Gesloten scholen en lesuitval: kinderen ontwikkelden door corona een leerachterstand. En die achterstand neemt toe, blijkt nu, ondanks extra miljarden van het kabinet voor een inhaalslag. Hoe kan dat? En hoe nu verder?
Méér achterstand
Terug naar 2020. Scholen sluiten voor het eerst hun deuren, kinderen zitten thuis achter hun
laptop, geholpen door ouders die vaak werk en schoolwerk combineren. Het is het begin van onrustige tijden voor de scholen, met zieken, afstand houden en online onderwijs. Al snel wordt duidelijk dat scholieren achterstanden oplopen, bijvoorbeeld bij lezen. In eerste instantie lijken vooral kwetsbare kinderen, bijvoorbeeld uit achterstandswijken, hard geraakt.
Meer schoolsluitingen volgen. Het kabinet grijpt in: het stelt in februari 2021 via het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) ¤8,5 mrd beschikbaar om achterstanden weg te werken, ¤500 per basisschoolleerling en ¤820 per middelbare scholier.
Om de voortgang te bewaken, krijgt de Tweede Kamer periodiek een stand van zaken. Vorige week meldden ministers Robbert Dijkgraaf (Wetenschap) en Dennis Wiersma (Onderwijs) dat de achterstanden van basisschoolleerlingen bij rekenen, wiskunde en spelling inmiddels niet alleen groter zijn dan voor de pandemie, maar ook groter dan de achterstand van vorig jaar. Gemiddeld lopen kinderen vijftien weken achter op schema. Alleen voor begrijpend lezen is de schade ingehaald.
Dat beeld is hetzelfde in de onderbouw van de middelbare school: de prestaties gaan achteruit op het gebied van Nederlands en rekenen/wiskunde. Engels gaat juist beter.
Opmerkelijk is dat niet langer de kwetsbare leerlingen achteropraken, maar juist leerlingen van hoger opgeleide ouders. 'Dat heeft me verrast', zegt Lotte Henrichs, universitair docent bij Onderwijswetenschappen aan de Universiteit van Utrecht. 'Ik kan dat niet verklaren. Hebben we te makkelijk gedacht dat die leerlingen er wel zouden komen? Dit vraagt om meer onderzoek.'
Het kan te maken hebben met het feit dat die ouders in eerste instantie erg betrokken waren bij thuisonderwijs, zegt hoogleraar Onderwijseconomie Trudie Schils van Maastricht University, maar dat ze inmiddels zelf weer vol aan de bak zijn. Daardoor is er nu minder aandacht voor schoolwerk.
Al met al is het geen optimistisch beeld, zegt Lex Borghans, hoogleraar Arbeidseconomie en Sociaal Beleid. '¤8 mrd is wat het kost als je alleen alle misgelopen lessen alsnog geeft. Maar dat gebeurt niet; het geld gaat ook naar ondersteunende activiteiten. Dan gaat het herstel langzamer. Het is zoals in de economie: je start hersteloperaties, maar de uitkomst is nooit dat je daarmee 100% herstelt.'
Emotionele knauw
Kinderen hebben ook een sociaal-emotionele knauw gekregen. Ze kunnen minder goed met elkaar omgaan, zijn negatiever en ervaren mentale problemen. Dat heeft niet alleen gevolgen voor hun welzijn. 'We weten dat dit met name het aanleren van rekenen bemoeilijkt', zegt Henrichs. 'Daarvoor zijn concentratie en werkgeheugen nodig en dat is lastig voor leerlingen die niet goed in hun vel zitten.'
Hoogleraar Trudie Schils is verbonden aan het Platform Perspectief Jongeren, dat gesprekken voert met scholieren zelf over de achterstanden. In haar lopende onderzoek ziet zij dat de sociale vaardigheden niet zijn hersteld, met als gevolg nog altijd meer ruzies en vervelend gedrag.
Jongeren vertellen vooral dat ze moeite hebben met concentreren. 'Dat komt niet alleen door corona’, aldus Schils. ‘De pandemie gaf een schok. Daarna ging alles volop draaien, maar de gevolgen ijlen door. Daarbovenop komen andere problemen, zoals de lerarentekorten, de energiecrisis en de oorlog in Oekraïne.'
Schils: 'We doen ook alsof alles weer is zoals vóór corona. Maar de kinderen zijn dat niet. Daar moeten we ons bewust van blijven. Bovendien zijn er leraren langdurig uitgevallen of vertrokken.'
Corona is ook niet weg, zegt Carla Haelermans, hoogleraar onderwijseconomie aan de Universiteit Maastricht. Zij is nationaal coördinator van het Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs (NCO), dat het gevolg van corona op het basisonderwijs onderzoekt. Het verklaart deels waarom achterstanden blijven. 'Vergeet niet: er is nog altijd lesuitval.'
Troebel beeld
Ondanks de NPO-miljarden zijn de achterstanden groter geworden. Heeft het geld dan nut? Haelermans vindt het te vroeg voor conclusies: 'Scholen zijn eind vorig jaar begonnen met het uitgeven van NPO-geld en de vraag is of ze hun ambities konden uitvoeren, gezien de personeelstekorten.'
Bovendien, zeggen Henrichs en Borghans: niemand weet hoe de kinderen ervoor zouden staan zónder die hulpgelden. Een zienswijze die een woordvoerder van de PO-raad, de koepel van schoolbestuurders, deelt. ‘Je kunt tegenvallende prestaties benadrukken, maar je kunt ook zeggen: het is knap dat er ondanks de megatekorten goede resultaten zijn met achterstandsleerlingen.’
De criteria voor besteding van het NPO-geld zijn ruim. Zo mag een school er activiteiten mee betalen die ten goede komen van het welzijn van kinderen. Hoewel die bewezen effectief moeten zijn, blijft 'welzijn' een breed begrip. Scholen betalen er yogales van, speeltoestellen of planten. Extra personeel aannemen is lastig, omdat dat personeel er simpelweg niet is en het NPO-geld stopt na het schooljaar 2024/2025.
Schils ziet dat scholen zelf niet altijd weten of het geld goed is besteed. 'Dat is lastig te meten. De werkmethoden zijn bewezen, maar die effectiviteit is vastgesteld onder reguliere omstandigheden met specifieke voorwaarden. De praktijk is anders. We weten te weinig over wat daar werkt.'
Henrichs studenten doen onderzoek naar scholen die met succes achterstanden terugdringen. 'Ik zou graag zien dat dit grootschalig wordt gedaan', zegt de universitair docent, 'zodat we zicht krijgen op wat in welke omstandigheden effect heeft.'
Stapeleffect
Het leerproces is als een stapel blokjes: het ene beetje kennis stapelt op het vorige. Maar als dat eerste stukje wankel is, wordt de hele blokkentoren dat. De coronaklap dreunt daarom lang door in de klas. Terwijl de leerachterstand oploopt, wordt het ook steeds moeilijker vast te stellen welk blokje niet stabiel genoeg was.
'Je ziet: hoe hoger het leerjaar, hoe groter de achterstand', zegt Haelermans. Ze vreest de gevolgen voor de langere termijn. 'Een kleine achterstand haal je in met extra ondersteuning. Maar bij een grote achterstand neemt de kans toe dat je die meeneemt naar je vervolgopleiding.' Dat kan ertoe leiden dat leerlingen later alsnog uitvallen of lager instromen.
Scholen buigen wel mee, bijvoorbeeld door bij twijfel een leerling uit groep 8 een hoger schooladvies geven. 'Maar die kinderen moeten dat nog wel waarmaken en dat kunnen we pas over een paar jaar meten,' aldus Haelermans. Borghans: 'Er zit ook een risico aan: een kind dat het toch niet aankan, kan nog harder terugvallen dan wanneer die op eigen niveau zou beginnen.'
Henrichs ziet dat middelbare scholen beter zijn voorbereid op de 'coronageneratie'. 'Toen ze voor het eerst werden geconfronteerd met leerlingen voor wie omgangsvormen in de klas een uitdaging bleken, waren ze geschrokken. Nu hebben ze zich daarop georganiseerd.'
Niet alles tegelijk
Volgens Schils is het zaak dat scholen nu focussen. 'Er zijn achterstanden in de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Mijn advies: richt je daarop, als voorwaarden voor het leerproces. Probeer ook niet alles tegelijk te doen. En geef de kinderen meer tijd met brede brugklassen.'
Deze kinderen hebben iets unieks meegemaakt, zegt ze. 'We denken dat leerachterstanden op termijn kunnen bijtrekken. Maar bij de gevolgen voor hun ontwikkeling en mentale welzijn is dat complexer. Daar gaan we veel van merken. Hoe precies, dat weet niemand.’
https://fd.nl/samenleving(...)de-klas-txk2caHywOKq