quote:
REPETEREND AFTREKKEN
in het begin van dit jaar verscheen het spraakmakende onderwijsrapport van de parlementaire onderzoekscommissie onder voorzitterschap van Jeroen Dijsselbloem.
Dit rapport bevestigde wat vrijwel alle geļnteresseerde Nederlanders al jaren wisten: ons onderwijs is na dertig jaar progressieve afbraak een beschamende puinhoop geworden.
Thans wordt ook duidelijk dat een groot deel van de schoolverlaters helemaal niet rekenen kan.
Thans wordt ook duidelijk dat een groot deel van de schoolverlaters helemaal niet rekenen kan. In dit modieuze maar desastreuze onderwijsbeleid is ook de befaamde staartdeling gesneuveld.
Kortgeleden bezocht ik op uitnodiging een keurige basisschool in een kleine plaats. In alle klassen bracht ik minstens een half uur door. Er waren uitsluitend onderwijzeressen. De enige man in die school fungeerde slechts als schoonmaker en als man die de vuilnisbakken buiten zette.
De onderwijzeressen gingen weliswaar alleraardigst met de kinderen om, maar de leerstof leek vrij simpel. In de hoogste klas, dus groep 8, waren ze bezig met rekenen volgens de nieuwste zogenaamde ‘realistische' methode. Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen bleek nog een heel karwei te zijn. De onderwijzeres vroeg mij of ik de leerlingen misschien een deelsommetje wilde opgeven. Ik vroeg toen wat 43 050 gedeeld door 350 was.
GEPREZEN
De schrik sloeg toe. O, o dat was moeilijk. Gelukkig was er een zekere Edwin, de klassenbolleboos met rekenen. Hij mocht de som op het bord komen uitrekenen. Hij begon met het gehele schoolbord zorgvuldig schoon te poetsen. Hij had kennelijk veel ruimte nodig. Daarna begon hij 350 van
43 050 af te trekken. Hij hield toen 42 700 over. Daar trok hij wederom 350 van af. En zo ging hij maar door tot er niets meer over was. Toen telde hij het aantal keren dat hij 350 had afgetrokken. Dat was 123 keer. En dat was dus het antwoord. Het hele bord stond vol en Edwin werd luid geprezen.
De schooljuffrouw vroeg wat ik er van vond.
Toen ik zei dat ik dat sommetje binnen een halve minuut op de rand van een krant had kunnen becijferen, zei ze: ‘Ja, maar dat is een totaal verouderde methode. U gebruikt zeker nog de staartdeling. Maar wij passen de nieuwste methode toe. Het heet repeterend aftrekken'. Toen ik haar mededeelde dat die techniek in mijn vak, de geneeskunde, eigenlijk tot het gebied van de seksuologie gerekend werd, was de vriendelijkheid meteen over. In de lerarenkamer kreeg ik nog een uitleg waarom het moderne cijferen, ook wel ‘realistisch rekenen' genaamd, zoveel beter was dan de traditionele, maar kennelijk verouderde methode met behulp van de staartdeling, die omstreeks 2002 geruisloos uit de scholen is verdwenen.
Wat die hele onderwijsstaf niet besefte, was dat die zogenaamde moderne methode reeds door de Babyloniėrs, Syriėrs en oude Egyptenaren werd gebruikt omdat die nog geen staartdeling kenden. Die is pas uitgevonden aan het einde van de 15e eeuw, dus ruim 3500 jaar nadat de Egyptenaren de architectuur van hun piramiden en tempels berekenden met de thans als ‘modern realistisch' genoemde stuntelwerk.
De echte Nederlandse rekenvernieuwers waren onder meer de wiskundige Simon Stevin (1548-1620) en de tot op heden nog beroemde rekenmeester Willem Bartjens (1569-1638). Die baseerden zich weer op het rekenboek van de Italiaan Filippo Calandrini uit 1491.
De schade die door de progressieve onderwijsvernieuwers is aangericht, is enorm. Meer dan een kwart van de pabostudenten, dus de aankomende onderwijzers, moet afhaken omdat de thans verplichte rekentoets te moeilijk voor ze is.
Marktkooplieden hebben de grootste moeite om jonge hulpkrachten te vinden die nog uit het hoofd kunnen rekenen. Met hetzelfde probleem zitten jonge mensen die een ambacht willen leren zoals timmerman, smid of behanger.
En nu hebben we het alleen nog maar over het rekenen. Maar taal is minstens een zo groot dilemma. En dit alles is veroorzaakt door de bizarre ideeėn van hoofdzakelijk linkse politici en pedagogen, die vonden dat je de tere hersenen van kinderen niet mag belasten met veel kennis. Maar reeds 400 jaar geleden wist men al dat kinderen tussen de 6 en 18 jaar een onvoorstelbaar vermogen hebben om nieuwe dingen te leren. Als je die kostbare jaren onbenut voorbij laat gaan, lukt het op latere leeftijd meestal nooit meer. Alle grote mensen uit onze Westerse cultuur zijn op jonge leeftijd gedwongen geweest veel te leren.
Componisten als Mozart, Beethoven en Mendelssohn schreven als kind al volwaardige muziek of traden op als solist. In de 17de eeuw gingen kinderen al op de leeftijd van 14 jaar als student naar de universiteit. Ze waren soms op hun 20ste al een gepromoveerd jurist of arts.
SPEELTUIN
De columnist, wijlen Bart Tromp, schreef in 2005 dat ‘ons onderwijs de speeltuin is geworden voor nieuwlichters, bezeten van bizarre theorieėn'. Maar het gevolg was wel een gigantische onderwijsindustrie waarin uitgevers en drukkers van steeds nieuwe schoolboeken, leveranciers van elektronica en duizenden linkse intellectuelen met onduidelijke opleidingen hun brood verdienden.
Terecht schreef de bekende historicus prof. dr. Thomas von der Dunk in de Volkskrant (januari 2007) over ‘de perverse manier waarop gesubsidieerde onderwijskwakzalvers, linkse mondigheid combineren met rechts marktdenken'.
Wij kennen de belangrijkste aanstichters van al dat kwaad. Ze worden in het Dijsselbloem-rapport met name genoemd, onder meer Jos van Kemenade, Jacques Wallage, Jo Ritzen, Tineke Netelenbos en (wijlen) Karin Adelmund. Maar tot nu toe is er van overheidswege nog niets mee gedaan. Het schandaal is kennelijk te pijnlijk.
Maar de absolute gotspe van dit jaar stond in het Algemeen Dagblad van 17 januari en wel onder de kop ‘Nederland wil Turkije helpen bij het onderwijs'. Het is mogelijk dat dit een staaltje van perfide politiek is om uit angst voor Turkse toetreding tot de EU, van Turkije een derdewereldland te maken.
In elk geval zal Nederlands meest befaamde onderwijzer en rekenmeester Willem Bartjens zich nog vele malen in zijn graf omdraaien.
"Dear life, When I said "can my day get any worse?" it was a rhetorical question, not a challenge."