Mijnheer TS, u bent het ideale doelwit voor een genadeloze afstraffing, die mijn generzijds van een 'intellectual dandy' als ideaal hebbende geest wellicht nog meer dan de uwe zal blootleggen.
Ik zal alle verkeerde woorden die je in dit topic geuit hebt aan de kaak stellen en een betoog dat geen spaander heel zal laten van je ganse, zoals mijnheers held zou zeggen, microkosmos, presenteren.
Hoewel de hele beweging zeer contradictisch een subliem élan heeft weten te verwerven, zouden we van het existentialisme toch minstens geleerd moeten hebben dat charme uitsluitend bestaat bij de gratie van tijdelijke dan wel ruimtelijke dan wel andersoortige afstand. Het ware leven is ontdaan van sublimiteit en wordt niet geleefd in de studeerkamer, die in het beste geval daarnaar verwijst. Of het illusoire karakter van verheffers van die werkelijkheid, zoals het werk van Bach, kwalijk zijn, weet ik niet, dat ze onwaar zijn staat echter buiten kijf.
Niet minder zeker is het dat the Beatles een vreemd amalgaam van potsierlijke mystieke neigingen (Sjon en Sjors) en banale bourgeoisie (Paul) was en dat zelfs u zich mishaagd zou voelen door een zekere gêne als u 'irl' Obladi of The fool on the hill moest verdedigen. Betere nummers, zoals Tomorrow never knows, staan voor een hypnose-achtige extase, waarvan alle elektronische muziek van nu, incluis alle stampmuziek de traditie voortzet. Opzwepende muziek is een spel van de klasse der anti-intellectuelen, anders gezegd, de achterlijken en het is dan ook onjuist hem een intellectuele facade aan te meten, zoals het onjuist is de ene tak te verwerpen en de andere te huldigen.
Zinsnedes uit boeken die door hart en ziel snijden zo wel als blikken tussen jongens en meisjes zowel als cantates gerieven ons om niets dan dat we ons wee, wel en weerom wee erdoor bevestigd voelen. Het wijst ons erop dat die gevoelens universeel zijn. Het doet ons in verbinding staan met de mensheid als het geheel. Het is precies die sensatie die ik even wel bekom door een combinatie van de aanwezigheid van medemensen, die dan veeleer lotgenoten schijnen, en een door alcohol veroorzaakte bedwelming. We zouden die sensatie 'sympathie' kunnen noemen.
Zeer zeker belijden wij intellectuelen onze sympathie op een veel nobelere en smaakvollere manier dan oi polloi (ik denk vooral aan de roodheid en bezweetheid der gezichten en de banaliteit van de houdingen der lichamen, die zelfs vrouwelijke afstotend maakt), maar ik denk niet dat dat verschil maakt als we er rekening mee houden dat die hang naar sympathie misschien niet op menselijke, maar wel op de schaal van volmaakt onbevooroordeelde, rationele wezens, karikaturaal is. Onze stijl hoger achten dan andere stijlen is dan een abjecte leugen van het type "I was a little shocked at the elaborateness of the lie".
Voor zover dat niet waar is, zul je het met me eens zijn dat alles voorbij één of twee schampere woorden over oi polloi voorbij stijl is.
Overige kritische noten:
-'huizen' staat daar oerlelijk
-Out to lunch (Eric Dolphy) bevat mijn favoriete muziek en dat volstaat als apologie van jazz