quote:
Ik heb er nog 2 gevonden.
Versie van Perrault
Als er in het koninkrijk eindelijk een prinsesje geboren is, wordt er een groot feest gegeven. Zeven feeën worden hierbij uitgenodigd als petemoei.[1] Zij ontvangen een prachtig gouden etui met gouden bestek erin. Dan verschijnt er als achtste een heel oude fee, die allang dood gewaand werd. De koning zorgt er weliswaar snel voor dat zij ook deel mag nemen aan de feestmaaltijd, maar een mooi etui zit er niet meer in. De oude fee is kwaad.
Wanneer de feeën hun doopgaven uitspreken over de baby, komt de oude fee als een na laatste aan de beurt. Ze wenst dat als het prinsesje zestien is, ze zich zal prikken aan de spoel van een spinnewiel en zal sterven. Eén jonge fee, die als laatste aan de beurt is, voorzag de woede van de oude fee. Ze spreekt een bezwering uit die de vloek verzacht: de prinses zal honderd jaar slapen, waarna een prins haar met een liefdeskus zal wekken.
Ondanks de waakzaamheid van de koning prikt de prinses zich toch op haar zestiende waardoor ze in slaap valt. Na door een dwerg met zevenmijlslaarzen gewaarschuwd te zijn tovert de goede fee de hele hofhouding mee in slaap, zodat de prinses nog iets vertrouwds zal hebben als ze ontwaakt. Zodra de koning en koningin – die als enigen niet in slaap gevallen zijn – vertrokken zijn, groeit er een woud om het kasteel heen. Pas na honderd jaar slaagt de zoon van de koning die toen regeerde erin om het kasteel te bereiken. Alleen door de nabijheid van de prins (dus zonder kus) ontwaken de prinses en haar hofhouding. Ze trouwen en krijgen twee kinderen. Kort daarop volgt de prins zijn vader op als koning.
De ellende is echter nog niet voorbij, daar zijn moeder menseneter is. Wanneer hij tijdens een lange reis de regering aan zijn moeder overlaat, wil deze een voor een de kinderen van het jonge paar en uiteindelijk de koningin zelf voorgeschoteld krijgen. Een poging om haar te bedriegen mag niet helpen, en uiteindelijk kan enkel de onverwachte terugkomst van de jonge koning het gezin redden.