quote:
Op dinsdag 12 juli 2016 20:53 schreef GrumpyFish het volgende:Je vroeg dat aan Jovatov, maar dat terzijde. Je doet in dit topic een paar keer de uitspraak dat de bijbel wetenschappelijk betrouwbaar is c.q. wetenschappelijke uitspraken doet. Ik vraag je een paar keer wat er wetenschappelijk is aan de uitspraken en geef alvast een voorzetje: "elke uitspraak die waar is, is wetenschappelijk?"
Ik doelde op jouw post 116.
Nee, dat heeft onder meer betrekking op natuurverschijnselen on medische voorschriften. Maar ook iets simpels als de haas die herkauwt. Lang onbekend, maar klopt evenwel.
Weet je wat, ik copy paste wel een relevant stukje tekst. Anders lukt beantwoording mij niet meer.
Archeologie: Bijbelse koningen, steden en natiën zijn door de ontdekking van kleitabletten, aardewerk, inscripties en dergelijke tot leven gekomen. Bijvoorbeeld volken als de Hethieten, waarvan in de Schrift melding wordt gemaakt, hebben werkelijk bestaan (Exodus 3:8). In zijn boek The Bible Comes Alive zei Sir Charles Marston: „Zij die het algemeen gekoesterde geloof in de bijbel aan het wankelen hebben gebracht en zijn gezag hebben ondermijnd, worden op hun beurt zelf ondermijnd door het aan het licht gebrachte bewijsmateriaal en hun autoriteit wordt tenietgedaan. De spade verdrijft afbrekende kritiek uit het rijk van betwistbare feiten en geeft ze een plaats in dat der erkende verzinsels.”
De archeologie heeft de bijbel op vele manieren gestaafd. Ontdekkingen hebben bijvoorbeeld de plaatsen en namen bevestigd die in Genesis hoofdstuk 10 aangetroffen worden. Opgravers hebben de Chaldeeuwse stad Ur blootgelegd, het commerciële en religieuze centrum waar Abraham geboren werd (Genesis 11:27-31). Boven de bron Gihon, in het zuidoostelijke deel van Jeruzalem, hebben archeologen de stad van de Jebusieten gevonden die door koning David werd ingenomen (2 Samuël 5:4-10). De Siloam-inscriptie, die aan één zijde van de waterleiding, of het aquaduct, van koning Hizkia is aangebracht, werd in 1880 ontdekt (2 Koningen 20:20). Babylons verovering door Cyrus de Grote in 539 v.G.T. wordt in de Naboniduskroniek verhaald, die in de negentiende eeuw G.T. werd opgegraven. Bijzonderheden uit het boek Esther zijn bevestigd door inscripties uit Persepolis en door de ontdekking van het paleis van koning Xerxes (Ahasveros) in Susan, of Susa, tussen 1880 en 1890 G.T. Een inscriptie die in 1961 in de overblijfselen van een Romeins theater in Cesarea gevonden werd, bewees het bestaan van de Romeinse stadhouder Pontius Pilatus, die Jezus overleverde om aan een paal gehangen te worden. — Mattheüs 27:11-26.
Astronomie: Ongeveer 2700 jaar geleden — lang voordat de mensen in het algemeen wisten dat de aarde rond is — schreef de profeet Jesaja: „Er is er Een die woont boven het rond der aarde” (Jesaja 40:22). Het Hebreeuwse woord choegh, dat hier met „rond” vertaald is, kan ook met „bol” weergegeven worden (A Concordance of the Hebrew and Chaldee Scriptures, door B. Davidson). Bovendien is „het rond” van de horizon van de aarde duidelijk te zien vanuit de ruimte en soms tijdens een vliegtocht op grote hoogte. Ook staat er in Job 26:7 dat God ’de aarde aan niets ophangt’. Dat is waar, want astronomen weten dat de aarde geen zichtbare ondersteuning heeft.
Geologie: De bekende geoloog Wallace Pratt zei over het bijbelse scheppingsverslag: „Indien ik als geoloog in het kort onze huidige ideeën over de oorsprong van de aarde en de ontwikkeling van het leven erop zou moeten uitleggen aan eenvoudige plattelandsmensen, zoals de stammen tot wie het Boek Genesis gericht was, zou ik niets beters kunnen doen dan vrij nauwkeurig veel van de taal van het eerste hoofdstuk van Genesis te volgen.” Pratt merkte op dat de volgorde der gebeurtenissen in Genesis — het ontstaan van de oceanen, het verrijzen van land en vervolgens het verschijnen van zeedieren, vogels en zoogdieren — in wezen de volgorde is van de voornaamste geologische tijdperken.
Geneeskunde: In zijn boek The Physician Examines the Bible schreef C. Raimer Smith: „Het is voor mij zeer verrassend dat de bijbel medisch gezien zo nauwkeurig is. . . . Wanneer er melding wordt gemaakt van een behandeling, zoals van zweren, wonden, enz., dan is die zelfs naar moderne maatstaven juist. . . . Veel bijgelovige ideeën worden nog steeds door grote aantallen mensen geloofd, zoals bijvoorbeeld dat een wilde kastanje in de zak reumatiek voorkomt; dat het vastpakken van padden wratten veroorzaakt; dat het dragen van een rode flanellen doek om de hals keelpijn geneest; dat een zakje met duivelsdrek ziekten voorkomt; dat een kind elke keer wanneer hij ziek is, wormen heeft; enz., maar zulke beweringen vindt men niet in de bijbel. Dat is op zich al opmerkelijk, en voor mij is dat een van de vele bewijzen van zijn goddelijke oorsprong.”
Betrouwbaar in geschiedkundige bijzonderhedenIn zijn boek A Lawyer Examines the Bible merkt de advocaat Irwin H. Linton op: „Terwijl liefdesgeschiedenissen, legenden en valse getuigenissen de verhaalde gebeurtenissen zorgvuldig in een of ander verafgelegen oord en in een niet nader omschreven tijd plaatsen en zo de fundamentele regels voor een goed pleidooi schenden die wij als juristen leren, namelijk dat ’de verklaring tijd en plaats moet noemen’, geven de vertellers in de bijbel ons de datum en plaats van de verhaalde dingen met de uiterste precisie.”
Om dit punt te bewijzen, haalde Linton Lukas 3:1, 2 aan. Daar noemde de evangelieschrijver zeven hoogwaardigheidsbekleders teneinde het tijdstip waarop Jezus Christus met zijn bediening begon, vast te leggen. Let eens op de bijzonderheden die Lukas door deze woorden verschaft: „In het vijftiende regeringsjaar van Tiberius Caesar, toen Pontius Pilatus stadhouder van Judea was, en Herodes districtsregeerder van Galilea, maar zijn broer Filippus districtsregeerder van het land Iturea en Trachonitis, en Lysanias districtsregeerder van Abilene, in de dagen van de overpriester Annas en van Kajafas, kwam Gods bekendmaking tot Johannes, de zoon van Zacharias, in de wildernis.”
De bijbel staat vol met soortgelijke bijzonderheden. Bovendien werden gedeelten van de bijbel zoals de Evangeliën geschreven in een periode waarin de joodse, de Griekse en de Romeinse cultuur op een hoog peil stonden. Het was een tijd van juristen, schrijvers, bestuurders en dergelijke personen. Dus als de bijzonderheden die in de Evangeliën en in andere gedeelten van de bijbel staan, geen feiten waren geweest, zouden ze ongetwijfeld als frauduleus aan de kaak zijn gesteld. Wereldse geschiedschrijvers bevestigden echter kwesties zoals het bestaan van Jezus Christus. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus schreef bijvoorbeeld over Jezus en zijn volgelingen: „Zij ontleenden hun naam [christenen] aan Christus, die onder keizer Tiberius door een vonnis van een van onze stadhouders, Pontius Pilatus, de doodstraf had ondergaan” (Annales, Boek XV, 44). De historische nauwkeurigheid van de bijbel is een hulp om te bewijzen dat dit boek Gods geschenk aan de mensheid is.
Het grootste bewijsHoewel de archeologie, de astronomie, de geschiedenis en andere wetenschappelijke terreinen de bijbel ondersteunen, is geloof in de bijbel niet gebaseerd op zulke bevestigingen. Onder de vele bewijzen dat de bijbel Gods geïnspireerde geschenk aan ons is, kan geen groter bewijs voorgelegd worden dan de vervulling van de erin opgetekende profetieën.
Jehovah God is de Bron van ware profetieën. Bij monde van zijn profeet Jesaja zei hij: „De eerste dingen — zie, ze zijn gekomen, maar nieuwe dingen kondig ik aan. Nog voordat ze uitspruiten, doe ik ze ulieden horen” (Jesaja 42:9). Bovendien zegt de bijbel dat de schrijvers ervan door God, door middel van zijn heilige geest of werkzame kracht, werden geïnspireerd. De christelijke apostel Paulus schreef bijvoorbeeld: „De gehele Schrift is door God geïnspireerd” (2 Timotheüs 3:16). De apostel Petrus schreef: „Geen profetie der Schrift [ontstaat] door enige eigen uitlegging . . . Want nooit werd profetie door de wil van een mens voortgebracht, maar mensen hebben van Godswege gesproken zoals zij door heilige geest werden meegevoerd” (2 Petrus 1:20, 21). Laten wij de bijbelse profetieën dus eens bekijken.
Enkele van de honderden profetieën in de bijbel gaan over de Assyrische hoofdstad Nineve, „de stad van bloedvergieten” die in de oudheid meer dan vijftien eeuwen lang het hele Midden-Oosten van vrees heeft doen ineenkrimpen (Nahum 3:1). Toch voorzei de bijbel op het toppunt van Nineve’s macht: „[God] zal Nineve tot een verlaten woestenij maken, een waterloze streek gelijk de wildernis. En in haar midden zullen zich stellig kudden uitgestrekt neerleggen, alle wilde dieren van een natie. Zowel pelikaan als stekelvarken zullen midden tussen haar zuilenkapitelen overnachten. Een stem zal in het venster blijven zingen. Er zal verwoesting zijn op de drempel; want hij zal stellig zelfs de lambrizering blootleggen” (Zefanja 2:13, 14). Nu, in deze tijd, kunnen bezoekers slechts aan een heuvel zien waar het oude Nineve heeft gelegen. Ook grazen er, zoals voorzegd, kudden schapen.
Gods profeet Daniël zag in een visioen een tweehoornige ram en een geitebok met een grote horen tussen zijn ogen. De bok stootte de ram neer, waarbij hij diens twee horens brak. Daarna werd de grote horen van de bok gebroken, en er rezen vier horens voor in de plaats op (Daniël 8:1-8). De engel Gabriël legde uit: „De ram die gij gezien hebt, die de twee horens had, beduidt de koningen van Medië en Perzië. En de harige bok beduidt de koning van Griekenland; en wat de grote horen aangaat die tussen zijn ogen was, die beduidt de eerste koning. En dat die gebroken werd, zodat er vier waren die ten slotte in zijn plaats opstonden: er zijn vier koninkrijken uit zijn natie die zullen opstaan, maar niet met zijn kracht” (Daniël 8:20-22). Zoals de geschiedenis heeft aangetoond, werd de tweehoornige ram — het Medo-Perzische Rijk — door „de koning van Griekenland” omvergeworpen. Die figuurlijke geitebok had een „grote horen” in de persoon van Alexander de Grote. Na zijn dood is die „grote horen” vervangen door zijn vier generaals, doordat zij zichzelf in „vier koninkrijken” in macht aanstelden.
Tientallen profetieën in de Hebreeuwse Geschriften (het „Oude Testament”) zijn in verband met Jezus Christus in vervulling gegaan. Sommige van deze profetieën werden door schrijvers van de christelijke Griekse Geschriften (het „Nieuwe Testament”), mannen die door God geïnspireerd werden, op hem van toepassing gebracht. De evangelieschrijver Mattheüs bijvoorbeeld wees op de vervulling van bijbelse profetieën door het feit dat Jezus uit een maagd werd geboren, dat Hij een voorloper had en dat Hij op het veulen van een ezelin Jeruzalem binnenreed. (Vergelijk Mattheüs 1:18-23; 3:1-3; 21:1-9 met Jesaja 7:14; 40:3; Zacharia 9:9.) Zulke vervulde profetieën zijn een hulp om te bewijzen dat de bijbel inderdaad Gods geïnspireerde geschenk is.
De huidige vervulling van bijbelse profetieën bewijst dat wij in „de laatste dagen” leven (2 Timotheüs 3:1-5). Oorlogen, voedseltekorten, pestilenties en aardbevingen van ongekende proporties maken deel uit van „het teken” van Jezus’ „tegenwoordigheid” in Koninkrijksmacht. Dat teken omvat ook de wereldomvattende activiteit van meer dan vier miljoen getuigen van Jehovah, die het goede nieuws van het opgerichte Koninkrijk prediken (Mattheüs 24:3-14; Lukas 21:10, 11). Bijbelse profetieën die nu in vervulling gaan, verzekeren ons er ook van dat Gods hemelse regering onder Jezus Christus spoedig een nieuwe wereld van eeuwig geluk voor de gehoorzame mensheid tot stand zal brengen. — 2 Petrus 3:13; Openbaring 21:1-5.
De bijgaande tabel, „Vervulde bijbelse profetieën”, laat slechts enkele van de honderden bijbelse profetieën zien die vermeld zouden kunnen worden. De vervulling van sommige van deze profetieën werd in de Schrift zelf opgetekend, maar de profetieën die in deze tijd in vervulling gaan, zijn vooral opmerkenswaard.
[Tabel op blz. 7]
VERVULDE BIJBELSE PROFETIEËN
PROFETIE VERVULLING
Genesis 49:10 Juda tot de koninklijke stam van Israël
gemaakt (1 Kronieken 5:2; Hebreeën 7:14)
Zefanja 2:13, 14 Nineve rond 632 v.G.T. verwoest
Jeremia 25:1-11; Verovering van Jeruzalem vormt het
Jesaja 39:6 begin van de 70-jarige verwoesting
(2 Kronieken 36:17-21; Jeremia 39:1-9)
Jesaja 13:1, 17-22; Cyrus verovert Babylon; joden keren
44:24-28; 45:1, 2 naar eigen land terug
(2 Kronieken 36:20-23; Ezra 2:1-6)
Daniël 8:3-8, 20-22 Medo-Perzië omvergeworpen door
Alexander de Grote en Griekse Rijk
verdeeld
Jesaja 7:14; Jezus in Bethlehem uit een maagd
Micha 5:2 geboren (Mattheüs 1:18-23; 2:1-6)
Daniël 9:24-26 Zalving van Jezus als Messias (29 G.T.)
(Lukas 3:1-3, 21-23)
Jesaja 9:1, 2 Jezus’ licht schenkende bediening
begint in Galilea (Mattheüs 4:12-23)
Jesaja 53:4, 5, 12 Dood van Christus als loskoopoffer
(Mattheüs 20:28; 27:50)
Psalm 22:18 Het loten om Jezus’ klederen
(Johannes 19:23, 24)
Psalm 16:10; Opstanding van Christus op de derde dag
Mattheüs 12:40 (Markus 16:1-6; 1 Korinthiërs 15:3-8)
Lukas 19:41-44; 21:20-24 Jeruzalems vernietiging door de
Romeinen (70 G.T.)
Lukas 21:10, 11; Ongeëvenaarde oorlog, honger,
Mattheüs 24:3-13; aardbevingen, pestilenties,
2 Timotheüs 3:1-5 wetteloosheid, enz., vormen een teken
van „de laatste dagen”
Mattheüs 24:14; Wereldomvattende bekendmaking door
Jesaja 43:10; Jehovah’s Getuigen dat Gods koninkrijk
Psalm 2:1-9 is opgericht en spoedig alle
tegenstanders zal overwinnen
Mattheüs 24:21-34; Internationale familie van Jehovah’s
Openbaring 7:9-17 Getuigen aanbidt God en bereidt zich
voor op het overleven van „de grote
verdrukking”
[ Bericht 0% gewijzigd door Loekie111 op 12-07-2016 23:05:27 ]