ben echt geschrokken van jouw verhaal, want ik wist niet dat spier- en gewrichtsklachten ook bij de overgang kunnen passen. Ik denk dat ik veel vrouwen waarbij ik geen reuma kon vaststellen daardoor niet goed heb geholpen.’ Langzaam begint het kwartje bij artsen te vallen: vrouwen zijn écht anders dan mannen.
Door het verlies aan oestrogeen hebben alle vrouwen na de leeftijd van zestig bijvoorbeeld meer kans op hart- en vaatziekten. Als je dan óók nog extra risicofactoren hebt en je weet dat niet van jezelf, dan kun je ook geen maatregelen nemen. Daarom vind ik dat alle vrouwen vanaf hun veertigste – en het liefst nog eerder – die kennis moeten hebben.
Als het aan mij ligt, komt de overgang uitgebreid in de biologieboeken. We gaan allemaal langer werken, het leven houdt bij de vijftig écht niet op. Je bent pas op de helft, hè?”
Waarom moest deze speciale overgangspolikliniek er komen?
“Al snel wisten mensen me te vinden en trok ik ook de ingewikkeldere zaken aan, zoals vrouwen met schilderklieraandoeningen, kanker, spierziekten of psychiatrische aandoeningen. Binnen het ziekenhuis ging ik dan in overleg met de internist, cardioloog of psychiater om hen zo goed mogelijk te kunnen helpen. Maar op een gegeven moment dacht ik wel: ik blijf bellen.
Zo ontstond het idee voor een menopauze-team. Iedere keer dat er een vrouw met een complex probleem kwam, zou ik dan sneller gebruik kunnen maken van de expertise binnen het ziekenhuis. We merkten dat we vrouwen zo veel beter konden helpen, en vervolgens is daar het spreekuur uit ontstaan.
Als een vrouw vanwege psychiatrische problemen langskomt, kunnen we nu direct het juiste team samenstellen, zodat ze met al haar vragen terecht kan. Er vloeien veel tranen op de poli, want vrouwen voelen zich enorm gehoord.”
Thumbnail voor Leontine (47) heeft diabetes type 1 én zit in de overgang: 'Soms had ik 10 opvliegers per nacht'
Leontine (47) heeft diabetes type 1 én zit in de overgang: 'Soms had ik 10 opvliegers per nacht'LEES OOK
DRUK OP DE POLIKLINIEK
Al jaren proberen vrouwen uit het hele land een afspraak op de overgangspolikliniek te krijgen. De wachttijd liep zo ver op dat het spreekuur nu alleen toegankelijk is voor patiënten uit Noord-Holland. Alsnog moeten vrouwen vier tot vijf maanden geduld hebben. “En dan maken we een strenge selectie”, benadrukt Van Dijken. “Het geeft aan hoe hoog de nood is.”
De MOP is niet bedoeld voor mensen met ‘milde’ klachten. Van Dijken: “Iemand die opvliegers heeft maar verder gezond is, kan de huisarts relatief eenvoudig weer op de rails krijgen. Ook dat is een belangrijk moment, maar veel minder complex.”
Twee derde van de vrouwen die bij het OLVG in Amsterdam aankloppen, hebben te maken met psychiatrische problematiek. Verder zien Van Dijken en haar collega’s onder andere vrouwen met kanker, diabetes en schildklieraandoeningen. Ook komen er vrouwen met PMS of PMDD, en vrouwen die (heel) jong in de overgang terecht zijn gekomen.
ERNSTIGE KLACHTEN
Het team doet wat het kan, maar Van Dijken realiseert zich dat veel vrouwen nog niet de hulp krijgen die ze nodig hebben. “Ik word dagelijks bestookt met telefoontjes en mails van zorgprofessionals uit het hele land die worstelen met vrouwen met ernstige klachten. Het gaat dan ook om vrouwen die de wens tot zelfdoding hebben. Die wil je niet laten wachten.”
Samen met psychiater Sandra Kooij en cardioloog Janneke Wittekoek richtte Van Dijken het H3-netwerk op om hun kennis over het vrouwenlichaam te bundelen en de vrouwenzorg beter te integreren. “We willen dat er betere netwerkzorg ontstaat in Nederland. Dus vertel ik, zo vaak als kan, aan andere artsen dat we vrouwen met onze poli goed kunnen helpen. En dat er veel behoefte aan is. Inmiddels loopt er wekelijks een externe collega mee tijdens het spreekuur, omdat ze hetzelfde willen opzetten in hun eigen ziekenhuizen. Dat is précies wat we moeten hebben.”
Welke hulp kunnen jullie vrouwen – naast hormoontherapie – bieden?
“Wij zien echt het topje van de ijsberg, een zeer geselecteerde groep. Toch staat voeding en leefstijl ook bij ons met stip op nummer één. Eigenlijk hoort dat bij de huisarts of verpleegkundig overgangsconsulente thuis, maar we zien dat vrouwen vaak nog best wat verbeterslagen kunnen doen voor hun gezondheid.
Vanwege de ernst van de klachten, schrijven we vaak wel hormoontherapie voor. Bij vrouwen die met psychiatrische aandoeningen worstelen, doen we dit in combinatie met andere medicatie en via allerlei andere behandelingen: van cognitieve gedragstherapie tot lichttherapie voor slaap. En vrouwen met ADHD kunnen we bijvoorbeeld helpen met apps, omdat ze meer structuur nodig hebben.
Leefstijl is belangrijk voor je algehele gezondheid. Maar vrouwen moeten vooral ook hun risicofactoren kennen. Als jij in je zwangerschap een hoge bloeddruk of zwangerschapssuiker hebt gehad, is je kans op hart- en vaatziekten na de menopauze vergroot. Dat geldt ook voor migraine. En als één van je ouders botontkalking heeft, is je kans meer dan verdubbeld.
Als je dat allemaal niet weet, kun je ook niet gezonder ouder worden – terwijl je er juist op tijd mee moet beginnen. Je moet voldoende bewegen en verstandig eten. En voor overgangsklachten zijn er ook een aantal triggers, zoals koffie, cola en thee met theïne. Gemberthee is gegarandeerd nachtzweten, en hetzelfde geldt voor alcohol.
Rokers komen eerder in de overgang en hebben meer klachten. Dat geldt ook voor vrouwen met overgewicht en als het om ernstig overgewicht gaat, mag je geen hormoontherapie.”
Is dit waarom u het belangrijk vindt dat we meer over de overgang praten, en de voorlichting verbetert?
“Het zou mooi zijn als alle vrouwen voorlichting krijgen. Voor mijn part van de Rijksoverheid. We zien wel steeds vaker dat bedrijven overgangsworkshops geven, maar het gebeurt nog niet genoeg.
Wat mij bijvoorbeeld een doorn in het oog is, is dat vrouwen vanaf hun vijftigste wel twee keer per jaar gecontroleerd worden op borstkanker, maar dat niemand routinematig naar bloeddruk en cholesterol kijkt. Terwijl jaarlijks dertien keer meer vrouwen overlijden aan hart- en vaataandoeningen dan borstkanker. Het is de nummer één doodsoorzaak onder vrouwen.
Het balletje gaat wel steeds meer rollen, waardoor ook commerciële partijen hebben ontdekt dat er een verdienmodel aan de overgang zit. Als je naar de drogist gaat, vind je allerlei potjes die klachten zouden verhelpen. Ook noemen mensen zich ineens hormoonspecialist terwijl ze niet medisch onderlegd zijn. Vrouwen zijn onzeker en grijpen alles aan, waardoor ze bakken geld uitgeven aan dingen die niet helpen. Zorg dus dat je de goede informatie krijgt, en dat dit altijd gekoppeld is aan een beroepsvereniging of een zorgprofessional.
Verder zeg ik altijd: maak het zélf bespreekbaar. Vorig jaar vertelde een vrouw me dat ze in een vriendinnengroep van achttien vrouwen zit. Ze zei: ‘Ik ben de enige die last heeft van de overgang.’ Toen flapte ik er meteen uit dat ik zeker wist dat er twaalf liegen. Slechts één op de vijf vrouwen heeft nergens last van, en zelfs dan heeft de overgang grote gevolgen voor je algehele gezondheid. Je merkt gewoon dat je lijf verandert: je spieren, je figuur, je haarstructuur, je nagels. Daar moeten we op een normale manier over kunnen praten.”
Dit artikel werd voor het eerst gepubliceerd op 6 januari 2024.