Voor Willem van Hanegem is De Kuip een soort Lourdes
Het is vandaag precies 76 jaar geleden dat Willem van Hanegem in het Zeeuws-Vlaamse Breskens ter wereld kwam. Het waren 76 zeer, zeer kleurrijke jaren, waarin hij tot grote hoogte steeg als voetballer en trainer, en ook steeds meer vergroeid raakte met zijn grote liefde Feyenoord.
Het is niet uit te leggen, zegt hij, het gevoel dat die club bij hem losmaakt. Een van Neerlands grootste voetballegendes waagde toch een poging voor de VI Feyenoord-special van begin 2016. 'We zijn de club van de hoop, maar op een gegeven moment word je er gestoord van.'
FEYENOORD & HET LEVEN
'Er was een echtpaar, twee docenten, van wie de man aan een dodelijke ziekte leed. Hun dochter vroeg of-ie dan een keer mocht komen, zijn laatste wens. Een ziekenwagen reed hem zo De Kuip in. Ik ben met hem gaan lopen, gewoon een beetje wandelen door dat stadion. Die man wees naar zijn plekkie, ergens in een vak aan de Maaszijde. Het was een prachtige dag. Volgens de artsen had hij nog maar een paar dagen te leven en hij lag daar te genieten van die Kuip. Dit was echt zijn laatste uitje. We namen afscheid en ik dacht: Ik hoop dat die man hieraan iets heeft gehad. Dat-ie het meenam of zo.'
'Een paar maanden later sla ik de krant open en zie een interview met zijn vrouw. Later is ze ook nog op televisie geweest. Wat bleek, ze had al die tijd naast haar zieke man geslapen en was steeds wakker geworden door het hoesten en lijden. Maar de ochtend na zijn bezoek aan De Kuip, werd ze wakker en hoorde niets. Toen ze in zijn bed keek, zag ze hem ook niet liggen. Ze liep vervolgens de gang in en zag die vent voor het open raam staan, die stond zich zo een beetje uit te rekken, zijn longen vol met lucht te blazen. Het gekke is: ze zijn op vakantie gegaan en die man heeft nog anderhalf jaar geleefd. Ik geloof eerlijk gezegd niet zo in wonderen, maar dit was op z'n minst heel frappant.'
FEYENOORD & VERBONDENHEID'Het Feyenoord-gevoel. Zo'n kreet. Mensen praten erover, het is iets aparts, maar wát 't nou precies is... Joost mag het weten. Het is iets wat niet onder woorden valt te brengen, al pieker je je suf. Als ik een poging moet doen, hou ik het maar op saamhorigheid. Of: verbondenheid. Ja, dat is het. Ik ben actief - je gelooft het niet - op Facebook en wat ik dan voorbij zie komen, zie je bij geen een andere club. Verjaardagen, feesten, maar ook ziektes en overlijden; de verbondenheid van die Feyenoorders is ongekend. Ze zorgen voor elkaar, spreken af, gaan naar elkaars verjaardagen of begrafenissen. En samen naar Feyenoord. En hoe dat nou kan? Misschien zitten er wel veel mensen die het vroeger niet gemakkelijk hebben gehad, die werden gepest, of een rotjeugd hebben gehad. Die trekken dan naar de club en daar komt alles samen. Dan word je als het ware opgenomen in een gigantisch grote familie.'
'Dat alles verdampt door dat gezanik in Rome. Laatst zat ik naar de ochtendtelevisie te kijken. Kwam er zo'n meisje in beeld. Feyenoord-supporters zus en zo, vernielingen, rellen. Natuurlijk, wat daar is gebeurd, praat ik niet goed. Het kan niet, het mag niet, het is slecht voor Feyenoord. Maar ik hoor ook de andere verhalen. Hoe iedereen in stegen werd gedreven, als vee. Hoe die politie tekeerging tegen vrouwen en kinderen. Dat lokte een reactie uit. Niet goed, helemaal niet zelfs, maar ook dat is Feyenoord: Je blijft van ons af en zit zeker niet aan vrouwen en kinderen. Die verhalen mis ik in de berichtgeving. Als ik dan zo'n Timmermans hoor roepen dat hij zich schaamt voor de Feyenoord-supporters, keert mijn maag om. Concentreer je op die ramp met die MH17, al die ellende en families die nog steeds in onzekerheid leven. Die Commissie Stiekem en noem maar op. Dat vind ik bijna net zo crimineel als supporters die zich hebben misdragen.'
FEYENOORD & KRITIEK'Men vindt dat ik te veel mopper op Feyenoord en ik betrap mezelf er ook op dat ik extra kritisch ben op de club. Dat komt doordat het gewoon míjn club is. Die Duitsers hebben er een gezegde voor, hoe heet dat nou? Wass sich liebt neckt sich, ja. Zo is het wel gewoon. Op je eigen kinderen ben je net zo kritisch als dat je van ze houdt. Omdat je wilt dat ze het goed doen, omdat je hoopt dat ze iets van het leven gaan maken. Ik heb dat met Feyenoord. Als ik nou niks om die club had gegeven, zou ik me er niet druk om maken. Laat maar waaien. Ik heb dat met heel veel dingen, alleen niet met Feyenoord. Ik hoef er niet meer te werken, scheelt ook. Er zijn er zat die zich laten belemmeren door ambitie, die mensen te vriend willen houden. En die dus nooit de vinger op de zere plek durven te leggen.
Maar als ik naar Feyenoord zit te kijken, wil ik simpelweg het beste. Als het niet loopt, dan kan dat. Als ze er niks aan doen, heb ik de pest in. Zo'n Michiel Kramer lijkt mij een aardig joch, alleen vraag ik me hardop af of hij het wel snapt. Waarom loopt hij van de bal weg als hij ernaartoe moet? Waarom staat hij steeds met die hand omhoog en is hij nooit aanspeelbaar? Ik snap het gewoon niet. Doe verdomme je best en er is niemand die je een fout nadraagt. Ik zeg dat allemaal niet om zelf in de krant te komen. Ik wil dat die jongen beter wordt en daarmee Feyenoord. Wie anders vermoedt, begrijpt er geen klote van en is niet bezig met die club, maar enkel en alleen met zichzelf. Ik neem me weleens voor niet meer te zeuren. Rot op, wat zou ik me eigenlijk druk maken? Maar ik blijf toch mopperen op Feyenoord. Gelukkig maar. Ik weet: als ik het niet meer doe, is het gevoel verdwenen.'
'Mijn probleem is misschien dat ik met Feyenoord een geweldige tijd heb gehad, als speler en later trainer. Ik zou willen dat die tijd terugkeert. Feyenoord heeft zo veel jonge supportertjes die helemaal gek zijn van die club maar die, als ze geluk hebben, misschien een keer een bekerwinst hebben meegemaakt. Wij hebben álles meegemaakt: landstitels, Europa Cups, Wereldbeker, noem maar op. Dan weet je dat dát het mooiste is dat er bestaat. Ik gun dat alle Feyenoord-supporters. Die mensen zitten ieder seizoen weer te hopen, te hopen en te hopen. Alles is steeds maar gebaseerd op hoop. Misschien lukt het dit jaar wel. En steeds draait het uit op een totale teleurstelling en worden ze weer uitgelachen op school en op het werk, weet je niet.
Feyenoord is de club van de hoop, maar op een gegeven moment word je er gestoord van. Het is ook een club die te snel op hol slaat. Toen ze laatst met 5-2 in Heerenveen wonnen, was iedereen in de gloria. Maar heb je Heerenveen gezien toen voor rust? Die deden letterlijk niks. In de tweede helft gingen ze opportunistisch spelen en kwam Feyenoord er niet meer aan, terwijl ze er nog vier hadden moeten maken. Ik hoor Karim El Ahmadi zeggen dat ze met Marko Vejinovic een soort Busquets in huis hebben gehaald. Maar ik ben toch niet gek? Ik zit er toch naar te kijken? Als je zo redeneert, als je elke keer zomaar zit te kletsen, word je dus nooit beter. Niet alles was vroeger leuker, maar we waren in ieder geval nooit te tevreden. En daardoor werden we wel beter. Dat word je niet van een opgestoken duim na een foute pass over vijftien meter.'
FEYENOORD & HET LEVEN II'André was een goede vriend van me, een bloemenboer uit Leiden. Zijn paard heette Van Hanegem, op de muur van zijn huis hing een bordje met De Kromme. Idolaat van mij en vooral van Feyenoord. Hele lieve man, maar daaraan heeft kanker geen boodschap. Ook hij werd getroffen. Hij kon niet meer eten, niet meer drinken; in feite kon hij helemaal niks meer. Van Ernst Happel mocht André op donderdag naar de club komen. Hij reed zelf van Leiden naar De Kuip, dat kon eigenlijk niet meer, maar zó graag wilde hij ons zien. Na de training kwam hij bij ons en zat-ie gewoon ineens mee te eten en te drinken. Daarna reed hij naar huis en kreeg-ie vervolgens weer geen hap door zijn keel. Annie, zijn vrouw, begreep er niks van. In Leiden was hij tot niks in staat, in De Kuip leek het wel alsof er nieuw leven in hem werd geblazen.
Ik heb er vaak over nagedacht. Die vrouw van die man, die nog anderhalf jaar had geleefd, vroeg mij of ik het vervelend vond dat ze de publiciteit had gezocht. Moet je zelf weten, zei ik, als mensen maar niet denken dat het Lourdes is, want dan heb je iedere dag busladingen vol bij het stadion. Was gekscherend, maar tegelijk zit er natuurlijk wel iets in. Er zijn zo veel voorbeelden van mensen die dankzij Feyenoord en De Kuip kracht hebben hervonden, die zijn genezen of in elk geval nieuwe energie kregen, dat je Feyenoord en De Kuip misschien best een soort Lourdes zou mogen noemen.'
FEYENOORD & KAMERAADSCHAP'Vroeger waren wij geen vrienden van elkaar bij Feyenoord. Het ging er hard aan toe, we vertelden elkaar de waarheid, maar is dat niet juist vriendschap? Rinus Israël testte iedere nieuwe speler. Bij de eerste foute bal kwam hij vragen of-ie zijn schoenen voor de training in de vriezer had gelegd. Maar zo'n jongen ging wel denken van: Hé, effe opletten en scherp zijn. Je moet het samen doen.
Tennisvoetbal ging bij ons op leven en dood. De waarde van dat spel wordt onderschat, er zit alles in: je leert ervan koppen, je leert kalm te blijven in bepaalde situaties, je leert ruimtes te bespelen; het is techniek en tactiek in enen. Wie faalde, kreeg op zijn lazer. Later als trainer liet ik het ze ook vaak spelen. Henk Fraser kreeg er een beroerte van, kon gewoon niet mee. Later behoorde hij tot de betere spelers. Nu zie ik het spel ook weleens voorbijkomen en gaat het er vooral om dat er wordt gelachen. Ik wil het niet begrijpen. Die tevredenheid bij Feyenoord, het staat me niet aan. Elkaar maar op de schouders slaan... Dan lijk je aardig, maar interesseert de ontwikkeling van de ploeg of je collega je in feite niks.
Ik heb weleens gezegd dat ik nooit van mijn leven een perfecte wedstrijd heb gespeeld en dat geldt eigenlijk voor iedereen uit mijn generatie. Tevreden is een vreselijk woord. Als je vroeger bij ons niet presteerde en je kreeg toch een uitnodiging voor Oranje, gingen wij als spelers naar de bondscoach om te vragen of het wel zo'n goed idee was. Klinkt gek en oncollegiaal, maar dat was voor de ploeg toch het beste. En voor die jongen ook.
Een paar jaar terug kwam ik Jürgen Grabowski tegen tijdens een golfwedstrijd Duitsland-Nederland. Als je het toch hebt over typisch Feyenoord... Het verhaal is vaak verteld. Die Grabowski kon heel aardig voetballen, was voor ons een echte aanwinst geweest als rechtsbuiten. Maar ja, we hadden Henk Wery. Hem vonden wij wel een fijne kerel en het stond ons niet aan dat hij moest wijken voor die Duitser. Dus toen hebben we die Grabowski tijdens een oefenwedstrijd tegen Eintracht Frankfurt laten voelen dat hij, als het aan ons lag, beter daar kon blijven.
Nu zeg ik dat het nergens op sloeg wat we toen deden. We raakten die jongen waar we maar konden, maar Wery was gewoon een echte Feyenoorder. Een van ons. Het gekke is: Grabowski vertelde later dat hij het wel kon begrijpen. "Zo doe je dat met ploeggenoten", zei hij. Was een uitstekende speler, hoor. En, bleek achteraf, ook nog een aardige vent. Hij is columnist voor een krant in Frankfurt en nog kritischer dan ik. Het Duitse voetbal is toch niet zo onaardig, maar hij vindt het niks. Heb je het weer: zelfs als het goed is nog niet tevreden willen zijn.'
FEYENOORD & LIEFDE II'Mijn eerste ervaring met Feyenoord was toen we met Xerxes wonnen in De Kuip. Feyenoord had toen grote spelers: Moulijn, Kindvall, noem ze maar op. We kwamen aan bij het stadion en een menigte stond ons op te wachten. Ik geef toe: dat maakte wel indruk. Iedereen hield rekening met een flinke nederlaag voor Xerxes, maar zo ver wilden wij het toch niet laten komen. Wij hadden ook een aardige ploeg met jongens die bij Feyenoord waren weggestuurd: Ab Fafié, Jan Klijnjan en Robbie Jacobs. Lazar Radovic maakte toen de winnende: 0-1. Aan het eind van dat seizoen, in 1968, kon ik naar PSV. Trainer Kurt Linder wilde me meenemen, dus PSV viel meteen af. Ook Sparta had belangstelling. Op een dag kwam er een man bij ons thuis - ik ben zijn naam vergeten - die was gestuurd door Feyenoord. Ik heb hem daarna nóg een keer gezien en vervolgens nooit meer. Of ik naar Feyenoord wilde, vroeg hij. Mijn gevoel zei dat ik dat maar moest doen. Zo is het begonnen.
Gek is dat wel. Zodra je eenmaal binnen bent bij Feyenoord, gebeurt er wat met je. Dan word je besmet met een of ander virus of zo. Wat meehielp, was dat we meteen alles wonnen: de titel en de beker. Pas dan merk je wat die club losmaakt. Naar Xerxes kwam nooit iemand kijken, maar als je in die tijd met Feyenoord naar FC Twente moest, zat de trein vol met supporters. Je beseft al snel hoe bijzonder dat is, zo veel mensen, zo gek van die club. In Utrecht ging ik weleens naar een broodjeszaak in Wijk C. Daar spraken ze dan niet over DOS of Velox, maar over Feyenoord. Volbloed Utrechters die iedere twee weken naar De Kuip trokken. Later vielen spandoeken uit Dokkum en Leeuwarden op en als je een wedstrijdje in de provincie speelde, kwamen er bussen uit de Achterhoek en Zeeland.
Je gevoel voor die club groeit en wordt erger en erger. Ook al had ik vaak strubbelingen met het bestuur. Je had voorzitters, penningmeesters en secretarissen, en iedereen bemoeide zich ermee. Omdat ik Jan Boskamp wel een aardig mannetje vond, liet ik me vaak vlak voor tijd wisselen. Dan kon Jantje nog even de volledige premie meepakken. Fred Blankemeijer vond dat niks. "Jij krijgt een medaille voor je 25ste wissel", riep-ie dan. Ja, zei ik, en jij krijgt een bos bloemen voor je 25ste miskoop. Kon in die tijd gewoon. Je zei waar het op stond.'
Het Feyenoord-gevoel... Er is een moment geweest dat ik het echt goed gevoeld heb. Dat was op de dag van de afscheiding tussen de amateurs en profs. In een hal aan de Olympiazijde werd daarover vergaderd. Wim Jansen, Joop van Daele en ik gingen er kijken. We mochten er officieel niet bij zijn, maar waren kruip-door-sluip-door binnengekomen en zaten op een stellage boven het podium waar al die leden hun zegje mochten doen. Niemand zag ons, wij zagen iedereen. Daar, bovenin weggestoken, merkte ik een beetje wat dat Feyenoord-gevoel inhoudt. Iedereen zat door elkaar, het ging er hard aan toe, mensen lieten elkaar niet uitpraten, Blankemeijer werd uit het bestuur gestemd en later er weer in; allemaal gedoe. Mensen liepen te huilen. Het gekke is: eens in de zoveel tijd begon iedereen gebroederlijk Hand in Hand Kameraden te zingen. En daarna ruzieden ze weer verder. Toen dacht ik voor het eerst: Dit is wel een aparte club, hé. Die avond heeft echt indruk op me gemaakt. Het gevoel dat Feyenoord losmaakt, dat mensen er zo gestoord van kunnen zijn... Heel bijzonder.'
FEYENOORD & KRITIEK II'Wat mij tot op de dag van vandaag stoort, is de fabel dat Feyenoord wordt gezien als een club van harde werkers. Hard werken is toch niks bijzonders? Maar in mijn tijd konden we ook nog eens heel aardig voetballen. Er was geen beter elftal dan Feyenoord. Persoonlijk heb ik er mijn beste voetbal gespeeld. Feyenoord is ook, met Oranje in 1974, het beste elftal waarin ik heb gevoetbald. Beter kon niet. Dat team had alles, we konden op balbezit spelen, we waren goed zónder bal, we waren in staat elke tegenstander overhoop te spelen.
Het grappige is dat ons dat ook weleens niet lukte. En dan losten we het anders op, hè. Dan werd het fysiek, net zo lang tot de tegenstander murw was en we alsnog wonnen. Kijk ik met plezier op terug. Ik kan genieten van allebei. Barcelona is prachtig, maar Atlético Madrid is net zo mooi. Die passie, die ongelooflijke overlevingsdrang en ze geven bijna geen kansen weg. Ziek zijn van verliezen, had ik zelf ook. Een paar maanden nadat we de Europa Cup I hadden gewonnen, werden we uitgeschakeld door UT Arad uit Roemenië. Nu nóg irriteert me dat. Toen had je bij Blijdorp een benzinepomp van UTA. Ben ik nooit meer langs gereden. Dat UT wilde ik niet zien. Gek misschien, maar ik zou willen dat spelers van nu ook een beetje dat gevoel zouden hebben. Al kunnen ze dan misschien nergens meer langs rijden.'
'Ik hou niet van Feyenoord vanwege alle prijzen die we hebben gewonnen. Die vormen slechts een extra bonus. Het gaat om wat je er hebt meegemaakt: de belevenissen, de herinneringen. Ik heb bij andere clubs ook dingen gewonnen, maar het gevoel bij die verenigingen is gewoon anders. Als AZ of FC Utrecht verliezen, doet me dat vrij weinig. Als Feyenoord verliest, ben ik er ziek van, dan doet dat zeer. Ik zit soms naar Feyenoord te kijken dat ik wel kan huilen als ik zie wat er fout gaat. Dan ben ik in staat te gaan schreeuwen. Zoveel maakt die club nog steeds bij me los.
Misschien vinden mensen dat wel raar, al zie ik dat zelf niet zo. We praten over de grootste club van Nederland. Daarom stoor ik me zo aan dat onderdanige gedoe. We zijn geen titelkandidaat, we hoeven geen kampioen te worden, we hebben er niet het materiaal voor... Schei nou toch uit. Ik zie PSV en Ajax toch ook spelen. Ben ik niet kapot van, die zijn toch niet per se klassen beter dan Feyenoord? Op de een of andere manier is die nederigheid in de club geslopen. Toen ik trainer werd van Feyenoord, riep ik na de eerste training dat we voor de titel gingen. Al die journalisten in de zaal kwamen van het lachen niet meer bij. Maar ik keek naar mijn groep. Aardige spelers, vond ik. We verloren dat seizoen drie keer en stonden op die Coolsingel. Het jaar erop verloren we maar twee keer. Vijf nederlagen in twee jaar. En kijk dan wat er toen liep bij Ajax en PSV: Bergkamp, Romário, noem ze maar op.'
'Ik weet wat het is, die Coolsingel. Ik weet wat het losmaakt. In 1993 kwamen we vlak voor het einde aan kop. Toen wist ik al dat het niet meer mis kon gaan. Die ploeg van mij had toen wat ik als speler eerder ook had: Tot hier en niet verder. We speelden voor de mensen die zó lang al niks hadden gewonnen. Dat gevoel maakte echt iets los. Ik heb toen aan de rand van dat bordes een sigaretje staan roken. Gekeken naar al die mensen beneden, naar het feest, de ontlading, de trots. Ik stond daar niet met een lange neus van: Zie je wel. Dat ze ons toen aan het begin van dat seizoen hebben uitgelachen, had ik ze allang weer vergeven. Voor mij persoonlijk was het ook helemaal niet zo raar. Het gaat om de spelers. Als die goed zijn en je geeft ze vertrouwen en het gevoel dat ze ook goed kunnen voetballen, ja, dan kom je een eind. Maar je moet ze niet vertellen dat derde worden ook best goed is. Kom op, nou! Dat hoort niet bij Feyenoord.
De grootste fout die wordt gemaakt is dat mensen die bij de club werken gaan denken dat zij de club zijn. Nee, ze werken er, ze mógen er werken. Je houdt van die club en dan horen zij erbij. Soms is dat leuk, soms is het vervelend en soms doet het ook zeer. De mensen er nu zitten, hebben goede dingen gedaan. Maar ook mindere dingen. Zoals spelers aangetrokken die niets of nauwelijks iets hebben toegevoegd aan de club. Ik zie al jaren voetballers binnenkomen van wie je denkt: Bestaat niet. En toch blijft die club zo groot. Ook dat is Feyenoord. Sommigen van die acteurs zeggen dat je niet voor je lol supporter bent van Feyenoord. Nou, je weet inderdaad dat je niet hoeft te rekenen op heel veel succes. En toch zit dat stadion vol. Wie als jong ventje die Kuip binnenkomt, is voor de rest van zijn leven verkocht en verknocht aan die club. Dat heeft met succes of prijzen niks te maken, wel met gevoel. Nou, die mensen, díé zijn Feyenoord. Met z'n allen.'
FEYENOORD & DE KUIP'Toen ik De Kuip voor de eerste keer zag, dacht ik: Shit, hé. Dat gevoel ben ik daarna nooit meer kwijtgeraakt, hoe vaak ik er ook speelde of op de bank heb gezeten. Ik ben in heel veel stadions geweest, maar nergens heb je de sfeer van De Kuip. Niet gelogen. Vraag alle spelers in Nederland waar ze het liefst voetballen. Dan zeggen ze De Kuip, vroeger en nu nog steeds. Om er te voetballen is het fantastisch. Je hebt altijd het idee dat je een topwedstrijd speelt. Ik snap die spelers van Oranje wel. Natuurlijk willen die in De Kuip spelen. Maar doordat sponsors er misschien een nat pak krijgen, gaan ze naar die Arena. Succes ermee.
Ik zal wel weer sentimenteel zijn, maar Feyenoord is gek als ze een nieuw stadion gaan bouwen. In mijn tijd als trainer werd De Kuip verbouwd, maar niks van de sfeer ging verloren. Wat mij betreft kiezen ze weer voor die optie, hoewel de ambitie er nu wel echt een is van: nieuwbouw. Kunnen mensen weer een graantje meepikken, want zo gaat dat met stadions. Het argument dat Feyenoord met een nieuw stadion een grotere kans maakt op het kampioenschap, vind ik kul. Dat zou betekenen dat iedere club met het meeste geld kampioen wordt. Onzin. Want als je de verkeerde spelers koopt, schiet het toch niks op. Daarbij moet je ook aflossen en wie zegt dat het elke week vol zit? Maar ik zie ze wel in staat die Kuip af te breken. Ik hoop dat ze ermee wachten tot ik er niet meer ben. Meen ik echt. Ik wil niet meemaken dat zo'n sloopkogel dat prachtige stadion straks tegen de vlakte slaat. En ik ben trouwens van plan voorlopig nog niet te gaan.'
FEYENOORD & VERDRIET'Zoals dat gaat met een liefde, kan ze je ook pijn doen. Als trainer weet je dat je een keer aan de beurt komt, maar als dat dan gebeurt bij je eigen club, doet dat veel verdriet. Ik wist natuurlijk ook wel dat ik als Feyenoorder misschien iets meer krediet had en tegelijkertijd óók dat het een keertje op zou raken. Alles is eindig. Dan gaat het dus om de manier waarop. Als je niks presteert, is het logisch. Maar wij waren een keer kampioen geworden, een keer bijna en we wonnen drie keer de beker. De reden was dat ik met een aantal personen geen goede band meer had. Dan is het klaar en ga je maar weg. Was begin oktober 1995. Ik bleek nog zo gek dat ik zei tegen Jorien van den Herik: Betaal me de laatste maand uit en het is verder goed zo. Heeft te maken met het feit dat het ging om mijn club. Ik deed niks meer, dus hoefde ik ook geen geld. Zeker niet van Jorien van den Herik, hij had in feite een paar jaar eerder Feyenoord gered van de ondergang.'
'Snel daarna ging ik aan de slag in Saoedi-Arabië, vervolgens kwam AZ. Pas toen keerde ik weer terug in De Kuip. Precies goed. In het begin mijd je dat stadion als de pest, later blijkt de club toch zó te trekken dat je er altijd weer komt kijken. Clubliefde overwint, de aantrekkingskracht van Feyenoord is niet te weerstaan. Die club maakt je gewoon steeds stapelgek. Jeugdspelers breken door, iedereen blij. Maar voordat ze echt goed zijn, gaan ze voor te weinig de deur uit, komen er weer spelers van buitenaf en wordt de jeugd vergeten. Feyenoord is als een soort huwelijk: soms heel vervelend, maar altijd overheerst het fijne gevoel.
Nee, ik hoef later geen standbeeld voor De Kuip. Dat ze een tribune naar me hebben vernoemd, is in feite al erg genoeg. Ik heb er gespeeld en getraind, dat is het. Ik ben Feyenoord niet, ik heb al die prijzen niet gewonnen in m'n eentje. De ploeg, de club, de mensen; díé hebben dat gedaan. Met z'n allen bij elkaar hebben we Feyenoord gemaakt tot wat het is: nog steeds de mooiste club die er bestaat.'
HET FAVORIETE FEYENOORD VAN DE KROMME
Als Willem van Hanegem een favoriet Feyenoord-elftal moet samenstellen van spelers met wie hij zelf in het veld stond en die hij later als trainer onder zijn hoede had, wist hij het wel. 'Dan kies ik op tien posities voor de ploeg waarin ik zelf speelde. Misschien dat ik alleen Van Gobbel kies als rechtsback in plaats van Piet Romeijn. Theo van Duijvenbode als linksback, slimme, tactisch sterke speler.' De keeper? 'Maakt eigenlijk ook vrij weinig uit. Ik twijfel tussen Treijtel, Eddy PG en ook Ed de Goeij. Eigenlijk heeft Feyenoord altijd goede keepers gehad.' Het centrum staat vast. 'Israël en Laseroms, dat was een ongekend duo, beter en harder vond je niet. Je kon beter proberen je door een betonmolen te wurmen dan te spelen tegen die twee.' Hijzelf staat op het middenveld. 'Samen met Wim Jansen, een geweldige speler, en Franz Hasil, die in feite ook alles kon.' Ove Kindvall is spits. 'Een topper. Het gekke was alleen wel dat hij uit het koude noorden kwam en in de winter het minst presteerde.' De positie van linkerspits is ook helder. 'Coen Moulijn, fantastische linksbuiten. Geen Messi zoals ik laatst ergens las, dat is een andere orde. Maar wel een topspeler.' Rechterspits is Henk Wery. 'Goeie voetballer en ook nog eens een heel aardige vent.'
![inline-image-4eb86fe2-5605-4cee-8835-3d0a2d8339ce_image2289815345087936261.jpg]()