29-03-2013
Verdwenen vogelsPolynesiërs roeiden zo'n duizend soorten uit
De takahe is een ver familielid van het waterhoentje, dat leeft op het Zuidereiland van Nieuw Zeeland. Het beest weegt drie kilo en kan niet vliegen. De soort heeft daarom ernstig geleden onder de komst van mensen en de met hen meegelifte huisdieren en ratten. Rond 1900 dacht men dat hij uitgestorven was, maar in 1948 werd er in een uithoek van het eiland een kleine populatie ontdekt die zich had weten te handhaven.
Op de eilanden van de Stille Oceaan leefden ooit talloze vogelsoorten, die na de komst van de mens rap zijn uitgestorven. Hoe groot die uitstervingsgolf precies was, is nu berekend.
![12-16511large2Takahe%20Tim%20Blackburn.jpg]()
© Tim Blackburn
De takahe is een ver familielid van het waterhoentje, dat leeft op het Zuidereiland van Nieuw Zeeland. Het beest weegt drie kilo en kan niet vliegen. De soort heeft daarom ernstig geleden onder de komst van mensen en de met hen meegelifte huisdieren en ratten. Rond 1900 dacht men dat hij uitgestorven was, maar in 1948 werd er in een uithoek van het eiland een kleine populatie ontdekt die zich had weten te handhaven.
Dat de moderne, geïndustrialiseerde mens een slechte invloed heeft op de biodiversiteit van deze planeet, is zo vaak aangetoond dat het een cliché aan het worden is. Als schuldbewuste westerlingen hebben wij daarom een warm plekje in ons hart voor onze voorouders en andere traditioneel levende mensen, die in harmonie met de natuur leefden, ongestoord door de noodzaak van slimme zaktelefoons en twee buitenlandse vakanties per jaar. Maar helaas, ook onder die troostrijke mythe worden nu de stoelpoten vandaan gezaagd.
Een bekend voorbeeld van prehistorische uitroeiing is Noord Amerika. Waarschijnlijk als gevolg van intensieve jacht door de net op dat continent verschenen mens, verdwenen daar tussen veertig- en tienduizend jaar geleden een enorm aantal diersoorten. En ook op de eilanden in de Stille Oceaan verdween een groot deel van de fauna na de komst van de mens. Australische, Britse en Amerikaanse onderzoekers hebben geprobeerd vast te stellen hoe veel soorten er verdwenen zijn en hebben hun bevindingen gepubliceerd in het tijdschrift PNAS.
De eilanden van de Stille Oceaan waren de laatste plekken op aarde die gekoloniseerd werden door mensen. Ongeveer 3500 jaar geleden bereikte de mens Vanuatu, Nieuw Caledonië en Fiji; tussen 900 en 700 jaar geleden kwam hij terecht op verder weg gelegen eilanden als Hawaii en Nieuw Zeeland. Uit de gevonden fossielen blijkt dat tussen die eerste immigratiegolf en de tweede (die van de Europeanen in de 18e eeuw) op al die eilanden achthonderd tot meer dan tweeduizend vogelsoorten zijn verdwenen. Die zijn uitgeroeid door de mens of door de met de kolonisten meegelifte ratten, of uitgestorven door ontbossing.
Fossielen
Hoeveel soorten er in die tijd precies uitgestorven of –geroeid zijn, is niet duidelijk omdat er niet uit alle perioden voldoende dierlijke fossielen over zijn. Om daar achter te komen, moesten de onderzoekers weten hoeveel soorten vogels er voor de komst van de mens op de eilanden rondliepen. De onderzoekers hebben daarom een schatting gemaakt van het aantal soorten in de blanco perioden op grond van het aantal soorten in de perioden waaruit wel fossielen voorhanden waren. Ook berekenden ze het potentiële aantal populaties op een eiland op grond van de geografische omstandigheden ter plaatse.
Van de 618 aangetroffen vogelpopulaties, verdeeld over 193 soorten, waren er 247 verdwenen bij aankomst van de Europeanen. Vooral grote loopvogels waren het haasje: ze konden niet wegvliegen en ze waren extra aantrekkelijk omdat er veel aan te kluiven was. Ze hadden dan ook een 33 keer grotere kans om uit te sterven dan vliegende vogels. Ook vogelsoorten die maar op één eiland voorkwamen kregen het lastig: hun kans op uitroeiing was 24 keer zo groot als die van soorten die op meerdere eilanden voorkwamen. Een andere factor die uitsterven bespoedigde de grootte van het eiland. Logisch: hoe kleiner het eiland, des te kleiner de vogelpopulaties er zijn en des te eerder die zijn uitgestorven. Daarnaast speelde neerslag een rol. Ook logisch: hoe minder het regent, des te moeizamer een eiland zich herstelt van ontbossing.
Na veel gereken concluderen de onderzoekers dat tenminste 983 landvogelsoorten zijn uitgestorven na de eerste kolonisatie van de Stille Zuidzee door mensen. Daar komt nog een aantal niet-onderzochte soorten bij, wat het geheel naar schatting op ongeveer 1300 uitgestorven soorten brengt. De eerste kolonisten van de Stille Oceaan kunnen de uitroeiing van ongeveer 10 procent van het totale aantal vogelsoorten op aarde op hun conto schrijven. Maar eerlijk is eerlijk, wij beschaafde westerlingen hebben dit na de ‘ontdekking’ van dit gebied nog eens dunnetjes overgedaan. Veel soorten die zich na de eerste immigratiegolf nog op kleine eilanden met weinig regen hadden weten te handhaven, kregen na de komst van de Europeanen de genadeslag.
(wetenschap24.nl)