Etappe 11: Torino - Arenzano (214km)Tussen de extreem lange Alpenrit van gisteren en de monstertijdrit van morgen door krijgt het Giro peloton nog maar eens etappe langer dan 200 kilometer voor de wielen. De etappe is op papier een kolfje naar de hand van de sprinters, maar zoals zo vaak in Italië ligt er een obstakel in de finale die voor de nodige problemen kan zorgen bij het sprintvolk.
Torino (Nederlands: Turijn) is met 909.000 inwoners de vierde stad van Italië, het is de hoofdstad van de provincie Torino (2.2 miljoen inw.) en de regio Piemonte. Het is de vierde stad van Italië (achter Roma, Milano, Napoli), de agglomeratie telt 1.7 miljoen zielen en het volledige stedelijke gebied 2.2 miljoen. De stad ligt aan vier rivieren, waarvan de Po natuurlijk de belangrijkste is.
De regio Piemonte (Nederlands: Piëmont) heeft 4.4 miljoen inwoners en telt acht provincies: Torino, Cuneo, Alessandria, Novara, Asti, Biella, Vercelli en Verbano-Cusio-Ossola. De grootste steden na Torino zijn Novara (103.000), Alessandria (93.000) en Asti (75.000). De regio bracht zoals gisteren al vermeldt grote kampioen voort waaronder Fausto Coppi en Costante Girardengo, in deze rit worden de geboorteplaatsen van beide legendes gepasseerd.
De streek van Torino werd voor de Romeinen bewoond door de Taurini, een Ligurisch volk waarnaar de stad vernoemd is. De stad is in 58 v.C. gesticht als het legerkamp Castra Taurinorum door Julius Caesar, na zijn dood werd het omgedoopt in Julia Taurinorum. In 28 v.C. kreeg het stadsrechten van keizer Augustus en werd de naam veranderd naar Julia Augusta Taurinorum. Het was geen hele belangrijke stad voor de Romeinen van wie ook weinig achtergebleven is met als uitzondering de Porta Palatina, één van de vier oude stadspoorten.
Porta Palatina en standbeeld van Julius CaesarDe stad viel in 493 in de handen van de Goten en vanaf 569 de Longobarden die er een hertogdom installeerden, in 773 veranderde Karel de Grote het naar een graafschap, welke in 940 een Mark werd. Zo ging het nog een paar eeuwen door met afwisselende machtshebbers en statussen met zelfs een splitsing in het huis van Savoye tot gevolg. Het huis van Savoye-Acaia kwam zo aan de macht van het gebied dat nu het graafschap Piemonte heette, dit huis stierf in 1418 uit waarna de Savoyes alsnog de macht kregen.
Dit markeerde ook het begin van de bloeiperiode van de stad, vele prachtige tuinen en statige gebouwen zijn in de vijftiende eeuw gebouwd, de Universiteit was al in 1404 gesticht en tussen 1491 en 1498 bouwde men een nieuwe kathedraal. In deze San Giovanni Battista kathedraal ligt de beroemde Lijkwade van Turijn geborgen, volgens de overlevering het doek dat Jezus Christus droeg tijdens zijn kruisiging en wederopstanding. Het gebouw zelf is één van de weinige hoogtepunten uit de Renaissance, de meeste monumenten van de stad zijn opgetrokken in de Barok stijl.
Torino werd in 1563 de hoofdstad van Savoye, als opvolger van Ciamberi (tegenwoordig het Franse Chambéry). Het zou een tweede golf aan gebouw lanceren, de meeste opgetrokken in het Barok stijl die Torino haar huidige karakter bepalen. Het Palazzo Carignano uit 1679 is één van de vele paleizen die de Savoyes lieten bouwen. Hier is tegenwoordig het Museum del Risorgimento in gevestigd. In 1706 werd de stad in het kader van de Spaanse successieoorlog 117 dagen belegerd door Frankrijk, de Fransen slaagden er echter niet in om Torino te veroveren. Na de Vrede van Utrecht (1713) kreeg Savoye het koninkrijk Sardegna (Sardinië) onder haar bestuur om het nieuwe koninkrijk Piemonte-Sardegna (Piëmont-Sardinië) te vormen, doorgaans gewoon Sardinië genoemd. In 1731 werd op de Colle di Superga, een beroemde heuvel (ook in het wielrennen!) even buiten de stad, de Basilica di Superga gesticht, hier bevindt zich ook het mausoleum waar een hoop van de Savoyes begraven liggen. Het zou in 1797 zoals heel noord Italië inzet worden van een oorlog tussen Frankrijk en Oostenrijk, om in 1815 weer onafhankelijk te worden. De voormalige republiek Genova (Nederlands: Genua) werd zelfs toegevoegd om een sterke bufferstaat tussen Frankrijk en Oostenrijk (dat immers Lombardo-Veneto had geannexeerd) te creëren.
De in 1810 gebouwde Ponte Vittorio Emanuele I over de PoHet koninkrijk Sardinië was de enige belangrijke Italiaanse staat die ook door Italianen werd bestuurd, de rest van het cultuurgebied was vrijwel volledig in handen van Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk(-Hongarije), Spanje of de Paus. Sardegna groeide, aan de hand van Giuseppe Garibaldi (zelf uit Nizza, het huidige Nice), uit tot dé bakermat van de Risorgimento, het verlangen naar en de strijd voor een verenigd en onafhankelijk Italië. Na twee mislukte oorlogen wist Sardegna van 1859 tot 1861 een groot deel van Italië te veroveren om in 1861 het koninkrijk Italië te stichten. De Savoyes werden koning en Torino hoofdstad van tot 1865 toen deze naar Firenze werd verplaatst. De hertogen en later koningen uit het huis van Savoye resideerden in het Palazzo Reale di Torino, een UNESCO werelderfgoed.
Het paleis van de hertogen en koningen van SavoyeHet symbool van Torino is de Mole Antonelliana, vernoemd naar de architect Alessandro Antonelli. Het gebouw werd tussen 1863 en 1889 gebouwd als Joodse synagoge, maar herbergt tegenwoordig het Nationale Filmmuseum. Het is met 167 meter het hoogste gebouw van de stad.
De stad zou zich na het verliezen van de politieke betekenis ontwikkelen tot industriestad met als belangrijkste factor de in 1899 opgerichte autofabrikant FIAT van de familie Agnelli. De grootste autoproducent van Italië kreeg gezelschap van o.a. Lancia waardoor Torino al snel de bijnaam van Italiaanse auto-industrie hoofdstad kreeg, in 1969 werd Lancia wel overgenomen door FIAT. De auto-industrie explodeerde pas echt na de Tweede Wereldoorlog, steeds meer mensen konden zich een auto veroorloven en de FIATS vlogen als warme broodjes over de toonbank. Honderdduizenden Italianen uit de Mezzogiorno, het economisch achtergebleven zuiden, trokken naar Torino en omstreken om te werken in de industrie, waardoor de stad in 1971 zelfs 1.2 miljoen inwoners had. De oliecrisis sloeg eind jaren '70/begin jaren '80 hard toe in Torino dat nog maar iets meer dan 900.000 inwoners heeft, al is dat voor een groot deel ook door suburbanisatie.
De 167 meter hoge Mole Antonelliana domineert de skyline van TorinoDe stad heeft twee grote universiteiten, de Università degli Studi di Torino is in 1404 opgericht en heeft zo'n 65.000 studenten, de technische universiteit stamt uit 1859 met 25.000 studenten. Het Egyptische museum van Torino is de grootste na die Caïro. Torino heeft een internationale luchthaven en is een belangrijk verkeersknooppunt, het wordt ook wel "de hoofdstad van de Alpen" genoemd met wegen naar alle windrichtingen. In 2006 werden in Torino en enkele omliggende plaatsen de Olympische Winterspelen georganiseerd.
Torino is de thuishaven van twee grote voetbalclubs, de bekendste is natuurlijk recordkampioen Juventus (27x Italiaans kampioen, 4x Coppa Italia, 2x ECI/CL, 1x ECII, 3x UEFA Cup, 2x Werldbeker), opgericht in 1897. FC Torino heeft echter ook een grote historie (7 landstitels, 5x Coppa Italia) opgericht in 1906. De "Derby della Mole" is de oudste van Italië. "il Grande Torino" was de beste club van Europa in een tijdperk dat er nog geen Europees voetbal gespeeld werd. Op 4 mei 1949 werd de ploeg getroffen door een verschrikkelijk vliegtuigongeluk. Het vliegtuig met 31 inzittenden, waaronder 18 spelers van Torino, stortte neer op de Colle di Superga waarbij alle inzittenden om het leven kwamen. Een zwarte bladzijde in de Italiaanse voetbalgeschiedenis.
Beide clubs spelen normaal gesproken in het Stadio delle Alpi, dat bekend stond als één van de meest sfeerloze grote stations van Europa. Het wordt afgebroken en volledig herbouwd, waarbij het nieuwe stadion 40.000 mensen moet kunnen herbergen. Daarom speelden beide clubs het afgelopen anderhalf seizoen in het Stadio Olimpico, waar 27.500 mensen in passen. Torino zal hier waarschijnlijk blijven.
Er zijn al 38 Giro ritten aangekomen in Torino, waaronder de zevende en voorlaatste rit in de eerste Giro waar Luigi Ganna honderd jaar geleden zijn eindzege veilig stelde. Ivan Basso is de voorlopig laatste winnaar van Torino, hij won er in 2005 een tijdrit die over de Colle di Superga leidde. De enige Nederlander die hier ooit won was Wout Wagtmans in 1954, hij klopte acht vluchtmakkers in de sprint.
Torino is ook de aankomstplaats van de oudste nog bestaande klassieker ter wereld: Milano-Torino, voor het eerst verreden in 1876 (Liège-Bastogne-Liège "pas" in 1892). De wedstrijd, met de Superga als scherprechter vlak voor de finish, werd in 2007 gewonnen door Danilo di Luca voor Mauricio Soler en Kim Kirchen. De wedstrijd ging vorig jaar niet door en wordt dit jaar op 14 oktober verreden.
Arenzano is een stadje met bijna 12.000 inwoners in de provincie Genova (890.000 inw.) en de regio Liguria (1.6 miljoen inw.), het ligt in het beschermde natuurgebied Beigua op de flanken van de 1183 meter hoge Monte Reixa, waarvan de top slechts 5.7km uit de kust ligt. Arenzano ligt 24km ten westen van het centrum van de hoofdstad Genova (Nederlands: Genua), de zesde stad van Italië waar ruim 611.000 Genovesi wonen.
Liguria (Nederlands: Ligurië) is de op twee na kleinste regio van Italië en bestrijkt de gehele noordwest kust van Italië met een smalle landstrook, ook wel de Bloemenrivièra genoemd. De vier Ligurische provincies zijn van west naar oost: Imperia, Savona, Genova en La Spezia. In deze Giro doen twee renners uit Liguria mee, Luca Barla (Barloworld) en topsprinter Alessandro Petacchi (LPR), de regio leverde nog nooit een winnaar van een grote ronde af.
Strand van ArenzanoArenzano zou in de eerste eeuw gesticht zijn onder de naam Arentianis, vernoemd naar de nobele Romeinse familie van het huis Arentii die hier hun buitenverblijf hadden. Het viel met de rest van Liguria onder het Longobardische en later Frankische koninkrijk Italië, al werd het in de tiende eeuw herhaaldelijk aangevallen door de Saracenen, islamitische piraten die vanuit noord Afrika en de Balearen opereerden
In de elfde eeuw ontstond de Repubblica di Genova, het equivalent van Venezia aan de westkust van Italië, terwijl Genova uitgroeide tot één van de grootmachten op de Middellandse Zee profiteerde Arenzano mee als centrum van scheepsbouw. In 1797 werd de Repubblica di Genova veroverd door Napoleon Bonaparte, die het als vazalstaat inrichtte onder de naam Repubblica Ligure. In 1814 kende de Repubblica di Genova weer een opleving, maar in 1815 werd in het Congres van Wenen besloten dat Genova zich bij het koninkrijk Sardegna moest voegen. Zo werd Arenzano eveneens Sardijns, om in 1861 mee over te gaan in Italië.
Tegenwoordig is Arenzano is één van de vele mondaine badplaatsen aan de Ligurische kust, die hier officieel de "Riviera Ligure di Ponente" heet, naast het strandtoerisme is ook de jachthaven populair. De Marcia Internazionale MARE&MONTI wordt hier jaarlijks georganiseerd, een belangrijke wedstrijd voor snelwandelaars. In 1991 zonk de Cypriotische olietanker "MT Haven" hier voor de kust, zes mensen kwamen om en 50.000 ton ruwe olie stroomden de zee in die pas na twaalf jaar weer schoon was. Het wrak van de MT Haven ligt, in tweeën gebroken, op 33 tot 83 meter onder de zeespiegel bij Arenzano en is een populaire bestemming voor diepzeeduikers geworden.
Arenzano is voor de derde keer eindpunt van een Girorit, in 1925 won Costante Girardengo voor Alfredo Binda en precies vijftig jaar was Franco Bitossi de snelste in een sprint. Er komen opvallend weinig goede wielrenners uit deze omgeving van Genova, de beste was Giuseppe Martano (3e Tour 1933, 2e Tour 1934, 2e Giro 1935) uit het 20km verderop liggende Savona.
![]()
![]()
De eerste 170km van deze etappe stellen eigenlijk niet zoveel voor, maar brengen het peloton wel in twee belangrijke plaatsen voor de historie van het Italiaanse wielrennen.
Na bijna 125km ligt een doorkomst in Castellania, een dorp met amper 100 inwoners waar niemand minder dan Fausto Coppi het levenslicht zag, amper 20km verderop rijdt men door Novi Ligure, de stad van Costante Girardengo. In Novi Ligure is het "Museo dei Campionissimi" gevestigd, een museum gewijd aan de twee legendarische renners van de streek.
In Novi Ligure zitten de renners dan ook al op het traditionele parcours van Milano-Sanremo op weg naar de Passo del Turchino (532m hoog, 8.4km aan 2.2% gem. en 7% max.). De klim is eigenlijk nog ruim 15km langer, maar deze vals platte aanloop wordt niet meegerekend al zitten er kilometers van boven de 3% tussen die het gemiddelde geen kwaad zouden doen. De klim zelf is namelijk niet veel steiler, behalve de laatste twee kilometer die gemiddeld aan respectievelijk 5.7% en 5% stijgen met een piek van 7%.
De klim heeft menig MSR beslist, maar toen de weg verhard werd en de renners de koers steeds beter begonnen te verteren verloor het al snel aan belang wegens te ver van de finish en niet steil genoeg, waarop de Poggio (1960) en Cipressa (1982) in het parcours werden opgenomen en de rol als scherprechter over te nemen. De Turchino ligt ongeveer halverwege "La Primavera" waar het de brug tussen het binnenland en de Bloemenrivièra vormt, zodra men het tunneltje op de top van de Turchino uitrijdt doemt een overweldigend uitzicht op Genova en de Ligurische Zee op.
Profiel Turchino:
http://www.salite.ch/6000/6036.gifProfiel afdaling:
http://www.salite.ch/I/turchino.gifDe laatste 19.7km naar Arenzano zijn hetzelfde als in MSR na de Turchino, dat ook dit plaatsje doorkruist; een afdaling van 12.5km aan 4.2% naar Voltri (meest westelijke plaats van de gemeente Genova) en ter afsluiting 7.2 vlakke kilometers langs de schitterende Ligurische kust.