De ondergang van Andy
Nog zie ik hem wegrijden van het parkeerterrein van de Amsterdam Arena. In de door zijn raam naar binnen geschoven microfoon sprak hij iets over jongensdromen en kansen die je niet kon laten liggen. Een stralend jochie op weg naar het grote Inter Milan. Drieëntwintig jaar was Andy van der Meyde toen. Twee sterke seizoenen bij Ajax en een wereldgoal tegen AS Roma hadden de brutale buitenspeler uit Arnhem een nieuw avontuur opgeleverd. De wereld aan de voeten van een gezonden godenzoon. De zeer magere zes jaren die daarop volgden bewezen andermaal dat het in de voetballerij - maar eigenlijk toch vooral in het hoofd van een profvoetballer- raar kan lopen.
De keuze voor Inter Milan was bepaald geen slimme. Zelf zag hij het ongetwijfeld anders, maar zó goed was Andy nou ook weer niet. Voor spelers uit zijn categorie is Inter Milan de club bij uitstek om je prille carrière zonder mededogen de vernieling in te helpen. Geen warme geduldige kweekvijver, waar je een aai over je bol krijgt als je in de eerste wedstrijd een beetje zenuwachtig bent. Bij Inter slijpen ze dan de messen al. Laat staan dat ze ook maar iets van je begrijpen, met je frivole gedribbel aan de zijlijn. Een positie waar de terreinbeheerder van San Siro voorheen alleen het gras kwam maaien voor de vorm. Inter Milan, de club die Dennis Bergkamp niet aan het voetballen kreeg. Wat moest je daar in godsnaam?
Andy slaagde niet in Milaan en vertrok na twee seizoenen naar Everton. Een mooie club, die aardig in de lift zit. Goede trainer ook. Maar juist in Liverpool ging in het definitief mis. In de vier seizoenen dat hij bij de The Toffees onder contract stond speelde hij nog geen vijfentwintig wedstrijden. Dirk Kuyt haalt datzelfde aantal in een paar maanden. Dan nu een rijtje dat Dirk niet heeft, maar Andy wel: een eigen dierentuin met onder meer zebra’s, paarden, fretten, ganzen en een kameel. Een tatoeage van zijn eigen bijnaam op zijn arm (El Cecchino, oftewel De Boogschutter, naar het vieren van zijn doelpunt tegen AS Roma). Minstens acht Rolexen, die overigens samen met hond Mac en twee sportwagens werden gestolen. En dan was er ook nog een ziekenhuisopname na een avond stappen, terwijl hij toch echt van de club in zijn bed hoorde te liggen. Andy stond vaker in de krant dan op het veld. Zo ligt de wereld aan je voeten en zo lachen ze je allemaal uit.
Voetballers met miljoenen op hun bankrekening zijn doorgaans niet de eersten die op medelijden van de goegemeente hoeven te rekenen. Toch blijft er aan de vergane glorie van voetballers altijd iets tragisch kleven. Iets zieligs zelfs. In het geval van Andy van Meyde al helemaal. Persoonlijk drama bleef hem de afgelopen jaren niet onbespaard. Zijn dochtertje werd ruim twee jaar geleden met zware complicaties geboren en lag sindsdien vrijwel aaneengesloten in het ziekenhuis. Het meisje kreeg vierentwintig uur per dag medische zorg. Een slopende tijd, waarvan Van der Meyde de oorzaak lange tijd geheim hield, om media-aandacht te voorkomen. Zelfs zijn trainer wist van niets. Geruchten over wilde nachten, depressies en alcoholverslaving staken door het opgestoken rookgordijn steeds meer de kop op. En ja, het was een loodzware tijd, en ja, hij dronk wel eens een biertje om zijn problemen te vergeten. Maar verslaafd was hij niet.
Die persoonlijke omstandigheden hebben grote invloed gehad op de stagnatie van een ooit zo veelbelovende carrière. Je kunt je überhaupt afvragen of je het een ietwat dommig straatjochie kwalijk kan nemen dat hij de weelde van een miljoenenbestaan niet aan kan. Van der Meyde heeft het, opgegroeid in een weinig florissante wijk in Arnhem, van huis uit nooit gekend. Plotselinge roem en rijkdom kan dan zomaar naar je hoofd stijgen. Totdat het in je schoenen zinkt omdat een heel Goodison Park zich hopeloos afvraagt wanneer die geniale topaankoop eens een fatsoenlijke wedstrijd gaat spelen. En dan was daar zijn zieke dochtertje, dat al het andere op de wereld - en dus ook voetbal - overbodig maakte. Niemand is van steen.
Met zijn dochtertje gaat het intussen stukken beter. Van der Meyde noemde zich kortgeleden in De Telegraaf dan ook een gelukkig man. Werkloos, maar gelukkig. Want bij Everton kan hij vertrekken. Teveel problemen en te vaak geblesseerd. Op het moment van schrijven is hij transfervrij op zoek naar een nieuwe club. Het zou wel eens Blackburn kunnen worden, las ik onlangs. Met zijn negenentwintig jaar is het nog niet te laat om te laten zien dat hij niet voor niets ooit achttien interlands heeft gespeeld. Maar misschien kan hij toch maar gewoon het beste terugkeren naar Nederland. Weg uit de hectiek. Terug naar Arnhem, waar hij nog gelukkig was zonder Ferrari’s en safariparken. En dan eens aanbellen bij Vitesse, de club waar het allemaal als jeugdspeler begon. Hallo, ik ben Andy en ik wil graag voetballen. Desnoods voor een salaris van niks. Geld is ook niet alles. Andy weet dat nu. Arnhem is een mooie stad. Ze hebben er zelfs een dierentuin. Met zebra’s en kamelen.
Op dinsdag 28 februari 2006 13:50 schreef Avery het volgende:ik ben dan nieuw ik zie zo dat jij irritant ben jpg
PieAirIk denk altijd heel goed na voor ik iets stoms zeg...