quote:
Op zaterdag 4 april 2009 00:36 schreef Nieuwschierig het volgende:[..]
Een minderjarige adviseren om met een brandende lucifer een gaslek op te sporen voldoet letterlijk aan RV2
RV3 is altijd van toepassing: Doodslag, of poging tot doodslag
Fout voorwaarden 2 geeft aan dat het om een gedraging moet gaan waarbij de wederrechtelijkheid (element) een bestanddeel wordt.
Of te wel de vier componenten van het strafrecht.
MG
DO
W
V
Worden bij een doleus-delict (opzet als voorwaarden):
MG
DO
W
Het moet om een feit gaan waarbij de verdachte willen en wetens handelt en het gevolg beoogd is (de duidelijkste constructie van opzet).
In maatschappelijke termen, de dader moet de intentie hebben om iemand van het leven te beroven en de gedraging uitvoeren. Om even terug te komen op je tweede argument
quote:
RV3 is altijd van toepassing: Doodslag, of poging tot doodslag
Lees de wet zoals het er staat en trek geen voorbarige conclusies. Er staat gewoon in de wet aangegeven wanneer iets wel of niet strafbaar is gesteld. Stel nu een dier zou iemand met opzet van het leven beroven dan nog spreekt men niet van doodslag aangezien de eerste voorwaarden aangeeft dat het feit door een persoon moet zijn begaan.
Stel dat iemand een auto aan het besturen is binnen de bebouwde kom, die persoon wordt opgebeld en neemt op. Hij beschikt over een carkit installatie en houdt zich keurig aan de regels maar overziet net te laat dat er een persoon oversteekt op een zebrapad. Hij rijdt die gene aan met als gevolg dat de slachtoffer komt te overlijden.
Hij voldoet aan de eerste voorwaarden namelijk, het gaat hier om menselijke gedraging. Voorwaarde twee geeft aan dat het om opzet moet gaan. Spreekt men hiervan opzet. Heeft de verdachte willens en wetens gehandeld waarbij het gevolg beoogd is. Nee alhoewel het hier om een strafbare gedraging gaat, begaan door een persoon waarbij een andere het leven heeft gelaten (voorwaarde drie) moet de verdachte de intentie hebben om het gevolg te laten intreden(eis van voorwaarde twee).
Aangezien de verdachte niet de intentie heeft gehad tot het intreden van beoogde gevolg. (het opzettelijk beroven van een ander zijn leven) is DO doodslag Art 287 Sr. niet van toepassing.
Daarnaast is het geven van advies geen strafbare gedraging bij deze kwalificatie. Het bevel geven tot het plegen van een moord, dwaling of andere misdrijven daar in tegen wel.
Poging tot doodslag heeft geen specifieke term in het Wetboek van Strafrecht maar men noemt dat 'poging tot misdrijven' binnen de 'juridische kaders'. Art 45 Sr.
Wat zegt dit artikel nu.
Lid 1.
Poging tot een misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard.Of te wel een poging is pas strafbaar als de dader bij zijn voornemen een begin van uitvoering van de daad heeft begaan.
En als laatste, zoals je al aangeeft een rechtsvoorwaarden moet van toepassing zijn voor het intreden van het gevolg doodslag. Cumulatief daarmee kun je inderdaad concluderen dat RV3 te alle tijden van toepassing is bij doodslag net zo min dat het voor de eerste voorwaarden en tweede voorwaarden geldt. Ontbreekt een voorwaarde dan treedt het rechtsgevolg ook niet in voor de DO.
[ Bericht 0% gewijzigd door MisterJ.Lo op 04-04-2009 03:34:30 ]