Etappe 17: Chieti - Blockhaus (83km)De Giro gaat na de laatste rustdag en een verplaatsing van bijna 200km weer verder in de achtertuin van Danilo di Luca. Een kort ritje bestaande uit een lange aanloop en één zware klim met een naam die je niet zou verwachten in dit deel van Italië: Blockhaus.
De etappe van vandaag speelt zich volledig af in de regio Abruzzo, vaak in de meervoudsvorm "Abruzzi" (Nederlands: Abruzzi) aangeduid. De regio heeft ruim 1.3 miljoen inwoners en bestaat uit vier provincies: L'Aquila, Chieti, Pescara en Teramo. De hoofdstad is L'Aquila (73.000 inw.), de grootste stad is echter Pescara (123.000 inw.), Teramo en Chieti hebben beiden ongeveer 55.000 inwoners. Tot 1963 maakte het deel uit van de regio Abruzzi en Molise, de laatste is toen echter een aparte (de op één na kleinste) regio geworden met als hoofdstad Campobasso. Abruzzo is de meest noordelijke regio van de Mezzogiorno, het historische zuiden van Italië. Abruzzo is op 6 april getroffen door een verschrikkelijke aardbeving waarbij (tot dusver) 299 doden zijn gevallen, waarvan 272 in de hoofdstad L'Aquila. Verder raakten ongeveer 1.600 mensen gewond en 65.000 mensen dakloos, bovendien zijn veel historische gebouwen beschadigd of zelfs geheel verwoest.
De Mezzogiorno en Abruzzo brachten slechts één grote ronde winnaar voort: Danilo di Luca won de Giro in 2007. De Killer van Spoltore heeft vijf regiogenoten in deze ronde rondrijden, Alessandro Donati, Ruggero Marzoli, Andrea Masciarelli en Francesco Masciarelli (Acqua e Sapone) en Dario Cataldo (Quick Step).
De "heuvelstad" ChietiDe start wordt genomen in Chieti, een stad met bijna 55.000 inwoners in de gelijknamige provincie (395.000 inw.). Het bestaat uit twee delen, de historische stad (Chieti Alto) ligt op een 330 meter hoge heuvel, in het dal aan de Pescara rivier ligt de moderne uitbreiding Chieti Scalo.
De stad is zeker meer dan 3.000 jaar oud al zijn de feiten van de oorsprong verloren gegaan en in der tijd vervangen door legendes. De populairste is die van Achilles, de Griekse held zou het ter ere van zijn moeder de zeenimf Thetis gesticht hebben. Hij staat ook in het stadswapen van Chieti weergegeven. Geloofwaardigere theorieën zijn een stichting in de 13e eeuw v.C. door de Griekse Arcadiërs (de naam zou dan ook naar de zeenimf verwijzen) of door de Pelasgoí, een Griekse naam voor de oorspronkelijk bewoners van zuid Italië (het zou dan zoiets als "beboste heuvel" kunnen betekenen). Vast staat dat de stad ongeveer 1000 jaar v.C. bewoond werd door een Oskisch sprekend volk, waarschijnlijk de voorouders van de Marrucini die hier in wat zij Teate noemden hun hoofdstad hadden ten tijde van de Samnitische oorlogen (343 v.C. - 290 v.C.) waarin ze in 305 v.C. overmeesterd werden door de Romeinen die de stad omdoopten in Teate Marrucinorum. De Marrucini zouden als bondgenoten van de Romeinen strijden in oorlogen tegen de Grieken, Carthagen en Galliërs om uiteindelijk in de Bellum Sociorum (de Sociale Oorlog) zich samen met andere zuid Italiaanse volken tegen de Romeinen te keren. Als gevolg van deze oorlog kregen de mensen in Teate in 91 v.C. Romeinse burgerrechten, waarna de Marrucini al snel geassimileerd werden in de Romeinse cultuur.
Uit de oudheid zijn slechts enkele slecht bewaarde ruïnes overgebleven waaronder die van drie tempels en een klein theater. Het belangrijkste staat echter in het museum, een 2 meter hoog beeld genaamd "Guerriero di Capestrano" (krijger van Capestrano) uit de zesde eeuw v.C. vernoemd naar het dorpje waar het gevonden is (35km ten zuidwesten van Chieti), het zou koning Naevius Pompuledius van de Vestini stam (de buren van de Marrucini) moeten uitbeelden.
Links de krijger van Capistrano (6e eeuw v.C.), rechts de ruïne van een Romeinse tempel (1e eeuw n.C.)De stad werd in 476 verwoest door de Visigoten en in 571 veroverd door de Longobarden die het onderbrachten in het hertogdom Benevento. Benevento overleefde het Lombardische rijk dat onderdeel werd van het Frankische (en later Heilige Roomse) Rijk, maar zou zelf onder de invloed komen van de prinsen van Salerno, de paus en uiteindelijk in de elfde eeuw de Noormannen die in 1130 vrijwel de hele Mezzogiorno onder controle kregen en het koninkrijk Sicilia stichtten, in 1285 splitste het koninkrijk Napoli zich met het vasteland af van Sicilië. Beide koninkrijken werden bestuurd door Franse (Anjou) en later Aragonese (Trastámara) huizen om in 1504 weer verenigd te worden onder de Aragonese tak van de Spaanse kroon. In deze periode kende Teate haar bloeiperiode, het werd de hoofdstad van de provincie Abruzzo Cita, kreeg het recht om een eigen munt te slaan en werd in 1526 gepromoveerd tot een aartsbisdom wat het nog altijd is.
De Cattedrale di San Giustino (1069, uitgebreid in 1498 en herbouwd in 1703)De bloeiperiode van Chieti kwam ten einde met een grote pest epidemie in 1656 en met een grote aardbeving in 1706. Het zou verder de geschiedenis volgen van het koninkrijk Napoli waarover ik zaterdag meer zal schrijven als men in Napoli start. Om een lang verhaal kort te maken: in 1816 werd het herenigd met Sicilië in het nieuwe Koninkrijk der beide Siciliën. Deze staat zong het uit tot het in 1861 bij het koninkrijk Italië werd gevoegd.
Na de tweede wereldoorlog, die de stad vrijwel ongeschonden doorkwam, werd de stad fors uitgebreid in het dal bij de rivier, de metaal- en papierindustrie zijn daarbij belangrijke peilers van de lokale economie geworden. De Università degli Studi "Gabriele D'Annunzio" is in 1965 gesticht en telt ruim 30.000 studenten verdeeld over Chieti en Pescara. De aardbeving van 6 april eiste geen dodelijke slachtoffers in Chieti, wel was er grote materiële schade aan o.a. de kathedraal en het stadhuis, 77 gebouwen zijn ingestort of onbewoonbaar geworden.
De bekendste der Chietini is de ritmische gymnaste Fabrizia D'Ottavio (zilver OS 2004 & 2008 met de landenploeg). Er komen geen bekende wielrenners uit de stad Chieti, wel komt Dario Cataldo (Quick Step) uit de provincie. Het is verder natuurlijk vooral de streek van Danilo di Luca, de nummer twee uit het huidige algemeen klassement komt uit Spoltore dat minder dan 15km ten noorden van Chieti ligt vlakbij Pescara. Pescara is de thuisbasis van de Acqua e Sapone ploeg van de familie Masciarelli: vader Palmiro (winnaar etappe Giro 1981 & 1983, Vuelta 1984) is de oprichter en baas van de Acqua & Sapone ploeg (van 1996 tot 2001 bekend als Cantina Tollo) en de vader van Simone, Andrea en Francesco Masciarelli. Simone is gestopt, maar Andrea en Francesco koersen bij hun vader evenals Ruggero Marzoli.
In Chieti kwamen 10 Giro ritten aan, in de eerste Giro van 1902 eindigde de tweede etappe hier met Giovanni Cunioli als winnaar. Via o.a. Costante Girardengo (1921, 1923), Alfredo Binda (1933) en Rik van Looy (1962) werd Denis Lunghi in 2004 de voorlopig laatste naam op de erelijst.
Eddy Merckx op de Blockhaus in 1967[/b]
De aankomst Blockhaus ligt in het bergmassief Maiella (ook wel Majella of Maielletta genoemd), tevens een nationaal park. De hoogste top is de Monte Amaro (2.793m hoog), de op één na hoogste berg in de Apennijnen na de 2.912m hoge Corno Grande in het Gran Sasso massief. De naam Blockhaus is gegeven door de Duitsers die er een militaire post hadden. De top wordt helaas niet bereikt in deze etappe, wegens te veel sneeuwval is de klim met ongeveer vijf kilometer ingekort waardoor men nu aankomst op een hoogte van 1.674m waar dit 2.064m had moeten zijn.
De Passo Lanciano - Majelletta ligt halverwege de klim en is een redelijk populair skigebied, hier kwam in 2006 (via een andere route) nog een Girorit aan gewonnen door Ivan Basso.
![]()
[i]Uitzicht op de BlockhausVijf keer was er een aankomst voorbij de Lanciano die dan Blockhaus werd genoemd:
In 1967 won Eddy Merckx hier zijn allereerste Girorit op de top van de klim met 10 seconden voorsprong op Italo Zilioli, Merckx zou die Giro als negende afsluiten. Een jaar later won hij de ronde, maar werd Merckx op de Blockhaus pas zevende, de zege ging naar Franco Bitossi nadat Franco Bodrero werd gediskwalificeerd. In 1972 reed men slechts tot een hoogte van 1.700 meter in een etappe van maar 42km, de Spanjaard José Manuel Fuente was de sterkste in deze korte rit waarbij veel renners buiten tijd binnen kwamen. In 1984 kwam het Giro peloton op 1.600 meter aan en ging de ritzege naar Moreno Argentin.
![]()
![]()
De rit begint in Chieti, maakt een omweggetje door Pescara en langs de kust om weer langs het oosten van Chieti richting de Apennijnen te gaan. De eerste 65km zijn eigenlijk één grote aanloop naar de klim zelf: 18km aan 6.9% en 13% maximaal, wat gelijk in het begin wordt bereikt. De rest van de klim is regelmatig en schommelt bijna continu rond de 7%.
![]()
![]()
(dit profiel is dus voor het oude parcours, komt niet helemaal overeen, laatste kilometers wegdenken en het is niet de Cima Coppi)