SOCIAAL-PSYCHOLOGISCHE VERKLARINGEN
• NEUTRALISATIE= - in groepverband – duidelijk maken dat jongens en meisjes bij het plegen van criminaliteit hun schuld (tijdelijk) buiten werking stellen.
THEOLOGISCHE, BIOLOGISCHE,PSYCHIATRISCHE EN SOCIABIOLOGISCHE THEORIEËN
THEOLOGISCHE VISIES= de mens door de erfzonde geneigd is tot het kwaad. De mens is namelijk van nature slecht.
BIOLOGISCHE (ANTROPOLOGISCHE) THEORIEËN= crimineel gedrag word in verband gebracht met genetische (erfelijke) eigenschappen.
PSYCHIATRISCHE THEORIEËN= geestelijk gestoorde deliquenten, minder dan 1% van de deliquenten rekenen we tot deze categorie.
SOCIO-BIOLOGISCHE THEORIEËN= in deze theorie zoekt men de verklaringen in een combinatie van erfelijke en sociale factoren.
PSYCHOLOGISCHE THEORIEËN= hier wordt ervan uitgegaan dat crimineel gedrag is aangeleerd en heeft te maken met persoonlijkheidskenmerken. Het kan zich ontwikkeln op jonge leeftijd. (opvoeding)
SOCIAAL-PSYCHOLOGISCHE THEORIEËN= Deze theorie richt zich op afwijkend gedrag van mensen in relatie met de cultuur.
• Etiketteringstheorie / stigmatiseringstheorie(brandmerk) =het is de sociale omgeving die het etiket ‘crimineel’ op een bepaalde afwijkende gedrag plakt.
• Self-fullfilling prophecy= het stereotiepe gedrag blijkt op een persoon van toepassing, door zich naar dit gedrag te gedragen.. wordt dit ‘bevestigd’
• Aangeleerd-gedrag-theorie= in het gezin of jeugdgroep, spreekt voor zich.
• Gelegenheidstheorie/rationele keuze theorie= het eventueel plegen van een bepaald misdrijf is het gevolg van een afweging van kosten en baten, waarbij de baten hoger worden ingeschat. – gemotiveerde misdadigers – geschikte doelwitten – voldoende sociale bewaking(toezicht tijdens overval bijv.)
SOCIOLOGISCHE THEORIEËN
• ANOMIETHEORIE= mensen gedragen zich crimineel als zij geen gelegenheid zien op normale wijze hen doelen te bereiken. Zoals maatschappelijk succes/welvaart, een baan.
(Conformisten=Tegengesteld: zij accepteren de maatschappelijke doelen en middelen, ondanks het feit dat ze ze niet altijd bereiken.)
• BINDINGSTHEORIE/INTEGRATIETHEORIE= maatschappelijke bindingen werken remmend op criminele impulsen.
• SOCIALE CONTROLETHEORIE= de pijnlijke vervelende gevolgen van formele/informele sociale controle verhindert het overgaan op crimineel gedrag.
RECENTE THEORIEËN
Multi-causale (meer oorzaak hebben) verklaringsmodel van Braithwaite: mate waarin criminaliteit zich voordoet kan herleid worden uit karakteristieken.
15-25 jaar
Mannen
Ongetrouwd
Werkeloos
- Ontbreekt de gemeensschapzin
- potentiële daders worden gestigmaliseerd(brandmerkt)
- geen bindingen en weinig verwachtingen.