quote:
Moestuin
Het interview waarin Jetta Klijnsma zaterdag één zinnetje over een moestuin zei, ging niet echt over moestuinen. Het ging over het inkomen na je pensionering. En ja, dat inkomen is een probleem waar je beter nu alvast iets aan kan gaan doen.
Lekker wieden, snoeien en zaaien voor je pensioen
ERICA VERDEGAAL
AMSTERDAM. Stom, feodaal, totaal de weg kwijt. Zo reageerden cynische twitteraars, verontwaardigde politici en woedende vakbondsmensen op de moestuin die PvdA-politica Jetta Klijnsma tipte als bron van extra pensioen. „Mensen in dit land moeten niet afhankelijk zijn van een moestuin”, zei haar partijvoorzitter, Hans Spekman.
AMSTERDAM. Stom, feodaal, totaal de weg kwijt. Zo reageerden cynische twitteraars, verontwaardigde politici en woedende vakbondsmensen op de moestuin die PvdA-politica Jetta Klijnsma tipte als bron van extra pensioen. „Mensen in dit land moeten niet afhankelijk zijn van een moestuin”, zei haar partijvoorzitter, Hans Spekman.
Is er dan iets mis met een moestuin?
Nou nee. En het interview waarin de staatssecretaris zaterdag één zinnetje over een moestuin zei, ging ook helemaal niet over moestuinen. Het ging over het inkomen op de oude dag – over jóúw inkomen op jóúw oude dag.
En ehm... dat is een probleem.
Vroeger lag het allemaal zo simpel. Pa werkte tot zijn 65ste bij één baas. En daarna genoot zijn huishouden, mits gezond, van een kortstondige, redelijk doorbetaalde rustperiode tot de dood.
Maar anno 2014 staat Nederland aan de vooravond van een 65-plus-explosie. Elke drie minuten worden we een 65-jarige rijker. In 2038 zijn het er naar schatting 4,3 miljoen, een aantal dat nauwelijks meer afneemt.
En bovenop die vergrijzing raken we ontgroend. Een doorsnee Nederlandse vrouw krijgt nog maar 1,7 kind, terwijl er 2,1 nodig zijn om onze bevolking op peil te houden. Daarom lijkt onze bevolkingsopbouw, die vroeger een prachtige piramidevorm had, steeds meer op een urn.
En bovenop die vergrijzing raken we ontgroend. Een doorsnee Nederlandse vrouw krijgt nog maar 1,7 kind, terwijl er 2,1 nodig zijn om onze bevolking op peil te houden. Daarom lijkt onze bevolkingsopbouw, die vroeger een prachtige piramidevorm had, steeds meer op een urn.
Die macabere term geeft meteen goed weer hoe onze pensioentoestand momenteel is: een slinkend aantal jongeren dreigt een onstuitbaar groeiende groep ouderen te moeten onderhouden.
Maar hoe zit het dan met het pensioen van iemand die nu nog volop aan het werk of aan het studeren is?
Je pensioen als je niets doet
Wie geen pensioen opbouwt in een fonds en niks wegzet voor later, heeft vanaf zijn AOW-leeftijd recht op AOW.
Deze magische leeftijd stijgt echter razendsnel. De komende jaren gaat het AOW-moment in stapjes omhoog naar 66 jaar in 2019 en 67 jaar in 2023. Vanaf 2024 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
Je schrikt je een ongeluk als je op wijzeringeldzaken.nl zoekt op ‘AOW-leeftijd berekenen’ en je geboortedatum intikt. Een 33-jarige krijgt het overheidspensioen vanaf 70 jaar en negen maanden (of later). Een 23-jarige kan in het beste geval vanaf 71,5 jaar overheidspensioen genieten.
Je schrikt je een ongeluk als je op wijzeringeldzaken.nl zoekt op ‘AOW-leeftijd berekenen’ en je geboortedatum intikt. Een 33-jarige krijgt het overheidspensioen vanaf 70 jaar en negen maanden (of later). Een 23-jarige kan in het beste geval vanaf 71,5 jaar overheidspensioen genieten.
De AOW-bedragen staan momenteel niet ter discussie, maar tussen nu en je AOW-leeftijd kan er van alles gebeuren. Momenteel krijgt een alleenstaande maandelijks 1.045 euro AOW. Een koppel pakt circa 1.445 euro mee, mits men 50 jaar lang AOW heeft opgebouwd door in Nederland te wonen of te werken. Emigratie en reislust kunnen flink roet in je pensioeneten strooien.
Je pensioen als je vertrouwt op je baas
Pensioen dat je bij je baas opbouwt, heet aanvullend pensioen: je krijgt het bovenop je AOW.
Het is de moeite waard je erin te verdiepen, want aanvullende pensioenopbouw is er in soorten en maten en loopt van vrijwel waardeloos tot riant.
Onder aan de ladder staat het woekerpensioen. Hierbij gaan je premies niet in een fonds, maar in een verzekeringspolis met bizarre kosten en peperdure beleggingsfondsen. Menig MKB-baas heeft er na een slecht advies voor getekend. En nog steeds zitten vele werknemers ermee in hun maag.
foto hollandse hoogte
Met iets meer mazzel val je in een middelloonregeling. Je pensioen wordt dan afgeleid van het gemiddelde salaris in je carrière. Er zijn karige en goudgerande regelingen, en alles ertussenin.
Maar zelfs bij een mooie regeling kunnen veel omstandigheden de glans van je pensioensituatie afhalen. Zo kan een echtscheiding erin hakken. Ook een tijdje werkloosheid, ziekte, moederschap of een wereldreis kunnen je pensioenvooruitzichten verslechteren.
Voor de meeste mensen is een aanvullend pensioen van 70 procent van het middelloon daarom slechts een mooie droom.
Je pensioen als je zzp’er bent
Als je zelf niets aanvullends regelt, val je als zzp’er later terug op AOW (zie eerder).
Je kunt zelf geld wegzetten in een pensioenspaar- of pensioenbeleggingsproduct. Maar veel zzp’ers verdienen onvoldoende om iets te kunnen reserveren voor later. Of ze leven liever nu dan straks.
Verder is de spaarrente bizar laag, waardoor je pensioenspaargeld weg kan smelten door inflatie. En zelf beleggen is voor de meeste zzp’ers te hoog gegrepen.
Verder is de spaarrente bizar laag, waardoor je pensioenspaargeld weg kan smelten door inflatie. En zelf beleggen is voor de meeste zzp’ers te hoog gegrepen.
Mogelijk bieden nieuwe pensioeninitiatieven een oplossing. Er zijn er twee in de maak.
Een particuliere oplossing is brightnl.com. Die biedt straks een eigen online pensioenrekening met flexibele inleg en een flexibele pensioendatum, tegen een vaste vergoeding van 210 euro per jaar.
Daarnaast start pensioengigant APG vanaf 2015 met een speciaal zzp-pensioen. Daarin bouw je je eigen pensioenvermogen op. Ook hier worden de inleg en de pensioenleeftijd flexibel, terwijl je het kapitaal ook mag gebruiken als je langdurig arbeidsongeschikt wordt.
De overheid werkt momenteel aan een wetsvoorstel dat een pensioenregeling voor zelfstandigen ondersteunt. Wie weet wordt het wat. Dat moeten we nog zien.
Je pensioen als je jong en flexibel bent
Jongeren lijken de meeste pensioenrisico’s te lopen, ook als ze verplicht deelnemen in een fonds. Elke pensioenfondsdeelnemer betaalt namelijk ongeacht leeftijd eenzelfde premiepercentage.
Jongeren lijken de meeste pensioenrisico’s te lopen, ook als ze verplicht deelnemen in een fonds. Elke pensioenfondsdeelnemer betaalt namelijk ongeacht leeftijd eenzelfde premiepercentage.
Maar eigenlijk zouden jongeren minder moeten betalen. Want een euro van een jongere kan tientallen jaren renderen in een fonds, terwijl de premie van een 64-jarige nauwelijks meer winst maakt.
Dit nadeel vervalt alleen als je je hele carrière – tientallen jaren – achtereen pensioen opbouwt, liefst in hetzelfde fonds. Maar welke jobhoppende, flexwerkende, avontuurlijke jongere doet dat nog?
Hiernaast dragen in pensioenland de zwakste schouders gek genoeg de zwaarste lasten. Je bouwt namelijk pensioen op voor zover je salaris hoger is dan je ‘franchise’. Die franchise is bijvoorbeeld het AOW-bedrag. Zit je loon daar maar een paar honderd euro boven, dan bouw je nauwelijks wat op, al betaal je vijftig jaar. Dat benadeelt jongeren meer dan ouderen, omdat ze vaak minder verdienen.
Extra fout zit de jongere die laag is opgeleid. Deze leeft gemiddeld zes jaar korter dan zijn hoog opgeleide collega, en krijgt dus korter uitgekeerd. Volgens Martin Pikaart, auteur van De Pensioenmythe, subsidieert een laagopgeleide onze bovenlaag met gemiddeld 10.000 tot 40.000 euro.
Extra fout zit de jongere die laag is opgeleid. Deze leeft gemiddeld zes jaar korter dan zijn hoog opgeleide collega, en krijgt dus korter uitgekeerd. Volgens Martin Pikaart, auteur van De Pensioenmythe, subsidieert een laagopgeleide onze bovenlaag met gemiddeld 10.000 tot 40.000 euro.
Dus wat nu te doen?
Het is duidelijk: je pensioensituatie telt vele valkuilen, valstrikken en onzekerheden, helemaal als je jong bent en flexibel werkt. Er is daarom alle reden om wat extra pensioenpotjes op het vuur te zetten.
Denk daarbij breed, want pensioen is meer dan uitkeringen. Uiteindelijk gaat het om de vraag hoe je het financieel redt als je niet meer werkt of werken kan. Alles wat later kosten drukt of extra inkomen oplevert, is een vorm van pensioen.
Ga dus sparen voor later.
En de hypotheek aflossen.
En zelf klussen.
En minder uitgeven.
En meer verdienen, bijvoorbeeld met een website of betaalde hobby.
Vergroot ook je verdienvermogen door een flexibele alleskunner te worden, aan je fysieke conditie te werken en je sociale contacten te koesteren.
Protesteer tot slot bij de politiek tegen de verplichte pensioenbouw met doorsneepremies.
En o ja, begin een moestuintje, al is het op je balkon. Zelfgezaaide gewassen groeien vele malen sneller dan pensioeneuro’s. Met dank aan Jetta Klijnsma’s briljante tip.