quote:
"Ergens in de zomermaanden van 2012 pakte ik de trein van Amsterdam Zuid naar Utrecht Centraal. Het was laat in de middag en super chill weer. Dit vierde ik met blote benen!
Anywho… Op het perron zag ik een jongen waardoor ik in mijn hersenen zo’n cartoon reactie kreeg [grote ogen, mond valt open en een tong dat er uit rolt]. Hij was lang (1,85-1,95) best breed en had een gigantische bos blonde krullen. Daarnaast zag ik lichtelijke baardvoorming op zijn gezicht.. JUMJUM! Ik gok dat hij ongeveer 22-24 was. Hij droeg een licht blauwe blouse en had een driekwarts broek aan.
Vandaar dat ik naast hem ging zitten. De jongen in kwestie was een tekst voor school aan het lezen, ik herkende namelijk de logo van de Universiteit Utrecht. Toen hij nietsvermoedend zijn tekst aan het lezen was, kreeg ik minor socially akward paniek aanvallen. Ik zag alle scenario’s voor me.
1. ik zou onbewust met psycho-ogen naar hem kijken en hij zou dit door hebben
2. hij vraagt iets aan me en ik alleen maar kan zeggen: “rarrrr”.
3. ik zou spontaan beginnen met lachen. Hysterisch lachen. Niet mooi om te zien.
Toen dit allemaal afspeelde in mijn socially akward-brein, liet hij zijn pen vallen. Deze viel tussen de stoelen in waardoor hij hem voor altijd kwijt was geraakt. Hij ging toen op zoek naar een nieuwe pen in zijn tas maar in plaats van een pen, vond hij een tandenborstel. Hij keek mij aan en zei “dit is geen pen”. “HAHAHA JA KLOPT! DAT HEB IK OOK ALTIJD”, was het enige wat uit mij kwam. Gelukkig kon ik mijzelf redden door hem een pen te geven die ik in mijn tas had. Hij bedankte me en ging verder.
We stapten beiden bij Utrecht Centraal uit en op de roltrap holde hij me achter na om mijn pen terug te geven. Hij mocht hem van mij houden, omdat ik ‘er miljoenen heb’. Gelukkig keek hij door mijn rare gesprekstechnieken heen, en vroeg of ik ook naar de bus moest. Dat klopt, ik liep die kant op. We kletsten nog wat over zijn opleiding ( DIE IK BEN VERGETEN!). We wensten elkaar een fijne dag, want hij moest zijn bus halen, en ik moest op zoek gaan naar mijn fiets.
Toen ik voor de 124e keer heen en weer liep op zoek naar dat lelijke ding dat ik ‘fiets’ noem, stond hij ineens weer voor me. Het was vijf minuten verder, dat sowieso. Hij vroeg me of ik misschien iets met hem wilde drinken (hoor den engelen zingen!)… maar ik wees dit af, omdat ik al laat was voor een etentje met vriendinnen. SCHELDEN en HUILEN dat ik deed toen ik naar huis fietste, want ik had niet eens zijn naam gevraagd. En mijn god, wat wilde ik toch graag iets met hem drinken!
Dit heeft mij zo lang dwars gezeten, ik wil zo graag met die jongen afspreken, om te laten zien dat ik best normaal kan zijn! "